Een optimistische visie: de aarde zal het redden

In 2070 zal het leven op aarde anders zijn, warmer. Maar de CO2-uitstoot is dan lager en we zullen de natuur omarmen.

Tuesday, April 21, 2020,
Door Emma Marris
ZORGVULDIG BEHOUD

ZORGVULDIG BEHOUD | Een weesolifant wordt getroost door een natuurbeschermer in het Reteti Elephant Sanctuary in Kenia, het eerste olifantenreservaat dat eigendom is van een gemeenschap in Afrika. Reteti heeft met succes zes wezen geïntegreerd in wilde kuddes.

Foto van AMI VITALE

National Geographic staat 22 april de hele dag in het teken van Earth Day met een speciale marathon, met als absoluut hoogtepunt de gloednieuwe documentaire 'Jane Goodall: The Hope'. Bekijk hier de hele programmering.

Lees meer over een optimistische visie op de aarde in 2070 in de speciale Earth Day editie van National Geographic Magazine.

Het is februari 1970, twee maanden vóór de eerste Dag van de Aarde. Mijn moeder is negentien en heeft lang bruin haar, met een scheiding in het midden. Ze naait de zaaddoos van een eucalyptus op een jurk van bleekgroene gordijnstof en lacht met haar vriendinnen. 

De studenten van het San Jose State College in Californië organiseren een ‘Survival Faire’, waarbij ze een gloednieuwe, gele Ford Maverick begraven. De Maverick en alle verbrandingsmotoren zullen weldra dood worden verklaard, omdat ze verantwoordelijk zijn voor de uitlaatgassen die de stad San Jose en andere steden in de wereld in smog hullen. Het voertuig, zo bericht Paul Avery van The San Francisco Chronicle, ‘werd door het centrum van San Jose geduwd, in een optocht onder aanvoering van drie dominees, de schoolband en een groep bevallige studentes in mantelachtige groene gewaden.’

Voorafgaand aan de eerste Dag van de Aarde kochten studenten van het San Jose State College in februari 1970 een nieuwe Ford Maverick, duwden de auto over de campus en begroeven hem in een diepe kuil. Het protest tegen de smog was onderdeel van een ‘Survival Faire’, die één week duurde en zou leiden tot de instelling van een van de eerste vakgroepen milieukunde aan een Amerikaanse universiteit.

Foto van STAN CREIGHTON, SAN FRANCISCO CHRONICLE/POLARIS

Mijn moeder herinnert zich die gewaden nog goed, vijftig jaar later. De studenten maakten zich zorgen over vervuild water en luchtverontreiniging, maar mijn moeder was optimistisch. ‘Ik ging ervan uit dat mensen er iets aan zouden doen als dat nodig was,’ zei ze. Tot op zekere hoogte gebeurde dat ook: dankzij milieuwetgeving zijn auto’s in de VS nu 99 procent schoner dan toen.

Ik heb noch het bruine haar, noch de naaikunst van mijn moeder geërfd. Maar ik heb wel haar optimisme meegekregen. En nu zijn er opnieuw zaken waaraan we iets moeten doen.

Al vijftien jaar schrijf ik over het milieu, in wetenschappelijke publicaties en publiekstijdschriften. Ik heb een boek geschreven over de toekomst van de natuurbescherming en soms word ik overweldigd door de problemen waarvoor we ons gesteld zien: klimaatverandering, het uitsterven van flora en fauna, wijdvertakte milieucriminaliteit... Problemen die lastiger zijn op te lossen dan smog.

Wat biedt mij dan hoop? We beschikken over de kennis en technologie die nodig is om meer mensen te voeden, de wereld van energie te voorzien, het uitsterven van soorten te voorkomen en te beginnen met het terugdraaien van de klimaatverandering. De roep om actie te ondernemen is overal te horen. Vorig jaar september deden wereldwijd zes miljoen mensen mee aan een klimaatstaking. Net als in 1970 hangt de belofte van verandering in de lucht. Ik geloof dat we samen gaan bouwen aan een betere wereld en dat we een goed 2070 tegemoet zullen gaan.

NIEUWE ENERGIE | In Zuid-Frankrijk wordt door 35 landen gebouwd aan ITER, een experimentele kernfusiereactor waarin wordt geprobeerd om energie te winnen door kernfusie – het proces dat de sterren aandrijft en in potentie een onuitputtelijke bron van duurzame energie vormt.

