Het wonder van Kuku

Een Nederlandse non-profit werkt sinds 2016 samen met Masai in Zuid-Kenia om uitgeputte grond vruchtbaar te maken.

Door Hans Avontuur
Gepubliceerd 13 okt. 2022 13:34 CEST
In de verdorde grond nabij Ilchalai in Zuid-Kenia worden 42.000 bunds gegraven, halve cirkels die regenwater ...

In de verdorde grond nabij Ilchalai in Zuid-Kenia worden 42.000 bunds gegraven, halve cirkels die regenwater vasthouden en bij hevige buien de stroming remmen. Vegetatie, ten dele gezaaid, krijgt hierdoor de kans om te groeien.

Foto door Hans Avontuur

De weg naar het wonder gaat over gortdroge vlakten van aarde, waar zelfs in het regenseizoen geen plukje gras meer groeit. Wolken stof waaien horizontaal voorbij en lossen op in een bleke hemel. De felle zon heeft er alle kleur uitgebrand. In de barre leegte staat een handvol hutten met daken van golfplaten. Hier woon je alleen als je er geboren bent.

Wanneer we een droge rivierbedding passeren, kijkt Lanoi Meitekini wat stil naar buiten. ‘Mijn opa en oma vertelden verhalen over hoe mooi de rivier was, dat er altijd water stroomde en overal nijlpaarden zwommen.’

Meitekini is hier opgegroeid, studeerde bedrijfskunde en is teruggekeerd omdat ze wilde bijdragen aan de ontwikkeling van haar Masaigemeenschap. Ze werkt voor de Maasai Wilderness Conservation Trust (MWCT), de lokale partner van de Nederlandse non-profit Justdiggit in Kuku Group Ranch, in Zuid-Kenia. Het gebied is bijna even groot als de provincie Utrecht en telt meerdere Masaigemeenschappen. We verlaten het gravelpad. Tussen rotsen en keien door zoeken we het goede spoor naar Plot B, een terrein van 312 hectare dat door Justdiggit is hersteld. Vrijwel van het ene op het andere moment verandert het landschap om ons heen. Rode aarde, stof en dorre takken maken plaats voor een weelderig terrein van hoog gras, dichte struiken en gezonde bomen. Er grazen antilopen, zebra’s en een giraffe.

‘Vijf jaar geleden zag dit er niet veel anders uit dan die droge vlakten waar we doorheen zijn gereden,’ zegt Meitekini. ‘Snap je waarom mensen dit als een wonder zien?’

Orkewua Ntanin woont in een traditionele boma, een omheind terrein met meerdere hutten. Zijn vee moet, net als dat van de meeste Masai in Kuku, steeds verder van huis om te kunnen grazen.

Foto door Hans Avontuur

Dit voorjaar luidden de VN de noodklok. Bijna de helft van al het land op aarde is verarmd of uitgeput. Volgens de UNCCD, het VN-agentschap tegen verwoestijning, is dat vooral het gevolg van intensieve landbouw en veeteelt, verstedelijking, schadelijk watergebruik en de aanleg van infrastructuur. De organisatie heeft de komende jaren uitgeroepen tot het decennium van herstel en bescherming van ecosystemen. ‘Landdegradatie betekent de dood,’ zegt UNCCD secretaris Ibrahim Thiaw. ‘We kunnen niet meer als vanzelfsprekend op het land rekenen.’

Kuku hoort tot die plekken op aarde die de laatste decennia steeds verder in de problemen zijn geraakt. Door bevolkingsgroei, intensieve landbouw en extreme droogte is er minder terrein beschikbaar voor de koeien. Het gevolg: overbegrazing en uitputting van de grond. Tot er niets meer groeit, de vruchtbare toplaag wegspoelt en de verwoesting onomkeerbaar is.

