Wetenschap

Elektrische auto zou rond 2040 de wereld kunnen veroveren

In een nieuwe analyse wordt de auto met benzinemotor als de koets van de nabije toekomst gezien: gedoemd om snel uit het straatbeeld te verdwijnen. donderdag, 9 november 2017

Door Stephen Leahy

Elektrische auto’s zullen op een goede dag de auto’s op benzine en diesel van de weg drukken – maar hoe snel? Sneller dan je denkt, volgens onderzoekers van het Internationaal Monetair Fonds en de Georgetown University. Uitgaande van de snelheid waarmee de door paarden getrokken koetsen in de vroege twintigste eeuw uit het straatbeeld zijn verdwenen, menen de onderzoekers dat bijna negentig procent van alle personenwagens in de VS, Canada, Europa en andere ontwikkelde landen tegen het jaar 2040 elektrisch zouden kunnen zijn.

Onlangs hebben regeringen en autofabrikanten een hele reeks maatregelen ten gunste van de ontwikkeling van de elektrische auto aangekondigd, en in de nieuwe studie wordt de verwachting uitgesproken dat de transportsector het gebruik van fossiele brandstoffen snel zal afzweren. Van de ruim één miljard geregistreerde motorvoertuigen die vandaag de dag op de weg zijn, zijn er slechts twee miljoen elektrisch (waarvan één miljoen in China). Maar als de elektrische auto zo snel zal aanslaan als de onderzoekers voorspellen, zou dat het verbruik van aardolie met 21 vaten per dag en de CO2-uitstoot met 3,2 miljard ton per jaar kunnen verminderen – oftewel zestig procent van de huidige uitstoot van de VS.

In andere studies wordt uitgegaan van een langzamere afbouw, hoewel de meer recente studies geneigd zijn een snellere revolutie te voorspellen. Onlangs schroefde Bloomberg New Energy Finance zijn schatting van het marktaandeel voor elektrische auto’s in 2040 omhoog naar 35 procent van alle nieuwe autoverkopen. RethinkX, een onafhankelijke denktank, is nog voortvarender en meent dat rond 2030 – over slechts dertien jaar – de meeste Amerikaanse auto’s elektrisch zullen zijn.

De auteurs van het voorlopige rapport van IMF-Georgetown, met de titel Riding the Energy Transition, baseren hun optimisme op de analyse van technologische omschakelingen in het verleden, met name die van het paard naar de auto.

“We waren verrast toen we zagen hoe snel de auto begin vorige eeuw het paard als voornaamste transportmiddel heeft verdrongen,” zegt IMF-econoom Fuad Hasanov. “Dat gebeurde in amper tien tot vijftien jaar, ondanks allerlei obstakels.” Vergeleken daarmee lijken de obstakels voor de acceptatie van de elektrische auto tegenwoordig tamelijk klein te zijn.

Geen benzinestations, veel mest

In 1910 liepen er nog maar weinig verharde wegen door de VS en de grootste zorg in de steden was de vraag wat men aan moest met al de paardenmest dat zich in de straten ophoopte. Benzine was moeilijk verkrijgbaar, want men was nog maar pas begonnen met de aanleg van de gigantische infrastructuur van raffinaderijen en benzinestations die we tegenwoordig kennen. De overgang van een paard of een door paarden getrokken koets naar een van Henry Fords nieuwe Model T’s was een enorme stap, en omgerekend naar de prijzen van nu kostte dat 137.000 dollar – bijna tweemaal de huidige prijs van een nieuwe Tesla Model S. Het zal dus niet verbazen dat weinig mensen een Model T voor die prijs aanschaften.

En toch, in 1921 was die prijs inmiddels gedaald naar het huidige equivalent van 35.000 dollar, hadden regeringen en de olie-industrie enorm geïnvesteerd in wegen en andere infrastructuur en was de verkoop van Model T’s naar één miljoen stuks per jaar omhoog geschoten. In 1925 werden er al bijna twee miljoen per jaar van verkocht.

Als de mensen van nu met dezelfde snelheid op elektrische auto’s zouden overstappen, aldus Hasanov en Reda Charif van het IMF en Aditya Pande van Georgetown, zou tegen het einde van de jaren twintig vijf procent van alle auto’s elektrisch zijn, en tegen 2040 zelfs 36 procent. De onderzoekers noemen dat het ‘langzame overstapscenario’.

