Het is vandaag Wereldbijendag. Een goed moment om stil te staan bij dieren die veel meer kunnen dan bloemen bestuiven. Bijen spelen een onmisbare rol in natuur en landbouw, maar onderzoek laat steeds duidelijker zien dat ze ook opmerkelijk intelligent zijn. Ze kunnen tellen, van elkaar leren, touwtrekken, ‘voetballen’ en mogelijk zelfs angst of optimisme ervaren.

Een koningin in Taos Pueblo

Addelina Lucero woont in een adobehuis in de Native American-gemeenschap Taos Pueblo. Buiten, naast een stapel brandhout, staan twee hoog opgestapelde, rechthoekige bijenkasten. Ze zitten onder de rode stopwas, een kleverig spul waarmee bijen de kieren van hun nest dichtmaken voor het begin van de koude, voedselarme maanden.

Gehuld in een gazen sluier opent de inheems-Amerikaanse imker en National Geographic Explorer Melanie Kirby een van Lucero’s stapelkasten. Ze trekt er een paar ramen met raten uit en gaat op zoek naar de koningin, die twee keer zo groot is als de werksters van het volk. ‘Dit is onze stammoer,’ zegt ze terwijl Lucero toekijkt. ‘Ze gaat al heel wat seizoenen mee.’

Helaas is dat tegenwoordig niet meer vanzelfsprekend. Wereldwijd sterven bijen massaal door allerlei rampspoed, van parasieten en ziektekiemen tot verdelgingsmiddelen en een slinkende leefomgeving.

two individuals engaged in entomological research in a forested area
Karine Aigner
In de buurt van Soda Springs in Californië zoekt bioloog Felicity Muth (rechts) met haar collega Sarah Waybright naar wilde bijen. Uit hun experimenten blijkt dat koninginnen beter kunnen leren dan werkbijen.

Dit weten we vooral door waarnemingen van de honingbij, die zo’n grote rol speelt in de landbouw: alleen al in de Verenigde Staten slepen imkers miljoenen bijenkasten het land door voor de bestuiving van tientallen soorten groenten en fruit. Samen met ruim twintigduizend andere bijensoorten helpen honingbijen ongeveer een derde van onze voedselgewassen en ruim driekwart van alle bloeiende planten op aarde te bestuiven.

Over wilde bijen is minder bekend, maar uit onderzoek blijkt dat ook hun populaties wereldwijd afnemen. Daarbij gaat het om solitaire soorten (zoals buikschuierbijen, die individueel nestelen en maar een handjevol favoriete planten bestuiven) en om sociale beestjes (zoals wilde hommels, die in kolonies leven en van bijna elke bloem die ze tegenkomen nectar en stuifmeel verzamelen). In april 2025 meldden Amerikaanse imkers dat 55 procent van hun volken dat jaar verloren was gegaan, meer dan ooit.

Duurzaam bijen telen

De honingbijen van Kirby doen het juist prima. Onder de naam LongeviBEES ontwikkelde ze de afgelopen twintig jaar, met collega-imker Mark Spitzig, bijenvolken die goed gedijen in de omgeving van de Rocky Mountains en de woestijn van New Mexico.

Kirby en Spitzig grijpen niet naar de synthetische chemicaliën die veel commerciële imkers inzetten in de strijd tegen de varroamijt, een invasieve parasiet die kolonies verzwakt, virussen verspreidt en de hoofdoorzaak zou zijn van de huidige bijensterfte. In plaats daarvan wachten ze minstens twee jaar voor ze koninginnen gaan telen – lang genoeg om zeker te weten dat de bijen robuust en gewiekst genoeg zijn om zelfstandig te kunnen overleven.

Leestip: In Amsterdam zoemen 33 miljoen bijen – maar je ziet ze niet

Tien jaar geleden bracht Kirby een aantal van deze bijen naar Lucero, die kaarsen, balsems en zalf maakt van de was die ze oogst. Kirby’s instructies waren simpel: laat de bijen zo veel mogelijk hun eigen weg vinden in de veranderende wereld om ze heen.

