Decennialang leek het antwoord eenvoudig. Geef een bijenlarve voldoende koninginnengelei en ze groeit uit tot de koningin van de kolonie. Maar nieuw onderzoek laat zien dat het ontstaan van een bijenkoningin veel meer omvat dan een speciaal dieet. Wetenschappers ontdekten dat ook een zorgvuldig ontworpen kraamkamer, bijzondere bijenwas en een gespecialiseerde groep werkbijen cruciaal zijn voor de ontwikkeling van een nieuwe heerser.
De studie, deze week gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature, werpt nieuw licht op een van de bekendste mysteries uit de insectenwereld: hoe verandert een gewone larve in een koningin?
Een koningin ontstaat niet vanzelf
Koninginnen en werksters beginnen hun leven vrijwel identiek. Ze komen voort uit hetzelfde type ei en zijn in de eerste levensfase nauwelijks van elkaar te onderscheiden.
Toch lopen hun levens al snel uiteen. Een koningin groeit uit tot een groter, vruchtbaar dier dat jarenlang kan leven en duizenden eitjes legt. Werksters daarentegen worden meestal slechts enkele weken of maanden oud en planten zich niet voort.
Lange tijd wezen onderzoekers vooral naar koninginnengelei als verklaring voor dit verschil. Deze voedzame, melkachtige substantie wordt door werkbijen geproduceerd en aan jonge larven gevoerd. Volgens het nieuwe onderzoek is dat echter slechts een deel van het verhaal.
Een zorgvuldig ontworpen kraamkamer
Toekomstige koninginnen groeien op in speciale kamers, de zogenoemde koninginnencellen. Deze opvallende, pindavormige structuren hangen aan de raten en verschillen sterk van de bekende zeshoekige cellen waarin werksters worden grootgebracht.
Met behulp van warmtecamera’s en chemische analyses ontdekten wetenschappers dat deze koninginnencellen veel meer zijn dan een beschermende behuizing. De was waaruit ze zijn opgebouwd, heeft andere fysieke en chemische eigenschappen dan gewone raatwas. Zo is het materiaal minder dicht, beter vervormbaar en beter in staat warmte en vocht vast te houden.
Daarnaast bevat de was andere vetzuren en chemische signalen, waardoor een unieke ontwikkelomgeving ontstaat voor de larve.
Zelfs de was beïnvloedt de toekomst van de koningin
Om te testen hoe belangrijk die omgeving werkelijk is, plaatsten onderzoekers jonge koninginnenlarven in verschillende soorten cellen. Sommige groeiden op in traditionele koninginnenwas, andere in was die normaal voor werksters wordt gebruikt.
Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!
De resultaten waren opvallend: larven die in werksterwas werden grootgebracht, hadden een grotere kans om te sterven en ontwikkelden zich vaker tot kleinere koninginnen, ondanks dat ze exact hetzelfde voedsel kregen.
Dat wekt niet alleen de indruk dat het dieet bepaalt hoe succesvol een toekomstige koningin zich ontwikkelt, maar ook de directe leefomgeving.
Een verborgen elite van werkbijen
Het onderzoek bracht nog een verrassing aan het licht. Wetenschappers identificeerden een groep jonge werkbijen die zich vrijwel volledig bezighoudt met het bouwen en onderhouden van koninginnencellen.
Deze gespecialiseerde werksters, door de onderzoekers omschreven als ‘koninginnencelbouwers’, houden hun lichaamstemperatuur bewust hoger dan andere bijen in de kolonie. Die extra warmte lijkt de ontwikkeling van de toekomstige koningin te versnellen.
Dat is belangrijk, want een koningin ontwikkelt zich in ongeveer zestien dagen, terwijl een werkbij daar gemiddeld 21 dagen over doet. Wanneer een kolonie dringend een nieuwe koningin nodig heeft, kan die tijdswinst van levensbelang zijn.
Onderzoekers zagen bovendien dat deze werksters niet simpelweg oude was hergebruiken. Ze verzamelen materialen uit verschillende delen van de korf, bewerken die en verrijken ze voordat ze worden verwerkt in de koninklijke kraamkamers.
Meer dan alleen koninginnengelei
De bevindingen werden vastgesteld bij zowel Europese als Aziatische honingbijen. Dat wijst erop dat deze manier van koninginnen grootbrengen al lang onderdeel is van de evolutie van honingbijen.
Daarmee nuanceert de studie een bekend idee uit de insectenwereld: een bijenkoningin ontstaat niet alleen doordat een larve koninginnengelei krijgt. Deze ontwikkeling wordt mede bepaald door de omgeving die werkbijen voor haar creëren.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!
Jim is editor voor National Geographic. Hij studeerde sociale geografie, en specialiseerde zich in duurzaamheid en groene steden. Schrijven is zijn passie; hij ziet in elk verhaal – hoe klein ook – een kans om de wereld beter te begrijpen. In zijn vrije tijd bezoekt hij graag concerten en filmhuizen, of gaat hij hardlopen.













