Skioorden in de Alpen vechten tegen de klimaatverandering

Plannen voor de vorming van een reusachtig wintersportgebied – waarvoor een heel stuk berg opgeblazen zou moeten worden – stuiten op verzet van de plaatselijke bevolking, die naar oplossingen voor de opwarming van de Alpen zoekt.

Gepubliceerd 28 dec. 2020 11:34 CET
In het Oostenrijkse Bundesland Tirol stuit de uitbreiding van skigebieden op verzet onder de bevolking, die ...

In het Oostenrijkse Bundesland Tirol stuit de uitbreiding van skigebieden op verzet onder de bevolking, die vreest voor de schade die deze ontwikkelingen zullen aanrichten. Daarbij speelt de opwarming van de aarde, die de levenswijze in de Alpen bedreigt, een belangrijke rol.

Foto van Claudia Ziegler, Anzenberger/Redux

ST. LEONHARD IM PITZTAL, OOSTENRIJK - Op een hoogte van 3350 meter ontvouwt zich voor skiërs in het skigebied Pitztaler Gletscher in Tirol in de ijle en ijskoude lucht een adembenemend landschap van besneeuwde Alpenpieken, waarachter ze op een heldere dag zelfs Zwitserland en Italië kunnen zien liggen.

Maar dit seizoen genieten slechts weinig skiërs van dit majestueuze uitzicht. Hoewel Oostenrijk zijn skiliften op 24 december weer heeft opengesteld – twee dagen voordat de rest van het land begon aan een tweede lockdown ter bestrijding van het coronavirus – bleven de hotels en restaurants hier gesloten. Alleen plaatselijke inwoners kunnen in de verse poedersneeuw skiën, terwijl honderdduizenden buitenlandse toeristen uit het gebied worden geweerd.

De stilte op de pistes – en de daarmee gepaard gaande economische crisis in het Alpengebied – overvallen een bevolking die al vóór de pandemie moest vrezen voor de toekomst van de regio.

In de afgelopen eeuw zijn talloze relatief arme en geïsoleerde bergdorpen door de aanleg van skipistes en -liften omgetoverd in zeer welvarende wintersportplaatsen. Maar de economische afhankelijkheid van de luxueuze wintersport kan nu hun economische ondergang betekenen. Deze oorden zijn sinds hun sluiting in maart al miljarden euro’s aan inkomsten misgelopen. Als het hele skiseizoen in Tirol verloren zou gaan, dan zou dat volgens het Österreichisches Institut für Wirtschaftsforschung (WIFO) betekenen dat het land maar liefst drie procent van zijn totale bbp zal kwijtraken.

In sommige opzichten is de uitwerking van de pandemie op deze skigebieden een voorproefje van een toekomst waarin het twee graden warmer zal zijn dan nu. Tegen die tijd zal ongeveer een derde van de skiliften in het oostelijke Alpengebied rond de Kerst wegens gebrek aan sneeuw gesloten moeten blijven, dus in de periode waarin ze normaliter de hoogste omzet draaien. Andere skioorden zullen alleen met behulp van kunstmatig opgebrachte sneeuw het wintersportseizoen kunnen redden.

Afgezien van de dreiging die de klimaatverandering voor de wintersportgebieden in de Alpen betekent, begint een groeiende burgerbeweging zich te verzetten tegen de machtige skisector, met het argument dat projectontwikkelaars ongerepte landschappen opofferen aan steeds grootsere projecten waarbij geen rekening wordt gehouden met de opwarming van de aarde.

Het conflict speelt nu ook rond het skigebied Pitztaler Gletscher, het hoogste van het Oostenrijke Tirol. Met meer hotelbedden dan Portugal trekt de deelstaat jaarlijks meer dan zes miljoen wintersporters uit de hele wereld – ongeveer achtmaal zoveel als de plaatselijke bevolking. Skiën is hier een levenswijze en een onverbrekelijk onderdeel van het erfgoed en de cultuur, en het is ook de belangrijkste economische kurk waarop de regionale economie drijft. Maar het relatief smalle Pitztal heeft niet zoveel geld verdiend als het eigenlijk zou willen.