Foto van ITER ORGANIZATION/EJF RICHIE

Het zal er alleen niet zo uitzien als in 2020 of 1970. We kunnen niet terugdraaien wat we hebben aangericht. Ecologische, economische en sociale veranderingen zijn onvermijdelijk en soms tragisch. We zullen veel dierbaars kwijtraken: plekken, soorten en relaties met de natuur die duizenden jaren lang hebben bestaan. Ecosystemen zullen verschuiven, dieren plantensoorten zullen zich moeten aanpassen.

Ook de mens zal veranderen. Velen van ons zullen zichzelf anders gaan bekijken, als een van de vele soorten op aarde – als deel van de natuur, niet tégen de natuur. Ik voorspel dat we zullen terugkijken op deze periode rond het jaar 2000 als een pijnlijke, turbulente episode waarin de mens leerde om een positieve ecologische relatie met elkaar en met de soorten om ons heen te vinden.

Onze grootste uitdaging is het tegengaan van de opwarming van de aarde. Als dat probleem overweldigend lijkt, dan is dat mede omdat we deze verandering als individu niet kunnen stoppen. Zelfs als we perfect milieubewuste consumenten zouden zijn – we vliegen niet meer, gebruiken herbruikbare tassen en gaan veganistisch eten – zitten we alsnog gevangen in een systeem dat ervoor zorgt dat we aan het probleem blijven bijdragen. We moeten toch eten, naar werk reizen, ’s winters warm en ’s zomers koel blijven om te productief te kunnen zijn en te slapen. Voorlopig kunnen we dit vrijwel nergens doen zonder CO2 uit te stoten. 

“We kunnen de klimaatcrisis niet oplossen door slechts verantwoorde consumenten te worden, maar wel verandering teweegbrengen door goede burgers te zijn. ”

Maar verandering gaat soms sneller dan we denken. Op veel plekken werden paarden in vijftien jaar tijd door auto’s vervangen. Duizenden jaren lang deden we het prima zonder plastic, maar binnen enkele decennia was het alomtegenwoordig. Sinds mensenheugenis zijn we vernuftige uitvinders en hebben we nieuwe technologieën omarmd. Als we maar willen, dan zullen we met het juiste beleid nieuwe energiebronnen aanboren, nieuwe vervoerssystemen introduceren, produceren zonder gifstoffen of CO2-uitstoot en bioafbreekbare alternatieven voor plastic invoeren. 

We kunnen onze energie beter steken in het eisen van beleid waarmee een groene wereld goedkoper en haalbaarder wordt dan in de aanschaf van dure, trendy ‘groene’ producten. Ik ontmoet steeds meer mensen die dat beseffen, en dat stemt me hoopvol. We kunnen de klimaatcrisis niet oplossen door slechts verantwoorde consumenten te worden, maar wel verandering teweegbrengen door goede burgers te zijn. 

Een kwart van de CO2-uitstoot is het gevolg van stroomopwekking en verwarming. Met enige politieke wil zijn dit de eenvoudigste vormen van uitstoot om te elimineren. ‘We zouden dat verbruik in tien jaar tijd kunnen halveren,’ zegt Jonathan Foley, directeur van Project Drawdown, dat kosten-batenanalyses van oplossingen voor klimaatverandering uitvoert. Oplossingen op het gebied van wind- en zonne-energie zijn nu zo ver dat ze op enorme schaal kunnen worden toegepast, terwijl accu’s steeds goedkoper worden en steeds meer energie kunnen opslaan. Steenkoolbedrijven gaan inmiddels failliet. 

ALTERNATIEVE LANDBOUW | Voor de kust van het Italiaanse dorp Noli plukt een duiker tomaten uit Nemo’s Garden, een onderwaterboerderij waar wordt geëxperimenteerd met het telen van gewassen zonder grond of bestrijdingsmiddelen – een mogelijke oplossing voor gebieden zonder vruchtbare grond.

Foto van ALEXIS ROSENFELD, GETTY IMAGES

Land- en bosbouw en grondgebruik zijn complexere kwesties. Zij zijn goed voor nog eens een kwart van de uitstoot, vooral in de vorm van stikstofoxide die vrijkomt uit mest of kunstmest, methaan dat door vee wordt uitgestoten en CO2 uit het verstoken van brandstof en vegetatie. In 2070 moeten er naar schatting tien miljard monden worden gevoed. Hoe kunnen we minder akkerland gebruiken en de voetafdruk van de landbouw verkleinen, maar toch genoeg voedsel voor de wereld produceren?