En dat werkt. Lucero: ‘Ze vogelen alles zelf uit.’ Naar hoe dat ‘uitvogelen’ gaat, is de afgelopen decennia veel onderzoek gedaan. Daardoor weten we dat de diertjes op zonlicht en hun geheugen afgaan als ze in de zes weken van hun volwassen leven uitzwermen over onbekend terrein en duizenden bloemen aandoen om nectar voor hun volk te vergaren.

Onderzoek naar de intelligentie van bijen

Maar sinds kort hebben we ook een idee wat er in de koppies van deze bezige beestjes omgaat. Met een reeks creatieve experimenten hebben onderzoekers getest hoe bijen de wereld waarnemen, problemen oplossen en op onverwachte situaties reageren.

En wat blijkt? Individuele bijen zijn veel pienterder dan we ooit hadden gedacht. Kirby’s sterke en weerbare bijen zijn een baken van hoop voor iedereen die zich zorgen maakt over hun overlevingskansen. In haar bijenstallen ziet ze dagelijks hoe slim bijen zich weten aan te passen aan steeds uitdagender omstandigheden – mits ze de kans krijgen.

a man with a beard observing two clear glasses surrounded by bees
Karine Aigner
Gedragsecoloog Lars Chittka kijkt in zijn laboratorium aan de Queen Mary University of London naar honingbijen die suikerwater drinken. Met slimme experimenten wist hij aan te tonen dat bijen kunnen tellen en mogelijk ook het verband tussen oorzaak en gevolg begrijpen.

Nog niet eens zo heel lang geleden zagen wetenschappers bijen als een soort hersenloze robotjes. Zelfs vooraanstaande gedragsbiologen dachten dat de diertjes enkel en alleen door hun instinct werden gedreven – ‘overgedragen van generatie op generatie,’ schreef de Duitse zoöloog Karl von Frisch, die in 1973 de Nobelprijs kreeg voor zijn onderzoek naar de ‘danstaal’ waarmee bijen communiceren. ‘Het brein van een bij is zo klein als een graszaadje en niet gemaakt om te denken.’

Maar sindsdien is aangetoond dat de hersenen van bijen wel degelijk zijn gemaakt om te denken. Zo nam gedragsecoloog Lars Chittka toen hij in 1990 in Berlijn promotieonderzoek deed naar de neurobiologie van bijen eens een groepje studenten mee naar een uitgestrekte akker. Hij wilde onderzoeken hoe bijen in een kaal landschap zonder bomen, struiken of heuvels afstand en richting inschatten.

Leestip: Wat leren de laatste onderzoeken ons over de bij?

Op een avond bedachten ze onder het genot van een fles Ierse whiskey voor de grap dat ze een experiment moesten doen om te zien of bijen konden tellen. ‘We moesten allemaal lachen, het was een nogal idioot idee,’ zegt hij Toch gingen ze ermee aan de slag.

De volgende dag stelden ze een rijtje identieke tentachtige voorwerpen op die als herkenningspunten dienden voor een kolonie honingbijen die heen en weer vlogen tussen hun korf en de akker. Tussen de derde en vierde tent plaatsten ze een voederbakje met suikerwater, als substituut voor nectar. Toen de bijen eenmaal wisten waar het voederbakje stond, verplaatsten de studenten de tenten. De bijen bleven het suikerwater echter zoeken na de derde tent. Kennelijk telden ze de herkenningspunten die ze passeerden op weg naar het bakje.

‘Dit riep destijds de nodige verbazing op,’ zegt Chittka. Maar de test werd herhaald door andere onderzoekers, die Chittka’s bevindingen bevestigden. Dat succes, zegt hij, ‘inspireerde me om nog gedetailleerder te onderzoeken hoeveel intelligentie je in zo’n microbrein kunt persen.’

Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!