De Pitztal-gletsjer trekt zich terug als gevolg van de klimaatverandering, maar op een hoogte van 3500 meter is het hier koud genoeg om te blijven skiën.

Foto van Denise Hruby

In de afgelegen vallei staan enkele familiehotels en bed-and-breakfasts, maar het is hier te smal voor de bouw van een tankstation of een supermarkt, laat staan cafés en après-skiclubs. Skiërs laten het Pitztal vaak links liggen en kiezen ervoor om hun geld uit te geven in naburige wintersportgebieden, waar meerdere dorpen, pistes en valleien met behulp van kabelbanen tot één groot netwerk van sneeuwpret en uitgelaten après-ski zijn omgetoverd, met inbegrip van spa’s, dure restaurants en concerten van Mariah Carey of Robbie Williams.

De ondernemers van het Pitztal zien de oplossing in grootse projectontwikkelingen. Als de vallei de wintersporters niet kan bieden wat ze willen, dan zou de Pitztaler Gletscher moeten samengaan met een gebied dat wél veel wintersportmogelijkheden biedt: Sölden, een skioord dat zich deels uitstrekt over enkele naburige gletsjers en zó groot is dat het meer toeristen trekt dan de historische stad Salzburg, de geboorteplaats van Mozart. Om het samengaan mogelijk te maken willen de ondernemers een deel van de bergkam tussen twee gletsjers afgraven, zodat er een ‘gletsjerhuwelijk’ ontstaat. Daarmee zou een natuurlijke ‘skyline’ worden aangepast die hier tientallen miljoenen jaren onveranderd is gebleven.

Explosieve aanpassing

Het gaat in alle opzichten om een megaproject. Het verbinden van de twee skigebieden en de aanleg van drie nieuwe kabelbanen, een enorm waterreservoir, een skitunnel en bars en restaurants voor 1600 toeristen zouden leiden tot het grootste aaneengesloten skigebied van Europa. En voor de inwoners van de streek zou het betekenen dat ze ook welgestelder wintersporters naar hun dal kunnen lokken.

De prijs daarvoor is de explosieve aanpassing van de naburige bergkam. Om het natuurlijke obstakel een kleine veertig meter lager te maken, moeten zo’n tienduizend truckladingen aan gesteente worden opgeblazen en afgevoerd. Een gletsjervlakte ter grootte van negentig voetbalvelden zou geëffend moeten worden. “Het is bespottelijk,” zegt Tina Estermann (28), lerares op een lagere school en yoga-instructrice. Samen met haar vader Gerd geeft ze leiding aan een groeiende beweging van plaatselijke inwoners die zich verzet tegen dit soort projectontwikkelingen – en dat in een gebied waar de economie op projectontwikkeling berust.

Het skiën is hier niet alleen een levenswijze – zoals de meeste kinderen in Tirol kon Estermann al skiën toen ze net kon lopen – maar is ook verantwoordelijk voor één op de vier banen in de regio, waaronder die van haar moeder, die in een wintersporthotel werkt. “We zijn niet tegen skiën, want dat maakt deel uit van het leven van de mensen hier,” zegt ze terwijl we door het geurende dennenbos van de Feldringalm lopen, een van de weinige plekken die aan de uitbouw van wintersportmogelijkheden zijn ontsnapt. “We hebben hier al zóveel skioorden, en het opblazen van een heel stuk berg voor het zoveelste wintersportgebied...,” zegt ze terwijl ze hoofdschuddend voortstapt.

Ondanks het feit dat op de Feldringalm de met uitsterving bedreigde auerhoen en Alpenwatersalamander voorkomen, was de alm ooit voorbestemd om tot skigebied te worden ontwikkeld. Maar in 2019 haalden de Estermanns tijdens hun campagne tegen deze plannen zo’n 18.000 handtekeningen op.

