Waarom de winter moet worden gered in de Alpen

Economisch en cultureel gezien draait het in deze regio allemaal om de winter. Nu het klimaat opwarmt, wordt er naarstig gezocht naar mogelijkheden om de sneeuw en het ijs te redden.

Door Denise Hruby
foto's van Ciril Jazbec
Gepubliceerd 21 feb. 2022 13:15 CET
Saving Winter-MM9271-trail-white-snow

Bij het Zwitserse Davos glijdt een langlaufer eind oktober over een loipe van kunstsneeuw, die in de winter ervóór is geproduceerd. De sneeuw was ’s zomers opgeslagen in een zes meter hoge berg, onder een laag zaagsel van veertig centimeter dik, en is aan het begin van het nieuwe seizoen op de loipe gestort.

Foto door Ciril Jazbec

Tussen rotsachtige bergtoppen die zo hoog zijn dat ze wolken aan flarden scheuren, rijdt een pistebully ter grootte van een tractor achteruit over een 12 meter hoge berg van samengeperste sneeuw en trekt intussen een rol textiel uit. Boven op de sneeuwhoop zijn zes mensen bezig de lappen textiel aan elkaar te naaien met een zware handnaaimachine. Het is juni op de Kitzsteinhorn in Oostenrijk, een van de hoogste en koudste skigebieden in de Alpen en smeltwater gutst langs de flanken van de berg het ravijn in. Maar boven op de gletsjer bereiden de pistemedewerkers het nieuwe seizoen voor.

Zelfs op drieduizend meter hoogte is het te riskant geworden om uit te gaan van alleen natuursneeuw, dus neemt het team onder leiding van technisch manager Günther Brennsteiner vast voorzorgsmaatregelen. Ze zijn een maand bezig geweest om de laatste sneeuw van dit seizoen op acht hoge bergen te vegen; de grootste met een oppervlak groter dan een voetbalveld. Nu zijn ze nog een maand aan het werk met het bedekken van de hopen met textiel, om ze te beschermen tegen de zomerwarmte. Als het aan het begin van het volgende seizoen te warm is voor verse sneeuw, of zelfs voor het maken van kunstsneeuw, zullen vrachtwagens en pistebully’s de oude sneeuw over de hellingen verspreiden.

De National Geographic Society wijdt zich aan het belichten en beschermen van de pracht van onze wereld en financiert sinds 2019 het klimaatonderzoek van National Geographic-onderzoeker Ciril Jazbec.

Foto door ILLUSTRATION BY JOE MCKENDRY

Een van de medewerkers, Hannes Posch, vertelt dat het nog niet eenvoudig was om erachter te komen hoe je sneeuw op een dergelijke schaal kunt opslaan. Voordat het team de stukken textiel aan elkaar naaide, scheurde de wind de lappen soms stuk, waardoor de hopen sneeuw niet meer bedekt waren. Ook gebeurde het dat het textiel vastvroor in de sneeuw.

‘Alles wat fout kon gaan, is weleens fout gegaan,’ vertelt Posch, terwijl hij een zandzak aan het textiel bevestigt. Zo is het in het nabijgelegen skidorp Kitzbühel ooit een dergelijke met textiel bedekte sneeuwopslag door bliksem getroffen en in brand gevlogen, waarna dertig brandweerlieden urenlang bezig waren met het bestrijden van de brand. Zo kostbaar is sneeuw tegenwoordig.

‘Door de opwarming van het klimaat is alles anders geworden,’ zegt Brennsteiner. Hij begon hier 31 jaar geleden te werken, tijdens wat inmiddels de gloriejaren van het skiën lijken te zijn.

Echte skiwinters komen steeds minder voor. Sinds de negentiende eeuw is de gemiddelde temperatuur in deze bergen twee graden gestegen. Dat is zo'n beetje twee keer het wereldwijde gemiddelde. De sneeuw valt later in het seizoen en smelt eerder. In het hele Alpengebied ligt er ongeveer een maand korter sneeuw, aldus wetenschappers die data van ruim tweeduizend weerstations analyseerden.

