Dieren

Hoe ratten de nachtploeg van onze steden werden

Waar mensen zijn, zijn ratten. Die gedijen namelijk prima op ons afval. Op de ene plek worden ze verafschuwd, op de andere plek vereerd. Een reis door de krochten van het stadsleven overal ter wereld. vrijdag, 5 april 2019

Door Emma Marris
Foto's Van Charlie Hamilton James

Dit verhaal verschijnt in de april 2019 editie van National Geographic Magazine.

Ratten zijn onze tegenvoeters: wij leven bovengronds, zij ondergronds. Wij werken vooral overdag, zij ’s nachts. Maar vrijwel overal waar mensen zijn, vind je ook ratten. In Seattle, waar ik vandaan kom, dringen ratten via rioolbuizen de huizen binnen. In een toiletpot ergens in mijn geboortestad steekt op dit moment een bruine rat zijn neus uit het water en speurt met trillende snorharen om zich heen.

Ook de zwarte rat, de vermoedelijke verspreider van de pest in de Middeleeuwen, komt voor in Seattle; hij nestelt in bomen en vergrijpt zich aan telefoonkabels. In tal van Noord- en Zuid-Amerikaanse steden nam het aantal ratten de afgelopen tien jaar met vijftien tot twintig procent toe. Andere succesvolle diersoorten, zoals duiven, muizen, spreeuwen en spinnen, roepen veel minder heftige reacties op dan ratten, die bekendstaan als smerig en gluiperig en als verspreiders van ziekten.

Ratten roepen angst en walging op en in steden gelden ze als een teken van verwaarlozing.

Waar hebben ratten die afkeuring aan verdiend? Want sommige eigenschappen die we ze toedichten – ze zijn vies en vindingrijk, ze zijn met te veel en niet uit te roeien – zijn net zo goed op onszelf van toepassing. Ratten vies? Op veel plekken leven ze van ons afval en van de etensresten die wij achteloos op straat gooien.

‘Het is onze eigen schuld,’ vindt Bobby Corrigan. ‘We bevuilen ons eigen nest.’

Corrigan, een New Yorker, is een vooraanstaand expert op het gebied van rattenpopulaties in steden. Hij bestudeert ze al sinds 1981 en adviseert wereldwijd gemeenten en bedrijven die kampen met overlast door ratten. Het verhaal over het schrikbarend hoge aantal ratten in de toiletpotten van Seattle komt van hem.

Op een zonnige dag in april zoek ik hem op in een park in Manhattan, een van de grootste ‘rattenhoofdsteden’ ter wereld. Hij draagt een helm, een fluorescerend oranje hesje en een klembord. Dankzij het gezag dat hij zo uitstraalt, begeven we ons in bloemperken en metrotunnels zonder lastige vragen te krijgen.

New Yorkers troeven elkaar graag af met verhalen over ratten zo groot als honden. Maar de grootste rat waarvan Corrigan ooit heeft gehoord, was een exemplaar van 816 gram uit Irak. Ooit loofde hij vijfhonderd dollar uit aan degene die hem een rat kan bezorgen van meer dan een kilo, en hij weet vrijwel zeker dat hij dat bedrag nooit zal hoeven uitkeren.

In New York City is de bruine rat (Rattus norvegicus) de meest voorkomende soort. Bruine ratten leven in nesten in de grond. Aangezien hun kop het breedste deel van hun lijf is, kunnen ze zich naar binnen wurmen op elke plek waar hun kop doorheen past (zoals het buizenstelsel dat naar toiletpotten voert). Corrigan wijst naar een gat in de grond vlak achter het bankje waarop ik zit – de hoofdingang van een rattennest.

Bruine ratten leven in familieverband, werpen nesten van twee tot veertien jongen en houden er een klein territorium op na. Het nest (vaak in bloembedden in stadsparken) is relatief schoon. Zodra de jongen in de puberteit komen, in de regel zo’n tien weken na de geboorte, zwermen ze uit op zoek naar een partner.

Corrigan en ik zijn klaar voor onze ratten­safari. Naast een gerechtsgebouw loopt hij met de blik omlaag door een bloembed en let goed op hoe de bodem onder zijn laarzen aanvoelt. Waar de grond meegeeft, springt hij een paar keer hard op en neer. Binnen een paar seconden schiet er dan even verderop een rat uit een opening, die zich razendsnel uit de voeten maakt – een vaalbruine streep pure angst.

