Hongkong is een van de dichtstbevolkte steden ter wereld. De stad telt inmiddels ruim 7,5 miljoen inwoners en is dag en nacht in beweging. Het is moeilijk voor te stellen dat deze futuristische wereldstad ooit begon als een kleine verzameling Chinese visserdorpen. Aan de basis van de moderne geschiedenis van Hongkong ligt een opiumoorlog met Groot-Brittannië, die het lot van de stad voorgoed veranderde.
Chinese producten groeien in populariteit in Europa
De aanloop naar dat conflict begon in de handelsrelatie tussen China en Europa. In de achttiende eeuw nam de vraag naar Chinese producten sterk toe. Vooral thee werd in Groot-Brittannië een dagelijkse gewoonte. Ook luxeartikelen als zijde en porselein vonden hun weg naar de Europese elite, wat de Chinese schatkist aanzienlijke inkomsten opleverde.
Het probleem voor Groot-Brittannië was echter dat deze handel niet wederzijds was: China had weinig interesse in Europese goederen. De Chinese economie was grotendeels zelfvoorzienend en buitenlandse handel werd streng gecontroleerd.
Leestip: Hoe 60.000 mensen woonden in een stad die niet groter was dan vier voetbalvelden
Het gevolg was een onevenwichtige handelsrelatie. Groot-Brittannië betaalde grote hoeveelheden zilver aan China, maar kreeg daar relatief weinig exportinkomsten voor terug. Het verlies aan zilver werd voor de Britse regering steeds problematischer. De oplossing die de Britten vonden, was een product op de Chinese markt te brengen dat al snel onmisbaar zou worden: opium.
Het begin van de Eerste Opiumoorlog
In Brits-Indië werd het sterk verslavende opium geproduceerd en vervolgens via zeeroutes naar China vervoerd. De Chinese regering liet het destructieve product echter niet toe: opium was officieel verboden. Via smokkelroutes en door het omkopen van Chinese functionarissen slaagden Britse handelaren er toch in de drug het land binnen te krijgen.
Binnen korte tijd raakte een groot aantal Chinezen afhankelijk van de drug. Naar schatting waren er rond 1830 miljoenen verslaafden. De zorgen aan het hof van de Qing-dynastie namen toe: arbeiders, ambtenaren en soldaten die verslaafd raakten, veroorzaakten groeiende sociale en bestuurlijke problemen.
Bovendien stroomde het zilver dat eerder via de theehandel China binnenkwam nu het land weer uit om opium te betalen. Keizer Daoguang stond voor een keuze: opium legaliseren en reguleren, of het verbod handhaven en de illegale toevoer hard aanpakken. Hij koos voor het laatste; een besluit dat het startschot betekende voor de Eerste Opiumoorlog.
De Britse overname van Hongkong
In maart 1839 arriveerde de Chinese gezant Lin Zexu in Guangzhou om de opiumhandel te stoppen. Hij liet verslaafden oppakken, sloot opiumhuizen en eiste dat Britse handelaren hun volledige opiumvoorraad zouden inleveren. Die voorraad werd zonder vergoeding in beslag genomen en vernietigd.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
De Britten reageerden door in 1840 een vloot naar de Chinese kust te sturen. De Britse marine was technologisch veruit superieur en de Chinese kustverdediging kon nauwelijks weerstand bieden. Britse schepen blokkeerden havens en boekten langs meerdere kustplaatsen militaire successen. Voor het Qing-hof werd al snel duidelijk dat het weinig kon uitrichten tegen de moderne oorlogsschepen.
In 1842 besloot de Qing-regering de strijd te staken en stemde zij in met onderhandelingen. Dat leidde tot het Verdrag van Nanking, waarmee de oorlog werd beëindigd. China moest een aanzienlijke schadevergoeding betalen, meerdere havens openstellen voor buitenlandse handel en een stuk land afstaan als vaste uitvalsbasis voor de Britten: Hongkong-eiland.
Uitbreiding naar Kowloon en de New Territories
Hongkong was op dat moment nog geen dichtbevolkte wereldstad, maar een rotsachtig eiland met een natuurlijke diepwaterhaven. Juist die haven maakte het gebied aantrekkelijk. Het eiland lag strategisch aan de monding van de Parelrivier, dicht bij de handelsstad Guangzhou, en bood Britse schepen een veilige uitvalsbasis buiten directe Chinese controle.
Toch waren de Britten nog niet tevreden. Aanhoudende spanningen over handelsrechten en de legalisering van opium leidden in 1856 tot de Tweede Opiumoorlog. Opnieuw werd China verslagen. Met nieuwe verdragen kreeg Groot-Brittannië ook Kowloon, het gebied ten noorden van Hongkong-eiland.
De overdracht in 1997
De laatste uitbreiding volgde in 1898. Met een overeenkomst voor 99 jaar verkreeg Groot-Brittannië de zogenoemde New Territories, het gebied ten noorden van Kowloon. Dat dit ‘huurcontract’ ooit zou aflopen, leek in Londen destijds nauwelijks een punt van zorg.
Leestip: Waarom deze 5 Chinese ‘spooksteden’ leeg zijn, maar niet per se mislukt
Maar in 1997 was het zover. Omdat het grootste deel van de bevolking inmiddels in de New Territories woonde, was opsplitsing geen reële optie. Op 1 juli droeg Groot-Brittannië het bestuur over aan China en eindigde ruim 150 jaar koloniale heerschappij. Hongkong werd een Speciale Administratieve Regio, met de afspraak dat het bestaande bestuur en economische systeem vijftig jaar zouden blijven gelden volgens het principe van ‘één land, twee systemen’.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!



