Spiderman die zich een weg slingert door een labyrint van wolkenkrabbers of Black Panther met met ongekende snelheid, lenigheid en kracht: superhelden spreken tot de verbeelding. Het zijn niet voor niets populaire hoofdrolspelers in films, games en stripboeken.
Maar superkrachten zijn niet alleen voorbehouden aan superhelden. Ook in de echte wereld komen mensen tot ongekende mentale en fysieke prestaties – superkrachten die de wetenschap maar al te graag wil ontrafelen. Vier voorbeelden.
1. Ongekend onbevreesd: Alex Honnold
Alleen al het kijken naar een foto van Alex Honnold die louter aan zijn vingers boven een afgrond bungelt, is voor de meeste mensen genoeg het hoofd te laten tollen. Hoe anders is dat voor Honnold zelf. Als wetenschappers in 2016 de hersenen van de klimmer onderwerpen aan een MRI-scan, staan ze perplex. De 38-jarige Hannold krijgt een reeks huiveringwekkende foto’s te zien. Maar een normaliter overduidelijke reactie van de amygdala, het hersengebied dat angst reguleert, blijft bij Hannold bijzonder genoeg uit.
Hoe kan dat? Jane Joseph heeft wel een gegrond vermoeden. In 2018 publiceerde de neurowetenschapper erover in vakblad Popular Science. Joseph schrijft dat Hannold zichzelf waarschijnlijk geconditioneerd heeft om bepaalde hersenactiviteit te onderdrukken, door zich te focussen op elke klimbeweging.
2. Adembenemende doorzetters: Sherpa’s
‘De mens evolueert nog altijd,’ stelt Tatum Simonson, die onderzoek doet aan de University of California naar de genetica en fysiologie van mensen die zich hebben weten aan te passen aan grote hoogten. Volgens hem zijn de Sherpa’s uit Nepal, die bergbeklimmers door de Himalaya begeleiden, hét voorbeeld van de ontwikkeling van menselijke superkrachten.
Al zeker zesduizend jaar leeft deze etnische groep gemiddeld 4200 meter boven zeeniveau – een hoogte met zo’n veertig procent minder zuurstof in de lucht. ‘De evolutie heeft dus meer dan genoeg tijd gehad om de Sherpa’s aan te passen aan zo’n zuurstofarme omgeving,’ zegt Simonson.
Daalt het zuurstofniveau, dan pompt het menselijk lichaam normaliter meer rode bloedcellen – verantwoordelijk voor het zuurstoftransport – rond. Nadeel: je bloed wordt dikker, en hoogteziekte (of erger) ligt op de loer. De Sherpa’s daarentegen hebben hier dankzij verschillende genetische mutaties een oplossing voor ontwikkeld: hun lichaam houdt het aantal rode bloedcellen laag, terwijl de mitochondriën ín hun cellen zuurstof efficiënter weten te gebruiken.
3. Buitengewone zwemmers: de Bajau
Er is een reden waarom we zo’n fan zijn van Superman die hoog door de lucht vliegt, of Aquaman die zich juist op grote zeediepte waagt: superhelden komen op plekken waar niemand van ons komen kan.
Op de Bajau na dan, een maritiem volk dat leeft op delen van de Filipijnen, Maleisië en Indonesië en waarvan de naam zich laat vertalen als ‘man van de zee’. Zonder enige hulpmiddelen zijn de Bajau, die leven van de onderwaterjacht, in staat om dertien minuten onder water te blijven tot – let op – diepten van wel zeventig meter.
Net als de Sherpa’s hebben de Bajau een genetisch voordeel weten te ontwikkelen om efficiënter met zuurstof om te kunnen gaan. Met één groot verschil: onderwater ligt er niet zozeer een langdurig, maar een acuut zuurstofgebrek op de loer. En om die ademnood het hoofd te bieden, heeft het lichaam van de Bajau zich door de eeuwen heen een ‘sneller’ mechanisme aangemeten: een grotere milt bomvol zuurstofrijke rode bloedcellen. Tijdens het duiken trekt de milt samen, en stuwt de ‘reservelading’ de bloedbaan binnen.
4. Superbehendig: samoerai Isao Machii
In actiefilms zien we geregeld mythische wezens uitblinken in buitenaardse behendigheid qua evenwicht, coördinatie en reflexen. Maar wetenschappers vermoeden dat een combinatie van genetica en training sommige mensen in staat stelt om deze superbehendigheid ook in het echte leven ten tonele te brengen.
Neem Isao Machii. Vuur een kogel op de Japanse samoerai af, en hij hakt deze in de lucht met één zwaai van zijn zwaard doormidden. Of de legendarische scherpschutter Bob Munden, die in staat is zijn pistool te trekken én gericht af te vuren in minder dan een tiende van een seconde – veel sneller dan de reactietijd van het gemiddelde menselijke brein.
Wetenschappers proberen nog altijd uit te pluizen hoe ons centrale zenuwstelsel mensen zulke complexe bewegingen laat plannen en uitvoeren in zo’n extreem kort tijdsbestek.
















