Overal ter wereld laten vrouwen hun stem horen

Overal ter wereld laten vrouwen hun stem horen en wordt het debat over seksisme en machtsongelijkheid gevoerd.maandag 11 november 2019

Door Rania Abouzeid
Foto's Van Lynn Johnson
Mpayon Loboitong (23), moe­der van drie kinderen, zorgt voor de geiten van het gezin. Nadat haar ...
Mpayon Loboitong (23), moe­der van drie kinderen, zorgt voor de geiten van het gezin. Nadat haar man werk was gaan zoeken in Nairobi, kreeg ze het bericht dat hij daar om het leven was gekomen. Ze heeft nog een full­ time baan: voor Save the Elephants volgt ze diersporen om hun bewegingen vast te leggen. Tegen een vast maandsalaris trekt ze ongewapend de bush in, waar olifanten, leeu­wen en buffels rond­ lopen. ‘Ik moet, anders gaan mijn kinderen hongerig naar bed.’
Foto van Lynn Johnson

Op 14 november om 21:00 is de documentaire Women of Impact: Changing the World te zien op National Geographic.

Dit artikel verscheen in de november 2019 editie van National Geographic.

Theresa Kachindamoto (60) weet nog goed hoe ze voor het eerst een kindhuwelijk ontbond. Het was een paar dagen nadat zij als eerste vrouw het opperhoofd werd van haar volk, de Ngoni in het zuiden van Malawi. In Dedza, een district ten zuidoosten van de hoofdstad Lilongwe, was ze een groepje voetballende kinderen tegengekomen. Niets bijzonders – totdat een van de meisjes wegliep om haar baby de borst te geven. 

‘Dat vond ik schokkend,’ vertelt Kachindamoto. ‘Het sneed door mijn ziel.’ De moeder ‘was pas twaalf, maar loog dat ze dertien was’. Kachindamoto vertelde de ouderen die haar tot leider hadden benoemd over de tienermoeder, Cecilia. ‘Zij zeiden: o, dat is hier heel gewoon, maar u bent nu de baas, dus u mag bepalen wat u eraan wilt doen.’ 

En zo geschiedde. Kachindamoto verklaarde het huwelijk ongeldig en stuurde de tienermoeder terug naar school. Ze betaalde haar schoolgeld, en Cecilia bestiert nu, met haar diploma op zak, een kruidenierszaak. Elke keer dat ze in Dedza is, vertelt Kachindamoto, ‘komt ze naar me toe om me te bedanken’.

Toen een geradicali­seerde moslim in 2012 in Toulouse een bloed­bad aanrichtte, was zijn eerste slachtoffer een medemoslim: Imad Ibn Ziaten, een soldaat van Marokkaanse afkomst die het moest ontgel­den omdat hij in het Franse leger diende. Zijn moeder Latifa Ibn Ziaten begon een campagne voor ‘de jeugd en de vrede’. Ibn Ziaten, die hier haar kleinkinderen voor­leest, bezoekt scholen en gevangenissen om te pleiten voor meer wederzijds begrip. ‘Kijk mensen in de ogen en lach naar ze,’ zegt ze. ‘Dan bewegen ze van­zelf jouw kant op.’
Foto van Lynn Johnson

Na Cecilia heeft opperhoofd Kachindamoto (60) nog 2549 andere huwelijken ontbonden en de meisjes in kwestie naar school teruggestuurd. Ook maakte ze een eind aan een initiatieritueel waarin meisjes die de puberteit hadden bereikt, werden ontmaagd door een onbekende man. 

Kachindamoto is een van de vele stemmen in de wereld die zich uitspreken voor vrouwenrechten. Een vrouwenstem is, zoals Egyptische demonstranten op het Tahrirplein in Caïro ooit riepen, een revolutie. Die leus was onderdeel van een campagne tegen verkrachting en aanranding, een schreeuw om het stilzwijgen te doorbreken dat gebruikelijk is in Egypte en – zoals de MeToo-beweging laat zien – elders in de wereld. 

Wereldwijd spreken vrouwen zich uit over wangedrag van mannen. Het heeft aanzet gegeven tot een debat over het seksisme, de vrouwenhaat en de machtsongelijkheid waaraan vrouwen worden onderworpen. 

We leven in veel opzichten nog steeds in een mannenwereld, maar van de politiek tot in de kunstwereld werken vrouwen hard aan verandering binnen hun eigen gemeenschap. Dat gebeurt op veel fronten tegelijk: in overheidsinstellingen, thuis en op het werk, met straatacties, en door het vertellen van eigen verhalen en het meebouwen aan de samenleving. 