Omdat de aarde sinds de negentiende eeuw – en vooral in de afgelopen decennia – is opgewarmd, zijn de circa vierduizend gletsjers in de Alpen twee derde van hun ijs kwijtgeraakt. Op de Persgletscher in het oosten van Zwitserland meten geofysica Christine Seupel, ingenieur Dieter Müller en glacioloog Andri Moll de ijsdikte met behulp van bodemradar.

Foto door Ciril Jazbec

Voor veel van de veertien miljoen mensen die in een van ‘s werelds dichtst bevolkte berggebieden leven, is dat een grote donkere wolk boven hun hoofd. De economie hier is afhankelijk van de 120 miljoen toeristen die jaarlijks op de sneeuw afkomen – veel meer dan het aantal bezoekers van de Verenigde Staten. Brennsteiner werkt niet alleen op de Kitzsteinhorn, maar is ook burgemeester van Niedernsill, een 2.800 inwoners tellend dorp aan de voet van de berg. Bijna alle gezinnen in het dorp zijn afhankelijk van de winter, vertelt hij. Zonder sneeuw blijven er mogelijk slechts duizend inwoners over.

‘Er zouden geen kinderen op de kleuterschool zitten,’ zo beschrijft hij de neergaande spiraal. ‘Dit is het fundament onder ons leven hier.’

De mensen die in de Alpen leven, nemen drastische maatregelen om hun bestaan te redden. Inmiddels zijn er zo'n honderdduizend sneeuwkanonnen die de ski-industrie in de Alpen mogelijk maken. Dat zijn er genoeg om de halve provincie Utrecht binnen enkele uren van een laag sneeuw te voorzien. Naast het aanleggen van sneeuwdepots, pakken wanhopige lokale bewoners ook het ijs in van enkele van de circa vierduizend gletsjers die de Alpen telt. Zo proberen ze te voorkomen dat de sneeuw in hoog tempo wegsmelt door de opwarming van de aarde. Er bestaat een visionair project van Zwitserse wetenschappers die hopen een gletsjer te redden door er kunstsneeuw overheen te spuiten.

Sommige van deze methoden zijn ingenieus en veelbelovend, andere zijn milieutechnisch en economisch twijfelachtig. Maar allemaal zijn ze het gevolg van een diep besef: hoe ziet ons leven eruit zonder winter?

Bij het Zwitserse skioord Diavolezza is een perceel sneeuw afgedekt met dekens om te voorkomen dat het in de zomer smelt. De sneeuwval in de Alpen is zó onberekenbaar geworden dat de skisector nu vertrouwt op kunstsneeuw die in depots wordt opgeslagen.

Foto door Ciril Jazbec

Net als Brennsteiner en fotograaf Ciril Jazbec had ik het geluk dat ik in de Alpen opgroeide toen er nog volop sneeuw was. Ik herinner me nog hoe geweldig het was mijn kleine voetafdrukken achter te laten in de eerste sneeuw van het seizoen; ik herinner me de blos op de wangen van mijn vader terwijl hij steeds opnieuw de sneeuw rond het huis weg schepte. Nog voor mijn derde verjaardag bonden mijn ouders mij ski’s onder.

Achteraf bezien was die periode een historische uitzondering. Pas in de tweede helft van de twintigste eeuw begonnen de Alpen te profiteren van de koude winters vol sneeuw. Vóór die tijd was het vooral een zware periode, waar volgens de folklore gemene demonen verantwoordelijk voor waren. Mijn generatie is een van de laatste die verhalen uit de eerste hand hoorde over de strijd om hier overleven, toen de economie nog afhankelijk was van de landbouw. De sneeuw lag maandenlang over de kleine lapjes grond. Lawines bulderden langs de bergwanden naar beneden en dorpen raakten bedolven. Een van de negen broers en zussen van mijn oma, Walter, overleed in een lawine. Hij was 24 jaar oud.

Wanneer er weinig te eten was, en dat was meestal zo, werden kinderen uit de armste regio’s van de Alpen gedwongen om naar markten in de laaggelegen gebieden te gaan. Daar verkochten ze zichzelf als een soort lijfeigenen om voor een seizoen op een boerderij te werken, meestal van maart tot oktober. ‘Een nauwelijks verhulde slavenmarkt,’ schreef de Amerikaanse krant Times-Star uit Cincinnati in 1908 in een verslag over zo'n markt in het zuid-Duitse Friedrichshafen. De krant meldde dat er wel vierhonderd jongens en meisjes te koop waren, soms pas zes jaar oud ‘alsof het een koppel kalveren of kippen waren.’ Deze praktijken kwamen tot ver in de twintigste eeuw voor.