Tegenwoordig is Chittka hoogleraar aan de Queen Mary University of London. Hij maakte naam met onderzoeken in speciaal gebouwde testomgevingen, waar hij bijen confronteert met problemen die ze in de natuur nooit zouden tegenkomen. Door ze bloot te stellen aan uitdagingen ‘waar hun evolutionaire voorouders nooit mee te maken kregen,’ zegt hij, zoekt zijn team naar de grenzen van de cognitieve flexibiliteit van de bijen.

Chittka’s werk leidde tot een aantal vervolgonderzoeken die aantoonden dat bijen in staat zijn patronen te herkennen, symbolen te onderscheiden, menselijke gezichten uit elkaar te houden, samen te werken bij nieuwe taken en plannen te maken voor de toekomst. Dat bijen deze onvermoede vaardigheden hebben ontwikkeld, komt waarschijnlijk doordat ze moesten overleven in een onvoorspelbare wereld.

een illustratie over de vindingrijkheid van wilde bijen
ONTWERP: MONICA SERRANO EN PATRICIA HEALY, NGM. BRONNEN: BRYAN N. DANFORTH, CORNELL UNIVERSITY; SEÁN BRADY, SMITHSONIAN NATIONAL MUSEUM OF NATURAL HISTORY; LAURENCE PACKER; DISCOVER LIFE

Insecten die naar voedsel zoeken, krijgen complexere informatie te verwerken dan andere dieren. Bijen die nectar voor hun volk verzamelen, leggen soms vele kilometers af om de smakelijkste bloemen te vinden. Ze moeten onthouden waar die bloemen staan en met een snelle kosten-batenanalyse bepalen of de lange vlucht naar die zoetere bloemen de energie waard is. Ook moeten ze in steeds veranderende licht- en luchtomstandigheden water opsporen en roofdieren ontwijken.

Waar sociale bijensoorten deze informatie onderling doorgeven, moeten solitaire bijen in hun uppie voedsel zoeken, een nest bouwen en hun jongen verzorgen. ‘Dieren gebruiken veel slimme overlevingstrucs die niets met individuele intelligentie te maken hebben,’ zegt Chittka. Zoals bijen zeshoekige honingraten kunnen bouwen. En mensenpeuters leren lopen.

‘Maar bij intelligentie – in de breedste zin van het woord – gaat het wél om individuele leerprocessen.’ Het overstijgt genetische programmering. ‘Geen mens kan immers van nature fietsen. Dat is iets wat je moet leren.’ Op dezelfde manier moeten bijen leren bloemen te vinden en de locatie ervan te onthouden.

Bijen herkennen oorzaak en gevolg

Een van de baanbrekendste onderzoeken naar de intelligentie van bijen kwam – wederom – min of meer voort uit een grap. Een jaar of tien geleden mopperde een collega van Chittka in een afdelingsvergadering dat zijn laboratoriumpapegaaien waren gezakt voor de touwtrekproef, een bekend experiment waarbij de cognitieve vaardigheden van primaten, honden en vogels worden getest door ze te leren aan een touwtje trekken om een beloning te bemachtigen.

colony of bumblebees near their nest
Karine Aigner
In Toulouse onderzoekt gedragsbioloog Mathieu Lihoreau hoe bijen navigeren door veranderende landschappen. De meeste wetenschappers die het denkvermogen van bijen bestuderen, werken met sociale soorten zoals deze kleine kolonie aardhommels. 
a bumblebee perched on bright yellow flowers in a field
Karine Aigner
Om de vliegroutes van bijen naar weidebloemen te volgen, bevestigden Lihoreau en zijn team zendertjes op de rug van een aantal proefdieren. De bijen wisten de efficiëntste route naar hun beloning te vinden. 

‘Voor de lol zei ik dat onze hommels dat wél zouden kunnen. Iedereen schoot in de lach en verklaarde me voor gek.’ Naderhand legde Chittka het idee voor aan zijn studenten. ‘Ik zei: ‘Waarom proberen we het niet gewoon?’’