In landen als Rwanda en Irak gelden vrouwenquota voor het parlement. Rwanda heeft sinds 2003 procentueel gezien de sterkste vrouwelijke vertegenwoordiging ter wereld. In Malawi en andere Afrikaanse landen zonder zo’n parlementsquotum komt de verandering van onderop, van vrouwelijke gemeenschapsleiders die zich inzetten voor vrouwenemancipatie. 

Maar dat gaat niet zonder slag of stoot. De patriarchale status quo is diepgeworteld, zeker in autoritaire landen waar verzet tegen het systeem zwaar wordt bestraft, ongeacht of je een man of vrouw bent. Er is nog altijd geen staat ter wereld met volledige gendergelijkheid. Scandinavische landen als IJsland en Noorwegen scoren het best in de Global Gender Gap Index van het World Economic Forum. Deze ranglijst brengt de kloof tussen de seksen in kaart aan de hand van vier terreinen: gezondheid, opleiding, economie en politiek. Veel Afrikaanse landen, waaronder Malawi, bungelen in de onderste helft van de lijst. Maar de regionale verschillen zijn groot, want er staan ook twee Afrikaanse landen in de top tien: Rwanda op 6 en Namibië op 10. Rwanda dankt zijn hoge notering vooral aan een aantal vrouwvriendelijke wetten die zijn ingevoerd na de verwoestende genocide van 1994. (Lees hoe vrouwen het voortouw nemen in Rwanda).

Hun superieuren willen dat ze zwijgen, maar dat zijn deze nonnen niet van plan. Ze steu­nen de non uit Kerala die herhaaldelijk tever­geefs bij de kerkleiders meldde dat ze meer­dere keren door een bisschop was verkracht, en daarop naar de poli­tie stapte. In septem­ber 2018 deden deze solidaire zusters mee aan een protest voor het Hooggerechtshof in Kerala. De bisschop, die volhoudt dat hij onschuldig is, werd uit­ eindelijk gearresteerd. In plaats van de non­nen te steunen, trok de kerk hun maandelijkse toelage in. Vanaf links: de zusters Alphy, Nina Rose, Ancitta, Anupama en Josephine.
Foto van Lynn Johnson

Genderongelijkheid wordt niet louter bepaald door regio, ras of religie. Canada staat bijvoorbeeld op de zestiende plaats, terwijl de Verenigde Staten blijven steken op plaats 51, waarmee Noord-Amerika als geheel een stuk lager eindigt. Dat komt vooral door de Amerikaanse stagnatie op de deelindex ‘politieke vertegenwoordiging’, plus een afname van het aantal vrouwen op ministersposten en een teruggang in opleidingsniveau. 

De index geeft inzicht in de invloed van vrouwen en de weerstand die ze ontmoeten – vooral in het Midden-Oosten en Afrika, twee grote regio’s die vaak als blok worden gezien. Dit doet echter geen recht aan de verschillen binnen deze regio’s, die elk land uniek maken. 

‘Je hebt niet slechts één type vrouw in het Midden-Oosten,’ zegt de Libanese acteur en regisseur Nadine Labaki, die vorig jaar geschiedenis schreef door als eerste vrouwelijke Arabische filmmaker een Oscarnominatie in de wacht te slepen. Dat was voor Cafarnaúm, een aangrijpend drama over straatkinderen. ‘Er zijn heel veel verschillende vrouwen, en de meesten zijn sterk, zelfs in moeilijke situaties,’ zegt Labaki. ‘Vrouwen vinden de kracht om op hun eigen manier te vechten, of dat nu binnen hun familie is of op een grotere schaal in hun werk. Ze hebben ontzettend veel macht. Als ik me een willekeurige vrouw uit deze regio voorstel, zie ik geen zwak of onderdanig type voor me. Beslist niet.’