In hun ‘snelle overstapscenario’ baseren de onderzoekers de opkomst van elektrische motorvoertuigen niet op de snelheid waarmee de benzineauto begin vorige eeuw de weg veroverde, maar op het tempo waarmee het paard uit het straatbeeld verdween. Dat gebeurde veel sneller, deels omdat het openbaar vervoer zich in die tijd ook uitbreidde. Veel mensen die hun paard opgaven, kochten niet meteen een auto; ze stapten eerst een tijdlang op elektrische trams en trolleys.

Ditmaal is er geen sprake van zo’n revolutie in het openbaar vervoer, en de overstap van benzine naar elektriciteit is nu veel gemakkelijker dan de overstap van paarden naar auto’s, een eeuw geleden. De onderzoekers komen tot de slotsom dat het ‘snelle overstapscenario’ – dat aansluit op het feitelijke tempo waarmee tussen 2011 en 2015 op elektrisch werd overgestapt – veel waarschijnlijker is.

In dit scenario wordt ervan uitgegaan dat tegen het einde van de jaren twintig 30 procent van alle motorvoertuigen in de VS elektrisch zal zijn, en eind jaren veertig zelfs 93 procent.

Als dat wat al te optimistisch lijkt, moeten we aan de mobiele telefoon denken, zegt Cherif. In de jaren tachtig van de vorige eeuw, toen mobiele telefoons loodzwaar en duur waren en een korte accuduur hadden, voorspelden experts dat de sector tegen het jaar 2000 zo’n 900.000 stuks per jaar zou kunnen verkopen. De feitelijke verkoop bedroeg dat jaar 109 miljoen, en in 2014 was de technologie nog een stapje verder: vrijwel alle mobiele telefoons waren toen smartphones.

“De overstap op een nieuwe technologie als de elektrische auto lijkt langzaam te gaan of zelfs nooit van de grond te komen,” zegt Cherif, “tot het moment dat er een drempel is bereikt en iedereen er voor gaat.”

Kodakmoment?

Het nieuwe Model 3 van Tesla kost 35.000 dollar en heeft een actieradius van 354 kilometer met een volle accu. Dat zou de drempelprijs voor elektrische auto’s kunnen zijn, zegt Cherif. Tussen maart en juni 2016 deden ruim 400.000 mensen een aanbetaling van duizend dollar om het Model 3 te kunnen bestellen – voor een auto die op dat moment nog niet bestond. De eerste honderd Model 3’s werden afgelopen augustus pas geleverd.

Die vier maanden in 2016 kunnen voor de huidige auto- en aardoliesector een ‘Kodakmoment’ worden. De firma Kodak maakte filmrolletjes voor fototoestellen en was een van de sterkste merken ter wereld; in 1975 vond het bedrijf de digitale camera uit, maar het kon zich niet aanpassen aan de nieuwe technologie en ging in 2012 failliet.

De meeste autofabrikanten willen die weg niet gaan en springen nu in de markt voor elektrische auto’s. De Zweedse Volvo Car Group wil in 2019 alleen nog maar elektrische of hybride modellen produceren. Jaguar Land Rover wil hetzelfde in 2020 bereiken. VW heeft zich voorgenomen om tegen 2025 marktleider in elektrische personenauto’s te zijn. Zelfs James Bond zou al in 2019 in een geheel elektrische Aston Martin kunnen rijden.

Regeringen blijven niet achter: Noorwegen zal de verkoop van auto’s en bestelwagens op benzine en diesel in 2025 verbieden. De regeringen van het Verenigd Koninkrijk, Nederland en Frankrijk hebben hetzelfde beloofd voor het jaar 2040. Duitsland, het land van Volkswagen, Mercedes-Benz en Porsche, overweegt eenzelfde verbod.

China heeft onlangs aangekondigd dat het de verkoop van benzine- en dieselvoertuigen zal verbieden, hoewel het land nog geen datum heeft aangegeven. China is de grootste automarkt ter wereld, waar twintig miljoen nieuwe auto’s per jaar worden verkocht. In het land zijn nu al ruim veertig verschillende elektrische auto’s verkrijgbaar, de meeste van Chinese makelij.