Een van de oplossingen is het afschaffen van subsidies op de productie van vlees en het bevorderen van een grootschalige overgang naar plantaardigere voedingswaren. De productie van rundvlees vergt het meeste land en water: voor één kilo rundvlees heeft het dier zes kilo aan plantaardig voer nodig. Maar er is hoop, in de vorm van smakelijke vleesvervangers, bijvoorbeeld van De Vegetarische Slager. Ik denk niet dat iedereen in 2070 veganistisch zal zijn, maar de meeste mensen zullen veel minder vlees eten dan nu – en het waarschijnlijk niet missen. 

En de boerenbedrijven zelf? Je zou milieuactivisten in twee kampen kunnen indelen. Het ene kamp zegt dat de landbouw juist intensiever moet worden en gebruik moet maken van robots, genetisch gemodificeerde gewassen en big data om met een heel kleine voetafdruk toch astronomisch veel voedsel te kunnen produceren. Het andere kamp zegt dat de landbouw ‘natuurlijker’ moet worden, door een combinatie van gewassen te verbouwen, het gebruik van giftige bestrijdingsmiddelen uit te bannen en de franjes rond akkers als habitat voor wilde dieren te behouden. Maar waarom zouden we niet beide doen? We kunnen verticale boerderijen in wolkenkrabbers inrichten die uitsluitend hernieuwbare energie verbruiken. We kunnen ook talloze traditionele boerderijen behouden, met hoge opbrengsten, de nieuwste technologie en milieuvriendelijke methoden, waarmee koolstof welbewust in de bodem wordt opgeslagen.

HOOPVOLLE HERBESTEMMING | In het Freshkills Park in New York groeit mos op een afgedankt poppenhoofd. Ooit lag hier ’s werelds grootste vuilnisbelt, maar tegenwoordig doet de plek – bijna drie keer zo groot als Central Park – dienst als recreatiegebied.

Foto van LAURA WOOLEY

De rest van de uitstoot is afkomstig uit de industrie, het transport en gebouwen. Hoe kunnen we miljarden gebouwen milieuvriendelijk maken en onze gasfornuizen vervangen? Hoe krijgen we anderhalf miljard benzineslurpers van de weg?

Voor overheden is de enige reële optie het aanzetten tot verandering via regelgeving en het geven van belastingvoordelen. Zo is de helft van de nieuw ingeschreven voertuigen in Noorwegen al elektrisch, grotendeels omdat er geen btw op wordt geheven, waardoor ze net zo goedkoop zijn als benzineauto’s, die overigens vanaf 2025 niet meer verkocht mogen worden. In New York nam de gemeenteraad in 2018 een nieuwe wet aan die ervoor moet zorgen dat grote en middelgrote gebouwen in 2030 ruim een kwart minder broeikasgassen uitstoten. In een groot land als de VS is de overgang naar energiezuinige gebouwen, toegankelijk openbaar vervoer en een elektrisch wagenpark geen goedkope onderneming – maar laten we de kosten ervan niet overdrijven. ‘Het bedrag waarover we het hebben, is niet groter dan het bedrag waarmee we de banken overeind hebben gehouden,’ zegt Foley, verwijzend naar de respons op de kredietcrisis van 2008.

Ook als we de uitstoot tot nul terugbrengen, moet er voor de aanpak van de klimaatverandering worden geïnvesteerd in methoden om overtollige broeikasgassen uit de atmosfeer te halen. De technologieën die dat kunnen zijn veelbelovend, maar staan nog in de kinderschoenen – afgezien van bomen natuurlijk, die op korte termijn veel CO2 kunnen absorberen. Bomen hebben nog een ander voordeel: ze vormen bossen, waar korstmossen gedijen, hagedissen zonnebaden en apen rondrennen en genieten van wilde vijgen. Ik ben in zulke bossen geweest, en het droge woord ‘biodiversiteit’ doet deze kostbare werelden geen eer aan.

LEVEN MET WATER | Het zeewater in de industriehaven van de Deense stad Aarhus is na jaren van intensief waterbeheer zo schoon dat de bewoners van de stad erin kunnen zwemmen. Vanaf een nieuw drijvend complex kunnen inwoners een duik nemen.

Foto van RASMUS HJORTSHØJ

U heeft misschien vernomen dat we een zesde massa-extinctie doormaken. Die inschatting berust op het steeds hogere tempo waarin soorten uitsterven, niet op het totale aantal dat tot nu toe is verdwenen. Sinds de zestiende eeuw zijn officieel minder dan negenhonderd soorten uitgestorven. Dat zijn er negenhonderd te veel en het is waarschijnlijk een veel te lage schatting. Maar aangezien de wetenschap tot nu toe ruim honderdduizend soorten heeft beschreven, kan niet worden gesproken van een massa-extinctie, een situatie die door paleontologen wordt beschouwd als een episode waarin minstens driekwart van alle soorten uitsterft.