Om percelen te redden waar dat nog kan, heeft Justdiggit in Kuku al meer dan 150.000 halve cirkels gegraven, zogenaamde bunds, en waar nodig zaden bijgeplant. De techniek is even eenvoudig als doeltreffend. De bunds, die worden aangelegd met de gesloten kant bergaf, houden het regenwater vast én remmen bij hevige buien de stroming. Dankzij de halvecirkelvorm blijft de grond op zijn plek; wortels hebben meer tijd om grip te krijgen, zaden krijgen de kans om te ontkiemen.

Drie jaar geleden was dit nog maar een kleine geul aan de rand van de Masaigemeenschap Oyarata. Nu is de schade onomkeerbaar. Ook verderop zijn grote stukken grond onbruikbaar geworden.

Foto door Hans Avontuur

‘De techniek is niet nieuw,’ zegt geohydroloog Sander de Haas van Justdiggit. ‘In West-Afrika worden bunds al eeuwenlang gebruikt en heten ze demi-lunes, halvemaantjes.’ In Kuku zijn de halve cirkels vaak groter en worden ze tussen bestaande struiken en rotsen geplaatst, vertelt hij. Eerst werd de natuur na de aanleg van de bunds met rust gelaten, maar voor een beter resultaat moest soms meteen goed gras worden geplant. ‘Dat werkt hier het best,’ aldus De Haas.

Op korte termijn profiteren de boeren en herders van de vergroening, op lange termijn heeft het een positief effect op het lokale klimaat, legt hij uit. Vegetatie zorgt voor lagere temperaturen en meer vocht in de lucht; dat vergroot de kans op regenval, zodat de watercyclus zich kan herstellen. ‘Op grote schaal werkt meer groen tegen de opwarming van de aarde.’

In totaal heeft Justdiggit in Kuku 1830 hectare land onderhanden. Op twee terreinen, Plot B (312 hectare) en Plot D (129 hectare), mag sinds dit najaar weer voorzichtig worden gegraasd. Op wereldschaal is dat bijna te verwaarlozen: zo’n twee miljard hectare (een gebied groter dan Rusland) wacht op herstel. Maar voor de bewoners zijn de projecten letterlijk van levensbelang.

Mannen en vrouwen verzamelen zich bij het eerste daglicht om nieuwe bunds te graven nabij Ilchalai. Na de woorden van een plaatselijke chief en een gezamenlijk gebed, geeft Timothy Lenaiyia, een welzijnswerker van de Masaigemeenschap, de laatste instructies.

Foto door Hans Avontuur

Aan de rand van Oyarata, een van de gemeenschappen binnen de grenzen van Kuku Group Ranch, loopt een metersdiepe kloof door de rode aarde. Alsof een aardbeving de grond heeft opengereten. MWCT-ranger Musa Parteyie Ntiirai is in het dorp geboren en zegt dat de kloof het gevolg is van hevige regenval na een lange periode van droogte.

‘Drie jaar geleden was het nog maar een kleine geul. Zo snel gaat erosie dus.’ Ntiirai vertelt dat hij als kind de koeien van zijn familie op dit terrein liet grazen. Op zoek naar gras hoefde hij nooit ver weg. Nu zien we hoe een jonge herder drie koeien naar de overkant van de kloof jaagt en daarna over de eindeloze vlakte achter de horizon verdwijnt. Alleen een stofwolk in de lucht verraadt hun aanwezigheid.

Niet ver van de diepe kloof ligt Plot C, een stuk grond dat Justdiggit in 2016 graag op dezelfde manier had aangepakt. Maar de gemeenschap vond het te vroeg: er stond nog wat gras en het lag dicht bij het dorp. Ook was er nog onvoldoende vertrouwen in het project; de techniek van de bunds was hier in Kenia onbekend. Justdiggit had bovendien geen tastbaar voorbeeld om de chiefs te overtuigen, enkel een plan en mooie woorden. Plot C is nu een onherstelbaar kraterlandschap. Voorgoed verloren.