Afgelopen mei voorspelde de Indiase minister van Energie Piyush Goyal in National Geographic dat in 2030 in India alleen nog maar elektrische auto’s zullen worden verkocht – ook zonder overheidsmaatregelen, omdat ze schoner en stiller zijn en langer meegaan, en spoedig ook goedkoper zullen zijn.

Niet alleen in China en India maar ook in West-Europa is luchtvervuiling een belangrijk motief om op elektrisch over te stappen, zegt Bloomberg-analist Albert Cheung. Omgekeerd kan elke stap terug in overheidsmaatregelen tegen luchtvervuiling tot een langzamere overstap op elektrische auto’s betekenen. Ook extreem lage benzineprijzen en gebrek aan investeringen in de infrastructuur voor oplaadpunten zou de overgang kunnen vertragen.

Maar al met al zegt Cheung: “Het lijkt steeds moeilijker te worden om de markt voor elektrische auto’s te kunnen afremmen.”

De autonome revolutie

Volgens Stanford-econoom Tony Seba zal de revolutie van de elektrische auto nog een stap verdergaan en bestaan uit de introductie van autonome (zelfsturende of zelfrijdende) voertuigen in de jaren twintig van deze eeuw. In een nieuw onderzoek met de titel Rethinking Transportation 2020-2030 menen Seba en zijn collega’s van RethinkX dat 95 procent van alle passagierskilometers in 2030 zullen worden afgelegd in zelfrijdende voertuigen.

Hoe zou dat mogelijk zijn? Ten eerste gaat Seba ervan uit dat elektrische auto’s veel goedkoper in aanschaf zullen zijn, vanwege de dalende prijzen van accu’s en het feit dat ze sneller zijn te produceren en beter te onderhouden – slechts 20 bewegende onderdelen tegenover 2000 voor benzine- en dieselauto’s. “Elektrische auto’s van nu hebben al 320.000 kilometer gereden en het enige wat ze nodig hadden, waren een stel nieuwe banden,” zegt Seba. Eén Tesla S heeft ruim 800.000 kilometer op de klok staan, en dat met één accu.

Ten tweede zal de meerderheid van de voertuigen volgens Seba niet meer in het bezit zijn van personen maar van transportbedrijven: commerciële wagenparken van elektrische auto’s, en dan met name zelfrijdende auto’s. Het uitschakelen van de bestuurder zou voor bedrijven als UPS, FedEx, Uber en Lyft enorme kostenbesparingen kunnen betekenen. Zelfrijdende taxi’s en commerciële voertuigen worden getest in Pittsburgh, Phoenix, Boston, Singapore, Dubai en in het Chinese Wuzhen.

Het zullen de kosten zijn die de automobilist uit de bestuurdersstoel zullen verdrijven, zegt Seba. Elektrische voertuigen zijn viermaal zo efficiënt in hun energieverbruik en lopen op goedkopere energie, en zelfrijdende voertuigen zouden nóg efficiënter kunnen zijn. Het bezit en gebruik van de gemiddelde benzineauto kost zo’n 10.000 dollar per jaar bij 24.000 kilometer, volgens de Amerikaanse automobilistenclub AAA, en zo’n voertuig staat 95 procent van de tijd geparkeerd.

Volgens Seba zullen er in 2030 maar liefst 200 miljoen personenauto’s minder op de Amerikaanse wegen rondrijden. In plaats daarvan zullen er miljoenen zelfrijdende voertuigen zijn, die door iedereen met een druk op de knop en voor een paar cent per kilometer onbeperkt te gebruiken zijn.

“In plaats van 10.000 dollar per jaar uit te geven aan vervoer over de weg, zal een gezin misschien nog maar 1000 dollar uitgegeven,” aldus Seba. “Het zal economisch niet rendabel zijn om een auto te bezitten, omdat het zo goedkoop zal zijn om direct in een zelfrijdende, elektrische te stappen.”

Maar zou het ook emotioneel (en desnoods irrationeel) rendabel zijn? Maakt de auto niet een integraal onderdeel van onze identiteit uit? Dat is voorlopig zeker het geval – maar dat gold ook voor het paard.