Zwitserland

De Jungfrauregio in vogelvlucht

Paragliden, klimmen, raften, mountainbiken: voor outdoorliefhebbers is het bergachtige Berner Oberland een ultieme bestemming. Fotograaf en journalist Menno Boermans, zelf woonachtig in Zwitserland, ging er op zoek naar een ‘natural high’. donderdag, 9 november

Door Menno Boermans

‘We lopen straks op de rand af en dan moeten we echt blijven rennen’. Het is dat de ogen van Beni Brunner zo veel rust uitstralen, anders had ik waarschijnlijk geweigerd. Voor me, op nog geen tien meter afstand, gaapt een enorme afgrond. En ik ga daar zometeen in springen. Gelukkig zit ik aan de gids vastgesnoerd met een harnas en hebben we boven ons straks profijt van het zweefvermogen van een valscherm. ‘Eins, zwei, drei... und los geht's!’

Voordat het echt tot me doordringt wat er precies allemaal gebeurt, voel ik dat ik in het luchtledige aan het lopen ben. ‘We zijn airborne’, zegt Beni. ‘Je kunt lekker gaan zitten en genieten van de vlucht’. Rakelings scheren we langs de wanden van de Schilthorn. Achter de ramen van het restaurant op deze rots, zie ik opgewonden gezichten ons aangapen. Ik richt mijn blik omhoog en ben opgelucht dat het valscherm prachtig strak gespannen staat. En ook prettig: geen van de 120 touwtjes zit in de knoop. Van vallen was tijdens de start trouwens geen sprake. ‘Bij paragliden gaat het er juist om dat je zo lang mogelijk in de lucht blijft’, zegt Beni. ‘Het scherm is dan ook anders vormgegeven dan dat van een parachute. Het zijn als het ware vleugels die ons geruisloos door de lucht laten zweven.’

Om ons heen ontvouwt zich een 360-gradenpanorama van Alpenreuzen. Beni Brunner (45) is hier in het dorpje Wengen geboren en getogen en noemt ze allemaal op. De spitse ijsgraat van de Silberhorn steekt scherp af tegen de lucht en het beroemde trio Eiger, Mönch en Jungfrau, ligt aanraakbaar dichtbij. Geen wonder dat Tolkien hier werd geïnspireerd voor Midden-aarde uit zijn verhalenreeks In de ban van de ring. De grillige formaties van gletsjers en rotsen zijn witgepleisterd: op deze hoogte sneeuwt het zelfs in de zomer. De hemel is diepblauw en door de krachtige zon kleuren lager in het Lauterbrunnental de alpenweiden felgroen. Door de wolken stijgt bij vlagen de geur van alpenbloemen op. Waar ik ook kijk, de schoonheid van het leven dringt met kracht mijn zintuigen binnen. De oppeppende adrenaline die bij de start door mijn lijf gierde, heeft plaatsgemaakt voor endorfine. Het geruststellende gelukshormoon zorgt voor een natural high. Een gevoel van ultieme vrijheid overvalt me. Dit is in één woord subliem! 

Als een adelaar zweven we door de troonzaal van Moeder Natuur. Vanaf mijn eersterangs zitplaats tuur ik om me heen. Diep onder ons herken ik de Lütschine, de rivier die ik eergisteren in een raft afging. Een koude rilling gaat over mijn rug als ik er aan terugdenk. Het water is afkomstig van de gletsjers en dus waanzinnig koud. We hebben weliswaar speciale pakken aan, maar toch, hard peddelen is noodzaak om warm te blijven. Onder aanmoedigende commando’s van raftgids Koryn Gould (34) varen we in grote snelheid door het woeste water. ‘Voorwaarts! Stop! Achteruit! In de boot! Spring naar rechts!’ Met precisie loodst Koryn ons door het labyrint van rotsen en klotsend water. Slechts één keer klappen we in een stroomversnelling op een grote steen en maakt de gele rubberboot kapzij. Ik kan me ternauwernood vast houden, twee andere passagiers gaan overboord. Met ogen die zowel schrik als plezier uitstralen, komen ze weer boven water. We hijsen ze in de boot en vervolgen lachend onze weg. Twee uur hebben we nodig om de veertien kilometer af te leggen tot Interlaken, waar de rivier uitmondt in het warmere water van het Meer van  Brienz. ‘High five’, roept Koryn. In de lucht tikken we elkaars peddels aan. 

Als ik al uitpuffend nog een laatste keer omkijk, zie ik de Jungfrau hoog boven het dal gedag zeggen. Samen met haar zussen Eiger en Mönch is deze berg altijd present. Waar je ook bent in de Jungfrauregio en wat je ook doet: het trio houdt als wakende grootouders continu een oogje in het zeil. Een geruststellend idee. 

Boven me ontwaar ik het slingerende wandelpad naar de Faulhorn. Eerder deze week overnachtte ik daar in een berghotel en beleefde een van de meest magische zonsondergangen die ik ooit gezien heb. Verder naar links meen ik ook de Schwarzhorn te herkennen. Die berg beklom ik samen met berggids Stefan Urfer (31). 

