Dit weekend beginnen de Olympische Winterspelen van Milaan-Cortina. Zeven decennia geleden was het Italiaanse bergdorp ook al gastheer van de Spelen – tijdens een editie die nauwelijks te vergelijken is met het mondiale sportevenement dat nu van start gaat.
Op 3 januari 1956 kopt Nieuwsblad van het Noorden: ‘Olympische Spelen plechtig geopend in Cortina’. Vanuit 32 landen kijken toeschouwers naar de openingsceremonie in het wintersportoord. Het zou een Spelen worden met primeurs en historische momenten, maar de start verloopt niet vlekkeloos.
Een struikelende fakkeldrager
De Italiaanse schaatser Guido Caroli neemt in 1956 voor de derde keer deel aan de Olympische Winterspelen. In zijn thuisland krijgt hij een eervolle taak: als fakkeldrager schaatst hij met het Olympisch vuur het stadion binnen.
Met de ogen van de Italiaanse president Giovanni Gronchi en ruim duizend toeschouwers op zich gericht, struikelt Caroli over een microfoonkabel en gaat onderuit. Het vuur blijft branden en even later worden de Winterspelen van 1956 alsnog officieel geopend – met een kleine, maar gedenkwaardige misstap.
Een primeur voor vrouwen
Niet iedereen kijkt met gemengde gevoelens terug op de openingsceremonie. Alpineskiër Giuliana Minuzzo schrijft die dag geschiedenis als eerste vrouw ooit die de Olympische eed aflegt.
Toch is de positie van vrouwen op de Spelen van 1956 nog beperkt. Van de 821 deelnemende atleten zijn er slechts 134 vrouw. Nederland stuurt acht sporters naar Cortina, onder wie twee vrouwen: kunstschaatsers Sjoukje Dijkstra en Joan Haanappel, die beiden hun Olympische debuut maken. Namens België doen alleen vier mannelijke atleten mee.
Geen Nederlandse en Belgische schaatsmedailles
Dijkstra en Haanappel zijn in 1956 nog tieners en eindigen niet op het podium. Later volgen alsnog grote successen: Dijkstra wint Olympisch zilver in 1960 en goud in 1964. In Cortina zelf blijft het Nederlandse team echter met lege handen achter. Geen enkele Nederlandse atleet weet een medaille te veroveren.
Leestip: Van Olympia tot Milaan-Cortina: hoe de Winterspelen een eigen podium kregen
Het dichtst bij het podium komen Kees Broekman en Wim de Graaff, die op de 5000 meter een gedeelde vierde plaats behalen. Ook België kent weinig succes. De vier atleten die afreizen naar Italië keren zonder eremetaal terug.
De opkomst van een nieuwe sportmacht
Eén land domineert de Spelen van 1956 opvallend: de Sovjet-Unie. Het is de eerste deelname van het land aan de Olympische Winterspelen, en direct eindigt het team bovenaan de medaillespiegel.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
De Sovjets winnen zeven gouden medailles, onder meer bij het langlaufen, schaatsen en ijshockey. Vooral de ijshockeyzege op Canada zorgt internationaal voor verbazing.
Cortina 1956 versus 2026
De Winterspelen keren nu terug naar Cortina, dit keer als onderdeel van Milaan-Cortina 2026. Maar het evenement is onherkenbaar veranderd. In 1956 werden de Spelen voor het eerst via Eurovisie uitgezonden, waardoor miljoenen Europeanen konden meekijken. In 2026 volgen fans de wedstrijden niet alleen op televisie, maar ook continu via sociale media en livestreams.
Ook de schaal is totaal anders. Waar in 1956 nog 821 atleten uit 32 landen meededen, reizen dit jaar meer dan 3500 sporters uit 93 landen af naar Italië. Nederland en België sturen aanzienlijk grotere teams en hopen dit keer wél op Olympisch goud.
De Spelen van 1956 laten zien hoe ingrijpend de Olympische Winterspelen in zeventig jaar zijn veranderd – sportief, technologisch en maatschappelijk. Van struikelende fakkeldragers en bescheiden tribunes tot een wereldwijd mediaspektakel dat dit weekend opnieuw van start gaat in Cortina.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!







