Vondst prehistorische jaagster zet veronderstelde rolverdeling op zijn kop

Archeologen gaan er over het algemeen vanuit dat in de prehistorie alleen door mannen werd gejaagd, maar bewijzen van het tegendeel liggen mogelijk al tientallen jaren voor het oprapen.

Gepubliceerd 9 nov. 2020 15:55 CET
Een reconstructie van een jachtscène zoals die zich negenduizend jaar geleden in het Andesgebergte van Zuid-Amerika ...

Een reconstructie van een jachtscène zoals die zich negenduizend jaar geleden in het Andesgebergte van Zuid-Amerika afgespeeld zou kunnen hebben. Op grond van de werktuigen die in het graf van een vrouw zijn gevonden, denken archeologen dat de jaagster kledingstukken heeft gedragen van stukken leer die met rode oker waren gelooid.

Foto van Matthew Verdolivo, UC Davis IET Academic Technology Services

 

Randall Haas, archeoloog aan de University of California in Davis, herinnert zich nog goed hoe zijn team van onderzoekers zich in 2018 in het Peruaanse deel van de Andes rond een negenduizend jaar oud graf schaarde. Samen met de botten van een volwassen individu was een indrukwekkend en uitgebreid instrumentarium aan stenen werktuigen in het graf bijgezet, werktuigen die deze prehistorische jager nodig zou hebben gehad bij de jacht op groot wild, van de feitelijke aanval tot de bewerking van de huid.

“Hij moet een belangrijk jager zijn geweest, een persoon met een vooraanstaande positie in de samenleving” – volgens Haas was dat wat de leden van zijn team dachten toen ze de voorwerpen zagen.

Maar nader onderzoek leverde een verrassing op: de stoffelijke resten die naast het jachtgerei waren aangetroffen, waren afkomstig van een vrouw. Bovendien was deze prehistorische jaagster waarschijnlijk geen uitzondering, zo blijkt uit een nieuwe studie die vorige week is verschenen in het tijdschrift Science Advances. Na de vondst spitte het team van Haas de literatuur over eerder onderzochte graven uit dezelfde periode in Noord- en Zuid-Amerika door en ontdekte dat tussen de dertig en vijftig procent van de prehistorische jagers op groot wild vrouwen kunnen zijn geweest.

Het nieuwe onderzoek zorgt voor de laatste verrassende wending in een al tientallen jaren lopend debat over de rolverdeling tussen man en vrouw onder jager-verzamelaars. Algemeen wordt aangenomen dat het de mannen waren die in prehistorische samenlevingen op jacht gingen en dat vrouwen vooral vruchten en zaden verzamelden en de kinderen grootbrachten. Maar sommige experts beweren al tientallen jaren dat deze ‘traditionele’ rolverdeling – die sinds de negentiende eeuw door antropologen ook wordt aangetroffen bij jager-verzamelaars uit onze tijd – niet per se tot in het verre verleden kan worden doorgetrokken.

In de nieuwe studie worden overtuigende bewijzen aangedragen voor het argument dat de persoon in Peru een vrouw was die mee op jacht ging, en andere bewijzen liggen volgens Pamela Geller, een archeologe van de University of Miami die geen deel uitmaakte van het onderzoeksteam, al geruime tijd voor het oprapen.

Tot de werktuigen die in het graf werden aangetroffen, behoren steenpunten voor projectielen, zware keien waarmee waarschijnlijk botten werden gekraakt en dieren gevild, steenscherven om mee te schrapen en snijden, en rode oker om huiden mee te conserveren.

Foto van Randy Haas, UC Davis

“De gegevens zijn aanwezig,” zegt Geller. “Het gaat er alleen om hoe onderzoekers ze interpreteren.”

Wiens werktuigen?

Toen de archeologen het graf blootlegden, vonden ze een bonte verzameling van 24 stenen werktuigen, waaronder punten voor projectielen waarmee op grote zoogdieren werd gejaagd, zware keien waarmee waarschijnlijk botten werden gekraakt en dieren werden gevild, kleinere ronde keien voor het afschrapen van het vet op de huiden, scherfjes met extra scherpe randen waarmee vlees kon worden gesneden en brokjes rode oker waarmee de huiden mogelijk werden geconserveerd. Overal rond de vindplaats lagen botfragmenten van dieren, waaronder prehistorische verwanten van de lama en herten.

Tijdens de besprekingen van de vondst gingen de onderzoekers er aanvankelijk vanuit dat de eigenaar een man was, misschien een vooraanstaande persoon in zijn samenleving of zelfs een stamhoofd. “Ik ben even schuldig als de rest,” zegt Haas, die al sinds 2008 in het gebied werkt. “Ik dacht: natuurlijk, dat sluit aan op mijn begrip van deze wereld.” Maar in het laboratorium bleek bij nauwkeurig onderzoek van de beenderen dat het om een vrouw ging. Om dat te bevestigen analyseerden de onderzoekers een eiwit dat tandglazuur aanmaakt en aan sekse is gebonden.

Het team kon de genderidentiteit van de begraven persoon niet achterhalen, alleen de biologische sekse (die evenals gender niet altijd beslist tussen man- of vrouwzijn). Kortom, ze kunnen niet zeggen of deze persoon negenduizend jaar geleden een levensstijl had die aansloot op de rol van de vrouw in de prehistorische groep waartoe zij behoorde.

