Het lijkt een niet te stuiten trend: de alsmaar dalende opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen. Tijdens de laatste verkiezingen, in 2022, trok de helft van de Nederlandse stemgerechtigden naar de stembus. Toch ligt dat aantal aanzienlijk hoger dan in de negentiende eeuw: in 1850 mocht nog geen elf procent van de mannelijke bevolking stemmen. Wie te weinig belasting betaalde, had geen kiesrecht.

Stemrecht alleen voor de rijken

Gij zijt onwaardigen! Gij telt bij de stembus niet mee!’ schreef Het Volk een dag voor een grote demonstratie in Den Haag in 1912. Op het spel stond het algemeen kiesrecht. Toen in 1848 een grondwetsherziening werd doorgevoerd, werd ook vastgelegd dat de Tweede Kamer voortaan rechtstreeks gekozen zou worden. Maar dat betekende niet dat iedere Nederlander mocht stemmen. Integendeel.

Leestip: Wat waren de politieke hangijzers tijdens de allereerste algemene verkiezingen?

Het kiesrecht gold alleen voor volwassen mannen die boven een zekere belastingdrempel uitkwamen, het zogeheten censuskiesrecht. Die drempel kon je pas bereiken als je genoeg goederen, grond of patenten had waar belasting over werd geheven. In de praktijk betekende dit dat het kiesrecht alleen werd toegekend aan vermogende heren.

Deze grootschalige onthouding van het kiesrecht was vanaf het begin onderwerp van een verhit politiek debat. Verschillende ministers probeerden tussen 1869 en 1883 het kiesrecht uit te breiden, maar die pogingen strandden in de Tweede Kamer. In 1880 mocht nog steeds maar 12,1 procent van de Nederlandse mannen zijn stem uitbrengen.

Arbeiders eisen hun stem op

Dat het stemgerechtigde percentage zo laag bleef, lag allerminst aan desinteresse. De groeiende arbeidersbeweging begon omstreeks 1870 naast betere werkomstandigheden ook haar stem op te eisen. Hun strijd om algemeen kiesrecht kon op politieke steun rekenen van de progressieve liberalen, die op hun beurt werden tegenwerkt door de behoudende liberalen en de conservatieven.

demonstratie den haag algemeen kiesrecht
Fotobureau onbekend / Spaarnestad Photo (05887)
De man met zijn hand in de lucht is Pieter Jelles Troelstra, voorman van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij. Hij spreekt hier een menigte toe tijdens de tweede Rode Dinsdag in Den Haag. Op de witte briefjes in de hoeden staan de woorden Algemeen Kiesrecht.

In 1887 kon een eerste overwinning worden gevierd. Voortaan waren mannen die ‘kenteekenen van geschiktheid en maatschappelijken welstand’ vertoonden stemgerechtigd – een omschrijving die door het Algemeen Handelsblad in 1887 als ‘vaag’ werd omschreven.

Ook Het Vaderland meldde dat verschillende kamerleden het nieuwe artikel ‘raadselachtig en dubbelzinnig’ vonden. Anderen vonden de vage bewoording juist positief, omdat het nu mogelijk werd het kiesrecht flink uit te breiden. Dat gebeurde ook, mondjesmaat. In 1890 had veertien procent van de mannen stemrecht.

Huurders mogen stemmen

In de jaren erna volgden vele discussies over wat iemand nu geschikt en dus bevoegd maakte als kiezer. Sommige kamerleden vonden dat huurders ook mochten meestemmen, anderen niet. Kunnen lezen en schrijven werd als vereiste op tafel gelegd, evenals het hebben voldaan van je belastingaanslag. Zo werden steeds meer mannen aan het kiesrecht toegevoegd, tot het in 1913 gold voor 65 procent van de mannelijke bevolking.

Leestip: Hoe de eerste verkiezingen voor verwarring in het stemhokje zorgden

De stijgende lijn was weliswaar ingezet, maar het algemeen kiesrecht was nog steeds nergens te bekennen. Daarom organiseerden de socialisten op 19 september 1911 – Prinsjesdag – de allereerste Rode Dinsdag. Zo’n 20.000 arbeiders demonstreerden voor hun stemrecht. Een enorm aantal, gezien het om een doordeweekse dag ging. Een jaar later volgde de tweede.

Rode Dinsdag, massaal protest in Den Haag

Die nationale demonstratie kwam niet zonder slag of stoot. De burgemeester van Den Haag had geen toestemming gegeven voor een optocht en lang niet alle werkgevers wilden hun werknemers een dag vrij geven voor een demonstratie.

menigte voor demonstratie algemeen kiesrecht
Hofker, C.J. (Kees) / Spaarnestad Photo (05887) / Rechtenvrij
In 1913 vond wederom een grote betoging plaats voor het algemeen kiesrecht. Deze foto is genomen op het terrein achter de Emmastraat in Amsterdam.

Ondanks deze beperkingen stonden er ontelbaar veel mensen in de Hofstad op 17 september 1912. Er werden extra treinen ingezet om de tienduizenden demonstranten in Den Haag te krijgen, te zien op de foto bovenaan. De avond voorafgaand aan de demonstratie was hen een duidelijke boodschap op het hart gedrukt: ‘Naar binnen vuur, naar buiten ijs.’ Met andere woorden: gedraag je ordelijk.

Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!

Volgens De Amstelbode was de sfeer op de dag zelf grotendeels gemoedelijk, een sentiment dat ook is terug te lezen in andere kranten. Mannen én vrouwen, velen gehuld in oranje en rode kleding, droegen een wit lint met daarop de tekst: ‘Wij eischen algemeen kiesrecht!’. De stoet liep meermaals vanaf het Buitenhof via het Plein en de Gevangenpoort weer naar het Buitenhof. Onderweg werd veel gezongen, voornamelijk het strijdlied De Internationale.

De doorbraak van het algemeen kiesrecht

De politiek kon er nu niet meer omheen. De roep om algemeen kiesrecht was te groot geworden om te negeren. In 1917 werd het algemeen mannenkiesrecht ingevoerd, waarmee het censuskiesrecht definitief verdween.

In 1919 kregen vrouwen ook actief vrouwenkiesrecht; passief kiesrecht hadden zij al sinds 1917. Weer honderd jaar later is het kiesrecht zo ingeburgerd, dat de helft van de bevolking vrijwillig de gemeenteraadsverkiezingen overslaat.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!