Casanova in Venetië

Giacomo Casanova – ontwikkeld, verfijnd en een liefhebber van alle geneugten des levens – beleefde in zijn jonge jaren allerlei avonturen in zijn geboortestad. Door zijn levensstijl belandde hij in de cel en moest hij later in ballingschap gaan.

Casanova (hiernaast afgebeeld op een jeugdportret) woonde in zijn geboortestad graag festiviteiten bij, zoals de regatta of gondelrace die te zien is op het schilderij van Canaletto uit circa 1740 (geheel rechts)

Foto van Bridgeman/ ACI
Gepubliceerd 18 nov. 2021 10:22 CET

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in National Geographic Historia, Editie 5, 2021.

In de 18de eeuw was Venetië een schatrijke en machtige stad met een rijke geschiedenis. De enige plaats die ermee kon concurreren, zowel op het gebied van vermaak als het geestelijk leven, was Parijs. Er was echter een belangrijk verschil tussen de twee: de Franse hoofdstad bevond zich op het hoogtepunt van haar macht, terwijl Venetië op de rand stond van totale ineenstorting.

In dat Venetië, dat op dat moment aan een zijden draadje hing, werd op 2 april 1725 in de parochie San Samuele iemand geboren die zich door zijn woelige levensloop zou ontwikkelen tot een icoon voor de stad: Giacomo Casanova. Zijn moeder, Zanetta Farussi, was een succesvolle actrice. Ze had verscheidene hooggeplaatste minnaars, onder wie de prins van Wales en de graaf Michele Grimani. Mogelijk was deze laatste de biologische vader van Giacomo, en niet Zanetta’s wettige echtgenoot Gaetano Casanova.

De kleine Giacomo had een zwakke gezondheid. Hij werd opgevoed door zijn grootmoeder, totdat hij naar Padua verhuisde om daar een opleiding klassieke talen te volgen. Op zijn zestiende rondde hij zijn studie rechten af, waarna hij terugkeerde naar Venetië om daar als abt te leven. Voor een jongen van eenvoudige komaf was een loopbaan in de kerk de enige manier om te stijgen op de sociale ladder. Hij werd aangesteld in de parochie San Samuele, waar hij was geboren. 

Het Venetië van de 18de eeuw was een stad van pracht en praal, maar bevond zich in zijn nadagen. De luchtfoto laat op de voorgrond het San Marcoplein en de basiliek van San Marco zien.

Foto van Michele Falzone/AWL Images

Dankzij zijn respectabele positie als geestelijke en zijn kennis van de klassieken – met name de poëzie van de door hem bewonderde Horatius kon hij uit zijn hoofd opzeggen – wist hij toegang te verkrijgen tot de crème de la crème van de aristocratie. Casanova was weliswaar van eenvoudige komaf, maar kreeg al snel te maken met de tegenstellingen van het Venetië van zijn tijd: een stad die zich nog vastklampte aan de oude adel, maar in de praktijk afhankelijk was van de handelsgeest van de bourgeoisie en de arbeiders uit de laagste klasse.

Aristocraten en plebejers

Iets wat Venetië uniek maakte, was dat er een duidelijke verdeling bestond in sociale klassen, maar dat de mensen uit de verschillende klassen onbekommerd met elkaar omgingen. Op straat hadden de edelen, de burgerij en de geestelijken contact met elkaar. De Venetiaanse aristocratie was dol op een praatje. Edelen gingen familiair om met het lagere volk, met wie ze kletsten alsof het gelijken waren. Men kende elkaar, en de kinderen van inwoners uit volkse kringen werden gedoopt door geestelijken uit de hogere klassen. De verschillende lagen van de bevolking genoten van hetzelfde eten: geroosterde vis, gestoofde paling, mul en macaroni – niet de pasta zoals we die nu kennen, maar een variant gemaakt van brood en meel.

Het bauta-kostuum, de Venetiaanse carnavalsdracht, bestond uit een zwarte cape van zijde of fluweel, een capuchon, een hoofddeksel (soms een driekantige steek) en een masker, de volto.