Uit nieuw onderzoek blijkt nu dat de meeste soorten en wildpopulaties kunnen worden gered door meer natuurgebieden aan te leggen, ecosystemen te herstellen en de hoeveelheid landbouwgrond terug te brengen. De landbouw neemt momenteel een derde van het aardoppervlak in beslag, maar als we de consumptie van vlees en de verspilling van voedsel zouden halveren, de opbrengst van oogsten verhogen en het voedseltransport efficiënter maken, schatten experts dat we al ons voedsel op minder landbouwgrond kunnen produceren. Daardoor zou meer ruimte beschikbaar komen voor verschillende dieren plantensoorten.

Het behoud van tropische wouden als dit, in het natuurreservaat Pegunungan Arfak in de Indonesische provincie West-Papoea, is van vitaal belang voor het welzijn van de planeet. Deze bossen nemen zestig procent van alle fotosynthese op aarde voor hun rekening en absorberen elk jaar miljoenen tonnen CO2 , waaronder veel CO2 dat bij het verstoken van fossiele brandstoffen vrijkomt. Als ze worden gekapt of platgebrand, komt CO2 vrij. Het behoud van deze immense koolstofvoorraden is de goedkoopste oplossing voor klimaatverandering.

Foto van TIM LAMAN

De natuuronderzoeker E.O. Wilson en anderen hebben opgeroepen een ‘halve planeet’ te reserveren voor wilde natuur, waarin de mens weinig ingrijpt. ‘We zouden zo’n twintig procent of meer voor de natuur moeten inruimen,’ zegt Georgina Mace, biodiversiteitsexpert aan het University College London. ‘Ook moeten mensen met, naast en tussen de wilde natuur kunnen leven.’ In haar toekomstvisie delen mensen en andere soorten bijna overal dezelfde leefgebieden.

Ik denk dat zulke hybride oplossingen in 2070 de norm zijn. De grenzen zijn dan minder strikt, achtertuintjes rommeliger. Wildcorridors lopen door akkerland en steden, in uiterwaarden wordt CO2 opgeslagen, wordt voedsel geproduceerd en wordt overtollig water opvangen.

Over vijftig jaar zijn er nog steeds wilde plekken, maar ze zien er mogelijk anders uit dan nu. Terwijl soorten als gevolg van de klimaatverandering hun verspreidingsgebied verleggen, zal het onmogelijk (en soms zelfs schadelijk) zijn om ecosystemen onveranderd te handhaven. In plaats daarvan moeten we ons richten op het behoud van robuuste populaties van de meeste soorten. Het puristische idee dat alle soorten óf inheems óf invasief zijn, zal verdwijnen. Ecosystemen zijn altijd in beweging en de meeste worden al millennia door de mens beïnvloed.

De niet-vliegende kiwi is inheems in Nieuw-Zeeland en wordt bedreigd door honden en steeds zwaardere droogteperioden. Dus verzamelen vrijwilligers van groepen als Kiwis for Kiwi de kwetsbare eieren of kuikens in om ze op een veilige plek te laten uitkomen en opgroeien, totdat de vogels zelf voedsel kunnen vinden en zich kunnen verschuilen.

Foto van JOEL SARTORE, NATIONAL GEOGRAPHIC PHOTO ARK

De natuur haar gang laten gaan, is niet overal mogelijk. In Nieuw-Zeeland en andere eilanden waar niet-inheemse soorten vaak geliefde endemische soorten bedreigen, moeten we nieuwkomers misschien elimineren met behulp van diervriendelijke vallen of gentechnologie. Op andere plekken zullen bedreigde soorten moeten worden geholpen bij hun aanpassing aan een nieuw ecosysteem en zelfs naar nieuwe, minder warme leefgebieden moeten worden overgebracht. Op korte termijn zal voor veel soorten intensief natuurbeheer nodig zijn.

Nu de soevereiniteit van inheemse volken eindelijk wordt erkend, zullen in 2070 enorme gebieden op aarde door hen worden bestuurd. Dat zal ten goede komen aan de wilde natuur, want gebieden die op die wijze worden beheerd, blijken doorgaans meer biodiversiteit te omvatten dan natuurreservaten. In sommige gevallen kunnen traditionele, millennia oude en beproefde methoden in ere worden hersteld – methoden die de magnifieke landschappen hebben opgeleverd die door de eerste kolonisten voor ‘pure’ natuur werden aangezien.

