Ongeveer 700 miljoen jaar geleden was de aarde vrijwel volledig bevroren. Toch bleven de oceanen vloeibaar bij temperaturen rond min vijftien graden Celsius, zo blijkt uit nieuw onderzoek dat in december 2025 werd gepubliceerd in Nature Communications. Dankzij een uitzonderlijk hoog zoutgehalte konden micro-organismen deze extreme periode, bekend als de sneeuwbalaarde, overleven.
Oceanen kouder dan ooit gemeten
Tijdens de sneeuwbalaarde lag vrijwel het hele aardoppervlak onder een dikke ijslaag, op sommige plekken honderden meters diep. Lange tijd dachten wetenschappers dat zulke omstandigheden nauwelijks verenigbaar waren met leven. Maar nieuwe geochemische analyses laten zien dat het leven zich wist aan te passen aan omstandigheden die veel extremer waren dan eerder aangenomen.
In de nieuwe studie reconstrueerden onderzoekers de temperatuur en samenstelling van de oceanen door chemische sporen te analyseren in oude gesteenteafzettingen. Hun conclusie is opvallend: de gemiddelde oceaantemperatuur lag rond de min vijftien graden Celsius. Ter vergelijking: zelfs in de koudste oceanen van vandaag komt het zeewater zelden onder de min twee graden.
Vier keer zo zout als nu
Nog verrassender is het zoutgehalte. De oceanen tijdens de sneeuwbalaarde waren naar schatting meer dan vier keer zo zout als de huidige zeeën. Dat hoge zoutgehalte verlaagde het vriespunt van het water, waardoor de oceanen vloeibaar bleven ondanks de extreme kou.
Volgens de onderzoekers leefden microben, algen, fytoplankton en mogelijk zelfs vroege sponzen daardoor in omstandigheden die veel zwaarder waren dan tot nu toe werd aangenomen.
Een raadsel in het gesteente
De studie begon met een geologische puzzel. Paul Hoffman, geoloog aan de University of Victoria in Canada, vroeg zich af waarom ijzerafzettingen uit de sneeuwbalaarde sterk afweken van vergelijkbare lagen uit eerdere perioden.
Deze zogenoemde ijzerlagen ontstaan wanneer zuurstof reageert met opgelost ijzer in zeewater, waarna het ijzer neerslaat als roest. Tijdens de sneeuwbalaarde bevatten deze afzettingen opvallend zware ijzerdeeltjes.
Smeltwater onder het ijs
Volgens medeauteur Maxwell Lechte van de University of Melbourne (Australië) ontstonden deze afzettingen waarschijnlijk langs oude kustlijnen, waar gletsjers in zee uitmondden. Zuurstofrijk smeltwater sijpelde daar onder het ijs de oceaan in en reageerde met het opgeloste ijzer.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
De onderzoekers testten verschillende verklaringen voor de zware ijzerdeeltjes, zoals extra ijzer uit glaciale erosie of hydrothermale bronnen op de oceaanbodem. Die bleken onvoldoende. Alleen extreem koude oceaantemperaturen, gecombineerd met een hoog zoutgehalte, konden het patroon verklaren.
‘De aanpak is overtuigend’
‘De aanpak is overtuigend,’ zegt Timothy Conway, geochemicus aan de University of South Florida (VS), die niet bij het onderzoek betrokken was. ‘Het onderzoek combineert experimentele data met een theoretisch model, en de aannames zijn logisch.’
Leestip: In 1709 werd Europa overvallen door de koudste winter in vijf eeuwen – met grote gevolgen
Om vloeibaar te blijven bij zulke lage temperaturen moesten de oceanen volgens de berekeningen uitzonderlijk zout zijn, vooral aan de randen van het ijs waar smeltwater en zeewater samenkwamen.
Hoe kon leven dit overleven?
De nieuwe schattingen roepen een fundamentele vraag op: hoe kon leven standhouden in zulke extreme omstandigheden? Een mogelijkheid is dat vroege organismen al goed waren aangepast aan een wereld met weinig zuurstof en nauwelijks zonlicht.
Andere levensvormen zouden hebben overleefd bij hydrothermale bronnen op de oceaanbodem, waar chemische reacties energie leveren zonder zonlicht. Ook denken onderzoekers dat leven zich schuilhield in smeltwaterpoelen boven op het ijs, vergelijkbaar met cyanobacteriën en algen die vandaag leven op de McMurdo-ijsplaat in Antarctica.
Leven aan de rand van het ijs
Volgens geochemicus Fatima Husain van MIT (VS) boden zulke niches onverwacht veel kansen. ‘Deze oppervlaktelagen kunnen een verrassend diverse gemeenschap hebben ondersteund, zelfs tijdens langdurige ijstijden,’ zegt zij.
Leestip: Zo ziet het dagelijks leven eruit in de koudste stad ter wereld
Een andere hypothese is dat organismen zich concentreerden aan de randen van het ijs, waar zuurstofrijk smeltwater beschikbaar was. Dat bracht hen wel in contact met extreem koud en zout water, vergelijkbaar met de omstandigheden waarin bacteriën vandaag leven in pekel onder het ijs van Antarctica.
‘We krijgen een steeds scherper beeld van hoe extreem het Cryogenium werkelijk was,’ zegt Husain. ‘En juist dat maakt het des te opmerkelijker dat het leven deze periode niet alleen overleefde, maar later ook explosief diversifieerde.’
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!




