Winters Tirol

Tirol: Van sneeuwschoenwandelen tot ijsklimmen

Nationaal park Hohe Tauern is een van de parels in de Alpen. Digital nomad Corno gaat er sneeuwschoenwandelen, maar ook bevroren watervallen beklimmen. maandag, 6 augustus 2018

Door Corno van den Berg

Vanaf de parkeerplaats kijkt parkwachter Matthias Mühlburger omhoog om de kliffen af te speuren. Al snel krijgt hij wat in zijn vizier. Ik kijk ook, maar zie niets. De telescoop is nodig. Dan spot ik ineens 6 steenbokken, die uitrusten op een groep rotsen. Ze kijken naar beneden, naar ons.

De sneeuwschoenen knisperen en we lopen vanaf het Lucknerhaus langzaam omhoog het Ködnitztal in. Hohe Tauern is een immens natuurgebied waartoe ook Oostenrijks hoogste berg, de Großglockner, behoort.

Ik vraag naar de namen van andere bergen en Matthias lepelt ze op: ‘Gratzwinkel, Fiegerhorn, Freiwand en Mädlspitz.’ Het klinkt bijna zingend en galmt door het dal.

Een notenkraker laat zich horen en een groene specht, maar Matthias zoekt met zijn telescoop naar grotere vogels. We stoppen bij een hut. Al snel ziet hij een steenarend zitten op een rots. Met tien meter erboven een gems die naar hem staart.

‘Dit zijn gezworen vijanden, zeker in de winter als het voedsel schaars is. Ik heb gezien hoe een steenarend probeerde een gems op te jagen zodat hij van een klif zou vallen.’ Hij is al 14 jaar parkwachter en kent de bergen op zijn duimpje. De gems loopt ondertussen door. Wij ook.

We overwinnen 200 hoogtemeters, maar dit is vooral een excursie om het gebied en haar bewoners te leren kennen. Na twee uur heb ik 18 gemzen en 25 steenbokken gezien, waaronder diverse mannetjes met immense hoorns. Wel jammer dat je door een telescoop bijna geen foto kan maken. Ik probeer het met mijn mobiel voor de lens, maar het valt niet mee.

In het bezoekerscentrum in Matrei kan ik de dieren van dichtbij zien. Opgezet, dat wel. Door de sneeuw lijkt dit natuurgebied een mooie, maar vooral onleefbare wereld, maar er leven toch opvallend veel dieren. Toch is overleven hier extreem moeilijk.

Dat gevoel heb ik ook bij een andere excursie: ijsklimmen, oftewel het beklimmen van bevroren watervallen. Lukas Pichler is echte berggeit, die veel bergsporten beoefent, maar ijsklimmen is zijn favoriete activiteit in de winter.

Pichler laat me zien hoe de stijgijzers werken. ‘Ze hebben scherpe punten vooraan, waaraan je je gewicht moet toe vertrouwen. Trek je niet op aan je armen, maar haal meer uit je benen. Met je armen verlies je het gevecht.’

Als ik de steilste ijsmassa heb overwonnen, heeft de gids een uitdaging voor me. ‘Neem de makkelijkste bevroren waterval, maar dan zonder pikhouweel.’ Met mijn vingers in het ijs? Zoeken naar gaten? Kan dat? Het lukt 15 meter, totdat het te steil wordt. Of ben ik moe? Misschien zijn mijn vingers gewoon te koud: ik voel ze niet meer.

Tot slot heeft hij nog een uitdaging. ‘Een mix van ijs en rotsen, dat is weer heel anders.’ Al snel begrijp ik wat hij bedoelt. In de rotsen moet ik spleten zoeken en daar mijn pikhouweel rustig in vastzetten, terwijl ik in het ijs moet slaan met een flinke polsbeweging.

De helling wordt steeds steiler, zelfs overhangend. Hmm, ik moet opgeven. Pichler knikt. ‘Je hebt je grenzen verlegd vandaag, en daarna bereikt. Iets wat iedereen hier kan, er is keuze genoeg. Tevreden?’ Ja, eigenlijk wel. Heel tevreden zelfs.

Zelf naar Osttirol in de winter? Lees verder over alle mogelijkheden in Hohe Tauern en daaromheen >