Een statief in de lucht

De dronebeelden van natuurfotograaf Theo Bosboom boven Noord-Europa geven blijk van wonderlijke geologische processen en subtiele landschappelijke schoonheid.

Gepubliceerd 22 feb. 2021 10:51 CET
NOORWEGEN | In het noorden van Noorwegen liet Bosboom zijn drone los boven Marmorslottet (‘marmerpaleis’), een ...

NOORWEGEN | In het noorden van Noorwegen liet Bosboom zijn drone los boven Marmorslottet (‘marmerpaleis’), een kleine kloof met prachtige rotsformaties die in vele duizenden jaren tijd zijn gevormd door de Glomågarivier.

Foto van Theo Bosboom

Dit artikel verscheen in de 2e editie van National Geographic Magazine 2021.

In 2013 verruilde ik mijn baan als jurist voor een carrière als fulltime fotograaf. Sindsdien ben ik erachter gekomen dat ik anders naar de natuur kijk dan veel andere fotografen die ik ken. Ik ga graag op zoek naar nieuwe perspectieven om een landschap in beeld te brengen en heb daarbij een voorkeur voor wat abstractere, grafische foto’s. Waar de blik van veel van mijn collega’s als vanzelf naar de lucht gaat – speurend naar fraaie wolkenpartijen, groepen vogels of een dramatische zonsondergang –, zijn mijn ogen meestal gericht op de grond. Ik ga op zoek naar patronen en lijnen in het landschap, naar opvallende details, naar ritme.

Een bewuste keuze of strategie is dit niet, het is een intuïtief proces, het gaat altijd min of meer vanzelf. Ik vind dit soort beelden eenvoudigweg spannender en mooier, zoals ik kunstschilders als Picasso, Pollock en Rothko verkies boven schilders die veel dichter bij de werkelijkheid blijven. Ook kan ik er bij het fotograferen beter mijn gevoel in kwijt, waardoor mijn werk persoonlijker wordt. Het geeft me voldoening als ik de chaos die ik soms aantref in de natuur op een goede manier kan ordenen, zodat er een harmonieus en esthetisch beeld ontstaat.

De weg die ik hiermee kies is niet altijd de eenvoudigste. Weidse landschappen die zijn gefotografeerd in spectaculair licht doen het bij het grote publiek veel beter dan de wat meer intieme, ingetogen landschappelijke details. Toch denk ik dat mijn aanpak me als fotograaf ook een aantal voordelen biedt. De wat abstractere beelden laten meer over aan de fantasie van de kijker. Daarnaast kun je mensen met dit soort beelden gemakkelijker verrassen en daarmee ook raken. En dat is wat je uiteindelijk wilt als fotograaf.

De laatste jaren kijk ik ook steeds meer naar het verhaal dat foto’s kunnen vertellen over het landschap. De details in dat landschap geven informatie prijs over universele natuurlijke processen. Op welke wijze vindt water bijvoorbeeld zijn weg? Patronen die op een stukje zandstrand worden achtergelaten door een terugtrekkende golf zien er ongeveer net zo uit als een enorme rivierdelta die vanuit de lucht is gefotografeerd. Ik vind dat bijzonder fascinerend. Ook de eroderende kracht van water is vaak goed terug te zien in het landschap, als je er eenmaal oog voor hebt. Zo vind je bij een rotsachtige kust aan de vloedlijn vaak kleine gladde keitjes; hogerop liggen de grotere, minder gepolijste rotsblokken, die veel minder vaak door het zeewater worden bereikt.

Met mijn naar beneden gerichte blik was het gebruik van een drone natuurlijk enorm verleidelijk. Ik heb me echter lange tijd knarsetandend verzet tegen die irritant zoemende machientjes die te pas en te onpas door de lucht vlogen op plekken in de natuur waar ik me toevallig ook bevond en daar ernstig mijn rust en mijn natuurbeleving verstoorden. Soms vlogen ze dwars door mijn beeld wanneer ik foto’s of video’s aan het maken was, gewoon ouderwets met een normale camera vanaf een statief. Buitengewoon vervelend! Anderzijds realiseerde ik me algauw dat hier niets minder dan een revolutie in de fotografie gaande was. Drones maken het nu voor iedere fotograaf mogelijk om vanuit de lucht te fotograferen. En dat niet alleen, je kunt het vliegtuigje ook nog zelf nauwkeurig besturen en op plekken komen die voor grote vliegtuigen en helikopters onbereikbaar zijn.