Volgens de Indiase grondwet uit 1950, het stichtingsdocu­ment van de voor­malige Britse kolonie, heeft iedere volwassen Indiër stemrecht, onge­acht ‘religie, ras, kaste, geslacht of geboorte­ plaats’. Indiase vrouwen maken gretig gebruik van dit stemrecht. Deze vrouwen in Bengaluru hebben net hun stem uitgebracht voor de parlementsverkiezin­gen van 2019. Trots laten ze hun vingers zien, die in het stem­ lokaal zijn gemarkeerd met watervaste inkt om te voorkomen dat mensen meerdere malen hun stem uitbrengen. Vrouwen bekleden nog altijd maar veertien procent van de zetels in het Indiase parlement. Maar sinds alle distric­ten stembureaus heb­ ben waar het personeel louter uit vrouwen bestaat, is in sommige deelstaten de opkomst onder vrouwelijke kiezers groter dan onder mannen.
Foto van Lynn Johnson

Bochra Belhaj Hamida – parlementslid, mensenrechtenadvocaat en medeoprichter en oud-leider van de Tunesische Vereniging van Democratische Vrouwen – noemt het ‘kolonialistisch’ om te denken dat een Arabische vrouw met minder rechten genoegen zou nemen dan een westerse. Ze gaat hooguit anders te werk om die rechten op te eisen. 

In Iran strijden vrouwen dapper met individuele protestacties, vaak via sociale media, maar ook thuis, door bijvoorbeeld de hoofddoekplicht die in de Islamitische Republiek geldt te trotseren. De laatste jaren hebben tientallen vrouwen er – vaak in het wit gekleed – openlijk hun hijab afgenomen in video’s die onder de hashtag #whitewednesday wereldwijd worden gedeeld. Mensenrechtenadvocaat Nasrin Sotoudeh stond veel van deze vrouwen na hun aanhouding bij, waarna ze werd veroordeeld tot 38,5 jaar gevangenisstraf en 148 zweepslagen.

Toen Marième Tamata­-Varin zich in 2014 kandidaat stelde voor de burgemeesters­ verkiezingen in het dorp Yèbles, werden haar kinderen gepest en kreeg ze een golf van racistische en anti­-islamitische beledigin­gen over zich heen. Voor het eerst voelde de politica zichzelf weggezet als ‘anders’. Toch werd ze als eer­ste zwarte en islamiti­sche vrouw in Frankrijk burgemeester. Van­onder de buste van Marianne, het sym­bool van de Franse Republiek, zamelde ze geld in voor een nieuw schoolgebouw en andere voorzieningen in Yèbles.
Foto van Lynn Johnson

Maar in mei 2019 overwogen dezelfde geestelijk leiders die vrouwen straften voor hun hoofddoekprotest om kinderen van een Iraanse moeder en een buitenlandse vader voortaan het Iraanse staatsburgerschap te geven. Dat is een stap waar heel wat progressievere landen in het Midden-Oosten, ondanks aanhoudende druk, nog altijd voor terugdeinzen. Met inbegrip van Libanon, waar vrouwen zelf mogen weten hoe veel of weinig textiel ze dragen. 

Echte vooruitgang op het gebied van vrouwenrechten heeft meestal niet zozeer alleen te maken met oppervlakkigheden als wat een vrouw draagt. Het gaat er vooral om dat zij de vrijheid hebben om zelf hun keuze voor kleding en op andere gebieden te maken. 

In Saoedi-Arabië hadden vrouwen en meisjes tot voor kort toestemming van een mannelijke voogd nodig om te kunnen reizen, trouwen of hoger onderwijs te volgen. In augustus werd dit voogdijsysteem, waarin vrouwen werden behandeld als minderjarigen, versoepeld. Maar hetzelfde Saoedische regime dat in 2018 het autorijverbod voor vrouwen afschafte, stopte een aantal bekende voorvechters van die afschaffing achter tralies. Veel van deze vrouwen zitten nog steeds in de gevangenis en worden daar volgens hun familie geconfronteerd met mishandeling, marteling, seksuele intimidatie en eenzame opsluiting. Een van de vergrijpen waarvan ze worden beticht, is samenwerking met buitenlandse organisaties bij hun acties. De boodschap is duidelijk: in Saoedi-Arabië zijn vrouwenrechten niet iets wat je kunt verdienen of verwerven, maar iets wat het regime je al dan niet gunt. Vrouwen zelf hebben niets in te brengen. Vraag niets, eis niets, wees dankbaar met wat je toegeworpen krijgt. 

Hoe kunnen vrouwen dan het best opkomen voor gelijke rechten? De ervaringen in een drietal Afrikaanse en Arabische landen laten zien hoe vrouwen een revolutie in hun samenleving tot stand weten te brengen.