Een week voor mijn afspraak met Corrigan kondigde burgemeester Bill de Blasio een ‘nieuw, agressief bestrijdingsplan’ aan tegen ratten in sociale woningbouwcomplexen. De stad trekt in totaal 32 miljoen dollar uit om de rattenpopulaties in de meest getroffen wijken met zo’n zeventig procent terug te dringen.

Veel steden doen dit met behulp van gif. Maar snelwerkend gif is niet erg effectief. Ratten die na een paar hapjes merken dat ze er ziek van worden, stoppen met eten. Daarom bevat het gif vaak antistollingsmiddelen, oftewel bloedverdunners. Het duurt dan een paar uur voor de rat ziek wordt en wel een paar dagen voor hij sterft door inwendige bloedingen. Corrigan wil dieren zo’n langzame dood eigenlijk niet aandoen, maar omdat hij weet dat ratten ziekten kunnen overbrengen, werkt hij er toch aan mee. Dus blijft hij zijn opdrachtgevers adviseren.

Verder gaat het, naar Tribeca Park. Daar hebben de ratten zich bekwaamd in de duivenjacht, vertelt Corrigan. ‘Ze springen zo op hun rug, als leeuwen in de Serengeti.’ Maar vanavond is het stil in het park. Het kan zijn dat de opruimingsdienst kortgeleden droogijs in de nesten heeft gespoten, vertelt Corrigan – een minder gruwelijke dood voor de ratten. Het koolzuurgas slaat van het ijs af en verspreidt zich door de nestgangen, waarna de ratten in slaap vallen – om nooit meer wakker te worden.

Iedereen die zich professioneel bezighoudt met rattenbestrijding, weet dat een plaatselijk en tijdelijk effect het hoogst haalbare is. Zijn de ratten in een gebied vergiftigd, dan planten de dieren die het hebben overleefd zich net zo lang voort tot de nesten weer vol zitten. Zolang steden de vuilverwerking niet radicaal omgooien, zegt Corrigan, ‘wint de rat deze oorlog’.

De bruine rat komt oorspronkelijk uit de Aziatische steppen, waar hij ontdekte dat zijn kostje gekocht was zolang hij bij de mens in de buurt bleef. Hij verspreidde zich langs de zijderoute en vestigde zich rond 1500 in Europa en in de VS rond 1750, nog voordat het land die naam droeg.

Ook de zwarte rat (Rattus rattus) komt over de hele wereld voor. Deze soort vindt haar oorsprong vermoedelijk op het Indiase subcontinent en koos duizenden jaren geleden, toen de landbouw opkwam, voor een leven in de buurt van de mens. De zwarte rat bereikte Europa tegen het jaar 300, nog voor de ineenstorting van het Romeinse Rijk.Roof rats—Rattus rattus, also known as black rats—are a global species as well.

Zwarte en bruine ratten trokken met ontdekkingsreizigers en handelaren mee naar andere streken, waar ze goed gedijden op een dieet van etensresten en ander buitgemaakt voedsel. Op een gemiddeld boerenbedrijf in Afrika eten ratten zo’n vijftien procent van de oogst op. In Azië zouden jaarlijks tweehonderd miljoen monden kunnen worden gevoed met de rijst die ratten en andere knaagdieren opeten.

De Polynesische rat, een derde soort, is een verhaal apart: Polynesische ontdekkingsreizigers die vanaf Tahiti en andere eilanden de wereld introkken, namen de ratten bewust mee in hun kano – als voedsel. Ze bereidden de ratten in hun eigen vet en maakten mantels van de vacht.

In het kielzog van de Polynesiërs, die steeds meer eilanden koloniseerden, verspreidde zich ook de rat. Onderzoekers konden zelfs aan de hand van de rattenstamboom afleiden in welke volgorde eilanden zijn gekoloniseerd. Tussen 1200 en 1300 bereikten de Polynesiërs en hun kleine metgezellen Nieuw­Zeeland, waar tot dan toe vleermuizen de enige zoogdieren waren.

Op sommige afgelegen eilandjes richtten ratten minstens zo veel schade aan als menselijke nieuwkomers. Op Paaseiland roeiden ze vermoedelijk de oliepalm uit door alle noten op te eten. Op andere eilanden zijn ze een bedreiging voor zeevogels omdat ze zich te goed doen aan eieren en kuikens.