Tina en Gerd Estermann wandelen door een van de weinige streken in Tirol die niet zijn aangetast door infrastructuur ten behoeve van de wintersport.

Foto van Denise Hruby

Een paar maanden later, toen het project voor het ‘gletsjerhuwelijk’ bekend werd gemaakt, startten vader en dochter een nieuwe petitie. Ditmaal zetten 160.000 mensen hun handtekening. “We hadden nooit gedacht dat de steun tot zó’n golf zou aanzwellen,” zegt zij. De omvang en agressiviteit van het project heeft volgens de Estermanns de woede van de bevolking gewekt.

Slimmer dan de natuur

Als zoon van een skileraar begrijpt Reto Knutti heel goed hoe sterk de band is tussen de inwoners van de Alpen en het skiën. Maar als klimaatwetenschapper aan de ETH Zürich (Eidgenössische Technische Hochschule Zürich) weet hij hoe zinloos het project is. In de wintersportregio van de Alpen, die zich uitstrekt van de voet van de Mont Blanc in Frankrijk en de Matterhorn in Zwitserland tot de iets lagere Alpen in Duitsland, Oostenrijk en Italië, ligt al een reusachtig netwerk van ruim elfhonderd skioorden. Als je de skipistes van de tien grootste wintersportgebieden in deze regio achter elkaar zou leggen, dan zou je ononderbroken van New York naar Los Angeles kunnen skiën. Wanneer de pandemie eenmaal onder controle is gebracht, zullen dorpen van niet meer dan duizend inwoners weer worden overstroomd door grote aantallen wintersporters – tienmaal zoveel als hun inwonertal. De vraag is hoe lang dat nog zo blijft, zegt Knutti. Honderden kleinere skistations die populair waren toen hij als jongen met zijn vader skiede, zijn al opgeheven en sommige zijn volledig afgebroken.

Nu de aarde opwarmt, is de hoogte waarop het doorgaans koud genoeg is voor een flink pak sneeuw in de afgelopen eeuw met vierhonderd meter omhoog gekropen. Knutti’s computermodellen voorspellen dat die stijging in de komende drie decennia zal verdubbelen. “Alle wintersportoorden onder de duizend meter zijn al failliet gegaan en de stations die daar net boven liggen, zitten zwaar in de problemen,” zegt Knutti.

“Dat is allemaal koffiedik kijken,” zegt Franz Hörl, voorzitter van de koepel voor kabelbaanexploitanten. Hij is eigenaar van een hotel in een skioord en ook lid van het Oostenrijkse parlement en vicevoorzitter van de Tiroolse kamer van koophandel. Hoewel hij de dreiging van de klimaatverandering in meer algemene zin erkent, twijfelt hij aan nauwkeurige voorspellingen voor precieze locaties. Volgens hem waarschuwden wetenschappers in de jaren negentig al dat de gewaagde skiraces op de beruchte Streif-piste bij Kitzbühl, waarvan een deel op niet meer dan achthonderd meter hoogte ligt, in het jaar 2015 niet meer gehouden konden worden. “Telkens wanneer ik de race bekijk, denk ik aan Knutti,” zegt Hörl. De afdaling wordt nog altijd geskied, maar inmiddels bijna nooit meer op sneeuw die uit de hemel is gevallen. Vorige winter is er in Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk 1,23 miljard euro geïnvesteerd in nieuwe infrastructuur voor skigebieden, waarvan een groot deel ten behoeve van de inzet van sneeuwkanonnen, die skipistes onder een laag kunstmatig geproduceerde sneeuw bedekken. Met een investering van zo’n zeven miljoen euro creëren zelfs lager gelegen en minder grote skioorden nu pistes van witte poedersneeuw die zich door het bruine landschap slingeren.