Foto van Pietro Longhi, 1760

Casanova wachtte op zijn kans om de sociale ladder te bestijgen. Al snel trad de rusteloze jongeman uit de geestelijkheid. Hij ging reizen, en trad korte tijd in militaire dienst. Na zijn terugkeer naar Venetië verdiende hij zijn brood als violist in een orkest, een periode waarin hij omgaat met mensen die een dubieuze reputatie hadden. Hij komt een aantal keren in aanraking met justitie. Niets wees erop dat zijn naam tot in lengte van jaren door zou leven, ware het niet dat Casanova iets bijzonders over zich had.

De enige manier om in Venetië op te klimmen in de samenleving was via de aristocratie. Die kans kreeg Casanova wanneer een heer op straat een hartaanval krijgt. Casanova begeleidt de man naar zijn huis en wijkt niet van zijn zijde, zelfs als artsen en vrienden van de man langskomen. Het lot zorgde er op die manier voor dat Casanova bevriend raakt met Matteo Bragadin, een lid van een van de oudste adellijke families van Venetië.

Geadopteerd door een patriciër

Casanova maakt volop gebruik van zijn charmes en slaagt erin voor arts door te gaan – ‘Ik noemde leefregels op en citeerde schrijvers die ik niet had gelezen,’ schreef hij later in zijn autobiografie. Ook oefende hij goocheltrucs die hij had geleerd van zijn grootmoeder, die dol was op hekserij. Zo kwam hij in de gunst van Bragadin en zijn vriendenkring. Ze hingen aan zijn lippen en waren verzot op zijn extravagante numerologische theorieën, die volgens hem waren gebaseerd op de kabbala. Het is typerend voor de 18de eeuw dat rationalisme en een hang naar het occulte naadloos samengingen. Zeker in Venetië was de samenleving op alle niveaus doordrenkt van magie.

Lang voordat hij Bragadin leerde kennen, knoopte Casanova op nog maar veertienjarige leeftijd betrekkingen aan met een ander vooraanstaand lid van de Venetiaanse aristocratie: senator Alvise Gasparo Malipiero. Malipiero was een groot levensgenieter die, ondanks dat hij de zeventig al was gepasseerd, elke avond genoot van het gezelschap van ‘een select groepje dames’. Hij bracht zijn jonge beschermeling de etiquette en galante manieren van de hoogste klasse bij.

Foto van Mark E. Smith/Scala

Bragadin adopteerde Casanova en gaf hem onderdak in zijn eigen huis. Zo werd hij de beschermeling van een van de vroomste en meest gerespecteerde aristocraten van Venetië. Dat gebeurt in 1746. Casanova is dan 21 jaar oud en het leven lacht hem toe. Hij mag Bragadin graag, die zijn rekeningen betaalt en hem toegang verleent tot de salons van de aristocratie. Casanova is inmiddels een knappe en imposante verschijning. Hij voelde zich al thuis onder het volk en bij de clerus, en nu ook bij de edelen.

De stad lijkt weliswaar in de greep van een strikte katholieke moraal, maar niets blijkt minder waar: Venetië verkeert in een fase van volstrekt verval van zeden en moraal. De aristocratische dames zijn bloedmooi, vrolijk en vriendelijk, en dragen diep gedecolleteerde kleding (‘ontdaan van elk mysterie’, aldus een tijdgenoot), en ze gaan getooid met talloze robijnen, diamanten, saffieren en smaragden. Verarmde families huren zelfs juwelen – alles om de schijn op te houden.

In deze samenleving is een man zonder minnares een mislukkeling, en dat geldt ook voor prelaten en kardinalen. Alle edelen hebben piepjonge courtisanes. Ook nonnen leiden een bandeloos leven: een van de grootste liefdes van Casanova is een kloosterzuster. In zijn memoires noemt hij haar M.M., om haar identiteit af te schermen. M.M. heeft zelf ook weer een andere minnaar, een Franse diplomaat die tevens geestelijke is. Casanova organiseert samen met deze man een orgie waar ook een tweede non aan meedoet: zij was eerder ook al Casanova’s minnares geweest.

Elk jaar werd op Hemelvaartsdag het verbond van Venetië met de zee hernieuwd. De doge maakte dan een vaartocht op zijn ceremoniële schip, de Bucentaurus, en de hele stad vierde het ‘huwelijk met de zee’. Canaletto heeft het feest op verscheidene schilderijen vastgelegd.

