Milieu

Wat doen wilde dieren bij natuurbranden?

Wanneer grote natuurbranden uitgestrekte gebieden in de as leggen, kan dat ernstige gevolgen hebben voor bepaalde soorten dieren, hoewel sommige weten te ontsnappen. Maar voor andere soorten kan het zelfs gunstig zijn woensdag, 1 augustus 2018

Door Sarah Zielinski, Elaina Zachos

Er woeden momenteel tientallen grote natuurbranden in de wereld. Eerder deze maand braken dodelijke bosbranden uit in Griekenland, en door droogte als gevolg van het aanhoudende warme en droge weer van deze zomer zijn felle bosbranden uitgebroken in Zweden, Noorwegen, Finland, Spanje en Engeland. In de VS worden hardnekkige en dodelijke natuurbranden gemeld uit de staten Californië, Oregon en Alaska. Alleen al dit jaar zijn daar inmiddels vele duizenden vierkante kilometer natuurgebied in vlammen opgegaan.

Op dit moment laten natuurbranden in het noorden van Californië een spoor van verwoesting achter. Het zogenaamde Carr Fire in Redding, zo’n 260 kilometer ten noorden van de hoofdstad Sacramento, heeft aan meerdere mensen het leven gekost en honderden gebouwen verwoest. Maar voor die wilde dier- en plantensoorten die zich tijdens hun evolutie hebben aangepast aan een leven met natuurbranden, zijn deze gebeurtenissen niet zo rampzalig.

In deze regio’s heeft “de wilde natuur al sinds haar oorsprong een nauwe band met vuur,” zei ecosysteem-ecoloog Mazeika Sullivan van de Ohio State University in een eerder interview. “Vuur maakt een natuurlijk onderdeel van deze landschappen uit.”

Veel dieren kunnen tot op zekere hoogte aan het vuur ontsnappen. Vogels kunnen wegvliegen, zoogdieren kunnen wegrennen en amfibieën en andere kleine wezens kunnen in holen onder de grond, in dikke boomstammen of onder rotsen een goed heenkomen zoeken. Maar andere soorten, waaronder grote dieren als de wapiti, moeten hun toevlucht zoeken in rivieren en meren.

Verrassend gunstig

De Australische bosbrandbestrijder Gabriel d’Eustachio vertelde in 2014 dat hij zag hoe kleine gewervelde dieren massaal op de vlucht sloegen voor natuurbranden. “Je wordt bijna onder de voet gelopen door deze tsunami van griezelige kruipers, die vóór een bosbrand uit vluchten,” zei hij.

Roofdieren die het hebben gemunt op deze vluchtende dieren, kunnen bij een bosbrand een feestmaal verwachten. Zo is vaak geobserveerd hoe beren, wasberen en roofvogels de vluchtende dieren aan de rand van een bosbrand opwachten. Volgens enkele onderzoekers in Australië zouden natuurbranden zelfs aangewakkerd kunnen worden door meerdere vogelsoorten, omdat bij deze branden veel kleine en eetbare dieren op de vlucht slaan.

“Bij dit soort gelegenheden die zich plotseling voordoen,” zoals wanneer dieren voor een bosbrand uit vluchten, “zijn er altijd winnaars en verliezers,” aldus Sullivan. 

Uit onderzoek blijkt dat gematigde natuurbranden in gebieden waar dit soort branden van nature veel voorkomen, ook bijdragen aan de vorming van open plekken in het bos en een bredere variëteit aan microhabitats creëren, van open weiden tot jong bos. Door de diversiteit van biomen kunnen er meerdere diersoorten gedijen en wordt het ecosysteem als geheel gezonder.

Wetenschappers vinden het lastig om in te schatten hoeveel dieren elk jaar bij natuurbranden omkomen. Maar er zijn geen rapporten over natuurbranden, zelfs niet zeer grote, waarbij hele populaties of zelfs soorten zijn uitgeroeid.

Uiteraard komen sommige dieren in de rook en het vuur om, namelijk die dieren die niet hard genoeg kunnen rennen of geen geschikte schuilplaats kunnen vinden. Vooral jonge en kleinere dieren lopen gevaar. En bepaalde ontsnappingstactieken zijn niet zo efficiënt. Zo klimt een koalabeer bij brand instinctief in een boom omhoog, waar hij door het vuur ingesloten kan raken.

