Wie ‘abracadabra’ hoort, weet dat er iets magisch moet zijn gebeurd, of op zijn minst een goocheltruc moet hebben plaatsgevonden. Het opvallende woord is een bijna universeel symbool geworden van het onmogelijke. En die kreet kent een opvallend lange geschiedenis.

Wat betekent abracadabra?

Er bestaan verschillende theorieën over de herkomst van de term. Een daarvan is dat abracadabra afstamt van de Hebreeuwse spreuk ‘ebrah k’dabri’, wat betekent ‘ik creëer terwijl ik spreek’. Anderen denken dat het woord is afgeleid van ‘avra gavra’, een Aramese frase die kan worden vertaald als ‘ik zal de mens creëren’ – de woorden die God zou hebben gesproken op de zesde dag van de schepping.

Historicus Don Skemer vermoedt dat abracadabra afkomstig is van de Hebreeuwse woorden ‘ha brachah dabarah’. Dit betekent ‘naam van de gezegende’ en werd beschouwd als een magische naam. ‘Goddelijke namen waren een belangrijke bron van bovennatuurlijke krachten die zouden beschermen en genezen. Dat zie je terug in de magie die werd bedreven in de Oudheid, de Middeleeuwen en de moderne tijd,’ zegt hij. ‘Namen uit het Hebreeuws werden serieus genomen omdat het Hebreeuws de taal was van God en de Schepping.’

De geschiedenis van een magische kreet

Abracadabra duikt ruim 1800 jaar geleden voor het eerst op in de geschriften van Quintus Serenus Sammonicus als een remedie voor koorts. Serenus was een leermeester voor de Romeinse keizers Geta en Caracalla in hun kindertijd, en door zijn welvarende afkomst had hij veel aanzien.

In de tweede eeuw n.C. schreef Serenus in zijn boek Liber Medicinalis (‘Boek van Medicijnen’) het advies om een amulet te maken van perkament met het magische woord erop, en dit rond de nek te hangen van iemand met koorts. Het woord zou in regels onder elkaar worden herhaald, maar dan steeds met een letter minder waardoor het de vorm kreeg van een omgekeerde driehoek, zoals op de afbeelding bovenaan. Zoals het woord na elf regels geen letters meer had, zou volgens Serenus ook de koorts verdwijnen.

Eeuwenlang werd abracadabra gezien als magisch middel tegen ziekte. In een zestiende-eeuws manuscript uit Italië is een versie van de spreuk opgenomen voor een amulet dat koorts zou voorkomen. De Engelse schrijver Daniel Defoe schreef in zijn pestkroniek A journal of the Plague Year dat het woord ook in de zeventiende eeuw in Londen werd gebruikt in de hoop infectie te voorkomen. ‘Alsof de plaag niet het werk van God was, maar een soort kwade geest die kon worden weggehouden met kruisjes, sterrenbeelden of papiertjes met knopen erin waarop bepaalde woorden of figuren stonden geschreven. En dan met name het woord abracadabra, gevormd in een driehoek of piramide.’

In de eeuwen daarop nam het gebruik van het woord als remedie af. De kracht van abracadabra zit volgens Elyse Graham, taalhistoricus aan Stone Brook University (VS), tegenwoordig meer in het onbekende. ‘Een magisch woord geeft macht aan de magiër, omdat buitenstaanders niet weten wat het betekent.’ Het woord klinkt geheimzinnig, en datis dus precies de bedoeling, zegt ze: ‘Als het woord niet iets mysterieus had, dan was het minder magisch.’