Milieu

Het Aralmeer, ooit afgeschreven als 'dood', zit nu weer vol leven

Dankzij grootscheepse herstelwerkzaamheden is de vis terug in het noordelijke deel van het Aralmeer, tot geluk van de gemeenschappen die daar afhankelijk van zijn. woensdag, 21 maart 2018

Door Dene-Hern Chen
Foto's Van Taylor Weidman

De totstandkoming van dit artikel werd mede mogelijk gemaakt door een beurs van het Pulitzer Center on Crisis Reporting.

Omirserik Ibragimov kijkt ingespannen naar het wak dat hij gehakt heeft in het bevroren Aralmeer. De handen van de 25-jarige maken rustige bewegingen als hij het visnet ophaalt dat hij en zijn vader drie dagen eerder uitzetten onder de dichtgevroren en met sneeuw bedekte oppervlakte.

Na een minuut van gespannen stilte, komen er twee brasems tevoorschijn. Vervolgens verschijnen er drie snoekbaarzen, hun zilveren schubben glinsterend tegen de groene achtergrond van het net.

“Daar is het goud,” zegt Omirserik lachend, terwijl hij het net blijft binnenhalen. De snoekbaars, met zijn malse vlees en geringe hoeveelheid graten, wordt beschouwd als de meest profijtelijke vangst. De vis brengt 650 tenge (circa € 1,65) per kilo op, en wordt door de lokale vissers “goudvis” genoemd.

De vader van Omirserik, Kidirbai, haalt de vis met zijn blote handen uit het net, zijn knokkels rood van het ijskoude water. Als ze al hun netten hebben binnengehaald, blijkt hun totale vangst van de dag te bestaan uit zo’n 35 kilo snoekbaars en 20 kilo brasem. Niet slecht voor een paar uur werk.

Zo’n vangst zou nog maar vijftien jaar geleden ondenkbaar zijn geweest. Het Aralmeer, met een oppervlakte van zo’n 67.000 kilometer ooit het op drie na grootste zoetwatermeer ter wereld, had zwaar te lijden onder het landbouwbeleid van de Sovjet-Unie in de jaren vijftig. Het water van de twee rivieren die erin uitmondden, de Amu Darja en de Syr Darja, werd omgeleid en aangewend voor de katoenteelt.

Doordat er minder water het meer instroomde, nam het zoutgehalte toe, en begonnen de overvloedig aanwezige zoetwatervissen uit te sterven. Aan het begin van de jaren tachtig was er in het district Aral nauwelijks nog visserij, terwijl dat ooit een solide bron van werkgelegenheid was in het gebied. De plaatselijke bevolking kon weinig anders dan wegtrekken uit het gebied. De achterblijvers kregen te kampen met extreme weersomstandigheden, die werden veroorzaakt door de uitgedroogde bodem van het Aralmeer, en gezondheidsproblemen.

“De mensen vernietigden het meer en toen nam de natuur wraak op de mensen,” zegt Madi Zhasekenov, de directeur van het regionale en vissersmuseum.

Grote ramp

Deze snelle achteruitgang in nog geen dertig jaar tijd, volgens milieu-onderzoekers een van de grootste ecologische rampen op aarde, is vandaag de dag nog terug te zien aan de geslonken omvang van het meer. De totale wateroppervlakte op de grens van Kazachstan en Oezbekistan is nu nog maar een tiende van wat die ooit was. Wat overbleef, is opgesplitst in twee watergebieden, het noordelijke en het zuidelijke meer. Het gehele oostelijke bassin van het zuidelijke Aralmeer in Oezbekistan is volledig opgedroogd, waardoor er nog een enkele strook water in het westen overbleef.

Maar met het noordelijke Aralmeer in Kazachstan liep het beter af, dankzij een project van zo’n 70 miljoen dollar dat grotendeels werd gefinancierd door de Wereldbank. Er werden herstelwerkzaamheden uitgevoerd aan de bestaande dijken, om te voorkomen dat het water wegloopt. Daarnaast werd er een bijna 13 kilometer lange dam aangelegd ten zuiden van de rivier Syr Darja. De bouw van deze dam, de Kokaraldam genaamd, werd in 2005 afgerond en het effect ervan overtrof alle verwachtingen. Na slechts zeven maanden bleek het water al ruim drie meter gestegen. De oorspronkelijke verwachting van wetenschappers was dat dit doel pas na drie jaar zou worden behaald.

Deze ommekeer in het lot van het noordelijke Aralmeer betekende een terugkeer van de vis, waardoor de lokale gemeenschappen nieuw leven werd ingeblazen. En terwijl overheidsbeleid de nekslag was geweest voor het Aralmeer, bleken zorgvuldige planning en onderzoek de redding voor in ieder geval een deel ervan.