Ter discussie gesteld

De vondst in 2018 stelt een gebruikelijke veronderstelling over de rolverdeling tussen de seksen onder onze vroege voorouders ter discussie, namelijk dat mannen jagers waren en vrouwen verzamelaars. Deze aanname berust op onderzoek naar jager-verzamelaars uit onze tijd, waar de mannen vaker verantwoordelijk zijn voor de jacht terwijl de vrouwen zich vooral bekommeren om de kinderen, zegt Kim Hill van de Arizona State University, die is gespecialiseerd in evolutionaire antropologie maar geen deel uitmaakte van het onderzoeksteam. “Je kunt halverwege de jacht niet even pauzeren om een huilende baby te troosten,” zegt hij in een e-mail.

Maar het beeld dat uit huidige groepen jager-verzamelaars wordt afgeleid, heeft zijn beperkingen. Volgens Geller stellen sommige archeologen al tientallen jaren dat het beeld van de mannelijke jager en de vrouwelijke verzamelaar te simpel is. “Op enkele uitzonderingen na gaan wetenschappers, ongeacht op welk continent ze onderzoek doen naar groepen jager-verzamelaars, er vanuit dat deze arbeidsdeling tussen de seksen universeel en strikt was,” zegt zij. “En omdat het aansluit op onze ervaringen, vinden ze het lastig om te verklaren waarom personen met een vrouwenlichaam sporen van een jagersbestaan op hun skelet vertonen of met jachtgereedschap zijn bijgezet.”

Wanneer onderzoekers deze tegenstrijdige aanwijzingen in het verleden aantroffen, werd daar volgens Geller normaliter geen aandacht aan besteed, “alsof het probleem zou verdwijnen als ze de bewijzen zouden negeren.”

Om zo veilig en efficiënt mogelijk te kunnen jagen, moesten prehistorische groepen waarschijnlijk een beroep doen op alle gezonde en volwassen personen die ze maar konden inzetten – ongeacht hun sekse. Nadat een moeder stopt met de borstvoeding van haar kind, zou zij beschikbaar moeten zijn om bij de jacht op groot wild mee te helpen, zegt Kathleen Sterling, een archeologe van de Binghamton University die geen deel uitmaakte van het onderzoeksteam. Maar zelfs met baby’s zou het meegaan op de jacht nog mogelijk zijn geweest, als anderen de zorg voor deze baby’s zouden overnemen.

Betekenis van grafgiften

Aangespoord door de ontdekking in 2018, begon het team van Haas verslagen van eerdere opgravingen van jager-verzamelaarsgraven in Noord- en Zuid-Amerika door te spitten. Bij veel van de eerdere opgravingen waren soortgelijke combinaties van vrouwelijke beenderen en jachtvoorwerpen gevonden, maar deze gevallen leverden niet altijd een duidelijk beeld op. Bij sommige is het lastig om de sekse vast te stellen, bij andere is de context verstoord, zodat onduidelijk is of de beenderen en de stenen werktuigen wel op hetzelfde moment zijn begraven. En in weer andere graven zijn slechts een paar projectielen gevonden, die mogelijk afkomstig zijn van de wapens waarmee de begraven slachtoffers zijn gedood.

Maar toen Haas en zijn collega’s deze afzonderlijke gevallen in het kader van een grotere dataset van 429 prehistorische graven bestudeerden, ontdekten ze dat 27 daarvan personen bevatten waarvan de sekse kon worden vastgesteld en dat deze personen waren bijgezet met jachtvoorwerpen. Elf van deze 27 graven bevatten vrouwelijke beenderen (waaronder die van de onlangs geïdentificeerde resten), terwijl in zestien graven mannen waren bijgezet. Zowel in het geval van de mannelijke als de vrouwelijke graven waren er onzekerheden, zoals een verstoorde context of een moeilijk vast te stellen sekse, zegt Haas. Dus ook als de twijfelachtige gevallen niet meegerekend zouden worden, zou dat geen verschil maken in het percentage graven waarin mannen of vrouwen met jachtwerktuigen waren bijgezet.

“Deze patronen sluiten helemaal niet aan op wat je zou verwachten als de jagers in deze samenleving alleen maar mannen waren,” zegt Haas.

Hill van de Arizona State University is er nog niet geheel van overtuigd dat de vrouw die negenduizend jaar geleden in het graf werd bijgezet, in het dagelijks leven een jaagster was. Hij wijst erop dat grafgiften, waaronder ook jachtgerei, op grond van symbolische of religieuze opvattingen in het graf kunnen zijn geplaatst.

Behoorde het onlangs ontdekte jachtgerei daadwerkelijk tot de begraven persoon? Sterling zet vraagtekens bij die benadering. “We stellen deze vragen doorgaans niet als we dit soort werktuigen bij mannen vinden,” zegt zij. “Pas als deze vondsten onze ideeën over gender ter discussie stellen, duiken ze op.”

Volgens haar “wringt men zich in allerlei bochten om de vondsten een andere betekenis te geven.”

De stenen werktuigen die in het negenduizend jaar oude graf werden aangetroffen, waren zeer divers en omvatten zowel kostbare voorwerpen, zoals punten van projectielen waarvan de vervaardiging veel moeite moet hebben gekost, als alledaagser voorwerpen als stenen scherven die eenvoudig zijn te produceren door ze van grotere keien af te splijten. Dat wijst er volgens Haas op dat de werktuigen geen offergaven waren maar veeleer gebruiksvoorwerpen die in het dagelijks leven van de begraven persoon werden gebruikt. Volgens Sterling wijst ook het hoge aantal graven in Noord- en Zuid-Amerika waarin vrouwen met jachtgerei zijn bijgezet, op een andere rolverdeling.

Voor Geller heeft het debat belangrijke consequenties voor onze tijd. “Er is nu zóveel ongelijkheid tussen de seksen. Als we zouden aannemen dat daar een biologische reden voor is, dan zouden we dat kunnen rechtvaardigen,” zegt zij. “Maar ik vind dat gevaarlijk en er zijn helemaal geen bewijzen voor.”

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer