De wereld volgens Witte

Ontdek de mooiste dagtocht van Nieuw-Zeeland

Vreemde maanlandschappen, stomende bronnen, rode kraters en uitzichten over de iconische Emerald Lakes. Reisjournalist Veerle Witte loopt een van de mooiste wandeltochten in Nieuw-Zeeland. Dit is 'De wereld volgens Witte!' vrijdag, 16 maart 2018

Door Veerle Witte
Foto's Van Robin Visser

Mijn benen trillen en onderrug doet zeer bij iedere stap. Wáár blijft die parkeerplaats, die het einde van de hike markeert? Maar, pijn of geen pijn, het was iedere stap waard.

Het is nog donker als ik mijn eerste stappen zet op de zogenaamde finest one day walk in New Zealand: de Tongariro Alpine Crossing, een wandeling van 19,4 kilometer door een kleurrijk vulkanisch berglandschap. Aangezien het niet alleen de mooiste dagtocht van het land is, maar ook een van de populairste, start ik om 6:15 uur. Een board walk voert me langs een stroompje door een vallei vol overgroeide lavavelden. Voor me liggen drie vulkanische giganten die het hart van dit oudste nationale park van Nieuw-Zeeland vormen: Tongariro, Ngauruhoe and Ruapehu.

Langzaam nader ik Soda Springs, waar de tweede, en zwaarste, etappe van de wandeling begint. ‘STOP’, lees ik op een blauw bord. ‘Ben je echt voorbereid op deze alpine crossing track?’ Om antwoord daarop te geven kan je jezelf drie vragen stellen:

1) Is het weer ok?
2) Heb je de juiste uitrusting en kleding bij?
3) Ben je fit genoeg?

Als je een van deze vragen met nee beantwoordt, moet je serieus overwegen om terug te keren, staat er. Ik ga verder en start aan de duivelstrap naar de South Crater: een steile stijging van 1400 naar 1600 meter. De dag is zo helder dat ik de vulkaan Mount Taranaki aan de westkust zie liggen in de verte. Ik loop door de weidse krater met de 2291 meter hoge Ngauruhoe aan mijn zijde. Deze beroemde vulkaan werd gebruikt als filmlocatie in de trilogie Lord of the Rings als Mount Doom. Over een bergkam klim ik verder naar het letterlijke hoogtepunt van de wandeltocht: de Red Crater, op 1900 meter boven de zeespiegel. Inmiddels sta ik achthonderd meter hoger dan waar ik drie uur en acht kilometer geleden begon.

Ik veeg het zweet van mijn voorhoofd en kijk om me heen. Stoompluimen komen uit de bruinrode krater, terwijl de heldere groenblauwe meren waar Tongariro zo beroemd om is zich voor me ontvouwen: de Emerald Lakes. Links van me loopt een oude verharde lavastroom. Ik glij voorzichtig omlaag over een helling van vulkanisch puin. Een misstap en je rolt zo de diepte in.

Langzaam kom ik dichterbij de meren. De kleuren, variërend van mintgroen tot diepblauw en veroorzaakt door mineralen die uit de omringende rotsen lekken, zijn zo helder. Ik moet mijn mouw voor mijn neus houden terwijl ik uitkijk over het waanzinnige landschap vanwege de sterke zwavellucht. De tocht loopt verder door de Central Crater naar Blue Lake, een koud, zuur meer dat heilig is volgens de Maori.

Dan zet ik de afdaling in, van 1900 meter terug naar 1100 meter via de andere zijde van het nationale park. Een eitje, denk ik. Nu alleen nog maar dalen. Hoe kan ik me hier toch altijd weer zo in vergissen? Terwijl het kale vulkanische berglandschap plaatsmaakt voor weelderige groene bossen, begint mijn lichaam steeds harder tegen te werken. Ik zig-zag omlaag, in de verte ligt Lake Taupo: een 600 km2 groot kratermeer in het centrum van het Noordereiland. Het laatste uur voert door dicht regenwoud. In zeven uur tijd heb ik zo'n beetje alles voorbij zien komen: heide, lavavelden, meren, vulkanen en tropische bossen. Afzien of niet, de Tongariro Alpine Crossing heeft zijn bijnaam zeker verdiend. 

Veerle Witte is de digital nomad van National Geographic Traveler. Tijdens haar wereldreis,  publiceert zij iedere zaterdag een nieuw verhaal over haar avonturen in de rubriek ‘De wereld volgens Witte’. Waar is zij nu? Volg haar reis op de voet via Instagram, waar je ook vragen en tips kan sturen.