Onderzoekers bestuderen een ijsgrot in de Persgletscher. Dit soort grotten ontstaat op natuurlijke wijze, maar de recente vergroting van de spelonk is een teken dat de gletsjers snel slinkt. Sommige gletsjers zijn al bijna verdwenen, tot groot verdriet van de bevolking. Als de uitstoot van broeikasgassen niet drastisch wordt teruggedrongen, zouden de Alpen tegen het jaar 2100 bijna ijsvrij kunnen zijn.

Foto door Ciril Jazbec

Na de Tweede Wereldoorlog ontstond door de economische groei in Europa een middenklasse van mensen die het goed hadden, maar in eerste instantie niet in de hooggelegen Alpengebieden. Maatregelen waardoor anderen het financieel beter kregen, het uitbreiden van boerderijen of gebruik van moderne machnies, waren hier door de steile bergwanden onmogelijk, vertelt Johann Wolf. Hij werd in 1929 geboren in het afgelegen Oostenrijkse dorp Ischgl, tijdens de koudste winter die ooit werd gemeten. ‘Boeren kregen het steeds moeilijker in de bergen,’ vertelt hij. Sommige van zijn broers en zussen verlieten de afgelegen vallen, maar hij bleef er.

Wolf en andere dorpelingen bedachten dat wintertoerisme het enige was dat ze kon redden. In een wanhoopspoging verkochten ze hun vee en namen hypotheken op hun grond om geld te kunnen investeren in een kabelbaan. Ischgl was ver van alles verwijderd, maar de gok pakte goed uit. In 1963 begon de kabelbaan toeristen naar de bergen te brengen, en de lokale bevolking naar een beter bestaan. In het gehele Alpengebied vond eenzelfde transitie plaats.

Tegenwoordig staat er een viersterrenhotel boven op de vierhonderd jaar oude boerderij waar Wolf werd geboren. In Ischgl zijn verder luxechalets met jacuzzi’s te vinden, chique restaurants en een bruisend nachtleven, waar onder meer Rihanna, Pink en Lenny Kravitz concerten gaven. Aankomende december openen een thermaal bad en een ijsbaan hun deuren in Ischgl.

Alpine melt

Foto door National Geographic

Veel inwoners zien zichzelf nog steeds als nuchtere boeren die van hun vallei houden. Hannes, de zoon van Wolf, en zijn 26-jarige kleinzoon Christoph laten me kennismaken met hun runderen (Hermann, Kathi, Gitta en Lilly) die lekker geurende hooi staan te kauwen op grond die tot de duurste in de Alpen behoort. De familie moet er niet aan denken om ze weg te doen. ‘Het is een traditie en een plicht,’ zegt Wolf.

Maar het is niet meer mogelijk om met een boerderij in de Alpen in je levensonderhoud te voorzien. ‘Zonder winter zouden deze valleien totaal verlaten en leeg zijn,’ stelt Hannes Wolf. In 2020 kreeg Ischgl daar al een afschrikwekkend voorproefje van, toen de plaats een vroege hotspot bleek van de COVID-19-pandemie. Halsoverkop vertrokken toeristen droegen bij aan de verspreiding van het virus in Europa.

Tijdens de pandemie was er geen skitoerisme in de Alpen. Miljoenen hotelbedden bleven leeg. Maar de klimaatverandering vormt een grotere bedreiging.

Links: De Zwitserse glacioloog (en amateurviolist) Felix Keller, die nabij de Morteratschgletscher opgroeide, heeft een plan om de ijsmassa te redden. ‘Mensen zeggen dat het compleet gestoord is,’ geeft hij toe. ‘Misschien hebben ze gelijk.’

Foto door Ciril Jazbec

Rechts: Kellers plan houdt in dat smeltwater van gletsjers in sneeuw wordt omgezet. Op de foto test zijn team een prototype van een van de ‘sneeuwkabels’ die over de gletsjer worden gespannen en de ijsmassa met negen meter sneeuw per jaar moet aanvullen.