Voor dag en dauw vertrokken we vanuit Grindelwald, en over een bemodderd wandelpad stapten we in marstempo omhoog. We liepen door alpenweiden, sprongen over bergbeken en klauterden over hekjes. Onder aan een steile rotswand trokken we klimgordels aan en via een zogenoemde klettersteig vervolgden we onze weg. ‘Een klettersteig is ideaal voor de avontuurlijk aangelegde bergwandelaar’, vertelt Stefan. ‘Het ligt tussen wandelen en klimmen in’. Hij laat me zien hoe het in zijn werk gaat. ‘Aan je gordel zitten twee strengen touw van ongeveer een meter lang, met aan de uiteinden een haak. Langs de berg lopen staalkabels en ladders; daar klik je de haken in, zodat je altijd gezekerd bent. De kans dat je valt, is nihil hoor, er is overal genoeg plek voor je voeten om gewoon te staan.’ Stefan heeft alle bergen in de omgeving beklommen. Dat is heel normaal voor iemand die hier opgroeit.

Net wanneer ik me afvraag of deze klettersteig op de Schwarzhorn niet een beetje banaal is voor een beroepsalpinist, geeft hij zelf het antwoord. ‘Het hoeft voor mij niet altijd extreem te zijn. Als berggids geniet ik er enorm van om toeristen mee te nemen naar wandelbergen als deze. Op plekken waar de mens eigenlijk niet hoort, zijn we te gast bij de natuur. Dat gevoel van respect voor de bergen probeer ik mijn gasten bij te brengen. Een klettersteig is ideaal voor dat doel.’ Ver in de diepte liggen de dorpen Grindelwald en Interlaken nog in de schaduw. De meeste mensen slapen nog. Een vroege vogel, een alpenkraai, zweeft een stukje mee in de hoop dat we zo gaan ontbijten met brood, kaas en worst uit onze rugzakken en daarbij lekker veel kruimelen. Ik doe mijn ogen dicht en geniet van de warme zonnestralen op mijn gezicht. Lichaam en geest worden hier in de bergen vanzelf één. 

Met een forse ruk aan de lijnen haalt Beni me uit mijn dagdroom terug. ‘Wel goed sturen hè!?’, roept de piloot glimlachend in mijn oor. ‘Het is een tandemvlucht en dan moeten we beiden werken’. Hij heeft mij de hendels in handen gegeven en laat me ervaren hoe het paraglide-scherm reageert wanneer ik eerst links en dan rechts een trekkende beweging maak. We zoeken de thermiek op. ‘Daar bij de warme rots stijgt de lucht, daarvan kunnen we gebruikmaken. Als we het goed uitkienen, kunnen we de hele dag in de lucht blijven.’ Gelukkig is Beni minder overmoedig dan Icarus en voorkomt hij dat de zon onze vleugels doet smelten. Wat heerlijk. Dit is geen gevecht tegen, maar een samenspel mét de elementen. Met zwierlijke bochten draaien we na een uur het dal in om te landen. Het gegrom van een optrekkende auto, koeienbellen die net iets te hard klingelen, het onophoudelijke donderen van de watervallen, een trein van de Jungfraubahn die luid fluitend richting Kleine Scheidegg vertrekt: het dagelijks leven op de grond kondigt zich aan. Meteen nadat we geland zijn, maakt een verlangen naar de stilte boven de wolken zich van me meester. Ik wil nog een keer!

Paragliden vanaf de Schilthorn

Wie de Jungfrauregio vanuit de derde dimensie wil ervaren, kan zich melden bij Airtime Paragliding in Lauterbrunnen. De piloten zijn allen zeer ervaren en hebben een passie voor het vliegen door de bergen van het Berner Oberland. Ideale startplaats is de Schilthorn (2970 meter). Dit op een rots gebouwde bastion is eenvoudig te bereiken per kabelbaan vanuit Stechelberg. Je hebt vanaf hier al een prachtig uitzicht op de Alpen en ook het draaiende restaurant is een bezoekje waard. Wie niet durft te vliegen, kan ook naar beneden wandelen. 

Klettersteig op de Schwarzhorn

De Jungfrauregio herbergt 500 kilometer aan gemarkeerde wandelpaden. Van een dorpsrondje door Grindelwald tot een tweedaagse tocht waarbij je overnacht in de berghut Faulhorn. Wie nog net iets meer wil, beklimt de Schwarzhorn via de Klettersteig. Een goede gezondheid en conditie zijn noodzakelijk, wil een van de berggidsen van Grindelwald Sports je meenemen. 

Wild water raften op de Lütschine

Ook aan watersporten geen gebrek in de Jungfrauregio. Er zijn indoor zwembaden, je kan kanoën op het meer bij Interlaken, of je maakt een avontuurlijke canyoningtocht. Wildwaterrafters hebben twee keer per dag de mogelijkheid om met een gids van Alpin Raft de Lütschine af te dalen. Teamwork is vereist, plezier gegarandeert. 

Lees meer