Foto van Shuterstock

Het promiscue Venetië

Giacomo geniet met volle teugen van dit losbandige Venetië, want hij gelooft dat ‘rijkdom macht heeft over alle stervelingen, zolang ze jong zijn’, en daarvan wil hij maximaal van profiteren. Hij is een frequent theaterbezoeker, maar gaat niet omdat hij zo graag de voorstellingen wil zien, maar eerder om gezien te worden en te netwerken. In de Venetiaanse theaters heerst een absolute wanorde: geregeld moeten acteurs vluchten als het publiek vindt dat een voorstelling tegenvalt.

In de theaters en in heel Venetië legt Casanova zich toe op het breken van harten. Hij probeert nog altijd de grote sprong op de sociale ladder te maken, maar de aristocraten blijven obstakels opwerpen. Ze hebben hem graag in hun buurt omdat hij onderhoudend is, maar net als een nar moet hij wel zijn plaats kennen. ‘Een man geboren in Venetië, van arme familie, zonder kapitaal en zonder adellijke titels,’ zo zou hij zichzelf later omschrijven. Als hij kan kiezen, voelt hij zich nog altijd het meest op zijn gemak bij vrouwen uit het volk, en bij voorkeur richt hij zich op piepjonge meisjes tussen de veertien en achttien jaar oud.

Gelukkig kent Venetië één grote gelijkmaker: het carnaval. Voor de Venetianen is het meer dan een feest, het is een manier van leven. In Casanova’s tijd begon het carnaval in oktober en duurde het minstens vijf maanden. Doordat de straten tijdens de vieringen vol waren met gemaskerde mensen, was niemand herkenbaar – een zegen voor een bedrieger als Casanova. In zijn memoires spelen vermommingen een belangrijke rol: door verkleed te zijn, kon hij zich eenvoudig mengen in ieder gezelschap. Door zijn masker bestond er tussen hem en de aristocraten ineens geen verschil meer.

Het middelpunt van alle festiviteiten was uiteraard het San Marcoplein. Daar werd gedanst, maar er stonden ook geïmproviseerde podia waarop concerten en theaterstukken werden opgevoerd. Er waren worstel- en bokswedstrijden te zien en het wemelde er van de astrologen en kwakzalvers. Daarnaast waren er gruwelijke spektakels: zo werden er onthoofde stieren getoond, en beren die waren vastgeketend aan een paal met een ketting die door een gat in hun gehemelte loopt. En er waren bizarre evenementen, zoals kooigevechten tussen katten en kaalgeschoren boeren die moesten proberen de katten met kopstoten te doden.

Het Teatro de la Fenice werd in 1792 ingewijd. Nadat het San Benedettotheater in 1774 volledig afbrandde, werd dit het belangrijkste operahuis van Venetië.

Foto van Shuterstock

zijn van het allerlaagste allooi en andere zijn heel chic, bijvoorbeeld het huis dat in 1630 werd geopend door de aristocraat Marco Dandolo. Dat huis telt tien of twaalf zeer goedbezochte speelzalen en alleen het meest selecte publiek is welkom. In de hoogste kringen van Venetië is iedereen bevangen door de speelkoorts. Soms vergokt iemand in één enkele sessie zijn hele familiebezit.

Casanova is niet het type dat zich inhoudt als het om dit soort activiteiten gaat. Zijn speelschulden lopen steeds verder uit de hand, en Bragadin kan op een zeker moment in zijn eentje niet langer al Casanova’s rekeningen betalen. Giacomo probeert het ene gat met het andere te dichten: hij leent geld van de een om zijn schuld aan de ander te kunnen afbetalen en weet zijn problemen altijd op te lossen met al dan niet geheel legale transacties.