Natuurbeschermers proberen rattenpopulaties op steeds grotere eilanden terug te dringen en zien zich daarbij genoodzaakt op grote schaal gif te gebruiken. Een recordhoeveelheid gif werd verspreid over het eiland South Georgia, bij Antarctica. Op bijna vierduizend vierkante kilometer onherbergzaam terrein werd met helikopters in vijf jaar tijd driehonderd ton gif uitgestort, een operatie waarmee ruim elf miljoen euro was gemoeid. South Georgia werd in mei 2018 rattenvrij verklaard; biologen verwachten een explosieve stijging van het aantal albatrossen, jagers, sterns, stormvogels, Zuid­-Georgische piepers en Zuid­-Amerikaanse pijlstaarten.

Nieuw­-Zeeland pakt het nog groter aan. In een poging zeldzame inheemse vogels voor uitsterven te behoeden, waaronder de kiwi (een loopvogel), is het plan opgevat met vallen en vergiftigd aas alle ratten te doden op het eiland, een gebied drieënhalf maal de Benelux.

In de hoofdstad Wellington bezoek ik een van de eerste rattenvrije zones, het reservaat Zealandia. Het wordt omringd door een hek van twee meter hoog, dat zo fijnmazig is dat er geen rat doorheen kan. Binnen de omheining leven bijzondere vogelsoorten als de geelbandhoningeter en de takahe, een loopvogel. In een wereld die steeds verder verstedelijkt, is Zealandia een welkome uitzondering. Het is ‘een omkering van het idee van de stad als een gebied met bedroevend arme biodiversiteit,’ zegt Danielle Shanahan, hoofd natuurbeheer van Zealandia.

Want naarmate het aantal inheemse vogels in het reservaat toenam, nam hun verspreiding daarbuiten ook toe. Daarop gingen vogelliefhebbers uit de omgeving van Zealandia op jacht om ratten en andere roofdieren te vangen, om de vogels ook net buiten het reservaat een veilig leefgebied te bieden. Hele gezinnen uit Wellington trokken in het weekend eropuit om vallen te zetten en te legen. Gevolg: voor het eerst in generaties klinkt in het centrum weer de lieflijke zang van de noordelijke zadelrug, of tieke.

De campagne Predator Free 2050, mede gericht op hermelijnen en possums, stuit ook op tegenstand. Bioloog Wayne Linklater van de Victoria University in Wellington noemt het plan ‘onhaalbaar’ en vindt het gebruikte gif te wreed. Bovendien, zegt hij, worden veel inheemse soorten eerder bedreigd door overbegrazing en habitatverlies dan door roofdieren.

Ook leden van de Ngātiwai, een Maoristam op het Noordereiland, zijn kritisch. Hun Polynesische voorouders brachten de kiore, zoals zij de Polynesische rat noemen, mee naar Nieuw­-Zeeland. De huidige Ngātiwai zien zichzelf als hoeders van de dieren (ze eten ze nog zo nu en dan).

Voor de noordoostkust van het Noordereiland beheert de stam de absolute tegenpool van Zealandia. Het fraaie rotseilandje Mauitaha herbergt ’s werelds enige rattenreservaat. Niet dat het ervan wemelt, ik bleef er een nacht slapen in de hoop er een te verschalken, maar heb er niet één gezien. Ooit zal dit misschien wel de enige plek in het land zijn waar de kiore nog voorkomt.

Ngātiwai Hori Parata, adviseur duurzaam landbeheer en mijn gids op Mauitaha, vertelt dat hij ooit een kiore in een kooi meenam naar een bijeenkomst. Bij het zien van de rat was een oude man tot tranen toe geroerd en hij begon tegen het dier te praten; hij dacht dat de soort was uitgestorven.

Op een zomeravond in Washington D.C. gaan fotograaf Charlie Hamilton James en ik op rattenjacht met Unique Pest Management, een bedrijf dat ratten bestrijdt met patterdaleterriërs. 

In Adams Morgan, een wijk met veel restaurants, zien we hoe de honden in een steeg met elkaar maar liefst 31 ratten doden. Dat is natuurlijk slechts een fractie van de populatie, maar volgens de medewerkers worden de ratten na een paar van zulke acties bang en trekken ze weg. Terwijl de terriërs hun werk doen, voorkomen hun begeleiders met ijshockeysticks dat de ratten het slagveld ontvluchten.

Ratten hebben een slechte reputatie, maar beschikken wel degelijk over goede eigenschappen. Ze zijn niet alleen intelligent, maar mogelijk ook empathisch. Onderzoek wijst uit dat ratten soortgenoten uit kooien bevrijden, ook al levert dit geen voordeel op en hadden ze zich in de tussentijd kunnen volstoppen met chocola.