Jarenlang heb ik me gericht op de wetenschap achter uitsterving en klimaatverandering. Daarnaast zette ik me in voor gerechtigheid voor armen en onderdrukten. Het verband: krachten als kolonialisme en racisme zijn onderdeel van de klimaatcrisis en moeten ook als deel van de oplossing worden aangepakt.

“In zekere zin is de klimaatcrisis een kans om als mensheid méér te doen en volwassen te worden.”

Degenen die het meest van fossiele brandstoffen profiteren, hebben doorgaans niet het meest te lijden onder het gebruik ervan. Neem de uitstoot van elektriciteitscentrales, die vaak het hoogst is in arme, niet- blanke stadswijken. Een analyse wees uit dat de kloof in inkomen per hoofd van de bevolking tussen de armste en rijkste landen nu al een kwart groter is dan als er géén sprake zou zijn van klimaatverandering, voornamelijk omdat stijgende temperaturen in de tropen tot een afname van de opbrengsten uit de landbouw leiden. Het zijn de armen die worden getroffen door zwaardere stormen, droogteperioden en overstromingen.

Echte klimaatrechtvaardigheid zou de aarde weerbaarder maken, terwijl ze de mensheid tegelijk zou genezen van historische trauma’s. In zekere zin is de klimaatcrisis een kans om als mensheid méér te doen en volwassen te worden.

We hebben een nieuwe naaivirtuoos in de familie. Mijn dochter van tien is, net als mijn moeder, verzot op het handwerk. Ik probeer me voor te stellen hoe de wereld eruitziet wanneer zij zestig is.

Het eerste wat haar zou opvallen als ze in 2070 in haar appartement ontwaakt, is het gezang van vogels – een uitbundige ochtendwekker, een symfonisch koor van talloze soorten, niet verdrongen door verkeerslawaai. Ze doet het licht aan, waarvoor de stroom afkomstig is van zonnepannen die op vrijwel alle daken van de stad liggen. Haar flat is gebouwd met ‘klimaatblokken’, vervaardigd van CO2 uit de atmosfeer.

Ze gaat koffie halen, maar hoeft niet te zoeken naar fairtrade- of milieuvriendelijke merken, omdat ze dat allemaal zijn. Ze stapt in een klimaatneutrale trein, die automatisch een stop van twee minuten inlast wanneer verderop een vossengezin het spoor nadert. De hemel is blauw en er hangt geen smog, hoewel het warmer is dan in 1970. In de verte ziet ze elegante windmolens draaien.

Ze ontvangt een bericht: ze is uitgenodigd op een feestje ter ere van de honderdste Earth Day. Een feestelijke bedoening dus, geen protest. Er hoeven geen knarsetandende politici te worden overtuigd en er zijn geen benzineauto’s meer om te begraven. Er speelt een bandje, er wordt gedanst en je kunt er zes soorten vleesloze taco’s proeven, en ehpaa (schijfcactus), geïmporteerd uit het stamgebied van de Kumeyaay bij San Diego.

Wanneer ze over straat loopt, ziet ze een paar zaaddozen van de eucalyptus liggen, wat haar herinnert aan dat debat aan het begin van de 21ste eeuw, toen werd geopperd om deze bomen te rooien omdat ze niet-inheems waren. Ze raapt ze op en besluit ze op de kraag te naaien van de groene jurk die ze op het feest zal dragen.

Ze krijgt nóg een bericht: ‘Mam hier! Ik ben 91 en ik wil ook graag op het feest komen.’ 

Emma Marris schreef Rambunctious Garden: Saving Nature in a Post-Wild World en werkt nu aan een boek over wilde dieren en onze relatie daarmee. Voor National Geographic schreef ze over stadsratten (4-2019) en Nationaal Park Manú in Peru.

Dit artikel verscheen in de april editie van National Geographic Magazine.

LEES VERDER

Earth Day 2020 bij National Geographic

Op zender, online én in het magazine besteedt National Geographic volop aandacht aan de 20ste Earth Day. 

Een roadtrip door de VS - in elektrische auto's

Op een elektrische roadtrip door de VS wordt antwoord gezocht op de vraag hoe we fossiele brandstof uitbannen.

Jongeren op de bres voor de toekomst

Niet alleen Greta Thunberg zet zich hard in voor het klimaat. In antwoord op de klimaatcrisis komen jongeren over de hele wereld in actie en roepen ze volwassenen ter verantwoording. 
Lees meer