Reizen

Met een oldtimer door Noord-Engeland

Verslag van een roadtrip door The North York Moors, The Yorkshire Dales en The Lake Districtdonderdag 9 november 2017

Door Ralf Groothuizen
Foto's Van Jonathan Andrew
De verslaggever rijdt in een MGB Roadster in de richting van het dorpje Angram in Swaledale, een van de noordelijke valleien in The Yorkshire Dales.

In de achteruitkijkspiegel van de MGB Roadster zie ik Andrew Johnson zorgelijk kijken. Andrew is de eigenaar van de huurwagen. Ook ik voel spanning. Eén: ik reed nog niet eerder in een oldtimer. Twee: ik reed nog nooit met het stuur rechts. En drie: de enige keer dat ik aan de andere kant van de weg reed, verloor ik een spiegel omdat ik te dicht langs een muurtje reed. En hoe krijg ik met m’n linkerhand de pook van de achteruitversnelling in de één? Een schrapend geluid. De blik van Andrew wordt zorgelijker. Uiteindelijk schiet hij in de eerste versnelling en rijd ik weg, en geleidelijk verdwijnt Andrew uit de achteruitkijkspiegel.

Voor me ligt een smalle bochtige weg met zompige bermen, aan weerszijden begrensd met de voor Noord-Engeland typische drystone-muurtjes, en met struiken waar onverwachts fazanten uit schieten. Over dit soort wegen gaan fotograaf Jonathan Andrew en ik dagenlang scheuren, om de zoveel tijd stoppend bij een goed restaurant om te genieten van de Engelse keuken. Op het programma staan drie Noord-Engelse nationale parken: The North York Moors, The Yorkshire Dales en The Lake District. Een gebied met een doorsnede van ruwweg 300 kilometer van Saint Bees Head aan de Ierse Zee tot aan Whitby aan de Noordzeekust.

Overal waar je komt in Noord-Engeland raak je aan de praat, bestellen de Engelse cafégangers bier voor je en blijf je plakken. Dus het was soms flink het gaspedaal intrappen om ons hele werkterrein te doorkruisen. Overigens is het intrappen van het gaspedaal van een MG in z’n geheel geen straf. Het zalige gebrom van de motor is me na de reis nog lang bijgebleven.


Smaken uit het bos
Ik begin met een lunch bij The Black Swan in Oldstead. Het restaurant was door de eeuwen heen een pub, ooit bedoeld voor herders die te voet het vee van Noord- naar Zuid-Engeland brachten. De 25-jarige Tommy Banks is een van Engelands jongste Michelinchefs. Op ons bord bij gang numero zoveel: gerookt hert, uien gestoofd in bier en wilde kruiden. Het gerecht is veelzeggend voor de afgelegen North York Moors, vertelt Tommy losjes. ‘Vroeger stalen we sigaretten van de vader van een vriend van me. Die was altijd dronken. We zaten in het bos, rookten, dronken bier en zagen herten lopen. Die herinnering heb ik in dit gerecht willen vastleggen.’

We rijden verder over de glooiende heuvels en heide van de Moors. In de zomer ligt er een paarse gloed overheen. Ook nu terwijl het voorjaar aanvangt, schieten her en der kleurrijke heidegrassen omhoog. 

Jachtopziener Mark op het landgoed Gunnerside in de Yorkshire Dales.

Jachthonden en paarden 
Anna Lupton, eigenares van de Carr House Farm waar we slapen, staat erop dat we de MG thuislaten – ‘dan kunnen jullie met Jack drinken’. We springen achter in haar Jeep. 

Jack bevindt zich al in de Fairfax Arms Pub in Helmsley. ‘You’re travel journalists?’ vraagt hij vanaf een kruk als we binnenkomen, en trekt z’n wenkbrauw op. ‘Zeker vaak weg? Dat hoeft voor mij niet meer. Anna wil nog weleens op reis. Ik kom altijd tot rust als ik het witte paard van Kilburn weer zie.’

Op een heuvel op de Sutton Bank ter hoogte van Kilburn zagen we eerder vandaag een witte krijttekening ivan een paard. De tekening uit 1857 valt zo op dat hij in de Tweede Wereldoorlog werd afgedekt, anders zou het paard een te herkenbaar navigatiepunt voor vijandige bommenwerpers zijn. Veel mensen hier in de streek hebben eraan meegewerkt en ook vandaag de dag wordt het nog goed ondergehouden. 

