Zuid-Afrika

Terug naar Zuid-Afrika

Quinten Jiskoot is bestemmingsspecialist bij Talisman travel design en doet verslag van zijn laatste – en mooiste – reis naar het land van zijn hart: Zuid-Afrika.Thursday, November 9

Door Talisman Travel Design / Quinten Jiskoot

Van de drie reizen die ik in de afgelopen vier jaar voor Talisman naar Zuid-Afrika heb gemaakt, is dit niet alleen de kortste, maar – op afstand – ook de mooiste. Zuid-Afrika is een land waar je eindeloos vaak naartoe kunt gaan, je zult telkens weer nieuwe dingen zien. Tussen de rivier Sands en de Sabierivier en ook noordelijker bij de Timbavati rivier, liggen twee wildparadijzen: Sabi Sabi Private Game Reserve en Ngala Private Game Reserve. Ik beschouw het als een voorrecht om in Sabi Sabi Earth Lodge en Ngala Tented Camp te verblijven en met de rangers van deze lodges op pad te gaan: dit is toch een beetje het mekka van de Zuid-Afrikaanse safari. Het kan bijna niet anders of bepaalde indrukken zullen mij voor altijd bijblijven.

Sabi Sabi Earth Lodge.

Een ranger van Sabi Sabi Earth Lodge staat mij bij aankomst op het kleine vliegveldje op te wachten en brengt mij in circa een uur naar de lodge. Het landschap is, hoe zal ik het zeggen, ‘Afrikaans’, het lijkt op wat ik mij als kind bij Afrika voorstelde en die voorstelling was ronduit sprookjesachtig.

Sabi Sabi Earth Lodge is de mooiste lodge in Zuid-Afrika die ik ooit heb gezien (en ik heb er inmiddels al heel wat gezien) – over de safari’s, die je haast letterlijk de adem benemen, heb ik het dan nog niet eens. Lichtheid, gratie, harmonie: dát zijn hier de sleutelwoorden. Ik voel me hier onmiddellijk thuis.

Sabi Sabi Earth Lodge telt 13 suites (waaronder de Amber Suite, een architectonisch kunstwerk van paleisachtige proporties) die uitzicht bieden op het uitgestrekte bushveld. Ik zit bij mijn privé-zwembad rustig naar het landschap en de wolken te staren als er, op nauwelijks iets meer dan een slurflengte afstand, opeens vijftien olifanten voorbij komen lopen! Het lijkt oppassen geblazen, maar de dieren zijn kalm en lopen vastberaden naar een waterplas, ze hebben totaal geen belangstelling voor mij. Eerst moet de dorst worden gelest. Later hoor ik van mijn ranger dat er geregeld luipaarden op de aarden wal liggen die de lodge van de buitenwereld afschermt. Om die reden gaat er ’s avonds, als je van je kamer naar het restaurant loopt, altijd een gewapende ranger mee, maar ook overdag is het zaak om goed op te letten waar je loopt. Nooit in paniek raken, luidt het devies.

In het restaurant, waar de meest voortreffelijke maaltijden worden opgediend en waar de service van heel hoog niveau is, word ik in beslag genomen door overpeinzingen. Stel dat Rembrandt met Van Riebeeck was meegereisd, zouden we dan nu naar kolossale dierenportretten kijken in plaats van naar De Nachtwacht? Naar kunstig rondom een leadwood-boom gegroepeerde Bosjesmannen in plaats van naar De Staalmeesters? Wat als? De kunstgeschiedenis zou er met een verzameling in sprankelend chiaroscuro oplichtende leeuwen een stuk anders hebben uitgezien.

Het zijn de weidse vergezichten en dromerige wolkenpartijen die mij tot mijmeringen verleiden. Overigens kent het personeel mij van begin af aan bij naam en weten ze al heel snel welke nagerechten op de kaart ik interessant vind en welke niet, dat ik graag bronwater met bubbels drink en hoe ik graag mijn koffie wil hebben: zwart maar niet te sterk.

Er zijn meer ‘wat als’-geschiedenissen denkbaar. Wat als ik niet in het luxe toerisme werkzaam zou zijn geweest en voor Talisman naar Zuid-Afrika zou zijn gereisd? Dan had ik deze prachtige plek vermoedelijk nooit ontdekt en was ik hier nooit op safari gegaan. Ik hou niet zo van de hyperbool als stijlfiguur, maar het is dan ook beslist geen overdrijving om te stellen dat als ik twintig ervaringen in mijn leven zou moeten uitkiezen die ik niet had willen missen, dit er één van zou zijn. Een goede safari is bijna transcendent; je verzoent je met je eigen wezen, met je eigen natuur en je krijgt oog voor wetmatigheden en voor het onbevattelijke. Filosofen breken zich al eeuwenlang het hoofd over de vraag naar de zin van het leven. Voor mij komt iets onpeilbaar moois als de aanschouwing van de natuur, of misschien moet ik zeggen: het zien van schoonheid, in de buurt van die zin (waarmee ik niet wil suggereren dat ik een antwoord heb op de vraag).

Tijdens de eerste safari zie ik meteen al het beroemde vijftal: de leeuw, de buffel, het luipaard, de olifant en de neushoorn. Ryan, de ranger, vindt die Big 5 maar onzin: ‘een commerciële truc om toeristen te lokken’. De natuur laat zich niet in een strak keurslijf dwingen, laat staan in de fictieve getalsmatige overzichtelijkheid waar de toeristenbranche zo van houdt. Ryan is zeer gedreven, hij weet alles van de dieren, bomen en planten die we onderweg zien, maar ook van de Homo sapiens. Hij smeedt de groep - ik zit in de jeep met een vrouw uit Hong Kong en haar vriendin uit Genève, later komen daar nog twee Ieren bij - in korte tijd aaneen tot een hecht geheel, geen moment zijn we bien étonnés de se trouver ensemble, sterker nog: al heel snel lijkt het alsof we elkaar al jarenlang kennen. Ryan toont voor iedereen oprechte interesse, is niet de hele tijd aan het woord maar kan ook goed luisteren. ‘Wat willen jullie zien?’ vraagt hij regelmatig. Ook heeft hij een bijna Brits gevoel voor humor, wat wel van pas komt als je zes uur op een dag bij elkaar in de jeep zit. Al die eigenschappen maken van hem de ideale ranger. Het verbaast mij niets dat National Geographic deze lodge heeft uitverkoren tot favoriete stek voor het maken van natuurdocumentaires. Een ervaren, ter zake, kundige maar ook grappige en bescheiden man als Ryan heeft de juiste persoonlijkheid om dit soort projecten in goede banen te leiden.

Het valt me, twee dagen later, zwaar om Sabi Sabi Earth Lodge te verlaten. Beter dan dit kan het namelijk niet worden…

Blog geschreven door: Quinten Jiskoot, bestemmingsspecialist bij Talisman travel design.