Toen 66 miljoen jaar geleden een grote asteroïde de aarde trof, delfden de dinosauriërs het onderspit – maar niet allemaal.

Vogels, dinosauriërs met veren die al sinds de jura floreerden, overleefden de inslag. En met het afzwaaien van een groot deel van hun natuurlijke vijanden, werden zij plots zelf haantje de voorste. Een deel van hen ontwikkelde zich tot de toppredatoren van hun tijdperk.

Tussen 53 miljoen en 18.000 jaar geleden beslopen de zogenoemde schrikvogels de uitgestrekte graslanden van Zuid-Amerika. Phorusrhacidae vlogen niet, maar achtervolgden hun prooi te voet om ze vervolgens met hun lange, kromme snavels te verorberen. De dieren konden een lengte van wel drie meter bereiken.

Pootafdruk ontdekt

Nu zijn er pootafdrukken ontdekt die duidelijkheid verschaffen over hoe de schrikvogel zijn prooi precies aan de haak sloeg. Het is voor het eerst dat met zekerheid kan worden vastgesteld dat het sporen van een schrikvogel betreft, zo schrijven hoofdonderzoeker Ricardo Melchor en zijn collega’s in een artikel in wetenschappelijk tijdschrift Scientific Reports.

De zes miljoen jaar oude afdrukken, die werden ontdekt aan de Atlantische kust van Patagonië (Argentinië), duiden erop dat sommige van deze gigantische vogels hun prooi met hun achterpoten onderuit schopten en in de houdgreep hielden, zoals bijvoorbeeld Velociraptor dat ook deed.

Rennen op twee of drie tenen

Tot op heden wisten paleontologen niet of schrikvogels op drie of op twee tenen liepen. De nieuwe pootafdrukken wijzen uit dat het dier dat ze achterliet op twee tenen balanceerde. Dat wekt de indruk dat de vogels hun derde teen gebruikten om prooien vast te pinnen, aldus fossiele spoorexpert Lisa Buckley, die niet aan het onderzoek meewerkte.

Ook struisvogels lopen en rennen op twee van hun drie tenen, en niet-vliegende dinosaurussen zoals Velocirapor en Deinonychus eveneens. Hun derde teen hielden ze van de grond om hun klauw scherp en ongeschonden voor de aanval in te kunnen zetten.

Deze houding maakt het bovendien aannemelijk dat schrikvogels snelle lopers waren. Net als struisvogels hadden ze korte dijbenen met langwerpige botten in het onderbeen en de voet. Die combinatie zorgt voor een kortere hersteltijd van elke afzonderlijke beweging in de loopcyclus. Daardoor kon de schrikvogel grotere stappen zetten.

Wat aten schrikvogels?

De nieuwe vondst werpt nieuw licht op hoe de schrikvogel zich staande hield – letterlijk en figuurlijk. ‘Als we het over grote, uitgestorven, vleesetende beesten hebben, hebben wij mensen vaak de neiging ze als woeste roofdieren af te schilderen, die hun prooi met bek of snavel verscheurden,’ zegt Buckley.

Maar waarschijnlijker is dat de schrikvogel het van kleinere prooidieren moest hebben, ter grootte van een knaagdier. ‘En ik denk niet dat het dier daarvoor zijn snavel gebruikte. Hij gooide gewoon zijn klauwen in de strijd.’

een illustratie van de rechterpoot van de schrikvogel
H. SANTIAGO DRUETTA
Dit is hoe de rechterpoot van de schrikvogel er mogelijk uit heeft gezien. De penillustratie is gebaseerd op de voetafdruk van schrikvogel Rionegrina pozosaladensis.