Hoeveel bier Jack ook drinkt, het gezicht blijft in de plooi. Hij behoort tot het type aan wie je de dronkenschap onmogelijk kunt aflezen. Hij blijft onbeweeglijk zitten. Zijn grote hand omklemt de pint en de arm maakt soms hefboombewegingen. Soms buigt hij naar voren en vertelt hij een anekdote om daarna in lachen uit te barsten.

Na het diner dat bestaat uit zeebrasem, lam en de hier veel geserveerde rode biet staat hij op en wil hij zijn auto instappen. Maar Anna houdt hem streng tegen. ‘Jij gaat beslist niet rijden,’ zegt ze streng. Zo zitten we uiteindelijk met z’n vieren in de Jeep waar het ruikt naar hun 32 jachthonden die ze allemaal bij naam kennen. Rijke families en lieden die van jagen houden bellen Jack als ze op jacht gaan. Jack en zijn honden gaan er dan op af om het geschoten wild en gevogelte op te rapen voor de jagers – en naar de slagers te brengen. 

De ruïnes van het Byland-klooster in de North York Moors.

Dagloners 
Anna zet ons af bij de vlak bij Carr House Farm gelegen White Swan. We hebben zin in darts. Een groepje is al bezig. Ze vragen bij wie we logeren. Bij de Luptons zeggen we. ‘O, bij “Ten Pints” Jack,’ lachen ze. We spelen een partijtje Nederland tegen Engeland. Nederland wint tegen de verwachtingen in...

We praten na met het nodige bier. We krijgen een spervuur van vragen, meestal over geld. Wat verdienen jullie? Hoe kun je daarvan rondkomen? In veel gevallen zou dat onbeleefd zijn, maar me inlevend in hun cultuur begrijp ik het. Dit is een traditionele samenleving. Iedereen krijgt hier per stuk of dag betaald. De jongens vertellen dat ze tuinman zijn bij het nabijgelegen Ampleforth College, een van Engelands chicste colleges waar Benedictijnse monniken lesgeven, en ook cider en bier maken.

Onze pubvrienden kunnen het jaarlijkse collegegeld van 30.000 pond niet betalen. Ze schrapen hun inkomen bijeen met het harken van de lanen, het snoeien van de heggen en het maaien van rugby- en cricketvelden die rondom het college liggen. In de Moors verdienen de mensen hun geld met traditionele beroepen. Ze maken meubels, runnen een kaasmakerij, zijn tuinman, bakken brood of leven van wat het land ze te bieden heeft. De zoon van Anna Lupton vangt vogels die hij verkoopt aan de sterrenrestaurants in de omgeving, zoals aan Tommy Banks van The Black Swan.

Choken 
Het is koud en het regent. Hoe vaak ik de contactsleutel van de MG MGB Roadster ook omdraai, en hoeveel gas ik ook bijgeef, de motor wil niet aanslaan. En omdat het een cabrio betreft, is het dak niet meer dan een lap stof. Het regenwater sijpelt via een gleuf naar binnen en mijn broek raakt doorweekt. Terwijl ik blijf proberen, wordt er op het raam geklopt. Jack staat in een groen regenpak naast de wagen met een paar van zijn jachthonden naast hem. ‘Je moet choken,’ zegt hij terwijl ik het raam opendraai. ‘Stap uit en laat mij maar,’ zegt Jack. Hij gaat zitten en binnen drie tellen draait de motor.

Ik vraag of hij ook een quick fix heeft voor het dak. Jack lacht. ‘Hier zeggen we dat als een MG lekt, de wagen karakter heeft. En jij zit achter het stuur, dus dat betekent dat ook jij karakter bezit. Have a safe trip,’ zegt hij schaterlachend en doet zijn capuchon weer op en weg is Jack met zijn honden, de weilanden in.

We rijden langs de Byland Abbey Inn, waar we een pot thee en twee scones bestellen. We kijken uit op de ruïnes van de Byland Abbey, een abdij uit de twaalfde eeuw, schitterend bijgehouden door de English Heritage, een instantie voor het behoud van natuur of cultuur die overal in het Noord-Engelse landschap goed werk verricht. Wanneer mijn broek weer droog is, vertrekken we richting de Yorkshire Dales.

Uitzicht op het Wray Castle aan het Windermere. Hier bracht schrijfster Beatrix Potter in haar jeugd haar vakanties door en ontstond haar levenslange band met The Lake District.