In 2012 werd Joyce Banda de eerste vrouwelijke president van Malawi. Dit terwijl ze niet uit een politiek nest komt en Malawi geen quotum kent voor vrouwelijke parlementariërs. Pogingen om een vrouwenquotum voor het parlement in te stellen, mislukten keer op keer, voor het laatst in december 2017. Toch bereikte Banda het hoogste ambt, zonder institutionele infrastructuur om haar vooruit te helpen en zonder de kruiwagen van familiekapitaal of -connecties. 

Banda’s vader was muzikant in de politiekapel van Malawi. Toen ze acht jaar oud was, zei een vriend van de familie dat Joyce veel in haar mars had. ‘Dat is blijven hangen. Hij plantte een zaadje in mijn geest,’ vertelt ze. ‘Daardoor wist ik altijd dat ik later iets kon bereiken.’ 

Banda werd minister van Gendergelijkheid, Jeugdzorg en Gemeenschapsdiensten, minister van Buitenlandse Zaken en in 2009 vice-president. Na de plotselinge dood van haar mannelijke voorganger werd ze in 2012 president, wat ze bleef tot 2014. 

Afrika heeft al vrouwelijke presidenten gehad, zegt ze, ‘en Amerika nog nooit. Kennelijk doen wij hier iets goed.’ Dat is volgens haar te danken aan de prekoloniale geschiedenis van vrouwelijke leiders, matriarchale machtsstructuren en de verzoenende aanpak van het Afrikaanse feminisme.

‘Het westerse feminisme zou hier nooit werken,’ zegt Banda. Volgens haar zoekt dat te veel de confrontatie op. ‘We bereiken geen gendergelijkheid met methoden die we ergens anders vandaan hebben gehaald. Hier in Afrika hadden we vroeger ook al vrouwelijke leiders en die gaven geen leiding door mannen te intimideren, maar door ze te laten meedoen en over te halen om ruimte te maken. We moeten naar onze tradities kijken en de dingen op onze manier doen.’ 

Banda’s eigen leven was bepalend voor haar strijd voor vrouwenrechten, die ze eerst binnen het maatschappelijk werk voerde en later in de politiek. Het gegeven dat haar beste vriendin, Chrissie Zamaere, na de basisschool niet mocht doorleren omdat haar ouders het schoolgeld niet konden betalen, zette Banda aan om in 1997 de Joyce Banda Foundation te beginnen. Die zorgde er onder meer voor dat 6500 meisjes gratis onderwijs konden volgen. Daarnaast zette ze de National Association of Business Women op. Deze groep leent startkapitaal aan kleine handelaars, want financiële onafhankelijkheid geeft vrouwen keuzemogelijkheden, aldus Banda. 

Banda maakte zich in 2006 als minister van Gendergelijkheid sterk voor een wet tegen huiselijk geweld, na zelf een gewelddadig huwelijk van tien jaar te hebben gehad. Bovendien werd onder haar presidentschap in 2013 de gelijkheid van man en vrouw wettelijk vastgelegd. In de twee jaar dat ze aan de macht was, daalde de kraamvrouwensterfte, een thema waarmee Banda zich al bezighield sinds ze bij de geboorte van haar vierde kind een zware bloeding had. Ze vroeg mannelijke gemeenschapsleiders hun invloed te gebruiken om vrouwen te laten kiezen voor een ziekenhuisbevalling in plaats van de traditionele thuisbevalling. Dat is volgens haar een voorbeeld van een type feminisme dat aansluit bij de cultuur en dat tegelijk de steun van mannen zoekt voor het veranderen van sociale normen. 

Het grootste deel van de bevolking van Malawi is erg behoudend, vertelt Banda. En hoewel er dorpen zijn waar leiderschap via de vrouwelijke lijn wordt doorgegeven of waar vrouwen meebeslissen bij het kiezen van een mannelijke leider, ‘is driekwart van de leiders in dit landman, en chauvinistisch’. Ze spuugt het woord bijna uit. ‘Ze zijn ongelooflijk patriarchaal! Van onze bevolking woont 85 procent nog in een door mannelijke leiders bestuurde dorpsgemeenschap. Die mannen moet je aan je kant zien te krijgen, en dat heb ik gedaan.’ 

Ze noemt het ‘naïef’ dat internationale organisaties ‘naar Afrika komen met het idee dat ze onze problemen wel even kunnen oplossen. Dan merken ze na twintig jaar dat ze vrijwel niets hebben bereikt, omdat de dingen die ze wilden aanpakken zo diepgeworteld zijn in de tradities dat ze erop stuklopen. Het werkt beter om een cultuur van binnenuit te veranderen, door mensen met invloed in te schakelen, zoals het dorpshoofd. En als die leiders vrouwen zijn, kunnen er grote stappen worden gezet.’