Foto door Ciril Jazbec

Eén of twee graden opwarming klinkt misschien niet zo veel, maar het kan het verschil zijn tussen neerslag die naar beneden komt als sneeuw – of regen. Het hoeft maar iets warmer te worden, en er vormen zich misschien helemaal geen sneeuwvlokken. En dat is waarom de Alpen dik in de problemen zijn, zegt Yves Lejeune, de wetenschapper die de leiding heeft over het meteorologische meetstation Col de Porte, dat op zo'n 1500 meter hoogte ligt in de westelijke Franse Alpen.

Preserving the snow

Foto door National Geographic

Op weg naar zijn werk komt Lejeune langs Le Sappey-en-Chartreuse, een klein dorp met een kerk in het midden en skipistes op de berghellingen. Hij leerde er als vijfjarige skiën. Maar het dorp ligt laag, op slechts zo'n duizend meter. ‘Dat is nu voorbij,’ zegt hij zonder omhaal. ‘Misschien hebben ze nog een of twee goede jaren, maar meer ook niet.’

Dergelijke gebieden kampten in de jaren tachtig en negentig ook al met een reeks sneeuwwinters met weinig sneeuw. Sneeuwkanonnen werden de eerste verdedigingslinie van de Alpen. In lagergelegen gebieden leken miljoeneninvesteringen gerechtvaardigd om continuïteit in het toeristenseizoen te garanderen. Het idee was toen dat winters met weinig sneeuw de uitzondering waren.

Uit de data van Lejeune blijkt dat dit niet zo is. Hij wijst op een grafiek waarin de sneeuwhoogte op Col de Porte in de afgelopen dertig jaar wordt vergeleken met de dertig jaar daarvoor. De lijn duikt steil naar beneden, en wijst op een gemiddelde afname van het sneeuwdek van bijna vier centimeter. ‘Dat is veel,’ zegt Lejeune. ‘Dat is echt veel.’

Inmiddels is er ook op grotere hoogten sprake van opwarming. ‘Als iemand me toen had verteld dat we ooit sneeuwkanonnen nodig zouden hebben, zou ik hem voor gek hebben verklaard,’ zegt Peter Leo, die aan het hoofd staat van het sneeuwbeheer op de Kitzsteinhorn. Tegenwoordig ‘kunnen we niet meer zonder.’

En hetzelfde geldt voor de 1.100 skiliftoperators in de Alpen. Veel van de sneeuw in de skigebieden is inmiddels kunstmatig. Alleen al op de Kitzsteinhorn staan 104 graskleurige ‘sneeuwkanonnen’ strategisch opgesteld op de hellingen. Ze wegen en kosten stuk voor stuk even veel als een kleine auto.

Als Leo er een aanzet, wordt het moeilijk hem te verstaan. In de buitenste ring van de machine wordt er via pijpjes lucht in waterdruppels geblazen, waarna een enorme ventilator (‘krachtig genoeg om je naar binnen te zuigen,’ schreeuwt hij) ze de lucht in blaast. Terwijl ze neerdwarrelen, klonteren waterdruppels uit de binnenste ringen aan de eerste kristallen, waardoor sneeuwvlokken ontstaan.

Waar toeristen nu tientallen meters boven een kolkende smeltwaterrivier over een voetgangersbrug lopen, liepen ze ooit over de tong van de Zwitserse Triftgletscher. Het meer is pas in deze eeuw ontstaan en de brug werd in 2004 gebouwd. Een energiebedrijf wil hier een stuwdam aanleggen.

Foto door Ciril Jazbec

Wie op een gletsjer als de Kitzsteinhorn staat, zal amper kunnen bevatten hoe zó’n geweldige massa ijs is opgebouwd uit minuscule sneeuwvlokjes. Dat is in de loop van eeuwen gebeurd, waarbij elke verse laag sneeuw de laag eronder verder heeft samengedrukt totdat de sneeuw tot ijs verhardde en onder zijn eigen gewicht traag de helling begon af te stromen. Sneeuw hoopt zich in de winter op en smelt weer in de zomer, vooral op lagere hoogten. Als de sneeuwval in de winter het verlies aan ijs in de zomer overtreft, rukt het front van de gletsjer op in de vallei; maar als er ’s zomers meer ijs smelt dan er in de winter aan sneeuw is gevallen, trekt de gletsjer zich terug. Sinds het einde van de negentiende eeuw hebben de meeste gletsjers in de Alpen zich vrijwel ononderbroken teruggetrokken.