‘Pijnlijk,’ zegt Lana Müller, een ecoloog die de projecten van Justdiggit in Kuku leidt. ‘Anderzijds kunnen we de gemeenschapsleiders nu wel het verschil laten zien en het belang van tijdig herstel. Voor de Masai is land heilig, dus het is lastig om dat uit handen te geven aan een organisatie. Ook al blijft het hun land en doen we alles samen.’

Links: Hoogst:

Met het kweken en oogsten van zaad en gras verdient Mpachacha Isayta een eigen inkomen. Deze nering versterkt haar positie als vrouw in de sterk door mannen gedomineerde Masaigemeenschap.

Rechts: Bodem:

Het kweken en oogsten van zaad en gras.

foto's van Hans Avontuur

Zo komen de gravers van de bunds uit de gemeenschap zelf, evenals de mensen die de locatie ervan bepalen, de rangers die er daarna voor moeten zorgen dat er niet wordt gegraasd en de grazing committee, waarmee een nieuwe, duurzame begrazingsmethode wordt afgestemd.

Zo veel moeite het in het begin kostte om lokale leiders te overtuigen van de projecten, zo gemakkelijk gaat dat nu, vertelt Müller. ‘De chiefs komen nu spontaan naar ons toe om een stuk grond aan te bieden voor herstel. Maar ook gemeenschappen van buiten Kuku en organisaties als de South Rift Association of Land Owners en Laikipia Wildlife Forum komen kijken of ze de techniek bij hun projecten kunnen gebruiken.’

Ook binnen de gemeenschap zelf maken de bunds, of earth smiles, naam. ‘Ik krijg binnenkort een eigen stuk grond om voedsel op te verbouwen,’ zegt ranger Ntiirai. ‘Daar ga ik zelf bunds graven. Het werkt.’

De vrouwengroep van Moilo maakte de eerste grass seed bank van Kuku, een omheinde akker waar zaad en gras wordt gekweekt. Het succes – zie onder meer het verschil binnen en buiten het hek – kan andere gemeenschappen over de streep trekken om de methode over te nemen.

Foto door Hans Avontuur

Hoewel Justdiggit de boodschap eenvoudig verpakt – ‘we graven bunds’ – heeft het project veel meer lagen die bijdragen tot het wel of niet slagen ervan. De belangrijkste ervan is werkgelegenheid. De gravers krijgen een vergoeding, net als hun teamleiders die elke bund aftekenen in de grond, de rangers die stropers en vee buiten moeten houden en de vrouwen die de zaden verbouwen om in de halve cirkels te planten.

Er zijn in Kuku ondertussen vijf grass seed banks, omheinde akkers waar gras en zaden worden gekweekt. Lanoi Meitekini (MWCT) neemt me mee naar de eerste, nabij het dorp Moilo. Over een knokige, kale vlakte rijden we naar een hek met daarachter een oase van hoog wuivend gras. De toppen van elke halm vol zaadjes.

Op deze plek aan de voet van de Kilimanjaro is een tiental vrouwen bezig met de oogst. Sommigen dragen traditionele kleding en kleurrijke sieraden, anderen een spijkerbroek en T-shirt van Manchester United of Bayern München. Mpachacha Isayta hoort bij de vrouwen die vanaf het begin betrokken zijn bij het verbouwen van graszaad. Ze is tevreden met de oogst: ‘Het is een goed jaar, zeker zeshonderd kilo.’

Isayta is getrouwd en heeft acht kinderen. Dankzij de inkomsten kunnen haar kinderen naar school, zegt ze. ‘Ik wil dat ze later studeren en een goede baan vinden. Dan hoeven ze niet hun hele leven bij de schapen en de koeien te zijn en krijgen ze een beter en gemakkelijker bestaan.’ Meitekini luistert tevreden mee. Er zijn ondertussen vijf akkers met graszaad, die alle in handen zijn van vrouwen die zich hebben verenigd.