Kansspellen

Net als veel leeftijdgenoten is Casanova dol op gokken, met desastreuze gevolgen. Er wordt gegokt in de ridotti, of speellokalen. Sommige Kansspelen waren een van de favoriete bezigheden van Venetianen en bezoekers van de stad. Er werd gegokt in speciaal daarvoor aangewezen lokalen: ridotti. Op het olieverfschilderij hier onder van de hand van Francesco Guardi is het ridotto in het Palazzo Dandolo afgebeeld. Door de deuropeningen zien we de speelzalen, al zien we niet precies wat daar gebeurt. De losse speelkaarten die op de grond slingeren, geven het idee dat er onder andere kaartspelen worden gespeeld. Sommige gasten lijken geld in te wisselen voor fiches. In het centrale deel van het tafereel zijn mannen en vrouwen met elkaar in gesprek. De meeste aanwezigen dragen een masker. Sommigen hebben een volledig bauta-kostuum aan (cape, capuchon en een wit masker) nderen alleen een dominomasker. Er zijn ook vrouwen die een zwart, rond moretta-masker dragen. Enkele patriciërs hebben geen masker, maar wel een luxueuze pruik op het hoofd. We herkennen ook drie figuren uit het theater: een kleine Arlecchino of harlekijn (links, spelend met een hond); een Pulcinella, herkenbaar aan zijn puntmuts; en een Colombina (rechts), spelend op een luit. 

Het openbare ridotto in het Palazzo Dandolo, door Francesco Guardi, 1746.

Foto van Ca' Rezzonico

Schandaal en celstraf

Jarenlang gaat Casanova door met dit bandeloze leven. Het aantal vrouwen dat hij het bed in heeft gepraat, loopt in de tientallen. Weliswaar geniet hij bescherming van de kant van Bragadin, maar kennelijk gaat hij toch te ver. Het feit dat de Venetiaanse edelen zo benaderbaar waren, betekent niet dat ze luchtig met hun macht omgingen. Venetië was weliswaar in naam een republiek met de doge als staatshoofd, maar de stadstaat werd in feite bestuurd door een oligarchie met een duistere reputatie: de Raad van Tien. Deze bestond uit tien aristocraten die steeds voor een jaar werden gekozen. De adel had haar economische macht dan wel uit handen gegeven aan de burgerij, maar hield de politieke touwtjes nog altijd stevig in handen.

Deze repressieve regering was intimiderend voor iedereen. Zelfs voor Bragadin, die nota bene zelf een verleden had als inquisiteur. De straffen die werden uitgedeeld door de Raad van Tien konden meedogenloos zijn: een eeuw voor Casanova werden bijvoorbeeld nog drie godslasteraars gestraft door bij hen de tong en de rechterhand af te snijden en hun ogen uit te steken. Moordenaars werden met stokslagen half-dood geslagen en daarna gevierendeeld; homoseksuelen werden onthoofd en vervolgens verbrand; pedofielen werden levend verbrand.

Bragadin waarschuwt zijn beschermeling geregeld dat hij zijn gedrag beter wat kan matigen omdat hij te veel opvalt, maar Casanova neemt dat niet serieus. Hij is tenslotte zelf jurist, en is ervan overtuigd dat hij geen enkele wet overtreedt. Zijn misrekening is echter dat in Venetië niet de wet bepaalt, maar de willekeur van de edelen. En deze plebejer, die zich ophield met de dames uit de aristocratie, had te veel edelen tegen zich in het harnas gejaagd.

Het regeringspaleis van Venetië had drie cellenblokken: op zolder waren de Piombi, vlak onder het loden dak (piombo betekent lood); in de kelder waren de koude en klamme Pozzi (putten), en dan was er ook nog de Nieuwe Gevangenis, waar de omstandigheden beter waren en waar de strafrechters, de zogenoemde Heren van de Nacht, hun werkkamers hadden.

Foto van Shuterstock

Hij is 29 jaar oud als hij op een ochtend zonder enige uitleg wordt opgepakt, de Brug der Zuchten over wordt geleid en wordt opgesloten in de Piombi, de cellen die waren gereserveerd voor gevangenen uit de bovenlaag van de samenleving. Het had nog veel slechter gekund: hij had ook in de Pozzi kunnen belanden. Deze cellen lagen volgens Casanova’s beschrijving net onder zeeniveau, en de ongelukkigen die daar een levenslange straf uitzaten stonden continu tot aan hun knieën in het zoute water. Om elk hapje eten moesten ze vechten met enorme ratten.

