Een boterham met kaas, een kom yoghurt of gewoon een goed glas melk bij het ontbijt; niemand kijkt ervan op dat het gros van de Nederlanders dagelijks zuivel consumeert. Maar waarom zijn we dat eigenlijk ooit gaan doen?
Zeg nou zelf, het klinkt niet bepaald logisch om de moedermelk van een andere diersoort op te drinken. Sterker nog, onze verre voorouders waren niet eens in staat om melk te verteren na hun kindertijd. Zelfs vandaag de dag is naar schatting zo’n 68 procent van de wereldbevolking lactose-intolerant. Met andere woorden: hoe kom je erop?
Negenduizend jaar oud ingrediënt
Dat is een vraag die de wetenschappelijke gemoederen al tijdenlang bezighoudt.
Het vroegste bewijs van het drinken van dierlijke zuivel dateert van bijna negenduizend jaar geleden. In hedendaags Turkije, nabij de Zee van Marmara, werden in 2008 al melkvetten gevonden op oude aardewerkschreven. In vroege nederzettingen, zoals in de proto-stad Çatalhöyük, zou melk onderdeel zijn geweest van een gevarieerd dieet.
Jessica Hendy, archeoloog aan de University of York, vertelt dat een kom uit het late neolithicum aanwijzingen bevatte dat er ooit zuivel en peulvruchten in hadden gezeten. ‘Het lijkt erop dat onze voorouders melk gebruikten als ingrediënt in een maaltijd, zoals wij dat vandaag de dag ook doen.’
Eer de bronstijd aanbrak, zo’n drieduizend jaar geleden, gebruikten ouders koemelk mogelijk als tussenstap voor hun kroost, als dat van borstvoeding op vaste hapjes overging. Julie Dunne, archeoloog aan de University of Bristol, onderzocht een reeks fantasierijke, diervormige potten met tuiten die in kindgraven in het moderne Duitsland waren gevonden. Ze vond er sporen van koemelk in, vertelt ze. ‘En met de speelse ontwerpen wilden ze hun baby’s duidelijk aan het lachen maken.’
Genetische mutaties
Lange tijd waren wetenschappers in de veronderstelling dat het drinken van melk zowel een culturele als een genetische oorsprong had: terwijl zuivel langzaam vaste prik werd in het menselijk dieet, verspreidden de genetische mutaties die ons in staat stelden lactose ook na de kindertijd te kunnen afbreken. Maar nieuw onderzoek wijst uit dat deze mutaties er al waren vóórdat mensen zuivel gingen consumeren.
Sarah Tishkoff, geneticus aan de University of Pennsylvania, zegt dat het ontstaan van deze genetische eigenschap correleert met het pastoralisme: een vorm van nomadische veeteelt. Naar alle waarschijnlijkheid moet de mutatie ‘een enorm evolutionair voordeel hebben geboden aan iedereen die hem bezat,’ zegt zij. Maar hoe het gen zich precies verspreid heeft, is nog altijd onduidelijk.
Melk goed voor elk?
Wat deze onderzoeken ons wél duidelijk maken: melk is niet per definitie goed voor elk. Hoe ons lichaam lactose verwerkt is, in elk geval voor een deel, afhankelijk van ons verleden. ‘Als je melk goed kunt verteren, is de kans groot dat je voorouders een pastorale achtergrond hadden,’ zegt Fiona Marshall, archeoloog aan de University of Washington St. Louis. ‘Mensen vinden dat fascinerend.’












