Hoe virusvarianten hun namen kregen en waarom dat nu verandert

Momenteel hebben we te maken met verwarrende aanduidingen van letters en cijfers of met namen van landen, wat mensen uit die regio’s stigmatiseert. Experts brengen daar nu verandering in.

Gepubliceerd 4 jun. 2021 11:54 CEST
variants

Een opname met een rasterelektronenmicroscoop toont het SARS-CoV-2-virus, dat COVID-19 veroorzaakt. Het virus is geïsoleerd uit een patiënt in de VS. Op de foto is te zien hoe afzonderlijke virusdeeltjes tevoorschijn komen uit membranen van cellen die in het laboratorium zijn gekweekt. Aan de uitsteeksels of ‘spikes’ op de buitenzij van de virusdeeltjes, die enigszins aan een kroon doen denken, dankt het coronavirus zijn naam. Deze opname werd gemaakt en ingekleurd op de Rocky Mountain Laboratories (RML) van het NIAID (National Institute of Allergy and Infectious Diseases) in Hamilton, Montana.

Foto van Image by NIAID

De varianten van het nieuwe coronavirus hebben allerlei vreemde en ingewikkelde namen. Toen virologen en microbiologen de verschillende varianten wilden bijhouden die snel achter elkaar opdoken, leek het handig om ze met aanduidingen als ‘B.1.1.7’ of ‘P.1’ te benoemen, maar deze codes blijken niet erg inzichtelijk te zijn voor een geïnteresseerd publiek dat zich een beeld probeert te vormen van varianten die overal ter wereld nieuwe uitbraken van COVID-19 veroorzaken.

Salim Abdool Karim, epidemioloog en ex-voorzitter van het Zuid-Afrikaanse adviescomité inzake COVID-19, weet er alles van. Hij behoorde tot de experts die de naam bedachten voor de variant die voor het eerst in zijn land werd vastgesteld: 501Y.V2, een virusstam die vreemd genoeg ook bekend staat als B.1.351 en 20H/501Y.V2.

“Wie wil het nu de hele tijd over 501Y.V2 hebben?” zegt Abdool Karim. “Het is een hele mond vol en een vreselijke naam. Je noemt je kind toch ook niet 501Y.V2?”

Volgens hem is het begrijpelijk dat veel mensen deze virusstam nu als de ‘Zuid-Afrikaanse variant’ aanduiden. Maar hij is ook een van de vele wetenschappers die kritiek hebben op dit gebruik, omdat zulke aanduidingen stigmatiserend en bovendien onjuist zijn.

Daarom heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) nu een nieuw annotatiesysteem voor varianten van het coronavirus gepresenteerd. De organisatie hoopt dat het daarmee voor niet-wetenschappers gemakkelijker wordt om het overzicht over de diverse varianten te bewaren. De WHO heeft letters van het Griekse alfabet toegekend aan alle belangrijke varianten, die op talloze plekken in de wereld tot nieuwe golven van besmettingen leiden. Zo heet de variant die voor het eerst in Groot-Brittannië werd vastgesteld en aanvankelijk de aanduiding ‘B.1.1.7’ kreeg, nu gewoon ‘Alpha’, terwijl de ‘Zuid-Afrikaanse’ variant van Abdool Karim voortaan ‘Beta’ heet. En zo zal het hele Griekse alfabet worden afgewerkt.

Waarom was het nodig om deze virusstammen andere namen te geven? We zetten op een rijtje hoe virussen doorgaans worden benoemd, waarom er tijdens de pandemie zo’n chaotisch en overhaast systeem van benamingen is ontstaan en wat de nadelen zijn van het historische gebruik om virussen naar de landen te noemen waar ze voor het eerst werden vastgesteld.

Wat is een virus?
Virale uitbraken kunnen binnen enkele dagen een dodelijke pandemie worden. Om catastrofe te voorkomen, vechten moedige wetenschappers terug met nieuwe behandelingen en vaccins. Afbeeldingen uit de show "Breakthrough".

Zijn namen belangrijk?