Bier uit een kan 
Het is mooi weer geworden. Via via hebben we vernomen van The Falcon Pub in Arncliffe, maar die ligt van de route. Eerst langs Hutton-le-Hole. De lokale pubs hier puilen uit van de wandelaars. Ik weet niet wat het is, maar zijn er ook Engelse families zonder hond?

De Yorkshire Dales zijn dunbevolkter dan The Moors, de heuvels beduidend hoger. 
Na Hutton-le-Hole rijden we langs de watervallen van Aysgarth. En daar wil de MG niet meer starten, ook niet nadat ik flink heb zitten choken. Ik was vergeten het licht uit te zetten, en dus hebben we te maken met een lege accu. Er zit niets anders op dan de MG in z’n vrij te zetten en de heuvel af te laten rollen om zo de motor aan de praat te krijgen. Een geluk bij een ongeluk. We zijn helemaal alleen op de weg en ik kijk ik naar buiten – ik heb de kap open – en hoor de geluiden van de natuur in plaats van het constante gebrom van de MG-motor . Vogels fluiten en de waterval ruist en ik glijd over de weg naar beneden. Zalig. Dan schokt de wagen, hij sputtert en de motor springt aan. We kunnen verder en volgen de Wharfe River.

De weg wordt steeds smaller en de motor moet steeds harder werken om omhoog te komen. En het begint ook nog te hagelen, en hoger gaat de hagel over in sneeuw. Razendsnel spannen we de kap weer over de wagen. In de verte zien we een paar huizen rondom een grasveld staan: Arncliffe.

Een stenen schuur bij Troutbeck, in de buurt van het Windermere.

The Falcon is compleet begroeid met klimop. Binnen bevindt zich het kleinste barretje dat ik ooit zag. Achter de toog Steven Hodgson. Hij vertelt dat de pub er al meer dan 300 jaar zit en dat hij geen enkele intentie heeft de boel te veranderen. Bier wordt nu wel getapt uit een moderne tap, maar hij serveert – voor de liefhebber – ook nog steeds Timothy Taylors Bitter uit een jug, een kan. 
Het is veel te gezellig in The Falcon. Met Engelsen raak je gemakkelijk aan de praat en dan vergeet je de tijd. En er liggen ook dartpijltjes. We verslikken ons in de duur van de terugweg. We moeten nog helemaal terug naar Reeth – midden in The Dales – waar we slapen in Cambridge House en waar een tafel is geboekt bij The King’s Arms.

Hoewel we veel en veel te laat zijn, ontvangt de eigenaar ons met een glimlach. De chef blijkt naar huis te zijn gegaan en dus is het streekmenu niet meer te bestellen. Toch staan er in no time twee borden Fish&Chips voor onze neus. 
’s Ochtends open ik de gordijnen van de kamer en zie ik een typisch rode Engelse telefooncel. Aan de ontbijttafel prik ik in de uitmuntende gebakken haring. Naast ons zit een Londense familie. Ze wandelen vandaag de volgende twintig mijl van de Coast-to-Coast Walk, een wandeltocht van de Ierse Zeekust naar de Noordzeekust. Opa is ook mee, hij wandelt niet, maar leest de krant en doet de kruiswoordpuzzels op elke plek waar de familie overnacht. Slow travel. De mensen in de Dales zijn trots op wat ze te bieden hebben en het is zonde dat we onze reis alweer moeten voortzetten naar het 120 kilometer verderop gelegen Lake District. De MG start ditmaal gelukkig in één keer – zonder choken. 

Pete en Donna Durston samen met Todd bij Lake Grasmere.

Stijl omhoog 
De heuvels van The Lake Districht zijn bergen. Op de toppen zien we sneeuw liggen. We zitten aan een tafeltje in de serre van hotel Holbeck Ghyll. Jonge obers met Frans accent brengen simpele maar smakelijke gerechten bereid met klein wild dat in bergen en bossen rondom het hotel leeft.

In de ochtend wil ik gaan doen wat ik zo veel mensen hier zie doen. Een sport waar je extreem fit van wordt. Het komt erop neer dat je zo snel mogelijk probeert boven op een berg te raken. De sport heet fell running. In het haventje van Keswick aan het Derwent Water heeft een vrouw me uitgelegd waar een goed pad omhoog te vinden is. En ik kan een beetje sport wel gebruiken na alle Wensleydale-kaas uit Yorkshire, de lokale Michelinchefs, de ales en de bitters. Hier tussen de hoge pieken in spreken vrienden op zondagmorgen af om te gaan fell runnen. Ze rennen op schoenen met spikes een heuvel steil omhoog totdat ze er bovenop staan. Ik heb geen schoenen met spikes. Of ik boven ga komen? Geen idee.

