‘De doodsteek voor de industrie,’ noemde Greenpeace het besluit van het Noorse parlement om tot ten minste 2029 geen vergunningen af te geven voor diepzeemijnbouw, afgelopen maand. Voor natuurorganisaties was het een zeldzame overwinning. Toch betekent het besluit niet dat de plannen om de oceaanbodem te ontginnen van tafel zijn. Integendeel: wereldwijd woedt de discussie over diepzeemijnbouw heviger dan ooit.

Voor of tegen diepzeemijnbouw?

Meer dan veertig landen hebben inmiddels opgeroepen tot een moratorium op diepzeemijnbouw. Ook de Europese Unie pleit voor terughoudendheid en wil eerst meer wetenschappelijk onderzoek.

Tegelijkertijd zetten andere landen juist stappen vooruit. Op 24 april 2025 ondertekende de Amerikaanse president Donald Trump een presidentieel decreet dat een Amerikaanse wet uit 1980 opnieuw van kracht maakt. Die wet opent de deur naar commerciële mijnbouw in internationale wateren, gebieden die volgens een VN-verdrag uit 1982 juist moeten worden beheerd ‘ten gunste van de gehele mensheid’.

China uitte al kritiek op de Amerikaanse koers. Hoe dit geopolitieke spanningsveld zich zal ontwikkelen, is onzeker. Wat wel vaststaat: de diepzee staat steeds nadrukkelijker op het wereldtoneel.

Een schat op de oceaanbodem

Al sinds de jaren zeventig weten wetenschappers dat de oceaanbodem rijk is aan waardevolle grondstoffen. Op uitgestrekte vlaktes, op zo’n vierduizend meter diepte, liggen naar schatting honderden miljarden tonnen mangaanknollen: aardappelgrote, rotsachtige bollen die langzaam zijn gegroeid rond een kern.

Leestip: Hoe diep kun je in de aarde boren? De Sovjet-Unie testte het

Ze bevatten metalen als mangaan, nikkel, koper en kobalt: grondstoffen die onmisbaar zijn voor batterijen, windturbines en andere technologieën voor de energietransitie.

Techniek onder extreme druk

Het beeld van een verborgen schat is verleidelijk, maar de omstandigheden zijn extreem. Op deze dieptes heersen ijzige temperaturen, een druk die honderden keren hoger is dan aan het oppervlak en volledige duisternis. Het ‘oprapen’ van mangaanknollen vraagt om gespecialiseerde machines die dag en nacht kunnen functioneren in een omgeving die nauwelijks verkend is.

Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!

De technische uitdagingen zijn enorm. Mijnmachines zouden continu over de zeebodem moeten rijden, knollen verzamelen en deze via lange buizen naar een schip aan de oppervlakte pompen. Van daaruit moeten de onbewerkte materialen naar het vasteland worden vervoerd voor verdere verwerking. Het maakt diepzeemijnbouw tot een logistiek complex en kostbaar proces.

Drie manieren om de diepzee te ontginnen

Toch gelden juist mangaanknollen als de kansrijkste vorm van diepzeemijnbouw. Dat komt doordat ze relatief los op de zeebodem liggen en vaak verspreid zijn over uitgestrekte, vlakke gebieden. Andere potentiële mijnlocaties zijn technisch nog uitdagender.

Naast mangaanknollen richten plannen zich op twee andere typen afzettingen. De eerste zijn kobaltrijke korsten, die zich vormen op de flanken van onderzeese bergen op dieptes van enkele honderden tot duizenden meters. Ondanks hun naam bestaan ze vooral uit mangaan en ijzer, met kleinere hoeveelheden kobalt en andere metalen. Ze zitten vastgehecht aan de rotsbodem, wat winning moeilijk maakt.

Leestip: Helikopterfoto’s tonen de littekens van mijnbouw in Duitsland

De tweede zijn hydrothermale schoorstenen: plekken waar heet, mineraalrijk water uit de aardkorst omhoog stroomt, meestal langs breuklijnen tussen tektonische platen. Het water zet bij afkoeling metalen af, waardoor rijke ertslagen ontstaan.

Deze afzettingen zijn echter grillig van vorm en chemisch complex, wat raffinage bemoeilijkt. In vergelijking daarmee zijn mangaanknollen gelijkmatiger verdeeld en eenvoudiger te verwerken – althans, in theorie.