De Zwitserse glacioloog Felix Keller heeft een idee bedacht om die trend te keren. Keller is opgegroeid in een dorpje in de buurt van Sankt-Moritz, de geboorteplaats van de wintersport. Toen ik daar vorig jaar met hem afsprak, nam hij me mee naar het naburige Hotel Morteratsch, waar hij me een zwart-witfoto uit 1919 liet zien waarop de laatste kroonprins van Duitsland, Wilhelm von Preussen, is te zien. De prins en zijn entourage staan opgewekt op de Morteratschgletscher, die destijds tot vlakbij het hotel reikte. De hele vallei lag onder een dikke laag ijs.

Keller en ik zochten dezelfde plek op. In de eeuw sinds het bezoek van de kroonprins is de vallei door lariksen en dennen overgenomen; in de late zomer plukken de inwoners hier paddenstoelen en cranberry’s. Het front van de Morteratschgletscher is vrijwel uit het zicht verdwenen en ligt nu bijna twee kilometer verder de vallei in.

De tong van de Rhônegletscher in Zwitserland is afgedekt met zonwerend plastic. Een grot die hier elk jaar in het verschuivende ijs wordt uitgehakt, trekt al sinds 1870 toeristen aan. Voorlopig blijft er dankzij de afdekking het hele jaar door genoeg ijs bewaard om de grot te handhaven.

Foto door Ciril Jazbec

Overal in de Alpen hebben gletsjers sinds 1850 zo’n twee derde van hun volume aan ijs verloren, en dat verlies gaat steeds sneller. ‘Als we niets doen, zal alles verdwijnen,’ zegt Matthias Huss, glacioloog aan de ETH Zürich. En met ‘iets doen’ bedoeld Huss het drastisch terugdringen van de uitstoot van de broeikasgassen die de aarde doen opwarmen.

Maar Keller heeft daarnaast nog iets anders in gedachten. Hij kwam op het idee toen hij op een zwoele zomerdag in 2015 aan het vissen was in een meer dat werd gevoed door smeltwater van de Morteratsch. Het water was troebel door de vele sedimenten in het smeltwater en de forellen wilden niet bijten. Toen had Keller een ingeving: zou een deel van dit smeltwater niet hoger op de berg bewaard en in ijs omgezet kunnen worden? ‘Ik dacht dat ik binnen tien minuten zou hebben uitgewerkt dat zoiets helemaal niet werkt,’ zegt hij. ‘Maar dat gebeurde dus niet.’

Zijn vriend en collega-glacioloog Hans Oerlemans, die de Morteratsch al sinds 1994 bestudeert, kwam met een doorslaggevende bijdrage: het smeltwater zou in verse, spierwitte sneeuw omgezet moeten worden, zodat het 99 procent van het zonlicht zou weerkaatsen en het gletsjerijs eronder ook in de zomer koel zou houden. Als ze slechts tien procent van de gletsjer zouden bedekken, namelijk de zone waar hij het meeste ijs verloor, zou de ijsmassa al na tien jaar weer aangroeien, zo berekende Oerlemans. Hij en Keller waren opgetogen over de eenvoud van het idee.

Lees ook: Hoe bereid je je voor op een bergtocht in de Oostenrijkse Alpen?

Links: In juni 2020 lopen Keller en twee collega’s met een dikke deken door de sneeuw bij de Lischanagletscher, in het oosten van Zwitserland. Ze beginnen aan een test om te kijken of met dit soort dekens de zomerse smeltwatertoevoer naar een geliefde berghut beschermd kan worden.

Foto door Ciril Jazbec

Rechts: Twee maanden later inspecteert Keller de resultaten van de test: onder de weerkaatsende deken is een grote berg sneeuw bewaard gebleven, terwijl alle sneeuw op het aangrenzende veld is gesmolten.