Ook de hitte kan doden, zelfs organismen die diep onder de grond leven, zoals schimmels. Jane Smith, mycologe van de US Forest Service in Corvallis, Oregon, heeft bij een bosbrand temperaturen van tot wel zevenhonderd graden onder brandende boomstammen gemeten. Ruim vijf centimeter onder de grond was het nog honderd graden.

Pyrocumulus

De natuurbranden in Californië richten niet alleen schade aan organisch leven aan. Zeer hoge temperaturen vormen nieuwe wolken van het type pyrocumulus. Deze wolken vormen zich doorgaans zeer snel bij vulkaanuitbarstingen, wanneer de vegetatie door de hitte wordt verzengd en het vocht van de planten verdampt. Wanneer waterdamp en rook opstijgen condenseert het water rond de rookdeeltjes. Deze grijze reuzenwolken van rook en as kunnen acht kilometer hoog worden.

In sommige gevallen bevatten pyrocumuluswolken genoeg water om zware regenbuien los te laten en de branden te blussen. Maar in Californië wordt de brandbestrijding door de wolken juist bemoeilijkt. Pyrocumuluswolken kunnen tot plotselinge en spectaculaire temperstuurschommelingen leiden, waardoor verraderlijke en harde winden ontstaan die het vuur aanwakkeren.

Veranderingen

Natuurgebieden als bossen en prairies veranderen in de loop der tijd op natuurlijke wijze van samenstelling. In een bos van een jaar oud leeft een heel andere mix van planten en dieren dan in een woud dat veertig jaar oud is. Een verstoring van deze natuurlijke groei, zoals een bosbrand, kan als een soort ‘reset’ werken, waarbij het bos opnieuw wordt geboren, zegt Patricia Kennedy, biologe aan de Oregon State University in Union. “En veel soorten hebben zo’n reset nodig.”

Wat er na een natuurbrand precies gebeurt, hangt af van het landschap, de zwaarte van de brand en de soorten die in het gebied leven. Maar een natuurbrand zorgt altijd voor een opeenvolging van veranderingen, wanneer planten, microben, schimmels en andere organismen het geblakerde gebied opnieuw koloniseren. Naarmate planten en bomen ouder worden, veranderen de lichtval en andere kenmerken van een bos – en daarmee ook de samenstelling van de soorten die er leven.

Riviertjes en andere wateren in een verschroeid gebied kunnen ook aan verandering onderhevig zijn, omdat de stroming, helderheid en chemische samenstelling van het water verandert en de structuur van de reservoirs of rivieren wordt verstoord. Vissen kunnen tijdelijk wegtrekken en bepaalde waterdieren kunnen tijdelijk afsterven, wat weer van invloed is op landdieren.

“Het water en het land staan in nauw verband met elkaar,” zegt Sullivan.

Laten branden?

Veel soorten hebben vuur als onderdeel van hun levenscyclus nodig. De hitte van vlammen zet sommige paddenstoelen, zoals morieljes, ertoe aan om hun sporen af te stoten. Bepaalde planten laten hun zaden alleen na een bosbrand vallen. Zonder vuur zouden deze organismen zich niet voortplanten en zou al het leven dat van deze organismen afhankelijk is, in de problemen komen.

Dus hoewel vuur voor sommige soorten onverwacht positieve uitwerkingen heeft, is een te groot aantal natuurbranden voor de meeste soorten niet gunstig. Sinds het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw is het seizoen van natuurbranden in het westen van de VS steeds langer geworden, van ongeveer vijf naar ruim zeven maanden. Door klimaatverandering worden de gemiddelde temperaturen steeds hoger, zodat het sneeuwpak in de bergen smelt. Door het wegvloeien van die watervoorraad worden bomen gevoeliger voor bosbranden.

Volgens Kennedy zijn natuurbranden altijd rampzalig als ze in je ‘achtertuin’ uitbreken. Maar tot op zekere hoogte kunnen ze voor een natuurlijk bos – en voor sommige dieren die er leven – ook heel gezond zijn.

Update 30 juli 2018: Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd op 14 september 2015 en is geactualiseerd in verband met de recente natuurbranden in Californië. Het verhaal werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees ook: Wat je moet weten over de bosbranden in Californië