De Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) waarschuwde vorige week voor een waarschijnlijk krachtige El Niño dit najaar. Het weerfenomeen keerde in 2023 voor het laatst terug en brak toen wereldwijd records. Maar geen enkele El Niño had zulke desastreuze gevolgen als die van 1877–1878: naar schatting kwamen vijftig miljoen mensen om, destijds drie tot vier procent van de wereldbevolking. Maar hoe kon dit klimaatverschijnsel zo'n verwoestende impact hebben?

Een wereldwijde droogte met verstrekkende gevolgen

Droogte trof al vanaf 1875 veel (sub)tropische gebieden, wat verband hield met het zich ontwikkelende weerverschijnsel. Doordat oogsten op grote schaal mislukten, ontstond een wereldwijde hongersnood.

Tot de bekendste hieraan gerelateerde rampen behoren de Grote Hongersnood van 1876–1878 in India, de Grande Seca (‘Grote Droogte’) in Brazilië en de Noord-Chinese Hongersnood van 1876–1879. Deze samenloop van omstandigheden wordt door sommige onderzoekers beschouwd als de grootste milieuramp die de mensheid ooit heeft getroffen.

Waarom klimaat alleen het verhaal niet verklaart

De gevolgen van El Niño werden destijds versterkt door het beleid van koloniale machthebbers en door andere sociaaleconomische en politieke problemen die in de jaren 1870 speelden.

In India bijvoorbeeld, waar naar schatting zes tot tien miljoen mensen in regio’s als Madras, Mysore en Bombay om het leven kwamen, werd de ramp verergerd door het koloniale beleid van de Britse overheid. Die bleef strenge belastingen heffen en grootschalige graanexporten toestaan, waardoor voedsel onbetaalbaar werd voor de lokale bevolking.

Tegelijkertijd hielden Britse bestuurders vast aan economisch beleid met minimale inmenging en waren zij terughoudend met noodhulp omdat zij vreesden dat overheidssteun de markt zou verstoren.

Van voedseltekort tot humanitaire ramp

Ook in China werd de droogte versterkt door bestaande problematiek. De Qing-dynastie kampte met financiële uitputting na decennia van opstanden, waaronder de Taipingopstand van 1850 tot 1864 – met twintig tot dertig miljoen doden, voornamelijk burgers, een van de dodelijkste militaire conflicten in de geschiedenis.

Hierdoor beschikte de overheid over minder middelen om voedseltransporten te organiseren en getroffen gebieden te ondersteunen. Vooral in de noordelijke provincies leidde dit tot massale hongersnood en sterfte.

In Brazilië trof de droogte vooral de arme bevolking in het noordoosten. Grote landeigenaren beheersten er veel van de beschikbare hulpbronnen, terwijl de overheid slechts beperkt ingreep. Honderdduizenden mensen werden gedwongen hun woongebied te verlaten op zoek naar voedsel en werk, wat leidde tot grote migratiestromen.

Ook in delen van Afrika vergrootten koloniale expansie, oorlogen, lokale conflicten en gebrekkige infrastructuur de kwetsbaarheid van de bevolking. Daardoor konden voedseltekorten zich sneller ontwikkelen tot grootschalige humanitaire rampen.

Kan zoiets opnieuw gebeuren?

De vraag is of de wereld opnieuw getroffen kan worden door een hongersnood van dezelfde omvang. Volgens klimaatonderzoeker Deepti Singh van Washington State University en haar collega's is dat scenario niet uitgesloten.

Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!

De onderzoekers concludeerden dat de ramp destijds werd veroorzaakt door een uitzonderlijke samenloop van klimaatverschijnselen, waaronder een zeer krachtige El Niño. Zulke extreme gebeurtenissen zijn zeldzaam, maar maken deel uit van de natuurlijke variabiliteit van het klimaatsysteem.

Waarom we vandaag beter voorbereid zijn

Toch zijn de omstandigheden vandaag de dag anders dan in de negentiende eeuw. Wetenschappers beschikken over een wereldwijd netwerk van satellieten, boeien en meetstations waarmee veranderingen in de oceanen voortdurend worden gevolgd. Sterke El Niño's kunnen vaak maanden van tevoren worden voorspeld, waardoor overheden zich beter kunnen voorbereiden op droogte, misoogsten en watertekorten.

Dat betekent echter niet dat het gevaar verdwenen is. Miljoenen mensen zijn nog altijd afhankelijk van regen voor hun landbouw en leven in regio's die kwetsbaar zijn voor extreme weersomstandigheden.

Een waarschuwing uit het verleden

Volgens Singh laat de hongersnood van 1876–1878 vooral zien hoe klimaat en samenleving met elkaar verweven zijn. Een nieuwe super-El Niño hoeft niet automatisch tientallen miljoenen slachtoffers te eisen, maar kan nog steeds leiden tot grote voedseltekorten, economische ontwrichting, migratiestromen en politieke spanningen.

Deze les uit het verleden is daarmee niet alleen een waarschuwing over het klimaat, maar ook over de gevolgen van menselijke keuzes in tijden van crisis.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Headshot of Ramon Holle

Ramon is freelance editor voor National Geographic. Al jong raakte hij gefascineerd door de wisselwerking tussen mens en omgeving, vooral op de meest afgelegen plekken ter wereld. Niet voor niets studeerde hij sociale geografie. Zijn favoriete uitdaging als redacteur is om complexe verhalen om te zetten in begrijpelijke teksten.