Reizen

Betreed deze beroemde maar zelden geziene riviergrotten

Bekijk adembenemende foto’s van strikt beschermde onderaardse werelden in Slovenië. maandag, 13 november 2017

Door Andrew Bisharat
Foto's Van Robbie Shone

Met zo’n achtduizend jamas of grotten in een land niet groter dan Wales is Slovenië een wereldberoemde bestemming voor grotliefhebbers. Maar van die achtduizend grotten wordt slechts een twintigtal beschouwd als ‘showgrotten’ – grotten met een unieke schoonheid die zich kunnen meten met de veel grotere ondergrondse karstlandschappen die gevonden worden in het zuidoosten van China, Vietnam, Laos en Papoea-Nieuw-Guinea.

Slovenië wordt doorsneden door enkele woeste rivieren, die op enkele bijzondere plekken op mysterieuze wijze verdwijnen in een ondergronds en fijn vertakt netwerk van tunnels en kanalen in een poreuze gatenkaas van kalksteen.

Robbie Shone, een Britse fotograaf en amateur-speleoloog die nu in Oostenrijk woont, heeft in Slovenië de ondergrondse plekken vastgelegd waar enkele van de bekendste rivieren van het land — de Reka, Rak en Pivka – hetzij onder de grond verdwijnen of er weer uit opduiken.

“De rivier de Reka is de spil in dit hele project,” zegt Shone, die jarenlang droomde van het fotograferen van deze plekken. “Hij loopt als een rode draad door het hele verhaal.”

Geheime rivieren

Onder het dorp Škocjan ligt een gelijknamige grot die in de UNESCO-Werelderfgoedlijst is opgenomen en een hele rivier lijkt op te slokken. De rivier de Reka – reka betekent ‘rivier’ in het Sloveens, dus eigenlijk is het de Rekareka – verdwijnt abrupt door een ‘afvoerput’ in de rotsbodem, maar stroomt daarna door een meanderende, onderaardse bedding om uiteindelijk bijna veertig kilometer verderop nabij het Italiaanse stadje Monfalcone weer op te duiken. Daar voegt hij zich bij de rivier de Timavo en mondt dan anderhalve kilometer verderop in de Adriatische Zee uit.

“Riviergrotten zijn niet zo zeldzaam. Je kunt ze overal in de wereld vinden,” legt Katarina Kosič Ficco uit, een Sloveense speleologe en een van de vier leden van de expeditie van Shone. Ze werkt ook voor het onderzoekscentrum van de Sloveense Academie van Wetenschappen en Kunsten en de Universiteit van Nova Gorica aan haar proefschrift over de karstgeologie. “Maar er zijn maar weinig karstlandschappen waar de riviergrotten zo omvangrijk zijn als in Slovenië.”

Het karstplateau Kras is een geografische regio in het zuidwesten van Slovenië die zich uitstrekt van de Adriatische kust in het zuiden tot aan het dal van de Vipava – een ononderbroken kalksteenlaag die in een boog van de Sloveense kust tot in het noordoosten van Italië loopt.

Onder de Kras – wat in het Sloveens ‘rotsbodem’ of ‘kale grond’ betekent – ligt een doolhof van onderaardse ruimten, die in de loop der millennia zijn gevormd door de chemische oplossing van de kalksteen. De afgeleide term ‘karst’ verwijst naar een landschap van gesteenten die onder bepaalde omstandigheden oplossen. De bakermat van de wetenschap van de karstgeologie ligt dan ook in Slovenië.

“Het leukste aan speleologie is dat je een onbekende wereld verkent en dat je iets te weten komt over de vorming ervan,” zegt Kosič Ficco. “Vanuit een niet-wetenschappelijk oogpunt zijn riviergrotten verbluffend omdat ze bezoekers de kans geven om ondergronds door kloven te lopen, op meren en brede rivieren te drijven waar de zon niet schijnt, de verbijsterende kracht van het water in actie te zien, grotdieren in hun natuurlijke aquatische omgeving te bewonderen en ook nog te genieten van de schoonheid van de druipsteen.”

Grotten met een functie

Op het karstplateau wordt samengewerkt tussen Sloveense en Italiaanse gemeenschappen, wat heeft geleid tot de vorming van een ononderbroken wijnbouwgebied waar vooral de inheemse Teran-druif wordt verbouwd. De rode wijn daarvan kan het best binnen een jaar worden gedronken, omdat het hoge ijzergehalte van de druif de wijn niet goed laat rijpen. De wijn past uitstekend bij een plak pršut, de regionale versie van de prosciutto die maandenlang wordt gedroogd in de bora-wind.

De grotten zelf hebben in de loop der geschiedenis allerlei functies gehad. Ze zijn gebruikt als drinkwatervoorziening, koelkast en zelfs als munitieopslagplaats in tijden van oorlog. Gedurende meerdere IJstijden was de Križna-grot een belangrijke schuilplaats voor holenberen – in de grot liggen nog zo’n tweeduizend berenskeletten. Tegenwoordig zijn riviergrotten belangrijke habitats voor talloze en soms bedreigde diersoorten.

