Nu de Olympische Winterspelen zijn begonnen, strijden in Italië duizenden atleten uit 93 landen om de medailles. Hoe anders was dat ruim honderd jaar geleden. In 1924 vonden in het Franse Chamonix de allereerste Winterspelen plaats: zestien landen, zes sporten en nauwelijks veiligheidsmaatregelen. Het voorzichtige en soms zelfs gevaarlijke experiment van toen staat in schril contrast bij hoe strak het sportevenement nu is georganiseerd. Toch gold die eerste editie direct als een succes. Zo zagen die eerste Winterspelen eruit.

Wintersport krijgt een eigen podium

Hoewel de moderne Olympische Zomerspelen al sinds 1896 werden gehouden, duurde het tot ver in de twintigste eeuw voordat wintersporters een eigen evenement kregen. Onderdelen als kunstschaatsen en ijshockey waren al eens opgenomen in de Zomerspelen, maar in 1921 besloot het Internationaal Olympisch Comité (IOC) dat wintersporten een afzonderlijk podium verdienden.

10,000 meter schaatsen op de olympische spelen
DE AGOSTINI PICTURE LIBRARY//Getty Images
De start van de tien kilometer meter schaatsen tijdens de Olympische Winterspelen van 1924.
drie schaatsers staan klaar voor training in een besneeuwd landschap
Topical Press Agency//Getty Images
Britse schaatsers trainen in Chamonix ter voorbereiding op de Winterspelen. In tegenstelling tot vandaag trainden veel schaatsers in 1924 niet in sportkleding, maar in wollen winterjassen.

Tijdens een congres in Lausanne werd Frankrijk aangewezen om een internationale wintersportweek te organiseren, gelijktijdig met de Zomerspelen van 1924 in Parijs. Die Semaine des Sports d’Hiver vond plaats in Chamonix, aan de voet van de Mont Blanc. Het succes was zo groot dat het evenement later officieel werd erkend als de eerste Olympische Winterspelen.

De overzichtelijke eerste Winterspelen

Het huidige Olympische winterprogramma omvat meer dan honderd onderdelen, maar in 1924 was alles nog overzichtelijk. Er stonden zes sporten op het programma, verdeeld over zestien onderdelen. Langlaufen, schansspringen, bobsleeën, kunstschaatsen en ijshockey vormden de kern van het evenement.

kunstschaatssters op het ijs
Topical Press Agency//Getty Images
Kunstschaatssters op het ijs van Chamonix, Frankrijk. Van links naar rechts: Herma Planck-Szabo (Hongarije), Ethel Muckelt (Groot-Brittannië) en Beatrix Loughran (VS).

Op de schaatsbaan werden afstanden gereden die ook nu nog bekend zijn, zoals de 500, 1500 en 5000 meter. Opvallend genoeg ontbrak Nederland. Finland was juist succesvol en behaalde vier gouden medailles op het ijs.

Ook kunstschaatsen was een geliefd onderdeel, nadat het eerder tijdens de Zomerspelen werd georganiseerd. De Zweed Gillis Grafström schreef geschiedenis door als eerste kunstschaatser zijn Olympische titel te prolongeren – een prestatie die pas decennia later opnieuw zou worden geleverd.

Een medaille die vijftig jaar onderweg was

Waar Nederland ontbrak, was België wel vertegenwoordigd. Het Belgische bobsleeteam behaalde brons bij een sport die toen nog relatief nieuw en uitgesproken riskant was. De natuurlijke bobsleebaan in Chamonix was 1370 meter lang en berucht: drie van de negen teams crashten tijdens hun afdaling.

een groep van vier bobsleeërs
Bibliothèque nationale de France
Zowel de kleding, de slee als de baan maakten bobsleeën in 1924 aanzienlijk risicovoller dan vandaag.
een groep bobsleeërs met daarom heen een enthousiaste menigte
Bibliothèque nationale de France
Het Zwitserse bobslee team veroverde de gouden medaille.

Ook het schansspringen leverde een opmerkelijk verhaal op. De Noor Jacob Tullin Thams won goud met een sprong van 49 meter, maar bij het toekennen van het brons ging het mis: pas vijftig jaar later, in 1974, werd ontdekt dat bij de puntentelling een rekenfout was gemaakt.

een skischans springer hangt in de lucht
Bibliothèque nationale de France
Schansspringen in 1924 vroeg om veel lef.
een schansspringer met een decor van witte bergen
Bibliothèque nationale de France
De Alpen vormden een prachtig decor voor de atleten.

De nummer vier, de Amerikaan Anders Haugen, bleek recht te hebben op de bronzen medaille. De oorspronkelijke nummer drie, Thorleif Haug, was toen al overleden. Zijn dochter overhandigde de medaille alsnog aan Haugen, die inmiddels 86 jaar oud was. Pas na enige aarzeling nam hij de onderscheiding in ontvangst.

Het begin van een Olympische traditie

Bij het ijshockey was Canada oppermachtig. De uitslagen uit 1924 zijn vanuit hedendaags perspectief nauwelijks voorstelbaar: 30-0 tegen Tsjecho-Slowakije, 22-0 tegen Zweden en 33-0 tegen Zwitserland. In de finale versloegen de Canadezen de Verenigde Staten met 6-1. Speler Harry Watson sloot het toernooi af met 38 doelpunten.

olympische ijshockeyers
Topical Press Agency//Getty Images
Geen enkel team bleek opgewassen tegen de Canadese ijshockeyers, die hier de finale tegen de Verenigde Staten spelen.
het ijshockey team van canada op het ijs
Topical Press Agency//Getty Images
De gouden medaille van Canada was allesbehalve geflatteerd: het uiteindelijke doelsaldo bedroeg 110 voor en slechts drie tegen.

Na afloop van de Spelen was Noorwegen de succesvolste deelnemer met zeventien medailles. Voor het Internationaal Olympisch Comité was de conclusie helder: dit evenement verdiende een vervolg. Vanaf dat moment werden de Olympische Winterspelen elke vier jaar georganiseerd, los van de Zomerspelen.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!