Foto door Ciril Jazbec

In enkele hooggelegen skigebieden worden gletsjers inmiddels gedeeltelijk afgedekt met witte stof. En op enkele gletsjers, waaronder de Kitzsteinhorn en de Diavolezza, niet ver van de Morteratsch, zijn bepaalde delen van deze ijsmassa’s met sneeuwmachines opgedikt. Maar geen van deze benaderingen zou op voldoende grote schaal toegepast kunnen worden om een hele gletsjer voor de ondergang te behoeden. Om de Morteratsch te redden, zou zo’n tachtig hectare van de gletsjer elk jaar met een meter sneeuw bedekt moeten worden, zo denken Keller en Oerlemans – oftewel met ruim tweeënhalf miljoen ton van het witte spul. Als ze dat met gewone sneeuwmachines zouden doen, zou dat veel te veel energie kosten.

Voor ‘MortAlive’, zoals Keller en Oerlemans hun project noemen, ging Keller te rade bij onderzoekers van Zwitserse universiteiten, van een groot kabelbaanbedrijf en van Bächler Top Track AG, producent van sneeuwmachines. Het team ontwikkelde een plan dat inhield dat zeven grote ‘sneeuwkabels’ van elk bijna twee kilometer lengte tussen twee morenes aan weerszijden van de Morteratsch zouden worden opgehangen. Water uit een hooggelegen smeltwatermeer – dat naar verwachting in afzienbare tijd bij een naburige gletsjer zou ontstaan – zou door pijpen naar beneden stromen en dan via spuitmonden (die door Bächler zijn ontwikkeld) als verse sneeuw op de Morteratsch neerdalen. Voor het project zou geen elektriciteit nodig zijn.

In een parkeergarage in de buurt van de gletsjer was ik getuige van een eerste test van het prototype. Het team had één enkele sneeuwkabel met zes spuitmonden tussen twee hoge palen opgehangen. Op zeker moment bevroor een pijp, die moest worden vervangen, maar verder bleek het systeem te werken. Toen de eerste sneeuwvlokken op zijn hoofd neerdwarrelden, had Keller tranen in de ogen.

Alleen al voor het bereiken van dit punt, het testen van een prototype, was een lening van drieënhalf miljoen euro van de Zwitserse overheid, een bank en drie stichtingen nodig geweest. De aanleg van het hele systeem zal zo’n 150 miljoen euro kosten en Keller moet een vergunning loskrijgen voor het graven van een tunnel in beschermd natuurgebied. Het zal zo’n tien jaar duren voordat de eerste sneeuw op de Morteratsch gespoten kan worden. Tegen die tijd zal de gletsjer zich nog een paar honderd meter verder hebben teruggetrokken.

Maar Huss is ervan overtuigd dat de sneeuwkabels er nooit zullen komen. Volgens hem levert de hoge investering te weinig resultaat op. Zelfs in een gematigd optimistisch klimaatscenario blijkt uit simulaties van Huss dat de Morteratsch tegen het einde van de eeuw vrijwel geheel zal zijn verdwenen – met of zonder ‘MortAlive’.

Keller wijst erop dat dergelijke simulaties vaak zeer onnauwkeurig zijn, maar hij weet dat de tijd opraakt voor deze gletsjer. ‘Als ik mijn kinderen en kleinkinderen op mijn sterfbed kan vertellen dat ik op z’n minst heb geprobeerd iets slims te bedenken, dan is dat beter dan te zeggen dat ik alleen maar over deze problemen heb gepraat.’

Het genot om van een besneeuwde berghelling te zoeven, lokt elk jaar miljoenen toeristen naar de Alpen. Maar sommige bezoekers gaan liever omhoog en laten zich daarbij niet uit het veld slaan. Een ijsklimmer worstelt met een bevroren waterval in een kloof bij Pontresina, Zwitserland

Foto door Ciril Jazbec

In het grootste deel van de Alpen lijken sneeuw en ijs tot het verleden te gaan behoren. En dat kan ook in lagergelegen regio’s tot grote problemen leiden. Europa’s grootste rivieren – de Rhône, Rijn, Donau en Po – betrekken in droge zomers een groot deel van hun waterdebiet uit smeltwater. Dus zouden er problemen kunnen ontstaan in de seizoensgebonden binnenvaart en de irrigatie in de regio.