Deze snelle achteruitgang in nog geen dertig jaar tijd, volgens milieu-onderzoekers een van de grootste ecologische rampen op aarde, is vandaag de dag nog terug te zien aan de geslonken omvang van het meer. De totale wateroppervlakte op de grens van Kazachstan en Oezbekistan is nu nog maar een tiende van wat die ooit was. Wat overbleef, is opgesplitst in twee watergebieden, het noordelijke en het zuidelijke meer. Het gehele oostelijke bassin van het zuidelijke Aralmeer in Oezbekistan is volledig opgedroogd, waardoor er nog een enkele strook water in het westen overbleef.

Maar met het noordelijke Aralmeer in Kazachstan liep het beter af, dankzij een project van zo’n 70 miljoen dollar dat grotendeels werd gefinancierd door de Wereldbank. Er werden herstelwerkzaamheden uitgevoerd aan de bestaande dijken, om te voorkomen dat het water wegloopt. Daarnaast werd er een bijna 13 kilometer lange dam aangelegd ten zuiden van de rivier Syr Darja. De bouw van deze dam, de Kokaraldam genaamd, werd in 2005 afgerond en het effect ervan overtrof alle verwachtingen. Na slechts zeven maanden bleek het water al ruim drie meter gestegen. De oorspronkelijke verwachting van wetenschappers was dat dit doel pas na drie jaar zou worden behaald.

Deze ommekeer in het lot van het noordelijke Aralmeer betekende een terugkeer van de vis, waardoor de lokale gemeenschappen nieuw leven werd ingeblazen. En terwijl overheidsbeleid de nekslag was geweest voor het Aralmeer, bleken zorgvuldige planning en onderzoek de redding voor in ieder geval een deel ervan.

Hoogleraar Kristopher White, die aan de KIMEP University in Alma Ata onderzoek doet naar de economische gevolgen van het opdrogen van het Aralmeer, stelt dat het meer weliswaar nooit meer zijn oorspronkelijke omvang zal krijgen, maar dat de 18% toename van de massa van het noordelijke Aralmeer toch een voorbeeld is van de manier waarop politieke wil en wetenschappelijk onderzoek positief kunnen uitpakken voor het milieu.

“Antropogene (door mensen veroorzaakte) ecologische schade kan worden teruggedraaid door menselijk ingrijpen,” stelt White.

Optimisme en hoop

In zijn hoogtijdagen in 1957 leverde het Aralmeer ruim 48.000 ton vis op, wat ongeveer 13 procent uitmaakte van de visvoorraad in de Sovjet-Unie. Aan het begin van de jaren tachtig waren de twintig oorspronkelijke vissoorten in het meer gedecimeerd door het toegenomen zoutgehalte. De commerciële visvangst bracht in 1987 helemaal niets meer op. Het water trok zich steeds verder terug en vandaag de dag bevindt de rand van het meer zich op zo’n twintig kilometer van Aral.

“De belangrijkste bron van werkgelegenheid was weg, en daarmee waren ook het optimisme en de hoop voor de toekomst verdwenen,” aldus White. “Dat bleef zo in deze regio, totdat de dam werd voltooid.”

In die tientallen jaren was bot de enige vissoort die wist te overleven in het zoute water van het noordelijke Aralmeer. Maar na de voltooiing van de Kokaraldam, daalde het gemiddelde zoutgehalte van dertig gram tot acht gram per liter. Daardoor keerden ruim twintig soorten zoetwatervis terug via de rivier Syr Darja.

Volgens de visserij-inspectie van Aral is de visvangst in het noordelijke Aralmeer inmiddels het zesvoudige van wat het in 2006 was. Toen bestond het grootste deel van de 1360 ton gevangen vis uit bot. In 2016 werd er 7106 ton aan vis gevangen. De vangst bestond grotendeels uit brasems, gevolgd door blankvoorns en de gewilde snoekbaarzen. Het vangstquotum is voor 2018 vastgesteld op 8200 ton, verteld hoofdinspecteur Esenbai Ensepov.

De terugkeer van de vis heeft gezorgd dat er ook weer handel wordt gedreven in het binnenlandse stadje Aral. Volgens de 42-jarige Askar Zhumashev, opzichter bij de verwerkingsfabriek Kambala Balyk, verwerkte zijn team twee jaar geleden zo’n vijfhonderd ton vis, wat de grootste hoeveelheid was sinds hij er begon te werken.

“Toen ik werd geboren, was het meer al verdwenen,” aldus Zhumashev. “Ik ben pas twee jaar geleden voor het eerst naar het Aralmeer gegaan. Mijn ouders vertelden me altijd dat het elke dag een komen en gaan was van schepen in de oude haven.”