Sommigen van die vrouwen zijn door erfopvolging leider geworden. Zoals opperhoofd Theresa Kachindamoto, die het stokje overnam van haar overleden vader. Kachindamoto is verantwoordelijk voor 551 dorpen met in totaal 1,1 miljoen inwoners. Ze ziet zichzelf in de eerste plaats als ‘hoedster van de cultuur’, maar ze zet zich sinds haar aantreden in 2003 ook in voor de verandering van bepaalde tradities. Daaronder dus de initiatierite waarin meisjes aan het begin van de puberteit door vreemden werden ontmaagd. 

Het leverde haar het nodige verzet en zelfs doodsbedreigingen op, zowel van dorpshoofden die onder haar vallen als van andere leiders van dezelfde rang. Sommige mannelijke collega’s vroegen haar wie ze wel niet dacht dat ze was, hoe ze kon denken dat ze hun oude cultuur zomaar zou kunnen veranderen. ‘Ik zei: als jullie er in eigen gebied mee door willen gaan is dat jullie beslissing, maar ik wil dat het hier stopt, of je dat leuk vindt of niet.’ 

Haar vader had in zijn tijd ook al geprobeerd om de initiatierite af te schaffen, maar hem lukte dat toen niet. Nu gaf de angst voor aids – in Malawi is een op de elf mensen tussen de vijftien en 49 jaar met hiv besmet – Kachindamoto de wind in de zeilen. 

Daarnaast maakte ze een eind aan kindhuwelijken en stuurde ze meisjes terug naar school lang voordat de huwelijksleeftijd landelijk werd verhoogd van vijftien naar achttien jaar – een leeftijdsgrens die in 2017 in de grondwet werd opgenomen. Aanvankelijk wilden maar weinig mensen naar haar luisteren, zegt Kachindamoto. Dus ging ze op tournee met een muziekband, om haar boodschap over het kindhuwelijk en de initiatierite onder een groter publiek te verspreiden. Daarna stelde ze plaatselijke verordeningen in en ontsloeg ze mannelijke hoofden die op de oude voet verder gingen publiekelijk, om een voorbeeld te stellen. Tegelijk benoemde ze zo’n tweehonderd vrouwen op belangrijke posten. Bij haar aantreden, zegt ze, ‘was er geen enkel vrouwelijk dorpshoofd, alleen maar mannelijke, dus heb ik die cultuur veranderd’. 

Trouwen op jonge leeftijd komt vaak voor in een milieu waar armoede heerst. Kachindamoto vertelt dat meisjes in haar regio, waar landbouw het belangrijkste middel van bestaan is, vaak van school worden gehaald om schoolgeld uit te sparen. ‘Ik ben met de schoolhoofden gaan praten en heb hun gezegd dat ze de meisjes niet moeten wegsturen als er niet wordt betaald, omdat ze anders meteen door hun ouders worden uitgehuwelijkt.’

Haar stem is niet de enige die verandering brengt in het culturele landschap van Malawi. In het district Salima heeft Chalendo MacDonald (67), beter bekend als Chief Mwanza, seksuele initiatieriten en kindhuwelijken ook in de ban gedaan. Chief Mwanza is verantwoordelijk voor 780 dorpen met in totaal zo’n negenhonderdduizend inwoners, behorend tot het Chewa-volk. Ook zij zet zich in voor een ander Malawi. Ze heeft in haar district al 320 vrouwen tot dorpshoofd benoemd omdat ‘vrouwelijke leiders zich inzetten voor zaken die vrouwen aangaan’. 

In haar functie als leider, die ze al vijftien jaar bekleedt, heeft ze 2060 kindhuwelijken ontbonden. Maar ook al is het zowel volgens de landelijke wetgeving als de verordeningen van haar eigen volk verboden, de praktijk gaat nog steeds door, vertelt ze. ‘Gisteren nog,’ is haar antwoord op de vraag wanneer ze voor het laatst een meisje uit een vroegtijdig huwelijk redde. ‘En ook eergisteren was er gedoe met een kindhuwelijk, dus ze worden nog steeds gesloten.’ 

In Tunisië, dat in Noord-Afrika ligt maar stevig is verankerd in de Arabische wereld, spelen vrouwen al een prominente rol in de politiek en samenleving sinds de jaren vijftig, toen president Habib Bourguiba aan het bewind kwam. Maar dat geldt niet voor alle Tunesische vrouwen. In 1980 verbood de strikt seculiere Bourguiba het dragen van een hoofddoek in openbare instellingen, waardoor gesluierde vrouwen uit het straatbeeld werden geweerd. 

Tijdens de Tunesische revolutie in 2011, de eerste opstand in de Arabische Lente, werd dictator Zine El Abidine Ben Ali afgezet. Dat opende de politieke arena voor nieuwe gezichten. Het straatbeeld in de hoofdstad Tunis veranderde eveneens: meer vrouwen gingen weer een hoofddoek dragen. De snelle omwenteling riep het oude Arabische spreekwoord ‘verboden vruchten smaken het zoetst’ op. 

Het Tunesische personenen familierecht uit 1957 was een van de vooruitstrevendste in de regio: het verbood polygamie, gaf man en vrouw bij echtscheiding gelijke rechten en stelde een minimumleeftijd in voor het huwelijk, plus de voorwaarde dat zowel de man en als de vrouw ermee instemde. In 1965 werd abortus legaal voor vrouwen met vijf of meer kinderen die toestemming hadden van hun echtgenoot, en in 1973 voor iedereen. Ook daarna behielden Tunesische vrouwen deze verworvenheden, mede doordat het land verschoond bleef van de oorlogen, de sancties en het militiegeweld die landen als Irak ontwrichtten. 

Toch was Bochra Belhaj Hamida, de parlementariër en mensenrechtenadvocaat, er aanvankelijk niet gerust op. ‘Wij voorvechters van de vrouwenzaak vreesden dat de revolutie een stap terug zou betekenen. Maar het heeft precies andersom uitgepakt.’ Een van de redenen voor haar bezorgdheid was dat de islamistische Ennahda-beweging de eerste postrevolutionaire regering leidde. ‘Zonder de revolutie waren de hervormingen er misschien ook gekomen, maar wel veel langzamer,’ zegt ze. ‘Ze kregen een extra impuls door de revolutie en door de angst van veel vrouwen dat ze hun plek en hun rechten zouden verliezen.’ 

De veranderingen waren ingrijpend en voltrokken zich razendsnel. In 2014 kwam er een nieuwe grondwet waarin de persoons- en familierechten uit 1957 werden overgenomen en waarin bovendien de gelijkheid van man en vrouw werd vastgelegd. In 2017 kregen Tunesische vrouwen, ondanks stevig verzet, het recht om een man van een ander geloof te trouwen – een zwaar taboe in de regio. Eerder was een nieuwe wet tegen huiselijk geweld aangenomen, en een wet waardoor moeders geen toestemming van de vader meer nodig hebben om zonder hem met hun kinderen naar het buitenland te reizen. Bovendien moesten alle politieke partijen bij lokale verkiezingen voortaan evenveel vrouwelijke als mannelijke kandidaten op de kieslijst zetten. Dat werkte: bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 ging 48 procent van de zetels naar een vrouw. In het parlement bezetten vrouwen nu 79 van de 217 zetels, het hoogste percentage (36,4) in de Arabische wereld. 

Voor bestuursfuncties die politici vroeger onderling verdeelden, werden voortaan verkiezingen gehouden. Vorig jaar vond de eerste stembusgang plaats en werd Souad Abderrahim als eerste vrouw in 160 jaar verkozen tot voorzitter van de hoofdstedelijke gemeenteraad. ‘Zodra de macht en de keus bij het volk kwamen te liggen, viel de keus prompt op een vrouw,’ zegt Abderrahim. 

Aya Aghabi (27), die na een auto­-ongeluk in een rolstoel belandde, is de belangrijkste pleitbezorger van rol­ stoeltoegankelijkheid in Jordanië. Tijdens haar studie in Califor­nië, waar al vroeg reke­ning werd gehouden met de rechten van gehandicapten, zag Aghabi dat rolstoel­ gebruikers met wat aanpassingen goed zelfstandig kunnen leven. In Jordanië valt nog veel te behalen. Aghabi werd er full­-time adviseur op het gebied van toegan­kelijkheid. Er wordt steeds beter naar haar geluisterd, door aan­ nemers, ministers en leden van de konink­lijke familie. Maar de Tempel van Hercules in Amman is nog steeds lastig toegankelijk voor rolstoelrijders.
Foto van Lynn Johnson

Haar bestuursstijl was al evenzeer een breuk met het verleden. Abderrahim jast er geen eenzijdige beslissingen door, maar betrekt alle zestig raadsleden bij de besluitvorming. In Tunesië zijn de gemeentebesturen verantwoordelijk voor de gang van zaken in de steden, en de gemeenteraad van Tunis is, zoals Abderrahim zegt, ‘de moeder van alle gemeenteraden’ in het land. Dat zijn er in totaal 350. ‘Ik heb de bevoegdheid om akkoorden te ondertekenen, maar ik teken niets voordat ik met de raadsleden heb overlegd,’ zegt ze. ‘Democratie betekent inclusiviteit.’ 

Hamida en andere activisten willen nu het traditionele erfrecht veranderen. Volgens de Tunesische wet erven vrouwen maar de helft van wat mannen toevalt – een verdeelsleutel die in de hele Arabische wereld wordt gehanteerd. Het is een strijd tegen een gevestigde religieuze orde die zich beroept op haar interpretatie van oude islamitische geschriften. 

‘Ons meningsverschil draait in de kern om onze kijk op familie,’ zegt Hamida. ‘Zij propageren de patriarchale familie, wij juist niet.’ 

Met ‘zij’ doelt Hamida op mensen als Halima Maalej, een activistische conservatieve moslima die de meeste nieuwe vrouwenrechten omarmt, maar hervorming van het erfrecht te ver vindt gaan. ‘Waarom willen ze het fundament onder onze samenleving en tradities aantasten?’ vraagt Maalej zich af. 

Als aanhanger van de Ennahda-partij weet Maalej nog hoe ze monddood werd gemaakt onder de seculiere dictatuur van Bourguiba en Ben Ali. Na lang zoeken vond ze een school waar ze met haar hoofddoek welkom was: een christelijke. ‘Onze stem was destijds nauwelijks hoorbaar.’ 

Nu zorgt ze er met haar gesluierde vriendinnen voor dat eindelijk naar hen wordt geluisterd. Ze vindt dat gelijke behandeling in het erfrecht indruist tegen de sharia, de islamitische wetgeving, en dat het een ‘bijzaak’ is waarop alleen ‘burgerlijke’ vrouwen hameren door wie zij zich niet vertegenwoordigd voelt. Net als andere politieke ideologieën kent het islamisme vele gedaanten; zelfs tussen aanhangers van Ennahda bestaan verschillende inzichten. Meherzia Labidi is parlementslid namens Ennahda en voormalig vicevoorzitter van het parlement, en ook zij draagt een hoofddoek en kon zich voor de revolutie niet uitspreken. Maar dat zijn zo ongeveer de enige overeenkomsten tussen haar en Maalej. 

Labidi noemt zichzelf ‘postfeministisch’ en vindt dat Tunesische vrouwen naar elkaar moeten luisteren. ‘Wat volgens mij nodig is in Tunesië, en in de hele islamitische Arabische wereld, is dat we onze stem terugverove- ren op die twee kampen: de ultraseculieren en ultrareligieuzen,’ zegt ze. 

Ze is trots op de rechten die Tunesische vrouwen bezitten en op het feit dat Tunesië in het debat over wezenlijke zaken als gelijke behandeling van man en vrouw in het erfrecht een gidsland is in de Arabische wereld. 

‘Waar het beter gaat met de democratie, gaat het ook beter met vrouwenrechten. Je kunt er vrijer spreken en handelen’, zegt Labidi. ‘In ondemocratische landen zijn er voor vrouwen soms ook positieve veranderingen, maar dan opgelegd door de autoriteiten. Zulke veranderingen worden vaak niet breed gedragen en blijven daardoor aan de oppervlakte. Wij proberen door te dringen tot het weefsel van de samenleving.’ 

Voor Labidi is het ‘universele erfgoed’ van het feminisme de brug die een verbinding kan maken tussen vrouwen aan beide uiteinden van het activistische spectrum, zoals Hamidi en Maalej. En daar hoort voor haar bij dat westerse vrouwen niet het woord voor hen voeren. ‘Zij zeggen dat wij meer vrijheden moeten krijgen, maar ze laten ons niet zelf opkomen voor wat we willen. Is dat vrijheid? Is dat feminisme?’ vraagt Labidi. Ze heeft een boodschap voor westerse feministen: ‘Alsjeblieft zeg, houd op met namens ons te spreken, want dan wordt míjn stem niet meer gehoord.’ 