Veel virussen zijn vernoemd naar de geografische regio waar ze voor het eerst werden ontdekt, plekken als het Zika-woud in Oeganda of het riviertje de Ebola in de Democratische Republiek Congo. Maar van oudsher zijn dit soort namen stigmatiserend gebleken voor mensen uit gebieden en landen waaraan de virussen hun naam ontleenden.

“We weten van uitbraken, epidemieën en schandalen uit het verleden dat de naam die we aan zo’n gebeurtenis geven, reële gevolgen kan hebben – bijvoorbeeld dat een bepaald gebied alleen nog maar met dat ene feit wordt geassocieerd. Het enige wat mensen dan over dat gebied weten, is dat het iets vreselijks heeft voortgebracht,” zegt Emma Hodcroft, moleculair epidemiologe aan de Universität Bern. “Dus wordt er in de wetenschappelijke gemeenschap echt geprobeerd om dat soort geografische namen voortaan te vermijden,” zegt zij.

In 2015 publiceerde de WHO zelfs richtlijnen voor het benoemen van infectieziekten, waarbij werd verzocht om indien mogelijk geen geografische locaties, eigennamen of namen van diersoorten te gebruiken. Vorig jaar vermeed de organisatie ook doelbewust elke verwijzing naar China of Woehan toen zij de ziekte die door het nieuwe coronavirus wordt veroorzaakt, de naam COVID-19 gaf (‘coronavirus disease 2019’). Verderop lees je hoe het nieuwe coronavirus zelf, SARS-CoV-2, aan zijn naam kwam.

Maar Alexandre ‘Sasha’ White, assistent-professor in de geschiedenis van de geneeskunde en de sociologie aan de Johns Hopkins University, wijst erop dat dit niet heeft kunnen voorkomen dat er vorig jaar allerlei anti-Aziatische sentimenten zijn opgedoken – met de hulp van enkele vooraanstaande figuren, onder wie voormalig president Donald Trump, die SARS-CoV-2 steevast als het ‘China-virus’ of ‘Woehan-virus’ aanduidde.

“Het lijdt geen twijfel dat de associaties tussen COVID-19 en China en het stigma rond deze ziekte een hoofdrol hebben gespeeld in de toename van het aantal misdaden tegen Aziaten in de wereld,” zegt hij. Dat is overigens allerminst een nieuw verschijnsel. De verspreiding van nieuwe infectieziekten is in het verleden maar al te vaak een machtig alibi geweest voor racisme en haat tegen buitenlanders.

Maar er zijn ook puur wetenschappelijke argumenten voor het achterwege laten van geografische aanduidingen: experts wijzen erop dat dit soort namen op z’n minst misleidend en vaak onjuist zijn.

Feit is dat wetenschappers niet weten waar de zogenaamde ‘Zuid-Afrikaanse’ variant vandaan komt. Deze virusstam werd inderdaad voor het eerst in Zuid-Afrika vastgesteld, maar onderzoekers hebben nog niet de ‘patient zero’ voor deze stam gevonden. Het is goed mogelijk dat Zuid-Afrika gewoon het eerste land is geweest waar de variant is aangetroffen, omdat het land meer genetische sequentiëringen uitvoerde dan veel andere landen in de regio.

Volgens Abdool Karim is de aanduiding ook misleidend omdat deze variant zich inmiddels over de hele wereld heeft verspreid en nu veelvuldiger voorkomt in landen als de VS dan in Zuid-Afrika. “Zo zie je maar dat het bizar is om deze stam de Zuid-Afrikaanse variant te noemen,” zegt hij.

Onjuiste benamingen kunnen reële consequenties hebben, zoals het Amerikaanse  inreisverbod voor bezoekers uit Zuid-Afrika, Brazilië en Groot-Brittannië, eerder dit jaar. En de gevolgen kunnen ook lang aanhouden. Het is ruim een eeuw geleden dat de wereld werd geteisterd door de influenza-pandemie van 1918, die ‘Spaanse Griep’ werd genoemd ondanks het feit dat de eerste gevallen in de VS werden vastgesteld. Volgens Hodcroft denken nog steeds veel mensen dat die griepvariant in Spanje is ontstaan.