Alle gravers van de bunds komen uit de lokale gemeenschap en krijgen per halve cirkel een vergoeding van 160 Keniaanse shilling, zo’n 1,35 euro. Met zes tot tien bunds per dag is dat op het platteland een goed loon.

Foto door Hans Avontuur

‘Dankzij de opbrengst zijn ze minder afhankelijk van hun man,’ zegt ze. ‘Belangrijk, want in de Masaicultuur is de positie van de vrouw over het algemeen niet sterk.’

De plots van Justdiggit en de velden met graszaad zijn lichtpuntjes in een afgepeigerd landschap. Ouderen die ik ontmoet vertellen hoeveel groener het vroeger was, met volop gras en bomen. De Masai staan voor een enorme uitdaging. Behalve door klimaatverandering, bevolkingsgroei en erosie wordt hun eeuwenoude bestaan als rondtrekkende veehouders bedreigd door de oprukkende moderniteit.

Het is nog halfdonker wanneer ik onderweg ben naar Orkewua Ntanin, een Masaiveehouder en simba scout, of leeuwenspotter. Hij woont met zijn gezin in een traditionele boma, een terrein omheind met takkenbossen die de roofdieren buitenhouden. Langs de weg zie ik kinderen in schooluniform; sommige leggen elke ochtend tien kilometer af, en ’s middags nog eens tien.

De omheinde boma staat vol schapen en koeien. Ze hebben er veilig de nacht doorgebracht en gaan straks naar buiten. De broer van Ntanin en een jonge herder zullen ze meenemen naar een plek met voldoende vegetatie om te kunnen grazen, acht kilometer verderop. Maar eerst worden de dieren geïnspecteerd. Kijken of ze allemaal nog gezond zijn.

Ntanin leeft op de grens van traditie en toekomst. ‘Ik houd van mijn huis in de boma. Door de traditionele bouw blijft het er overdag koel, huizen met golfplaten worden veel te heet.’ Hoewel hij in de gemeenschap aanzien heeft omdat hij vroeger als aanstaande krijger met een leeuw heeft gevochten, praat hij er zelf niet graag over. ‘Het vee werd aangevallen en dan moet je als jonge Masai iets doen.’ Hij raakte zwaargewond, belandde in het ziekenhuis en overleefde ternauwernood.

‘Ik wil dat mijn kinderen studeren en zich daarna inspannen voor de gemeenschap,’ zegt hij. ‘Als moderne krijgers. Een leeuw doden, zoals dat vroeger moest om respect te winnen, is gevaarlijk en onnodig. De wereld verandert. We zijn geen vijanden meer. We moeten de leeuwen nu juist beschermen, net als het vee. Dat is het mooie van een leeuwenspotter. Die doet allebei.

Bunds een wondermiddel? 'Nee hoor,’ zegt geograaf Cora van Oosten van Wageningen University & Research. Ze is gespecialiseerd in het herstel, onderhoud en beheer van landschappen. ‘Als je water hebt, is vergroening heel gemakkelijk. Zorg dat een terrein een tijdje met rust wordt gelaten en alles ziet er al snel weelderig uit. De complexiteit zit ’m in andere zaken. Voor wie wordt het zogenaamde wonder verricht? Omarmen zij het project voor het geld dat ze ermee verdienen of omdat het hun grond en arbeid is? Hoe voorkom je dat een investeerder met een stuk hersteld land aan de haal gaat dat voor de herders en hun vee is bedoeld?’

Het is een van de redenen waarom er veel mislukt, aldus Van Oosten. Zo nam de Afrikaanse Unie in 2007 het initiatief voor de Great Green Wall, een achtduizend kilometer lange, vijftien kilometer brede groene strook over de volle breedte van Afrika om verwoestijning tegen te gaan. Het project zou in 2030 klaar moeten zijn, maar ondanks brede internationale steun is slechts vier procent tot nu toe gerealiseerd.