Ze speelden met verschillende opstellingen en besloten uiteindelijk om een kunstbloem – een blauwe schijf met suikerwater in het midden – onder een stuk doorzichtig plastic te leggen. De hommels zagen de beloning wel maar konden er niet bij. Stap voor stap lieten de onderzoekers de beestjes zien hoe ze de bloem met het touwtje dichterbij konden trekken.

Al snel kwam een van Chittka’s studenten hem halen. ‘Ik kon mijn ogen niet geloven,’ vertelt hij. De hommels hadden razendsnel uitgedokterd hoe ze de schijf naar zich toe konden trekken. Chittka besloot het experiment uit te breiden door bijen te laten kijken hoe de geoefende hommels aan het touwtje trokken. De toeschouwers keken de kunst af en gaven die door aan andere bijen uit hun kolonie. ‘Dat zulk volslagen onnatuurlijk gedrag zich zo snel onder een heel volk verspreidde, was echt spectaculair,’ zegt Chittka.

Hebben bijen dan ook een bewustzijn en gevoelens?

Het experiment liet zien dat bijen oorzaak en gevolg snappen (dat aan een touwtje trekken een beloning oplevert) en dat ze van elkaar leren. Het verrassende denkvermogen van bijen bracht Chittka op een ander radicaal idee: als ze zo slim zijn, zouden ze dan ook gevoelens hebben? Ervaren ze, net als mensen en andere dieren, positieve en negatieve emoties?

Om deze vorm van bewustzijn te testen, bouwde Chittka met zijn team een testomgeving met nepkrabspinnen: robots die de gevreesde roofdieren simuleerden. De spinnen moesten de bijen vangen en meteen weer loslaten, als in een mislukte aanval. Daarna ‘gedroegen de bijen zich ineens heel anders’, zegt Chittka. Ze gingen pas op een bloem zitten als ze die eerst zorgvuldig hadden bekeken, en vlogen soms toch maar door uit angst voor een nieuwe spin, ook al was er geen gevaar te duchten.

een illustratie over de vindingrijkheid van wilde bijen
ONTWERP: MONICA SERRANO EN PATRICIA HEALY, NGM. BRONNEN: BRYAN N. DANFORTH, CORNELL UNIVERSITY; SEÁN BRADY, SMITHSONIAN NATIONAL MUSEUM OF NATURAL HISTORY; LAURENCE PACKER
Het verschilt per soort hoe bijen leven. Sommige leven solitair, andere in volken.

‘Het deed denken aan posttraumatische stress die je aan een gevaarlijke situatie kunt overhouden,’ legt hij uit. Bij een experiment waarin ze onverwachte beloningen kregen, gingen de bijen zich juist veel optimistischer gedragen en streken ze probleemloos neer op onbekende bloemen.

Dat betekent niet, zoals Chittka schrijft in zijn boek The Mind of a Bee uit 2022, dat bijen ‘nadenken over het verloop van hun leven, van hun jeugd tot hun dood’, maar wel dat zijn experimenten aantonen dat de diertjes mogelijk pijn, angst, vreugde en zelfs hoop ervaren.

Chittka: ‘Natuurlijk willen we bijen beschermen omdat het nuttige dieren zijn. Maar het besef dat ze intelligent zijn en eventueel zelfs over bewustzijn beschikken, is nog een extra motivatie om goed voor ze te zorgen.’ Inmiddels doen steeds meer wetenschappers wereldwijd onderzoek naar het oplossend vermogen van bijen. Daarvoor worden steeds complexere hindernisbanen opgetuigd.

Bijen gebruiken voorwerpen – ze kunnen ‘voetballen’

Afgelopen oktober deden gedragsecoloog Olli Loukola en promotieonderzoeker Akshaye Bhambore een experiment met een grote aardhommel aan de Universiteit van Oulu in Finland.