Hoe virussen worden benoemd

Hoewel de WHO verantwoordelijk is voor de officiële aanduiding van ziekten, worden virussen apart benoemd door een groep virologen en fylogenetici die deel uitmaakt van het Internationaal Comité inzake de Taxonomie van Virussen (ICTV).

In februari 2020 wees het ICTV een nieuwe benaming toe aan een virus dat destijds nog als het ‘nieuwe coronavirus van 2019’ (2019-nCoV) werd aangeduid: het SARS-CoV-2-virus, de Engelse afkorting van ‘severe acute respiratory syndrome coronavirus-2’. Volgens Stanley Perlman, microbioloog aan de University of Iowa en lid van de studiegroep voor coronavirussen van het ICTV, koos de groep voor deze benaming omdat de genetische structuur van het nieuwe virus “duidelijk verwant” was aan het coronavirus dat in 2003 tot de SARS-uitbraak leidde (van een virus dat als SARS-CoV wordt aangeduid).

Maar omdat er veel te veel ziekteverwekkers in de wereld bestaan, benoemt het ICTV virussen alleen op het niveau van soorten en hoger (bijvoorbeeld families). Dus is het proces waarbij afzonderlijke varianten of stammen van virussoorten aparte benamingen krijgen, volgens Hodcroft heel wat minder formeel en verschillen de benamingen van soort tot soort.

“Er zijn geen regels voor het benoemen van varianten,” zegt zij. Het komt erop neer dat wetenschappers een naam voorstellen en dan afwachten of die onder andere wetenschappers ingeburgerd raakt of dat een andere aanduiding blijft hangen.

Een welbekende manier om een virus te classificeren, berust op de eigenschappen van zijn antigenen – stukjes van het virus die de immuunafweer oproepen en waarvan de mutaties doorslaggevend voor de ontwikkeling van het virus zijn. Zo kent Influenza A twee belangrijke antigenen, die worden aangeduid met de letters H (hemagglutinine) en N (neuraminidase). Telkens wanneer een van deze antigenen muteert, krijgt de nieuwe stam een apart nummer toegewezen – vandaar ook de aanduiding ‘H1N1’ voor de meest beruchte stam van het influenzavirus. Dat virus telt achttien verschillende mutaties op het H-antigen en elf mutaties op het N-antigen. De diverse combinaties van deze mutaties leveren in totaal 198 potentiële stammen op, hoewel er maar 131 stammen in de natuur zijn geïdentificeerd.

“Al deze virussen muteren voortdurend, dus we kunnen niet alle types benoemen,” zegt Abdool Karim. “Pas als er een antigen verandert, is het zinvol om de nieuwe variant een aparte naam te geven.”

SARS-CoV-2, het virus dat COVID-19 veroorzaakt, muteert bijzonder snel, en dat op talloze goed- en kwaadaardige manieren. Volgens Perlman vereist het coronavirus daardoor “een behoorlijk ingewikkeld systeem van benamingen.” Het probleem is dat wetenschappers deze benamingen en passant hebben bedacht en dat ze daarbij verschillende systemen met eigen regels hebben ingevoerd.

Chaotische SARS-CoV-2-stammen

In november 2020 sequentieerden onderzoekers in Zuid-Afrika het genoom van een nieuwe en besmettelijker variant van het SARS-CoV-2-virus. Tot de nieuwe variant behoorde ook de mutatie N501Y, die het eiwit van de uitsteeksels (‘spikes’) op de buitenzijde van het virusdeeltje in staat stelt om zich beter aan menselijke cellen te binden. Bij deze mutatie is het aminozuur asparagine (N), dat zich normaliter op positie 501 van het spike-eiwit bevindt, vervangen door tyrosine (Y). Maar voordat de onderzoekers hun vondst wereldkundig konden maken, moesten ze eerst een aanduiding voor de nieuwe variant bedenken.

“We gingen bij elkaar zitten, dronken een kop thee en bedachten de naam ‘501Y.V2’,” vertelt Abdool Karim. Het eerste deel van de naam duidt op de belangrijkste mutatie van het virus, terwijl ‘V2’ simpelweg aangeeft dat het om de tweede variant van die specifieke mutatie gaat die is aangetroffen. (De variant die in Groot-Brittannië werd ontdekt, heette 501Y.V1, en die in Brazilië 501Y.V3.)