Maar de Alpen zullen wel de ‘watertoren’ van Europa blijven. Het blijft er regenen, en de rijke landen zullen ongetwijfeld manieren vinden om dat water op een goede manier op te slaan en te gebruiken.

De ondergang van wintersportfaciliteiten zal een lastiger probleem worden. Hele valleien moeten nu vrezen voor hun economische voortbestaan. De bewoners daar beseffen nu dat ze geheel afhankelijk zijn van iets dat zó vluchtig is dat het in de palm van je hand smelt. Dorpen investeren meer en meer in zomerse activiteiten voor mountainbikers, bergwandelaars en rotsklimmers. Ook worden er veel tokkelbanen aangelegd. De Kitzsteinhorn trekt steeds meer toeristen uit kurkdroge plekken als Saoedi-Arabië. De Alpen hebben altijd een levendig zomertoerisme gekend, maar het zal moeilijk worden de sector dusdanig uit te breiden dat het verlies van het skitoerisme gecompenseerd kan worden.

Op een hoogte van ruim negenhonderd meter bevindt het Franse dorp Abondance zich in het midden van deze overgangsfase. Toen de skiliften hier in 2007 werden gesloten, spraken de media van het allereerste skioord dat ten prooi was gevallen aan de klimaatverandering. Maar de 1400 inwoners van het dorp weigerden het skiën adieu te zeggen. In 2008 kozen ze een nieuwe burgemeester, Paul Girard-Despraulex, die vervolgens zijn enige campagnebelofte waarmaakte: het heropenen van de skiliften.

Girard-Despraulex groeide op in een boerenfamilie, had als kind de aanleg van de eerste kabelbaan meegemaakt en had zijn dorp zien uitgroeien tot een welvarend skioord. Maar toen een investeerder hem benaderde met een plan om het groots aan te pakken en Abondance samen met het naburige dorp te ontwikkelen tot één reusachtig skigebied, was de burgemeester verbijsterd. Het plan hield in dat een deel van een berg zou worden opgeblazen en een oud woud van zilversparren zou worden gekapt. ‘Dat was niet wat we wilden,’ zegt Girard-Despraulex.

Lees ook: Skioorden in de Alpen vechten tegen de klimaatverandering

Geograaf Damien Filip peddelt op de Totensee, een Zwitsers stuwmeertje dat wordt gebruikt om waterkracht op te wekken als het ijs eind juni is gesmolten. In de komende decennia zal het verlies aan sneeuw en ijs in de Alpen leiden tot een lager zomerdebiet in grote rivieren als de Rhône en de Rijn.

Foto door Ciril Jazbec

Ook elders in de Alpen zijn plannen voor de ontwikkeling van het wintertoerisme op verzet gestuit. In Oostenrijk tekenden 160.000 mensen een petitie waarin werd opgeroepen tot het stopzetten van plannen om de skigebieden van het Ötztal en het Pitztal met elkaar te verbinden door een deel van een berg op te blazen. In het Franse Morzine, niet ver van Abondance, werd de aanleg van een nieuwe kabelbaan na protesten van bewoners afgeblazen. Uit een onafhankelijk onderzoek was gebleken dat het project in een toekomst met steeds minder sneeuw misschien niet haalbaar was.

In Abondance zet Girard-Despraulex nu in op diversificatie. Afgezien van zijn schitterende skipistes kan het dorp ’s winters bogen op een ijsbaan op een meertje en op sleebanen, en ’s zomers op een groot aanbod van wandelpaden en mountainbikeroutes. Er staat nu een museum dat is gewijd aan de kaas van Abondance – de melkveehouderij speelt nog altijd een belangrijke rol in de regio rond het dorp. En onlangs heeft Girard-Despraulex een nieuw leistenen dak laten leggen op een vervallen, negenhonderd jaar oude abdij, zodat toeristen het monument veilig kunnen bezoeken.