Maar de batterij sneeuwkanonnen die tegen de klimaatverandering wordt ingezet, kan alleen goed functioneren als de temperatuur rond de –4°C ligt. In warmere winters wordt de afdalingspiste bij Kitzbühel nu voorzien van sneeuw uit hoger gelegen gebied die per helikopter wordt aangevoerd. Hoewel ze minder last hebben van een gebrek aan sneeuw zullen ook gletsjergebieden de skiërs geen soelaas bieden. Uit een onderzoek dat in een publicatie van de European Geosciences Union is verschenen, blijkt dat de vierduizend gletsjers in de Alpen zelfs in het gunstigste geval tegen het jaar 2050 de helft van hun ijs hebben verloren. Uit dezelfde studie komt naar voren dat tegen het einde van de eeuw hooguit een derde van deze gletsjers nog zal bestaan – aangenomen dat de internationale gemeenschap haar uitstoot van broeikasgassen onder controle heeft weten te krijgen. Knutti is vaak verbaasd over de voortvarendheid waarmee ski-exploitanten in de sector blijven investeren. “Op de lange termijn kun je niet slimmer zijn dan de natuur.”

Afromen

Maar Jakob Falkner, manager van het skistation in Sölden en zoon van een van de pioniers van de skiliftbouw, wil met het ‘gletsjerhuwelijk’ niet slimmer zijn dan de natuur. Het enige waarop hij hoopt, is dat de skipistes naar een hoogte van ruim boven de 2700 meter verlegd kunnen worden. “Die hoogte zal ons helpen,” zegt Falkner, die ook heeft geïnvesteerd in een spa met warmwaterbronnen, een outdoor-centrum en een themapark rond de James Bond-film Spectre (2015), waarin 007 de bad guys al skiënd achtervolgt op de poedersneeuw van Sölden. Dat alles is bedoeld om de meer veeleisende wintersporter aan te lokken.

Omdat alleen bestaande skistations nog mogen uitbreiden of samengaan, is het 115 miljoen euro kostende ‘gletsjerhuwelijk’ voor Sölden een van de weinige manieren om nog te kunnen groeien. “De logica vereist het,” zegt Falkner. Zelfs zonder het brede verzet onder de bevolking dreigde het project van begin af in de ijskast te verdwijnen. Toen overheidsbeambten het gebied in 2019 bezochten, slechts drie jaar nadat de plannen waren ingediend, was een deel van het ijs dat voor de opbouw van skipistes was bestemd, al gesmolten.

Met een 115 miljoen euro kostend project moeten twee skioorden onderling verbonden worden, waardoor de Pitztaler Gletscher zou gaan behoren tot het grootste aaneengesloten skigebied van de Alpen.

Foto van Denise Hruby

Volgens Falkner hebben exploitanten zich ook in het verleden voortdurend moeten aanpassen en zullen ze dat ook in de toekomst blijven doen. Tot aan de vroege jaren tachtig breidden de gletsjers rond het Pitztal zich steeds verder uit, vertelt hij, en wel zó sterk dat “we het ijs moesten weghakken omdat het tegen onze liften aanduwde.” Ook nu de gletsjers zich terugtrekken, “zullen we daarmee pragmatisch omgaan.” Maar veel inwoners hebben een ander idee van pragmatisme. Ook in Duitsland en Italië wordt geprotesteerd tegen het skitoerisme, en in sommige dorpen zijn burgemeesters die er al lange tijd de scepter zwaaiden, weggestemd en vervangen door onafhankelijke politici die het skitoerisme aan banden willen leggen.