Maar dat is niet de enige naam die deze variant heeft gekregen. Sinds het begin van de pandemie zijn er namelijk meerdere systemen bedacht, waarvan de twee belangrijkste die van Nextstrain en Pango zijn. Hoewel het gebruik van meer dan één classificatiesysteem een beetje overdreven klinkt, geven de diverse systemen wetenschappers de keuze om de stamboom van het SARS-CoV-2-virus op verschillende niveaus te onderzoeken.

Volgens Hodcroft is het systeem van Nextstrain, dat zij heeft helpen ontwikkelen, bedoeld voor wetenschappers die onderzoek doen naar de bredere patronen in de stamboom van een virus. Daarbij worden namen toegekend aan de belangrijkste genetische groepen of ‘claden’ van een virus. De benamingen geven het jaar aan waarin een clade is geïdentificeerd, gevolgd door een letter die in alfabetische volgorde wordt toegekend. De benaming voor de oorspronkelijke clade van het nieuwe coronavirus is 19A, oftewel de virussen die aan het begin van de uitbraak, eind 2019, in China zijn aangetroffen.

Maar volgens Hodcroft werden de beperkingen van het Nextstrain-systeem duidelijk toen varianten als 501Y.V2 regionale uitbraken begonnen te veroorzaken. Hoewel deze varianten zich, technisch gesproken, nog niet genoeg hadden verbreid om van aparte clades te kunnen spreken, moesten ze wel degelijk worden benoemd. In het Nextstrain-systeem kreeg de zorgwekkende variant uit Zuid-Afrika de benaming ‘20H/501Y.V2’.

“Dat komt omdat er eigenlijk geen systeem voor is,” zegt Abdool Karim. “Het werd al doende bedacht en naarmate we meer over deze varianten te weten komen, passen we de benamingen aan.”

Intussen wordt er in het Pango-systeem nauwkeuriger gekeken naar de stamboom van het SARS-CoV-2-virus en wordt dat systeem nu het meest gebruikt voor het traceren van lokale uitbraken. Het systeem telt honderden afstammingslijnen, die moeten aangeven hoe het virus zich bij elke nieuwe uitbraak verder ontwikkelt. Nieuwe afstammingslijnen worden niet alleen op basis van zorgwekkende mutaties toegekend, maar ook op basis van andere epidemiologische voorvallen, zoals het feit dat het virus zich van de ene locatie naar de andere heeft verplaatst.

“Het basisprincipe is hierbij dat de naam van de afstammingslijn de voorgeschiedenis en de directe afstamming weergeeft,” zegt Oliver Pybus, een evolutiebioloog van de University of Oxford die heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van het Pango-systeem.

Volgens Pybus kan elke afstammingslijn volgens Pango gelezen worden als een aparte stamboom. De eerste virussen die zich in China verspreidden, worden benoemd als de afstammingslijnen A of B. De afstammelingen van deze virussen, die zich vervolgens verder hebben ontwikkeld en over de hele wereld hebben verspreid, worden aangegeven met een reeks nummers. Zo duidt ‘B.1’ onder meer op de uitbraak die begin 2020 in Noord-Italië plaatsvond, en is het de eerste nakomeling van de B-lijn die een naam heeft gekregen. Intussen heeft de zorgwekkende variant die in Zuid-Afrika is geïdentificeerd, volgens Pango de benaming ‘B.1.351’ gekregen, oftewel de 351ste afstammeling van het B.1-virus dat de uitbraak in Noord-Italië veroorzaakte.

Om te voorkomen dat de benamingen te ingewikkeld worden, kan een Pango-aanduiding voor een afstammingslijn hooguit drie puntjes bevatten. Als het virus daarna opnieuw een betekenisvolle verandering ondergaat, begint er een nieuwe afstammingslijn met een volgende letter. Daarom wordt de ‘Braziliaanse’ variant ook ‘P.2’ genoemd, ook al gaat het om een nakomeling van de B.1.1.28-afstammingslijn.

