Geschiedenis en Cultuur

Noorse Groenlanders domineerden de middeleeuwse ivoorhandel

Uit nieuw onderzoek naar walrus-DNA blijkt dat de Noormannen een goed bestaan op het ijzige eiland opbouwden door zich op de handel in ivoor te richten.Thursday, August 9, 2018

Door Alejandra Borunda
Het rostrum (de bovenkaak) van een walrus, met de slagtanden. In het onderzoek werden walrusslagtanden genetisch onderzocht om de oorsprong van het middeleeuwse ivoor in Europa te bepalen.

Jarenlang vroegen archeologen zich af waarom rond het jaar duizend na Chr. veel Noren zich op de kusten van het onherbergzame en in ijs gevangen Groenland vestigden. Het leven daar moet zeker niet gemakkelijk zijn geweest, dus waarom bleven ze op het eiland en hoe wisten ze daar te overleven?

Deze Noorse gemeenschappen bestonden uit boeren en vissers. Maar uit nieuw onderzoek is gebleken dat ze nog een andere waardevolle grondstof konden aanspreken: ze handelden in ivoor van walrussen met Europa, waar een grote vraag naar dit kostbare product bestond.

Als exotisch materiaal uit het onbereikbaar hoge noorden was walrusivoor al in de vroege middeleeuwen een gewild product in Europa. Kerken werden gedecoreerd met slagtanden, en op de schaakborden van de elite verschenen fraai bewerkte figuren van walrusivoor. Maar tot nu toe wisten onderzoekers niet zeker waar al dat ivoor precies vandaan kwam: de ijzige westelijke wateren van Scandinavië of de onherbergzame westkust van Groenland.

In de nieuwe studie werd gebruikgemaakt van het feit dat er kleine genetische verschillen bestaan tussen walrussen uit IJsland en Scandinavië en die uit Groenland en Canada. Wetenschappers spoorden walrusslagtanden, beenderen en kunstvoorwerpen van walrusivoor in museumcollecties uit heel Europa op en analyseerden het oude DNA in dit kostbare materiaal om de oorsprong ervan precies te kunnen vaststellen.

Wat ze vonden, was opmerkelijk. Vóór de twaalfde eeuw, slechts een eeuw nadat volgens de overlevering de legendarische Viking Erik de Rode als eerste een kolonie op Groenland had gevestigd, waren vrijwel alle walrusslagtanden in Europese collecties afkomstig van drie plekken: de Barentszzee, IJsland en Spitsbergen. Maar in de eeuw daarna en tot circa 1400 verschoof het oorsprongsgebied naar het westen, wat erop wijst dat de Noren op Groenland de Europese markt voor walrusivoor in hun greep hadden.

Volgens Bastiaan Star, expert in historisch DNA aan de Universiteit van Oslo en hoofdauteur van het nieuwe onderzoek, is deze geografische verschuiving van het oorsprongsgebied een “echte verrassing.”

“Komt dit doordat de oudere walruspopulaties die de Europeanen konden bereiken, al waren uitgeroeid?” zo vraagt hij zich af. “Of doordat de sociaaleconomische mogelijkheden om van Groenland naar Europa te reizen om een of andere reden zó gunstig waren dat de Groenlanders een handelsmonopolie konden opbouwen?”

Voor- en nadelen van globalisering

Het leven aan de kille kusten van Groenland was een voortdurende uitdaging, zegt Jette Arneborg, een expert op het gebied van de Noorse Groenlanders van het Deens Nationaal Museum, die niet bij het nieuwe onderzoek betrokken was. De Noorse kolonisten hadden gebrek aan allerlei zaken die ze nodig hadden om te overleven, dus waren ze sterk afhankelijk van de handel met hun zuiderburen om die tekorten aan te vullen.

“Als ze op Groenland wilden overleven, moésten ze wel handeldrijven, want er waren zoveel dingen die ze niet hadden – bijvoorbeeld grondstoffen als ijzer,” legt Arneborg uit. “Dus vanaf het begin hadden ze iets nodig om mee te kunnen handelen, en wij denken natuurlijk dat de slagtanden van walrussen hun voornaamste handelswaar werd.”

Maar halverwege de vijftiende eeuw begonnen de Noorse gemeenschappen op Groenland weg te kwijnen, als gevolg van het veranderende klimaat en de stijging van de zeespiegel, waardoor schaarse landbouwgrond onder water kwam te staan. Sommige archeologen menen dat de Noorse Groenlanders ook de handelsverbindingen met Noorwegen, een van hun belangrijkste handelspartners, verwaarloosden.

“De populatie van de Noorse nederzettingen was direct afhankelijk van de handel in walrussen,” zegt Arneborg. Zij denkt dat het zeer waarschijnlijk is dat “ze in diepe problemen raakten toen ze het contact met Europa verloren en geen handel meer konden drijven.”

“Het is misschien een vroeg voorbeeld van globalisering,” zegt Star, “waarbij de Europese vraag naar ivoor een grote invloed uitoefende op het zeer afgelegen Noordpoolgebied, duizenden kilometers ver – en honderden jaren of zelfs duizend jaar geleden.”

Dit verhaal werd oorspronkelijk gepubliceerd in het Engels op NationalGeographic.com

Lees ook: ‘Vikingen waren niet vriendelijk en zachtaardig’