‘Binnen de Great Green Wall zie je twee stromingen,’ zegt Van Oosten. ‘De eerste is de grootschalige aanpak, gebaseerd op enorme investeringen en standaardoplossingen in grote gebieden. Zulke projecten worden meestal uitgevoerd door bureaucratische, politiek gestuurde organisaties die veel geld kosten en niet goed overleggen met de lokale bevolking. Het gevolg is dat ze traag werken en resultaten tegenvallen.’

Met de vegetatie keren ook de dieren terug, wat ze in conflict kan brengen met de mens. Om dat te voorkomen, geven leeuwenspotters David Kanai (rechts) en Leiyan Ole Rimpa herders de locaties van leeuwen door.

Foto door Hans Avontuur

‘Maar je hebt ook maatwerk,’ vervolgt ze. ‘Dan gaat het om kleine projecten, uitgevoerd door de boeren en veehouders zelf. Ze zijn ontworpen door lokale partijen die verstand hebben van de plaatselijke omstandigheden. In deze benadering heb ik veel vertrouwen. Zulke projecten vormen een mozaïek van kleine lokale successen, die zich als een olievlek uitbreiden. En je leert van elkaar. Hé, werkt dat bij jullie in Djibouti? Dan zou het bij ons in Ethiopië misschien ook een oplossing kunnen zijn,’ aldus Van Oosten.

Zo bezien vormen de projecten van Justdiggit in Kuku zo’n mozaïekstukje, toegesneden op de plaatselijke situatie. Bovendien is de organisatie ondertussen betrokken bij andere initiatieven in onder meer Kenia, Tanzania, Ethiopië en Oeganda, steeds met methoden die passen bij de omstandigheden ter plekke. Zo leren boeren en herders in Tanzania hoe ze van verloren gewaande stronken – bomen die ooit zijn gekapt voor houtskool, bouwmateriaal en akkers – weer een gezond bos kunnen maken. De techniek heet Kisiki Hai en is, net als de West-Afrikaanse demi-lunes, eeuwenoud.

‘Het is fijn dat er steeds meer aandacht is voor dit soort lokale technieken,’ zegt Van Oosten. ‘Locals weten vaak allang dat het werkt, maar met de ondersteuning van buiten kan het tot wonderen leiden.’

Op een uitgeput stuk grond nabij Ilchalai klimt de zon boven de horizon. In de lange schaduwen van de vroege ochtend komen uit alle windstreken mensen aangelopen. Mannen en vrouwen met een schop over hun schouders. Het zijn de diggers, de gravers. De komende maanden worden hier 42.000 nieuwe bunds gemaakt.

Er hangt een opgewekte, vrolijke sfeer. Ntiok Pilenanka is blij dat hij als graver kan bijdragen aan het project. ‘Het geeft mij niet alleen een inkomen, ik heb op andere plaatsen in Kuku ook gezien dat het werkt. Daar is alles weer groen met voedsel voor koeien en wildlife.’

Aan het eind van de ochtend sta ik aan de rand van de enorme vlakte. Vijf uur geleden was het een hopeloos en gortdroog terrein. Nu zie ik halve cirkels zo ver ik kan kijken, stuk voor stuk gegraven met een gevoel van hoop. Als het hier over vijf jaar net zo groen is als op Plot B, mag je best van een wonder spreken, ook al is het wetenschappelijk prima te verklaren.

Journalist-fotograaf Hans Avontuur zoekt overal ter wereld naar verhalen, maar koestert een voorliefde voor Afrika. Zijn reisreportages verschijnen geregeld in National Geographic Traveler

Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Milieu
4 eenvoudige manieren om je feestdagen milieuvriendelijker te maken
Milieu
India's energierevolutie: Waar India gaat, gaat het klimaat
Milieu
Godin van het plastic
Milieu
7x de Great Lakes in beeld: grote meren, grote risico's
Milieu
Dit Nederlandse beekvisje wordt bedreigd

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2021 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.