Uiteindelijk ben ik gezwicht voor de verleiding en heb ik ook een drone aangeschaft, waarbij ik mezelf heilig heb voorgenomen om hem alleen te gebruiken als er geen andere mensen in de buurt zijn. Hij weegt maar een kilo en je kunt hem tot een klein pakketje samenvouwen en in je fototas als accessoire meenemen. Dat betekent dat ik hem ook daadwerkelijk vaak bij me heb.

Ik heb er geen seconde spijt van gehad. Het voelt alsof ik een paar extra ogen erbij heb gekregen, die me in staat stellen om dingen te zien én te fotograferen die vóór die tijd altijd verborgen waren gebleven. En daarmee kan ik mijn publiek ook een frisse blik op het landschap tonen en hen verrassen met nieuwe invalshoeken.

ZWEDEN | De herfst in Zweeds Lapland is kort maar intens. Het kleurenspel vindt meestal zijn hoogtepunt rond half september. Bosboom schoot dit beeld langs de weg van Kiruna naar Abisko, ruimschoots boven de poolcirkel.

Foto van Theo Bosboom

De serie waarvan deze dronefoto's deel uitmaken, is gemaakt in Europa, overwegend in Noord-Europa, tussen 2018 en de herfst van 2020. De vlieghoogte varieert van 120 meter tot slechts tien meter boven de grond. Vaak gaat het om ruige plekken en woeste natuur, zoals uitgestrekte stranden, steile kliffen en moeilijk toegankelijke kloven of berglandschappen. In een aantal gevallen heb ik bewust ook menselijke elementen – een voetbalveld, huizen, wegen – in het beeld opgenomen, met als doel te laten zien hoe goed die soms opgaan in het landschap of om een gevoel voor schaal te geven.

Ik fungeer graag als onbenoemd ambassadeur van de natuur wat dichter bij huis. Hoewel ik me sterk aangetrokken voel tot de ongerepte landschappen in verre bestemmingen als Patagonië, Alaska, Tasmanië en Afrika, heb ik een paar jaar geleden besloten me als fotograaf volledig te richten op Europa. Ik denk dat veel mensen hier zich onvoldoende realiseren dat Europa niet alleen een rijke cultuur, maar ook een ruige en gevarieerde natuur heeft. Ook voor mijzelf is reizen door Europa vaak nog een ontdekkingstocht. De afgelopen jaren heb ik bij mijn projecten prachtige gebieden ontdekt waarvan ik tot voor kort zelfs nog nooit had gehoord.

Een bijkomend voordeel van mijn keuze voor Europa is dat ik veel minder ver of helemaal niet hoef te vliegen om op mijn bestemming te komen en daardoor het milieu duidelijk minder belast dan wanneer ik de hele wereld als mijn werkterrein zou beschouwen. Hoewel ik altijd de CO2-uitstoot van mijn vluchten compenseer, voelt het nooit helemaal goed om te vliegen en probeer ik het zo veel mogelijk te beperken. Ik hoop dat ik mensen met mijn beelden kan verleiden om ook in Europa te blijven en het continent verder te ontdekken. Het maken van dronefoto’s is voor mij geen doel op zich, de foto’s vormen een onderdeel van bredere projecten waarbij ik mijn visie ‘Het voelt alsof ik een paar extra ogen erbij heb gekregen, die me in staat stellen om dingen te zien én te fotograferen die vóór die tijd altijd verborgen waren bleven.’ Theo Bosboom (1969) bracht in het Magazine eerder onder meer een ode aan waterjuffers (07-2017) en de regen (09-2017). Onlangs richtte hij de stichting Oog op de natuur op (pag. 138), die beurzen verstrekt voor fotografieprojecten over de natuur en de relatie mens-natuur. op het landschap geef. De laatste jaren kijk ik zoals gezegd steeds meer naar geologische processen in het landschap. Een voorbeeld daarvan vormt mijn fotoboek Shaped by the Sea over de Atlantische kust in Europa, waarin ik wil laten zien hoe de zee het landschap vormt. De dronebeelden zijn hiervoor zeer geschikt, omdat je vanuit de lucht goed de grote lijnen in het landschap kunt laten zien en een beter beeld krijgt van de eroderende krachten die continu aan het werk zijn.