Zoals destijds gebruikelijk was, krijgt Casanova de tenlastelegging niet te horen en de duur van zijn straf is pure willekeur. Hij kan zich ook niet verdedigen, want van een rechtszaak is geen sprake. Het enige wat hij te horen krijgt, is dat de autoriteiten bewijs hadden dat hij als hij geld verloor, niet God vervloekte, maar de duivel. Hij werd er ook van beschuldigd alleen op hoogtij-dagen naar de mis te gaan, en er zouden aanwijzingen zijn dat hij vrijmetselaar was. 

Casanova is razend: ‘In mij brandde het verlangen om wraak te nemen. Ik zag al voor me hoe ik het volk zou aanvoeren om de bestuurders uit te roeien en de edelen af te slachten,’ schrijft hij in zijn memoires. Maar na een tijdje komt hij weer bij zinnen. Hij bereidt een spectaculaire ontsnapping voor, die vijftien maanden later werkelijkheid wordt. Hij weet een gat in het plafond van zijn cel te maken, klimt het dak van de gevangenis op, en kan het pand kalmpjes door de voordeur verlaten.

In het kasteel van Dux in Bohemen (tegenwoordig Duchcov in Tsjechië), waar Casanova als bibliothecaris werkte, besloot hij zijn memoires op schrift te stellen als medicijn tegen de depressie. ‘Als ik niet slaap, droom ik, en als ik het dromen moe ben, klieder ik op papier.’ Hij werkte tien à twaalf uur op een dag, en schreef meer dan vierduizend bladzijden van De geschiedenis van mijn leven. Desondanks bleef het boek onvoltooid.

Foto van Bridgeman/ACI

Verbanning en neergang

Na zijn vlucht brengt Casanova achttien jaar buiten Venetië door. Hij zet zijn avontuurlijke leven vol bedrog en affaires voort. Maar naarmate hij ouder wordt (een gruwelijke straf voor iemand als hij, die altijd jong wilde blijven) krijgt hij steeds meer last van heimwee. Als hij bijna vijftig is, krijgt hij toestemming om terug te keren. Hij is dan een heel ander mens geworden. Bragadin is in de tussentijd overleden, zonder dat Casanova de kans heeft gehad afscheid te nemen van zijn beschermheer. Seks vervult niet meer zo’n grote rol in het leven van de middelbare Casanova. Hij neemt het aanbod aan om informant te worden voor de inquisitie, het orgaan dat hem decennia eerder in de cel gooide. Alles om maar in Venetië te kunnen blijven.

Maar ook Venetië is in de tussenliggende jaren veranderd, en de stad valt hem zwaar tegen. Het is niet meer de stad waar altijd feesten en partijen zijn en waar het carnaval maanden duurt. Toch is Casanova bang dat hij wederom in ongenade zal vallen en nogmaals wordt verjaagd uit zijn geliefde stad. Hij wil in Venetië sterven.

Zijn vrees wordt bewaarheid. Ook al leidt hij nu een veel rustiger leven, hij blijft een man met trots. Hij heeft een woordenwisseling met een edelman en als gevolg daarvan moet hij wederom in ballingschap gaan. Ook hier geldt: een plebejer mag zich niet laten gaan tegenover de onaantastbare adel. Casanova brengt zijn laatste jaren door in een kasteel in Bohemen. Daar schrijft hij zijn memoires, een manier om zijn jeugd te herbeleven. ‘Ik heb nog altijd een ijzeren gestel, en als ik niet te oud was, zou ik graag nog wat dingen doen om mijn gezondheid te ruïneren,’ schrijft hij, met zijn kenmerkende luchthartige en ironische stijl.

In 1798 overlijdt hij, een jaar nadat Napoleon een einde maakt aan de vrijheden van het door de geschiedenis achterhaalde Venetië.

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in National Geographic Historia, Editie 5, 2021.

Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Geschiedenis en Cultuur
Een pandemie in de tijd van Achnaton
Geschiedenis en Cultuur
Scherven van verlies
Geschiedenis en Cultuur
Vampiers, een speling der natuur?
Geschiedenis en Cultuur
Savonarola
Geschiedenis en Cultuur
Lakshmibai, oorlogskoningin van India

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.