Toch hebben de meeste mensen een afkeer van ratten. Wie weet is dat mede omdat het nachtdieren zijn, dan denk je algauw dat ze iets te verbergen hebben. Eekhoorns daarentegen vindt iedereen schattig, ook al jatten die op klaarlichte dag doodleuk al het voer uit je vogel­ huisje terwijl je erbij staat.

‘Het is die staart,’ zegt Laurinda Williams, die ratten fokt op Long Island om ze als huisdier te verkopen. ‘Als ratten maar niet zo’n lange staart hadden, zouden veel meer mensen er eentje nemen.’

Val Curtis, gedragswetenschapper aan de London School of Hygiene & Tropical Medicine en een autoriteit op het gebied van walging, zegt dat ratten in bijna elke samenleving afkeer oproepen, en niet alleen vanwege hun staart. ‘We zijn zo geprogrammeerd dat we dingen vermijden die ons ziek kunnen maken,’ zegt ze. In een ver verleden hadden mensen die ratten in hun nabijheid duldden meer kans om te overlijden aan door ratten overgebrachte ziekten. Ze hadden daardoor minder kans om zich voort te planten dan mensen die afkeer voelden. Vandaar dat de meeste mensen een aangeboren afkeer hebben van ratten, vertelt Curtis, ‘net zoals onze angst voor sabeltandtijgers is ingebakken.’

In de fokkerij op Long Island, gevestigd in een kamer in haar ouderlijk huis, laat Williams me ratten zien met vachten in de fraaiste kleuren en patronen. Ze legt uit hoeveel erbij komt kijken om de dieren gezond te houden en om ratten te fokken met een rustig temperament. In het vertrek hangt een sterke, muskusachtige geur die me wel bevalt en tegelijk ook weer helemaal niet.

Williams pakt een flinke grijze rat uit een ruime kooi, hij heeft een roomwitte buik. Het scheurtje in zijn oor liep hij ooit op tijdens een gevecht. ‘Dit is Dexter, mijn lievelingsrat,’ zegt ze. ‘Er is er altijd eentje waarmee je een extra sterke band hebt.’

Ik houd Dexter even vast. Wanneer hij over mijn handen loopt, voel ik tot mijn verbazing dat hij trilt over zijn hele lijf.

Rattenexpert Corrigan heeft even geen lievelingsrat. Vroeger had hij in New York wel ratten als huisdier. Al decennia probeert hij ze te slim af te zijn, maar hij heeft veel respect gekregen voor dieren en is op ze gesteld geraakt.

‘Ik bewonder ratten. Ik hou van ratten. Het is de grote paradox van mijn leven,’ zegt hij.

Dat rattenbestrijders in New York nu droogijs gebruiken in plaats van bloedverdunners vindt hij een positieve ontwikkeling, ook al doet de stad dit niet alleen om de ratten een pijnlijke dood te besparen. Er komen in de stad steeds meer haviken, uilen en andere roofvogels voor, en de New Yorkers willen voorkomen dat die sterven door het eten van vergiftigde ratten. Terwijl ratten worden gezien als ongedierte, worden de roofvogels verwelkomd als een teken dat het beter gaat met de stadse natuur.

Wetenschappers werken nu aan misschien wel de ultieme vorm van rattenbestrijding: een technische ingreep in de genen die ervoor zorgt dat onvruchtbaarheid zich verspreidt binnen een wilde rattenpopulatie. Als de zorgen over onbedoelde gevolgen van genetische manipulatie kunnen worden weggenomen, dan kunnen we ratten in de toekomst op grote schaal terugdringen zonder gif te hoeven gebruiken.

Zouden we ze missen? Zonder ratten zouden we in New York en andere steden minder haviken en uilen zien. Zonder die nachtelijke opruimdienst zouden tonnen etensresten op straat liggen weg te rotten. Op een veelbekeken YouTube­filmpje sleept een rat in een New Yorks metrostation een grote pizzapunt de trap af. 

In een reactie noemt iemand de rat een ‘echte New Yorker’.

Zonder ratten zouden we door ons eigen afval waden. Misschien is dankbaarheid net wat te veel gevraagd, maar enig respect is toch wel op zijn plaats.

’s Avonds, het is al donker, maak ik bij een gaarkeuken in de buurt van Chinatown een praatje met monteur Jonathan Hincapie, die tijdens zijn rookpauze staat te kijken naar ratten die zich uitleven op een stapel vuilniszakken.

Op mijn vraag wat hij ervan vindt, antwoordt hij: ‘Ik heb geen moeite met ratten. Dit is New York.’

Dit verhaal verschijnt in de april 2019 editie van National Geographic Magazine.

Lees meer