Ben jij opa of oma? Dan is regelmatig oppassen op je kleinkinderen mogelijk niet alleen gezellig, maar ook goed voor je hersenen. Onderzoekers van Tilburg University analyseerden gegevens van bijna drieduizend grootouders en ontdekten dat grootouders die oppassen beter scoren op geheugentests. Waardoor komt dat?

Onderzoek onder bijna 3000 grootouders

‘Veel grootouders passen regelmatig op hun kleinkinderen. Die zorg ondersteunt gezinnen en de samenleving in brede zin,’ zegt hoofdonderzoeker Flavia Chereches van Tilburg University. De resultaten werden deze maand gepubliceerd door de American Psychological Association in het vakblad Psychology and Aging. ‘Maar het was nog onduidelijk of deze zorg ook voordelen heeft voor de grootouders zelf. Wij wilden weten of oppassen cognitieve achteruitgang kan vertragen.’

De onderzoekers analyseerden data van 2887 deelnemers uit de English Longitudinal Study of Ageing, een datastudie al in 2002 werd opgezet. Alle deelnemers waren ouder dan 50 jaar, met een gemiddelde leeftijd van 67. Tussen 2016 en 2022 vulden zij meerdere vragenlijsten in en ondergingen ze cognitieve tests.

Beter geheugen en scherpere taalvaardigheid

Een belangrijk onderdeel van het onderzoek was de vraag of deelnemers in het afgelopen jaar op hun kleinkinderen hadden gepast. Daarbij werd gekeken naar de aard van de zorg: bleven de kleinkinderen slapen? Zorgden ze voor hen als ze ziek waren? Deden ze leuke dingen samen? Brachten ze ze naar school?

Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!

De uitkomst was opvallend. Grootouders die oppasten, scoorden gemiddeld hoger op geheugentests en op zogenoemde verbale vloeiendheid. Bij die test moeten deelnemers binnen zestig seconden zoveel mogelijk woorden in een bepaalde categorie noemen.

Vooral oma’s lijken te profiteren

Een kanttekening bij de data is dat gezonde grootouders waarschijnlijk vaker oppassen dan mensen met lichamelijke of mentale klachten. Daarom corrigeerden de onderzoekers hun resultaten voor factoren als leeftijd en gezondheid. De conclusie bleef overeind: oppassende grootouders presteren cognitief beter.

Leestip: Deze 10 dingen kun je zelf doen om het risico op dementie te beperken

Bij nadere analyse bleek bovendien dat grootmoeders die oppasten gedurende de onderzoeksperiode langzamer cognitief achteruitgingen dan oma’s die niet oppasten. Bij grootvaders werd dit effect niet vastgesteld.

Het gaat niet om hoe vaak je oppast

‘Wat ons het meest verraste, was dat het zijn van een zorgende grootouder belangrijker bleek dan de frequentie van het oppassen of het type zorg dat werd verleend,’ vertelt Chereches.

Leestip: Sociale kwetsbaarheid vergroot risico op dementie – kan AI helpen?

Met andere woorden: af en toe oppassen leek evenveel voordelen met zich mee te brengen als het zijn van een vaste oppasoma of -opa. ‘Er is wel nog meer onderzoek nodig om deze bevindingen te repliceren.’

Oppassen is niet altijd positief

Chereches wijst erop dat de context cruciaal is. Vrijwillige zorg binnen een ondersteunende familie kan andere effecten hebben dan oppassen dat als verplichting of stressvol wordt ervaren. ‘Als grootouders het gevoel hebben dat ze geen keuze hebben, kan dat juist negatieve gevolgen hebben.’

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!