Bhambore legde een nepbloem (een blauwe schijf die de hommel in verband had leren brengen met een suikerrijke beloning) boven op een rechthoekige testopstelling, uit het zicht van waar het diertje de labyrintachtige ruimte binnenvloog. Daarna legde hij een grote knikker van schuimrubber in de opstelling. Zonder enige training moest de hommel dat balletje naar de schijf rollen en als opstapje gebruiken om omhoog te klimmen.

Hommels kruipen meestal in bloemen, in plaats van eromheen te zweven. Om de test te laten slagen, moest de hommel de bal onder de bloem zien te rollen, erop klimmen, en met haar tong de blauwe schijf aftasten op zoek naar nectar. Binnen een beperkte tijd. Deze proef bouwt voort op onderzoek waar Loukola en Chittka mee begonnen toen Loukola als postdoc werkte in Chittka’s lab in Londen.

Leestip: Zo ziet de wereld eruit door de ogen van een insect

In navolging van Chittka’s touwtrekproeven leerde Loukola bijen te ‘voetballen’. Hij trainde de beestjes om een geel balletje naar een als bloem vermomd ‘doel’ te rollen om een beloning van nectar te krijgen: opnieuw een opmerkelijk bewijs van het leervermogen van bijen. Maar dit nieuwe experiment is nog veel uitdagender. Een mogelijke uitkomst is dat bijen zich – zonder voorafgaande ervaring – een doel weten te stellen (de beloning van suiker), zich dit doel ook kunnen herinneren als het uit zicht is, en het met een bal als hulpmiddel weten te bereiken.

Dat zou betekenen dat bijen in staat zijn tot iets wat lijkt op ‘inzichtelijk leren’: problemen oplossen aan de hand van plotse eurekamomenten, in plaats van met vallen en opstaan. Het gaat om ‘echte intelligentie, of complex denkvermogen,’ zegt Loukola. ‘Het dier moet daadwerkelijk begrijpen wat het doet.’ De aardhommel in kwestie leek haar taak te snappen, al ging ze wat klunzig te werk.

a bee pushing a yellow ball on a dark background
Karine Aigner
In een lab aan de Finse Universiteit van Oulu tolt een hommel een balletje naar een nepbloem toe. Met dit experiment willen de onderzoekers testen of bijen ‘eurekamomenten’ ervaren wanneer ze met nieuwe uitdagingen worden geconfronteerd.

Na de testopstelling een tijdje te hebben verkend, duwde ze tegen de bal aan, klom erop en kantelde het ding over haar eigen lijf heen. Veel bijen rollen de bal op deze manier: achteruit in de gewenste richting. Een paar keer leek ze het op te geven, maar uiteindelijk wist ze zichzelf met bal en al naar de gewenste plek te rollen. Daar klom ze omhoog om met haar tong de beloning binnen te halen. Ze was geslaagd voor de test – ruim binnen de tijd.

Ook voor Loukola en zijn team verliep het experiment met vallen en opstaan. Na een paar gezonde wetenschappelijke tegenslagen moesten ze de testomgeving een aantal keren aanpassen. De proef loopt nog, maar de eerste resultaten zijn veelbelovend. Worden die bevestigd, dan is dit volgens Loukola ‘het eerste bewijs dat insecten spontaan problemen kunnen oplossen’.

Experimenteren in het veld

Waar Loukola en Chittka in de streng gecontroleerde omgeving van hun laboratorium het denkvermogen van bijen testen, zoeken anderen naar manieren om de intelligentie van bijen in de natuur te observeren en te bewijzen.

Felicity Muth, National Geographic Explorer en bioloog aan de University of California in Davis, heeft aangetoond dat solitaire hommelkoninginnen nog sneller en beter leren dan de foeragerende werkbijen van Chittka en Loukola, misschien omdat deze koninginnen in de eerste weken van hun leven zelf hun voedsel moeten vinden en op eigen kracht hun nest moeten bouwen en bevoorraden.