Ook Sölden begint het wintersporttoerisme meer als een vloek dan een zegen te zien. Sölden trekt vooral skiërs uit de Europese middenklasse en staat bekend om zijn uitgelaten en betaalbare après-ski-mogelijkheden; het aantal stripclubs voor toeristen ligt hoger dan het aantal scholen. En welgestelde Russen die er huizen kopen, prijzen jongere generaties Söldenaren uit de markt. In het district Imst, waartoe Sölden behoort, is zeventig procent van de inwoners tegen het gletsjerhuwelijk, zo bleek uit een opiniepeiling die door een plaatselijke krant werd gehouden. En uit een landelijke opiniepeiling van het Oostenrijkse Wereldnatuurfonds bleek dat bijna negentig procent van de Oostenrijkers tegenstander is van het uitbreiden van skioorden naar hoger gelegen gebieden die nog onaangetast zijn – een mate van afwijzing die de milieuorganisatie verraste, maar niet de plaatselijke bevolking.

“We hebben het punt bereikt waarop de besluitvormers in het toerisme heel kritisch worden bekeken; zij worden niet langer gezien als mensen die banen creëren, maar die de welvaart afromen,” zegt Markus Pirpamer, eigenaar van een pension dat hoog in het Ötztal ligt, in het gebied waar ook Ötzi de ‘Iceman’ is gevonden. Voorlopig denkt Falkner dat het gletsjerhuwelijk is uitgesteld en dat de plannen worden bestudeerd door nieuw gekozen bestuurders in het Pitztal.

Oogkleppen

Telkens wanneer Pirpamer wegrijdt uit Sölden, waar hij als gemeenteraadslid werkt, volgt hij een half uur lang een smalle bergweg tot aan het einde. Het dorpje waar hij woont, Vent, is een van de meest afgelegen uithoeken van het land. Ruim dertig jaar geleden ruzieden de minder dan tweehonderd dorpelingen van Vent over de vraag of het plaatselijke skigebied moest worden uitgebreid of dat ze genoeg hadden aan twee kleine skiliften en de prachtige omgeving. Ze kozen voor het laatste. “Achteraf gezien was dat een zegen,“ zegt Pirpamer. De ongerepte natuur trekt nu meer toeristen dan waarop het dorp ooit had durven hopen – in de winter én de zomer.

Volgens Christophe Clivaz, assistent-professor aan het Institut de géographie et durabilité van de Université de Lausanne in Zwitserland en parlementslid voor de Zwitserse Grünen, zouden skioorden in de Alpen ook moeten investeren in andere zaken als wintersport. “Het is voor mensen heel moeilijk te aanvaarden dat dit het einde van het skiën betekent”, zegt Clivaz. “Maar deze skioorden zullen moeten diversifiëren als ze willen overleven.” Bergwandelen, mountainbiken, culinaire en culturele evenementen en de majestueuze pracht van het landschap zelf “zouden genoeg moeten zijn,” zegt hij.

In het Pitztal is dat alles te vinden. Deze zomer werd een nieuw bezoekerscentrum geopend voor het spotten van de alpensteenbok, een wilde geitensoort met grote, gebogen hoorns die in de hoge Alpen leeft. Het was een van de eerste attracties in het dal die niets met wintersport te maken heeft. Het is een stap in de goede richting, zeggen Benjamin en Olivia Wroblewski, die een hotelletje in de omgeving runnen. Het paar was aanvankelijk voor het ‘gletsjerhuwelijk’, totdat ze meer over het plan vernamen. “We begonnen er steeds meer aan te twijfelen of dit voor ons wel de juiste weg is,” zegt Olivia. “Deze projectontwikkelaars hebben oogkleppen op; ze denken alleen maar het uitbreiden van het skigebied,” zegt Benjamin.

“Kijk eens hoe schitterend het hier is, hoe rustig en vredig,” zegt Olivia. Met haar kleuter aan de hand loopt ze in de middagzon, te midden van een landschap van woeste bergen, rustieke boerenhuisjes, watervallen en Alpenmeren. “Dit is het toch waarnaar mensen op zoek zijn?”

Lees verder

Achttien tijdloze foto’s die herinneren aan het genot van reizen

Verken de wereld met deze indrukwekkende foto’s van National Geographic-fotografen.
Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.