Een duurzame oplossing?

Voorstanders van diepzeemijnbouw wijzen op de groeiende vraag naar metalen voor de energietransitie. Zonder nikkel, kobalt en koper geen batterijen voor elektrische auto’s en geen grootschalige opslag van duurzame energie.

Bovendien, zo luidt het argument, veroorzaakt mijnbouw op land aantoonbare schade: ontbossing, vervuiling en slechte arbeidsomstandigheden. In dat licht zou de diepzee – koud, donker en ogenschijnlijk leeg – een minder schadelijk alternatief zijn.

Maar dat beeld is misleidend. Juist omdat de diepzee zo onherbergzaam lijkt, is zij lange tijd buiten beeld gebleven. Pas de afgelopen decennia ontdekken onderzoekers hoe rijk en kwetsbaar deze ecosystemen zijn.

Leven zonder zonlicht

Hydrothermale schoorstenen behoren tot de bijzonderste ecosystemen op aarde. Hier leven organismen die niet afhankelijk zijn van zonlicht, maar van chemische energie.

Bacteriën vormen de basis van voedselketens waarin onder meer buiswormen, schelpdieren en garnalen floreren bij temperaturen en chemische omstandigheden die voor de meeste levensvormen dodelijk zijn.

Leestip: 5 bizarre zeedieren waarvan je niet wist dat ze echt bestaan

Ook de ogenschijnlijk kale mangaanknollenvelden blijken ecologisch waardevol. Sponzen, waaronder zeldzame glassponsen, hechten zich aan de knollen en creëren leefruimte voor wormen, krabben en andere bodemdieren.

Onderzoekers van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek (NIOZ) waarschuwen dat het verwijderen van de knollen kan leiden tot het instorten van deze ecosystemen, omdat de structuur waarop het leven rust verdwijnt.

De diepzee en het klimaat

De diepzee speelt bovendien een cruciale rol in het wereldwijde klimaatsysteem. De oceanen nemen naar schatting zo’n dertig procent van de door mensen uitgestoten koolstofdioxide op. Een belangrijk deel daarvan belandt uiteindelijk op de oceaanbodem, waar het voor lange tijd uit de atmosfeer wordt opgeslagen.

Dit proces wordt aangedreven door zogenoemde ‘mariene sneeuw’: een constante regen van organisch materiaal, zoals uitwerpselen en dode organismen, die langzaam naar beneden zakt. Vissen in de schemerzone – de laag tussen ongeveer tweehonderd en duizend meter diepte – versnellen dit proces.

’s Nachts zwemmen ze naar boven om te eten; overdag keren ze terug naar dieper water en nemen zo koolstof mee naar beneden. Verstoring van deze diepzeeprocessen kan gevolgen hebben die reiken tot ver boven de oceaanbodem.

Een kwetsbaar systeem

Wat diepzeemijnbouw extra risicovol maakt, is de traagheid van herstel. Mangaanknollen groeien slechts enkele millimeters per miljoen jaar. Worden ze verwijderd, dan is herstel op menselijke tijdschalen uitgesloten. Daarnaast veroorzaken mijnmachines grote stofwolken die zich kilometers ver kunnen verspreiden en nabijgelegen organismen kunnen verstikken.

Hoe ingrijpend zulke verstoringen zijn, blijkt uit experimenten uit de jaren zeventig en tachtig. Op testlocaties waar toen kleinschalig in de zeebodem werd ingegrepen, zijn de sporen decennia later nog steeds zichtbaar. Het bodemleven is er slechts gedeeltelijk teruggekeerd.

Een keuze met wereldwijde gevolgen

Ondanks toenemende kennis blijft de diepzee grotendeels onbekend. Wetenschappers schatten dat een groot deel van de soorten die er leven nog niet eens is beschreven. Dat maakt het moeilijk om de gevolgen van grootschalige mijnbouw volledig te overzien. Wat wel duidelijk is: ingrepen in de diepzee zijn niet lokaal en niet tijdelijk.

De vraag is daarom niet alleen of diepzeemijnbouw technisch en economisch haalbaar is, maar ook of de potentiële opbrengsten opwegen tegen de risico’s. Niet alleen voor unieke ecosystemen in totale duisternis, maar ook voor het klimaat en de mensheid die daarvan afhankelijk is.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!