Wijn, noten, kaas en gevogelte: de Romeinen stonden bekend om hun gevarieerde keuken. Maar voor soldaten op veldtocht lag dat anders. Zonder koelkast of moderne bewaartechnieken moest voedsel lang houdbaar, voedzaam en draagbaar zijn. Wat zat er precies in het rantsoen van een Romeins legioen? Onderzoek van voedselhistoricus Guido Sala geeft een verrassend inkijkje.

30 kilo per maand: eten als logistieke uitdaging

‘Afhankelijk van hun rang kregen soldaten een vaste hoeveelheid rantsoen mee,’ vertelt Guido Sala. Sala is universitair docent Fysica en Fysische Chemie van Levensmiddelen aan Wageningen University en Research en promoveerde op de voedselgeschiedenis van het Romeinse Rijk aan de Universiteit Leiden. ‘Alles bij elkaar was dat, per legionair, ongeveer dertig kilo per maand – een flinke last voor de ezels en paarden die het droegen.’

Eén van de hoekstenen van het Romeinse dieet was graan, vooral tarwe. ‘Andere graansoorten zoals gerst en haver kwamen veel minder voor,’ legt Sala uit. ‘Waarom? Omdat het vliesje van tarwe makkelijker loslaat bij het malen, terwijl dat van gerst stevig blijft zitten. Stel je voor: je bent soldaat, krijgt een zak graan en moet al die vliesjes er nog afhalen. Dat is gewoon veel te veel gedoe.’

Leestip: Hoe veroverden de Romeinen Nederland? ’Voor de inwoners was het een ramp’

In sommige gevallen werd gerst toch meegenomen op reis. Het graan werd als voer voor de paarden gebruikt, maar het kon ook als strafmiddel dienen: Romeinse soldaten die zich misdroegen of niet goed genoeg presteerden, konden rekenen op een rantsoen van gerst in plaats van tarwe.

Brood, pap en keihard soldatenbeschuit

De tarwekorrels uit het rantsoen werden voor verschillende producten gebruikt. Bleef het legioen langere tijd op één plek? Dan haalden de legionairs hun kook- en bakmaterialen tevoorschijn. ‘Ze hadden natuurlijk geen mooie steenoven mee, maar met een vuur en een terracotta plaat konden ze platte broden bakken.’

Een ander populair graanrecept was puls, een soort tarwepap. Met een handmolen werden de korrels gemalen, en met water of melk werd er boven het vuur een warme pap bereid.

Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!

Tijdens het marcheren was het natuurlijk lastiger om te koken. ‘In zulke situaties aten de soldaten bucellatum. Dit was een zeer hard gebakken beschuit dat werd geweekt in een beetje water. Hierdoor bleef het beschuit lang goed en was het bovendien licht om te tillen.’ Om bucellatum makkelijker te verteren werd het harde beschuit vaak met soep, stoofpot of olijfolie gegeten.

Gezouten vlees en kaas als energiebom

Een uitgebalanceerd dieet van een Romeinse soldaat bevatte naast koolhydraten ook vetten en eiwitten. ‘Vlees werd vaak meegegeven: soldaten kregen dagelijks ongeveer een Romeins pond, zo’n 327 gram,’ vertelt Sala, al liep de exacte vleesconsumptie uiteen. Het grootste deel bestond uit schapen- en varkensvlees, rundvlees was minder populair.

Vooral spek was erg geliefd bij de Romeinen. Handig, want gezouten vlees bleef langer goed tijdens de lange reizen. Ook kaas werd flink gezouten zodat het niet bedierf tijdens trektochten.

Leestip: Deze vier Romeinse veldslagen bepaalden wie Europa en de Middellandse Zee zou beheersen

Denk bijvoorbeeld aan pecorino: een erg zoute en droge schapenkaas, die daardoor makkelijker te bewaren was. ‘Maar je moet je wel voorstellen dat er veel meer zout werd toegevoegd dan wij tegenwoordig gewend zijn. Een hap eten zal vooral naar zout hebben gesmaakt.’

Wat dronken Romeinse soldaten?

Al deze voedingswaren maakten deel uit van het standaardpakket van een Romeinse soldaat. Extra olijfolie en zout werden ook meegegeven als smaakmakers. ‘Maar een product dat nooit direct aan het leger werd verstrekt, was wijn. Met een legioen dronken soldaten kun je natuurlijk geen veldslag winnen.’

Wel waren er voor een legioen andere dranken beschikbaar. De twee meest voorkomende waren posca en lora. Posca was azijn, aangelengd met water. Lora was een hele lichte wijn, met een minieme hoeveelheid alcohol. Vooral posca was makkelijk houdbaar door zijn hoge zuurgraad en daarom populair onder de soldaten.

Leestip: Deze 3 ongekende nederlagen laten zien dat de Romeinse legioenen niet onoverwinnelijk waren

‘Maar als een Romein toch graag wat gevarieerder wilde eten dan hun proviand, pakten ze tijdens de veldtochten wat ze konden vinden, bijvoorbeeld in de bewoonde gebieden waar ze langs kwamen,’ legt Sala uit. ‘Ook zijn er brieven bekend van soldaten die hun familieleden vroegen om andere lekkernijen hun kant op te brengen – zo konden ze toch nog aan een fles wijn komen.’

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!