Ook de Libanese regisseur Nadine Lebaki vindt het belangrijk dat vrouwen hun eigen verhaal kunnen vertellen. Haar films gaan over universele thema’s als het patriarchaat en sociale problemen als armoede. De eerste film, Caramel (2007), is volgens Labaki voortgekomen uit haar ‘persoonlijke obsessie’ met stereotiepe ideeën over Libanese vrouwen. ‘Die zouden onderdanig zijn, zich niet kunnen uiten, zich ongemakkelijk voelen over hun lichaam, als de dood zijn voor mannen, onder de plak zitten, altijd maar bang zijn.’ Zijzelf ziet juist sterke vrouwen om zich heen. 

Chef­kok Dominique Crenn sleepte als enige vrouw in de VS drie Michelinsterren in de wacht. Toen ze dit voorjaar hoorde dat ze een agressieve vorm van borstkanker had, besloot ze ermee in de openbaarheid te treden. ‘Aan alle vrou­wen die deze weg al eerder hebben bewan­deld of dat nu samen met mij doen: mijn hart gaat naar jullie uit,’ schreef ze aan haar 270.000 Instagram­ volgers. Ze voelt zich nog steeds gesteund door alle liefdevolle en lovende reacties die ze kreeg. ‘Wat dacht je? Ik ben heel sterk,’ zegt ze nu. ‘Het leven gaat niet altijd over rozen. Maar ik ben heel dankbaar. Die publieke aandacht is voor mij nooit een doel op zich geweest. Mijn doel is om het gevecht aan te gaan.’
Foto van Lynn Johnson

In Cafarnaúm, haar recentste film die haar een Oscarnominatie opleverde, richt Labaki haar blik op straatkinderen. ‘We sleuren ze mee in onze oorlogen, onze conflicten, onze beslissingen,’ zegt ze, ‘en we hebben om hen heen zo’n chaos aangericht’. Labaki begon in 2013 met de research voor de film, die mede geïnspireerd is door het aangrijpende beeld van de Syrisch-Koerdische peuter Alan Kurdi. Het jongetje spoelde dood aan op een Turks strand, met zijn gezichtje in de branding, nadat zijn familie was gevlucht voor de oorlog in Syrië. Dat beeld was voor haar ‘het grote keerpunt’. 

Labaki vindt het een compliment als mensen haar vertellen dat ze aan haar films zien dat er een vrouw achter de camera stond. ‘Dat wil niet zeggen dat een vrouwelijk perspectief beter is dan dat van een man. Het is alleen een ánder perspectief, een andere ervaring.’ 

Dat haar verantwoordelijkheidsgevoel groot is, bleek toen ze zich in 2016 kandidaat stelde bij de gemeenteraadsverkiezingen in Beiroet, al haalde ze geen zetel. ‘Op een gegeven moment word je activist zonder dat je dat wilt,’ zegt ze. ‘Voor mij is het geen kwestie van kiezen, het is mijn plicht. Ik weet niet of dat betekent dat ik alsnog de politiek in zal gaan, of dat ik me alleen inzet voor bepaalde veranderingen.’ 

Haar antwoord op de vraag hoe we echte veranderingen teweeg kunnen brengen, luidt: ‘Ik wil het op mijn manier doen, vanaf mijn platform, met mijn stem. Een stem resoneert zo veel luider via een film of toespraak dan welke politieke speech ook. Het houdt voor mij niet op bij het maken van de zoveelste film, het moet verder gaan dan dat.’ 

De fotografie voor deze reportage is tot stand gekomen met steun van het Pulitzer Center for Crisis Reporting. 

Lees meer verhalen over vrouwen en hun maatschappelijke positie in de november 2019 editie van National Geographic Magazine.

Lees verder

Vrouwen

Het jaar van de vrouw

National Geographic staat dit jaar in het teken van vrouwen die een verschil maakten.

Gelijke strijd: hoe vrouwen een steeds grotere rol krijgen in het leger

Overal ter wereld groeit het aantal vrouwen in de frontlinie, of het nu is als vredessoldaat of guerrillastrijder.

Vrouwen in de wetenschap: het verhaal van een professor

In haar oratie (april 2019) sprak prof. dr. Nicole de Voogd over het verschil in benadering van vrouwen in de wetenschap. ‘Ik hield zelf ook jarenlang vast aan het beeld dat professoren grote grijze, bebaarde mannen zijn. Het wordt echt tijd dat dat beeld verandert.’