Stop met Plastic

Plastic deeltjes: ook schadelijk voor de mens?

Microplastics schaden het zeeleven, inclusief de vissen en schaaldieren die we eten. Lopen wij ook gevaar? vrijdag, 8 juni 2018

Door Elizabeth Royte
Foto's Van Randy Olson

National Geographic staat de hele maand juni in het teken van#STOPMETPLASTIC. Zo vestigen we de aandacht op de plasticsoep in oceanen en het overmatige gebruik van wegwerpplastic. Lees meer over wat jijzelf kunt doen om het gebruik van wegwerpplastic te verminderen.

In een lab in de staat New York plaatst Debra Lee Magadini een schijfje onder een microscoop met een uv-lamp. Ze bekijkt het vloeibaar gemaakte darmkanaal van een garnaal die ze op de markt heeft gekocht en maakt een sissend geluid. Nadat ze elke millimeter heeft onderzocht, roept ze: “Een echte discogarnaal!” In de darm zijn zeven stukjes fluorescerend gemaakt plastic zichtbaar.

Over de hele wereld staren onderzoekers als Magadini door een microscoop naar minuscule stukjes plastic – draden, fragmenten, microbolletjes – die zijn beland in zee- en zoetwaterdieren, zowel in het wild gevangen als gekweekt. Er zijn microplastics gevonden in 114 waterdieren, waarvan meer dan de helft op ons bord belandt. Nu proberen ze erachter te komen wat dat voor de volksgezondheid betekent.

Tot nu toe is er geen bewijs dat microplastics (stukjes kleiner dan een halve centimeter) op populatieniveau schadelijk zijn voor vis. De aanvoer van voedsel lijkt niet te worden bedreigd. Duidelijk is wel dat vissen en schaaldieren die wij eten op individueel niveau te lijden hebben. Elk jaar stroomt er vijf miljoen tot dertien miljoen ton plastic in onze oceanen. Door zon, wind, golven en warmte valt het uiteen in stukjes die – voor plankton, weekdieren, vissen en zelfs walvissen – sterk op voedsel lijken.

Microplastics zijn schadelijk voor waterdieren, maar ook voor schildpadden en vogels. Ze verstoppen het spijsverteringskanaal, stillen de honger en veranderen het eetgedrag, wat nadelig is voor groei en voortplanting. Met hun maag vol plastic sterven sommige soorten van de honger. Er zijn ook andere gevolgen. Vrij zwevende stoffen die de zee in spoelen, zoals pcb’s (polychloorbifenyl), paks (polycyclische romatische koolwaterstoffen) en zware metalen, hechten zich soms aan het huidoppervlak van dieren.

Ecoloog Chelsea Rochman liet vermalen polyethyleen (gebruikt voor sommige plastic zakken) drie maanden weken in de San Diego Bay. Dit geweekte plastic gaf ze, samen met laboratoriumvoer, twee maanden aan Japanse rijstvissen, een kleine soort die vaak voor onderzoek wordt gebruikt. De dieren die het behandelde plastic binnenkregen hadden meer leverschade dan dieren die nieuw plastic hadden gegeten. (Vissen met een beschadigde lever kunnen slechter tegen geneesmiddelen, pesticiden en andere vervuilers.) Oesters die zijn blootgesteld aan stukjes polystyreen (van de bekende wegwerpbakjes) blijken minder eitjes en minder beweeglijk zaad te maken.

De lijst van zout- en zoetwaterdieren die onder plastic lijden, loopt inmiddels in de honderden soorten.

Het effect van microplastics op mensen die zeedieren eten, is lastig te meten. Het spul is immers overal: in de lucht die we inademen, in het kraan- of flessenwater dat we drinken, in wat we eten en wat we dragen. En plastic is niet één ding: het kent vele vormen en bevat allerlei extra’s, zoals kleurstoffen, uv-stabilisatoren, waterafstotende middelen, vlamvertragers, hardmarkers als bisfenol A (BPA) en weekmakers als ftalaten, die in het milieu kunnen belanden.

Er is een kans dat sommige van deze stoffen de normale hormoonfunctie verstoren en bijvoorbeeld tot gewichtstoename leiden. Vlamvertragers kunnen de ontwikkeling van foetus- en kinderhersenen schaden; andere stoffen die zich aan plastics hechten, kunnen kanker of aangeboren afwijkingen veroorzaken. Het gaat bij gif altijd om de dosering, maar veel van deze stoffen, zoals bisfenol A en verwante producten, zijn al schadelijk voor proefdieren bij hoeveelheden die sommige overheden veilig achten voor mensen.

Onderzoek naar het effect van microplastics uit zee op mensen is lastig omdat je mensen niet kunt vragen plastic te eten voor een experiment en omdat de effecten kunnen veranderen in de loop van de voedselketen. We weten vrijwel niets over het effect van het bewerken of koken van voedsel op de giftigheid van plastic in zeedieren, noch hoeveel vervuiling schadelijk is voor de mens.

Het goede nieuws is dat de meeste onderzochte microplastics in de darmen van vissen lijken te blijven en niet terechtkomen in de spieren, het deel dat we eten. De Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN concludeert dat mensen waarschijnlijk hooguit verwaarloosbare hoeveelheden microplastics binnenkrijgen, zelfs wie veel mossels of oesters eet, die in hun geheel worden verorberd.

Bovendien is vis eten goed voor onze gezondheid. Het verlaagt het risico van hart- en vaatziekten en vis bevat grote hoeveelheden voedingsstoffen die in ander voedsel nauwelijks voorkomen.

Toch blijven wetenschappers bezorgd over het effect van plastics in zee op de mens, omdat ze overal zijn en uiteindelijk uiteenvallen in onzichtbare nanoplastics. Het enge is dat deze minuscule stukjes kunnen doordringen in cellen en dus in weefsel en organen. Maar er zijn nog geen methoden om nanoplastics in voedsel aan te tonen, dus we weten niet of ze door mensen worden opgenomen, en zo ja in welke mate dat gebeurt.

Dus blijft er werk aan de winkel. “We weten dat plastic iets met dieren doet op vrijwel elk biologisch niveau”, zegt Rochman. “We weten genoeg om de plasticvervuiling van oceanen, meren bepaalde soorten plastic verbieden, eerst en vooral de meest voorkomende en gevaarlijkste. Scheikundigen kunnen biologisch afbreekbare polymeren ontwerpen. Consumenten kunnen wegwerpplastic mijden. Bedrijfsleven en overheid kunnen investeren in de infrastructuur die nodig is voor het inzamelen en recyclen van plastic voordat het in het water terechtkomt.

In een stoffige kelder niet ver van Magadini’s lab staan potten met zo’n tienduizend geconserveerde killivisjes (Fundulus heteroclitus en F. diaphanus diaphanus) die de afgelopen zeven jaar in moerassen in de buurt zijn gevangen. Elk visje apart onderzoeken op de aanwezigheid van plastic in de ingewanden is ondoenlijk, maar Magadini en haar collega’s willen graag weten of de blootstelling aan het materiaal in de loop der jaren is veranderd. Anderen proberen te ontdekken wat het effect is van microkorreltjes, vezels en fragmenten op deze grazers, op de grotere vissen die hen eten en, uiteindelijk, op ons mensen.

Magadini, verbonden aan het Lamont-Doherty Earth Observatory van Columbia University: “Over een jaar of vijf, tien zijn we een stuk wijzer.”

Maar dan is er alweer zeker 25 miljoen ton plastic in de zee gestroomd.

Lees meer