Ook in mijn nieuwe project over canyons in Europa, waaraan ik nu werk, heeft de drone al uitstekende diensten bewezen. Zo kan ik bijvoorbeeld met luchtbeelden mooi laten zien hoe rivieren zich in de loop van vele eeuwen een weg door de rotsen hebben gebaand – iets wat vanaf de grond heel lastig in beeld is te brengen.

De inzet van een drone betekent soms ook het verschil tussen wel of geen foto’s van een bepaald gebied. Vorige winter was ik op IJsland om een spectaculaire, recent ontdekte canyon te fotograferen. Toen ik daar na een moeizame autorit aankwam, was me al snel duidelijk dat afdalen in het ravijn levensgevaarlijk zou zijn, omdat de steile paden volledig verijsd waren. Zelfs met stijgijzers en een pickel zou het een hachelijke onderneming zijn, zeker omdat ik er alleen was. Uiteindelijk ben ik naar een veilige heuveltop gelopen en heb ik met de drone talloze foto’s boven en in de canyon gemaakt. Natuurlijk mis je dan wel een beetje de eigen beleving, maar de unieke beelden van maagdelijke sneeuwlandschappen met basaltzuilen – ook andere mensen konden immers niet in de canyon komen – maken veel goed. Ook de foto’s van de winterse Dettifoss-waterval (zie p. 66-67) zou ik zonder een drone nooit hebben kunnen maken.

De grootste uitdaging voor de dronefotograaf – naast het in de lucht houden en veilig laten terugkeren van het toestel, wat me aanvankelijk de nodige moeite kostte – is de compositie. Mijn drone heeft een vaste groothoeklens van 28 millimeter, waarmee je niet kunt in- of uitzoomen. Dit betekent dat je hoger of lager moet gaan vliegen als je meer of juist minder van het landschap in je beeld wilt opnemen. Als de drone hoog in de lucht hangt, kan het landschap zo weids worden dat het saai wordt. Het is dus de kunst interessante invalshoeken te vinden en op zoek te gaan naar patronen en lijnen. Soms moet je daarvoor gewoon wat lager gaan vliegen. De bekende Amerikaanse landschapsfotograaf Ansel Adams zei ooit: ‘A good photographer knows where to stand.’ Anno 2021 kan daaraan worden toegevoegd: ‘... or where to fly’.

Als je gevoel hebt voor de juiste plek en invalshoek, is de rest uiteindelijk niet meer zo moeilijk. De drones van nu zijn namelijk zo goed en stabiel dat je echt kunt spreken van een statief in de lucht. Een deel van de opnamen in deze serie is gemaakt met langere sluitertijden, tot wel één seconde. Je gebruikt dan een grijsfilter om de sluitertijd te vertragen. Uiteraard moet het dan niet te hard waaien. Bij een van mijn eerste dronevluchten maakte ik de fout om te gaan vliegen bij windkracht vijf aan de kust en om dan ook nog te starten met wind mee. Het was een worsteling voor de drone en voor mij om hem tegen de wind weer veilig terug te krijgen voordat de accu leeg was en hij in zee zou storten.

Theo Bosboom (1969) bracht in het Magazine eerder onder meer een ode aan waterjuffers (07-2017) en de regen (09-2017). Onlangs richtte hij de stichting Oog op de natuur op (pag. 138), die beurzen verstrekt voor fotografieprojecten over de natuur en de relatie mens-natuur.

Dit artikel verscheen in de 2e editie van National Geographic Magazine 2021.

Ook op tv is Europa in al zijn glorie vanuit de lucht te zien. In het tweede seizoen van Europe from Above leggen drones boven onder meer Turkije, Finland, Griekenland, Duitsland en Frankrijk culturele en geografische hoogtepunten vast. Vanaf 22 februari elke maandag om 22.00 uur te zien op National Geographic.

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.