Meer welvaart - en meer problemen

Het dorpje Tastubek, op zo’n vier uur rijden van Aral, lijkt in de winter uitgestorven. Maar elke dag komt het dorp rond tien uur ‘s ochtends tot leven, als de vissers zich verzamelen om hun uitrusting te controleren en overleg te voeren over de plannen voor de dag. Met het Aralmeer op slechts een uurtje rijden, kunnen ze laat in de middag terug zijn in het dorp, met een goede vangst.

Kidirbai, de patriarch van de familie Ibragimov, was getuige van alle veranderingen in Tastubek. Hij werd hier in 1973 geboren. In tegenstelling tot degenen die zich tijdens de magere jaren gedwongen zagen te verhuizen, verdiende zijn gezin de kost met het houden van paarden en kamelen. Toen hij jong was, stonden er negentig huizen in Tastubek.

“Halverwege de jaren negentig, waren er nog maar negen huizen over,” vertelt hij. Dit jaar telde hij er 34, 5 meer dan de 29 van vorig jaar. De nieuwkomers zijn jonge vissers die op zoek zijn naar een goed inkomen. “Ik ben blij dat het dorp weer groeit, want dan besteedt de overheid misschien ook meer aandacht aan ons. Misschien leggen ze dan eerder een weg aan, of gaan ze het dorp op een andere manier ondersteunen,” aldus Kidirbai.

Maar de welvaart heeft ook negatieve kanten, zoals de massale illegale visserij tijdens het paaiseizoen van mei tot juli. Aldanbek Kerinov, een voormalige taxichauffeur uit Aral, die samen met zijn broers zeven jaar geleden fulltime ging vissen, legt uit dat vissen in deze periode weliswaar verboden is, maar ook het meest lucratief. Om hun eitjes af te zetten, zwemmen de vissen dichter bij de kant.

“Iedereen gaat 's nachts op pad. De mensen zijn dan bang om betrapt te worden door de inspectie,” vertelt hij. “Ander werk is er niet, en de visserij is de belangrijkste bron van inkomsten, dus mensen zullen altijd blijven vissen.”

Aldanbek maakt zich geen zorgen over het effect op de visstand. De tweede fase van het Wereldbankproject voor de dam gaat zorgen voor nog meer water, en dus nog meer vis, stelt hij. (Er bestaat al jaren een plan om de wanden van de Kokaraldam te verhogen, om zo voor een hogere waterstand te zorgen. Maar een woordvoerder van de Wereldbank vertelt dat de overheid nog toestemming moet geven voor de voortgang van het project).

De illegale visserij baart deskundigen als White wel zorgen. Hij wijst erop dat clandestiene visvangst het beheer veel moeilijker maakt. En in de geschiedenis van de visserij zijn er voorbeelden te over van te laks of ontbrekend beheer, waarna de visstand instortte.

De vis wordt duur betaald

Voor Kidirbai is het meer altijd al een onvoorspelbare factor in zijn leven geweest. Begin november 1987 bevroor het water onverwachts, en de boot van het gezin kwam op zo'n driehonderd meter uit de kant vast te liggen. Ondanks het feit dat het ijs mogelijk nog te dun was, bond zijn vader een touw om diens middel en ging het ijs op om de boot op te halen. De veertienjarige Kidirbai keek toe terwijl zijn vader het vaartuig met behulp van een priem uit het ijs wist te bevrijden en zonder problemen mee terug naar de kant wist te nemen.

Vijf jaar later had Kidirbai minder geluk. Hij was met een vriend aan het vissen toen er een flinke storm opstak. De boot sloeg om en zijn vriend verdronk. Kidirbai liep een trauma op door het incident en viste drie jaar lang niet.

Ja, het is slecht om te vissen tijdens het paaiseizoen, erkent hij. Maar na tientallen jaren van armoede en zware omstandigheden is iedereen nu hard op zoek naar meer welvaart. “De lokale bevolking heeft nu alleen maar oog voor hoe ze zoveel mogelijk kunnen verdienen,” zegt hij.

Hij blijft vertrouwen hebben in het Aralmeer. En sinds de zoetwatervissen weer terug zijn, is Kidirbai, die zich niet kan voorstellen dat hij ooit ergens anders zou kunnen wonen, ervan overtuigd dat ook zijn zoon hier een toekomst heeft.

"Het meer is een levensbron voor ons", zegt hij. “Volgend jaar ga ik een nieuw huis voor hem bouwen. Mijn zoon gaat trouwen en hij zal blijven vissen.”

Met medewerking van Serik Dyussenbayev

Lees meer