Ik sla het ontbijt over en ren de oprijlaan af, open een houten hek en daarna gaat alles alleen nog maar omhoog. Ik hijg leunend op een hek uit. Een Herdwick-schaap kijkt me aan en mekkert goedemorgen naar de vroege passant. Ik richt mijn hoofd op en zie het mooiste landschap dat ik heb gezien deze reis. 

Door de ochtenddauw schijnen de eerste zonnestralen op de drystone-muren. Het licht is nog zo zacht. In de verte schijnt een vroege zonnestraal op Wray Castle waar Beatrix Potter, de schrijfster van Peter Rabbit, haar zomers doorbracht. Het kasteel weerspiegelt in het kalme water van Lake Windermere.


Ik snap wat Engelse dichters als Wordsworth en Coleridge hier vonden rondom de meren: niet zozeer onaangetaste rauwe natuur zoals in Schotland. Nee, ze vonden wat anders. Juist de keren dat mensenhanden de natuur hier aanraakten, gebeurde dat met tederheid en zachtheid. Met dezelfde precisie en aandacht waarmee een Engelse landlady haar kopje thee zou vasthouden. Ik wandel bezweet terug naar Holbeck Ghyll en schep gretig op van het laatste Engelse ontbijt dat ik de komende tijd zal eten. Ik zit aan het tafeltje in de serre en kijk door het grote raam uit over het landschap dat ik nu al mis. 

Met een oldtimer door Noord-Engeland

Journalist Ralf Groothuizen en fotograaf Jonathan Andrew reisden voor Traveler ook samen naar de Færöer, Tsjechië, Ierland en Litouwen. Jonathan reisde onlangs ook voor Traveler door Noorwegen.

Lees hieronder nog een aantal bruikbare tips!

De 199 treden van St Mary’s Church in het aan de Noordzee gelegen Whitby.

Per boot
P&O Ferries vaart dagelijks tussen Rotterdam en Hull. Een reis duurt 12 uur. Slaapcabines zijn comfortabel ingericht. Op de ferry zitten twee verschillende restaurants.  

Autoverhuur
Wij huurden een MGB Roadster bij Andrew Johnson in Easingwold. Een eigen auto is met name in The Lake District een absolute must. 

Literatuur
Om in Engelse sferen te komen lees je Notes from a Small Island van Bill Bryson of het vervolg, The Road to Little Dribbling

Meer informatie
Plan je reis met de uitgebreide informatie op visitbritain.nl

Coffin Trail Rydal.

Wandelparadijs
Pas in The Lakes op waar je gaat wandelen. En licht altijd de mensen van je verblijf in. Het kan spoken in de bergen. In The Moors is het heel mooi om per stroomtrein van Pickering naar het aan de Noordzee gelegen Whitby te tuffen. In The Dales is Hutton-le-Hole een uitstekende plek voor de start van een wandeling.

Restaurants 
Het Traveler-team at op Michelin-sterrenniveau in Holbeck Ghyll in Windermere, kwam per toeval langs the Black Swan in Oldstead en werd er verrast door de jonge kok Tommy Banks en aten onder meer een voedzame publunch in de Glen Rothay and Badger Bar in Rydal. 
 

The ONE, The Lakes Distillery cellar

Whisky 
Engeland staat niet bekend om de whisky. Maar in The Lake district zijn ze bij de Lakes Distillery aan Lake Bassenthwaite begonnen eigen whisky te stoken: The One.

Kaas 
In Hawes zit de kaasmakerij van de overal in Engeland geliefde Wensleydale-kaas. Je kunt er proeven tot je niet meer kunt. 

Bier
Een leuke bruisende plek is de Hawkshead Brewery & Beer Hall in Kendal in The Lakes. Een plek waar jong en oud na een wandeling graag proeven wat er nu weer op de tap zit.

Holbeck Ghyll Hotel

Overnachten. Luxe en comfort 
In The Moors legt eigenaar Anna Lupton je in de watten in Carr House Farm. In het beeldschone plaatsje Reeth in The Dales is Cambridge House een chique en ontspannen plek om thuis te komen. En in The Lakes zijn er weinig luxueuzere accommodaties te vinden dan Holbeck Ghyll.

Lees meer