De Postojna jama is de grootste en populairste grot van Slovenië. Deze toeristenattractie beschikt over een treintje waarmee bezoekers door een doolhof van tunnels en zalen – met fossielen en verbluffende, onverstoorde druipsteenformaties – kunnen rijden. In de Postojna-grot en de naburige Planinska-grot komt de olm (Proteus anguinus) voor, een bedreigde watersalamander die ondergronds leeft en ook wel liefkozend ‘menselijke vis’ wordt genoemd. Tijdens de Kerstdagen wordt in de Postojna-grot een kerststal gebouwd en verzamelen zich ruim vijfhonderd mensen in een grote grotzaal om getuige te zijn van een feestelijk kerstspel tussen stalagmieten en stalactieten.

“Slovenië wordt wel gezien als de bakermat van het grotonderzoek,” zegt Kosič Ficco. “Er zijn hier veel verschillende grotten die goed toegankelijk zijn. Van gemakkelijk te bezoeken toeristengrotten tot de diepste karstschacht ter wereld (de Vrtoglavica; 603 meter diep) – iedereen vindt hier iets van zijn gading.”

Onderaardse wereld

Voor Shone was het fotograferen in dit mekka voor speleologen en grotklimmers de verwezenlijking van een oude droom.

Als kind leerde Shone van zijn vader tekenen en aquarelleren. Als tiener bracht hij de weekeinden door in het Britse nationale park Lake District, waar hij door de heuvels zwierf en landschappen schilderde die ook Constable en Turner hadden gefascineerd. Shone belandde op de University of Sheffield, waar hij een kunstopleiding volgde terwijl hij zijn nieuwe passie voor het rotsklimmen op de plaatselijke gritstone beoefende.

Toen hij negentien was, werd hij door een vriend en medestudent overgehaald om mee te gaan op een weekeindje grotklimmen in Noord-Engeland.

“Ik vond het idee om in een donkere ondergrondse ruimte te klimmen, een grot vol aarde en water en zonder zonlicht, niet zo prettig,” geeft Shone toe. “Als rotsklimmer vond ik grotklimmen iets claustrofobisch.”

Maar ondanks zijn natuurlijke tegenzin ging Shone toch mee. Al snel bevond hij zich op de rand van een rotsrichel, vanwaar hij in een gapende en inktzwarte afgrond moest abseilen.

“De adrenaline was intens. Het ene moment stond ik nog in heerlijk zonnig grasland en vijf seconden later was ik in deze volstrekt buitenaardse wereld getuimeld die ik nog nooit had gezien,” herinnert Shone zich. “Het was aardedonker, er werd heel wat afgeroepen en het gebulder van de waterval was zó luid dat ik mezelf amper kon horen.”

“En toch was ik gefascineerd. Het was ongelooflijk. Ik had nog nooit zoiets gevoeld en was meteen verkocht.”

Na zijn eerste grotweekeind keerde Shone terug naar Sheffield en voelde de drang van de kunstenaar om zijn ervaring op artistieke wijze uit te drukken: op het doek. Maar al gauw besefte hij dat de schilderkunst niet het geschikte medium voor hem was. Hij ging naar het fotolaboratorium van de universiteit en leende een camera – een moment dat zijn levensloop zou veranderen.

Voor Shone werd zijn dubbele passie voor fotografie en amateur-speleologie vrijwel op hetzelfde moment geboren, waarna ze zich in de volgende achttien jaar naast elkaar ontwikkelden.

Het fotograferen van een gevaarlijke, inktzwarte grotkamer sprak Shone’s avontuurlijke kant aan, terwijl de technische uitdaging van het werken met licht hem als kunstenaar fascineerde.

“Vanwege mijn achtergrond als beeldend kunstenaar probeer ik te ‘schilderen’ met licht,” zegt Shone. “Het gaat niet alleen om het belichten van bepaalde rotswanden en dan klaar is Kees. Ik probeer een beeld te schetsen door met mijn schijnwerpers rond te lopen en creatieve keuzes te maken over wat ik wil benadrukken en wat in het duister blijft. Ik probeer het zo over te laten komen alsof het licht natuurlijk is, wat natuurlijk een grote uitdaging is omdat het daar aardedonker is. Dat is wat ik de afgelopen achttien jaar heb gedaan en ik probeer nog steeds alles perfect te doen.”

Journalist en klimmer Andrew Bisharat woont in Colorado. Volg hem op Instagram @andrewbisharat en Twitter @EveningSends. Fotograaf en grotonderzoeker Robbie Shone woont in Oostenrijk. Volg hem op Instagram @ShonePhoto en Twitter @robbieshone.

Lees meer