Houd u het nog bij? De namen die volgens deze systemen worden bedacht, zijn niet ontworpen om gemakkelijk in het gehoor te liggen maar om wetenschappers te voorzien van een gemeenschappelijke taal waarin ze de evolutie van SARS-CoV-2 kunnen bespreken en bestuderen.

“Als wetenschappers zijn we tamelijk gewend aan dit soort gecompliceerde namen,” zegt Hodcroft. “We houden ervan om dingen te classificeren en rare namen te geven.”

Normaliter halen virusvarianten niet de internationale krantenkoppen. Maar omdat sommige van deze varianten nu de pandemie en het nieuws bepalen, zegt Hodcroft dat er ook bij niet-wetenschappers de behoefte is ontstaan om een overzichtelijk beeld van deze stammen te krijgen. Idealiter zouden daarbij geografische aanduidingen vermeden moeten worden.

Een nieuw systeem

Om al deze redenen gaf de WHO opdracht om een nieuw systeem van benamingen voor zorgwekkende virusvarianten te ontwikkelen. De organisatie riep een panel van virologen en andere wetenschappers met expertise in benamingen van microben bijeen en gaf ze de opdracht om “eenvoudig uit te spreken en niet-stigmatiserende benamingen” te bedenken. Het panel koos ervoor om de letters van het Griekse alfabet te gebruiken.

Abdool Karim gaf advies aan de opstellers van het nieuwe systeem en zei voorafgaand aan de bekendmaking ervan in een interview dat hij blij was dat er nu afscheid was genomen van de ratjetoe aan letters en cijfers. “Ik denk dat het nieuwe systeem vrij goed is,” zegt hij.

In plaats van elke mutatie van een virus opnieuw te benoemen, wordt het nieuwe WHO-systeem toegepast op de vier meest zorgwekkende varianten, stammen die volgens wetenschappers virulenter en besmettelijker zijn of mogelijk de werkzaamheid van bestaande vaccins en behandelingen verminderen. Naast de aanduidingen ‘Alpha’ en ‘Beta’ voor de varianten die zijn ontdekt in respectievelijk Groot-Brittannië en Zuid-Afrika, wordt de variant uit Brazilië nu ‘Gamma’ genoemd en die uit India ‘Delta’.

In het nieuwe systeem zijn eveneens Griekse letters toegekend aan zes varianten die in de gaten worden gehouden omdat ze in verband worden gebracht met plaatselijke clusters of in meerdere landen tegelijk zijn opgedoken. Die hebben nu de benamingen ‘Epsilon’, ‘Zeta’, ‘Eta’, ‘Theta’, ‘Iota’ en ‘Kappa’ gekregen.

Hoewel wetenschappers nog altijd gebruik zullen maken van systemen voor benamingen als Nextstrain en Pango, hoopt de WHO dat haar nieuwe systeem het voor het grote publiek eenvoudiger maakt om zich een beeld te vormen van de verschillende virusmutaties die hun gemeenschappen bedreigen. In een verklaring spoorde de WHO regeringen, de media en anderen aan om de nieuwe benamingen over te nemen en te verspreiden.

De vraag is nu of de nieuwe namen bij het grote publiek zullen aanslaan en de geografische aanduidingen zullen verdringen. In een interview voorafgaand aan de invoering van het nieuwe systeem zei Hodcroft dat de manier waarop de WHO het nieuwe systeem heeft opgezet een goede start is: de organisatie was in staat om een groep virologen bijeen te roepen, die hebben afgesproken dat ze in hun communicatie met het publiek voortaan deze namen zullen gebruiken. Daardoor bestaat er een goede kans dat de wetenschappelijke gemeenschap en de rest van de wereld het nieuwe systeem zullen overnemen.

In het onvermijdelijke geval van een volgende pandemie hebben wetenschappers volgens Abdool Karim een belangrijke les geleerd: “We hebben ontdekt dat er van begin af aan een systeem voor benamingen beschikbaar moet zijn,” zegt hij. “Ik denk dat we de volgende keer wat pro-actiever zullen zijn.”

Noot van de redactie: dit artikel, dat oorspronkelijk op 20 april 2021 is gepubliceerd, is bijgewerkt vanwege de bekendmaking van het nieuwe systeem voor benamingen door de WHO.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.