‘We hebben nog niet helemaal de juiste benadering en de juiste ideeën gevonden, maar we zijn aan het nadenken en experimenteren,’ zegt hij. In de kloosteromgang van de abdij wijst hij me op de muurschildering De bruiloft te Kana, waar Jezus volgens de overlevering water in wijn veranderde. Het werk zal binnenkort worden gerestaureerd, waardoor de kleuren ervan als vanouds zullen schitteren, vertelt de burgemeester.

Maar een wonder zal de winter in de Alpen niet kunnen redden. Met het produceren, opslaan en opspuiten van sneeuw zal op z’n hoogst hier en daar wat tijd worden gewonnen.

Koude winters met veel sneeuw bepalen het leven, de folklore en de tradities in de Alpen. Gian-Nicola Bass houdt enkele van deze Zwitserse levenswijzen in ere in het Kulturarchiv Oberengadin en gelooft dat een onderdompeling in de met ijs bedekte Silsersee zijn immuunsysteem sterkt.

Foto door Ciril Jazbec

De pracht van de Alpen, die buitenstaanders al jaloers maakte toen de bewoners van de regio hun leven nog niet op de winterse sneeuw hadden ingesteld, zal niet verdwijnen. Maar het verlies van steeds meer sneeuw- en ijsgebieden zal gepaard gaan met een emotioneel, cultureel en economisch verlies en daarmee van het verlies aan identiteit. Toen de Zwitserse Pizolgletscher tot een dusdanig dun laagje ijs was geslonken dat hij niet langer door GLAMOS (Glacier Monitoring Switzerland) werd gevolgd, markeerden de bewoners dat met een begrafenis.

Toen ik klein was, was skiën een activiteit die door de overgrote meerderheid van de mensen in de Alpen werd beoefend, los van status of inkomen. Net als ikzelf werden mijn jeugdvriend Dominik en zijn vriendin Julia al zeer vroeg op de ski’s gezet. Minder dan dertig jaar later is hun zoontje en mijn petekind Johann, die net vier is geworden, helemaal weg van sneeuw. Maar hij kent het fenomeen vooral uit liedjes en boeken.

Op een zonnige zondag in februari rijden we in de buurt van Wenen de Unterberg op, in de oostelijke uitlopers van de Alpen. We gaan op zoek naar échte sneeuw. Net onder de 1340 meter hoge top vinden we een beetje winter. ‘Het glinstert!’ roept Johann uit, werpt zich in de sneeuw en likt het verrukt van zijn wanten. Hij wil meteen een sneeuwpop bouwen, maar er ligt maar zo’n twee centimeter van het spul.

Zijn moeder Julia (33) leerde hier skiën. ‘We stonden er niet eens bij stil of er wel genoeg sneeuw op de Unterberg zou liggen om de pistes te openen,’ vertelt ze terwijl we langs stilstaande ankerliften sjokken. Toen de liften in 2014 voorgoed gesloten werden, zamelde de plaatselijke bevolking 73.000 euro in om ze open te houden. Maar op deze hoogte is het te warm om in sneeuwmachines te investeren. Dus is Unterberg geheel afhankelijk van natuursneeuw en promoot zichzelf als een skigebied ‘waar de sneeuw nog uit de lucht valt’. Vorige winter was dat goed voor tien dagen skiën. In de winter ervoor waren het nul dagen.

Nadat ze jarenlang vanuit Azië had gewerkt, keerde de Oostenrijkse journaliste Denise Hruby terug naar huis om zich te richten op de milieuproblematiek in Europa. De Sloveense fotograaf Ciril Jazbec maakte voor het julinummer van 2020 foto’s van ijsstoepa’s in India, kunstmatige sneeuwbergen die als mini-watertorens dienen.

De National Geographic Society wijdt zich aan het belichten en beschermen van de wonderen van onze wereld. 

Dit verhaal verschijnt in het maartnummer van 2022 van National Geographic.

Dit artikel is oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op nationalgeographic.com

Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Milieu
Skioorden in de Alpen vechten tegen de klimaatverandering
Milieu
Hun huizen zinken snel. Zal het dorp behouden blijven?
Milieu
Permafrost op de Noordpool ontdooit sneller dan verwacht
Geschiedenis en Cultuur
Hoe de Aboriginals natuurbranden bestrijden – met vuur
Milieu
Pas op voor de ‘polaire vortex’ – en de kans op extreem winterweer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2021 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.