Voor een van haar experimenten legde Muth stroken gekleurd papier in een weiland. Sommige waren gedrenkt in suikerwater, andere in kraanwater. De koninginnen hadden sneller dan de werksters door welke kleuren het suikerwater bevatten. In Frankrijk bevestigde Mathieu Lihoreau, gedragsbioloog aan de Université de Toulouse, kleine zendertjes op de rug van hommels om te volgen hoe ze hun vliegroutes aanpassen wanneer planten, bloemen en weerpatronen veranderen.

container held by a person outdoors showing small objects inside
Karine Aigner
Felicity Muth ontdekte dat koninginnen van wilde hommels kleuren kunnen associëren met beloningen. Haar onderzoek voor de University of California laat zien hoe goed deze bijen kunnen leren.
five transparent containers with bees labeled with identifiers
Karine Aigner
Muth test de wilde bijen die ze vangt op hun cognitieve vaardigheden. Ze ontdekte dat koninginnen, hier te zien in kunststof buisjes, sneller kleurassociaties vormen dan foeragerende werksters.

Met behulp van de resultaten wil hij een model ontwikkelen dat voorspelt op welke bloemen bijen neerstrijken. Meer inzicht in het denk- en aanpassingsvermogen van bijen helpt boeren om de bestuiving van hun gewassen te plannen en hun oogst te verbeteren. Natuurbeschermers kunnen de kennis toepassen om bedreigde plantensoorten te helpen bestuiven.

Net als de bijen die ze bestuderen, ervaren Lihoreau, Muth, Loukola en Chittka zo hun eigen eurekamomentjes als ze de dieren behendig en doortastend door radicaal veranderende landschappen zien vliegen, en zich realiseren hoezeer het denkvermogen van deze kleine insecten altijd is onderschat. Wat misschien ook wel wordt onderschat, zo denken natuurbeschermers, is het vermogen van bijen om allerlei nieuwe uitdagingen het hoofd te bieden.

Ook Kirby gelooft dit, in elk geval waar het de honingbij betreft. Neem de parasitaire varroamijt, die imkers in hun wanhoop proberen te bestrijden met al even schadelijke chemische middelen. Die op den duur geen effect meer hebben en leiden tot massale grote bijensterfte, zoals vorig jaar.

De beste bijen? Die overleven zelfstandig

Met een groepje gelijkgestemde imkers, onderzoekers en wetenschappers heeft Kirby de Adaptive Bee Breeders Alliance (ABBA) opgericht, een netwerk dat imkers door de hele VS heen stimuleert te werken op een manier die aansluit bij het instinct en de intelligentie van bijen.

ABBA spoort imkers aan bijen te houden die aantoonbaar veerkrachtig reageren op het klimaat en hun omgeving. Steeds meer imkers omarmen het idee dat de beste en sterkste bijen die bijen zijn die zelfstandig overleven.

bee collecting pollen near a dirt mound
Karine Aigner
Veel onderzoekers doen experimenten met hommels. maar van tienduizenden minder bestudeerde bijensoorten, zoals de grondnestelende Diadasia rinconis, is nog onduidelijk hoe intelligent ze precies zijn.

Zia Queenbees, het bedrijf van Kirby en Spitzig, verkoopt in het voorjaar en de zomer maar liefst driehonderd koninginnen per week aan imkers overal in de VS. Ook grote, commerciële bedrijven delen steeds vaker de visie van ABBA. ‘Vertel je bijen niet hoe ze hun taak moeten doen,’ zegt Randy Oliver, een Californische imker en kweker die zo’n 1500 volken (circa zestig miljoen bijen) houdt. ‘Maar ga gewoon verder met die bijen die daar het beste in slagen.’

De taak van bijen is om de wereld om ze heen te leren kennen, zoveel is inmiddels duidelijk. Om hun kolonie overeind te houden, moeten ze hun weg leren vinden in een steeds veranderende omgeving. En misschien is het dan de taak van de mens om ze daarbij te helpen: door de omgeving waarin ze leven te verbeteren en factoren als gif en ziekteverwekkers weg te nemen. We moeten beter luisteren naar de bijen om ons heen, zegt Kirby. ‘Bijen hebben de mens nog veel te leren.’

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!