Hoewel paleontologen inmiddels veel weten over hoe dinosauriërs eruitzagen, is veel van hun gedrag nog een raadsel. Een van de vragen waar wetenschappers al jaren over discussiëren: hoe broedden dinosauriërs hun eieren uit? Zaten ze er net als moderne vogels bovenop om ze warm te houden, of vertrouwden ze vooral op zon en bodemwarmte? Nieuw onderzoek wekt de indruk dat sommige vogelachtige dinosauriërs waarschijnlijk beide strategieën combineerden.

Oviraptors en hun mysterieuze nesten

De studie, gepubliceerd in het vakblad Frontiers in Ecology and Evolution, richt zich op oviraptors: vogelachtige maar niet-vliegende dinosauriërs die zo’n zeventig miljoen jaar geleden leefden. Door een levensgroot model van een nest te bouwen en warmteoverdracht te simuleren, probeerden onderzoekers te achterhalen hoe efficiënt deze dieren hun eieren konden uitbroeden.

De onderzochte soort, Heyuannia huangi, was ongeveer anderhalve meter lang en woog rond de twintig kilo. Net als andere oviraptors legde deze dinosaurus zijn eieren in opvallende patronen: meerdere ringen rond een open midden, in een halfopen nest.

Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!

Om te onderzoeken hoe zulke nesten werkten, bouwden de onderzoekers een levensgroot model. De romp van de broedende dinosaurus werd gemaakt van schuim en hout, terwijl de eieren werden nagebootst met kunsthars. De opstelling was gebaseerd op echte fossiele nesten die paleontologen hebben gevonden.

‘Een van de uitdagingen is dat oviraptoreieren anders zijn dan die van elk dier dat vandaag leeft,’ zegt eerste auteur Chun-Yu Su. ‘Daarom moesten we kunstmatige eieren maken die zo goed mogelijk op de originele leken.’ Met behulp van het model onderzochten de onderzoekers hoe warmte zich door het nest verspreidde onder verschillende omstandigheden.

De zon als broedhulp

De experimenten lieten zien dat de temperatuur in het nest sterk kon variëren. Vooral in koudere omstandigheden ontstonden verschillen van meerdere graden tussen eieren aan de buitenkant van het nest. Dat kan betekenen dat de eieren niet allemaal tegelijk uitkwamen.

In warmere omstandigheden waren die temperatuurverschillen veel kleiner. Dat wijst erop dat oviraptors mogelijk profiteerden van zonnewarmte. Volgens hoofdonderzoeker Tzu-Ruei Yang kan die warmte een belangrijke rol hebben gespeeld bij het uitbroeden van de eieren.

Leestip: Dit mysterieuze fossiel behoort mogelijk tot geen enkele bekende levensvorm

Het is bovendien onwaarschijnlijk dat grotere dinosauriërs hun eieren volledig bedekten zoals moderne vogels dat doen. ‘Omdat oviraptornesten open waren, was warmte van de zon waarschijnlijk veel belangrijker dan warmte uit de bodem,’ legt Yang uit.

Anders dan moderne vogels

De onderzoekers vergeleken de resultaten ook met de manier waarop moderne vogels broeden. Veel vogelsoorten passen zogenoemde contactbroeding toe: ze zitten direct op hun eieren en zorgen ervoor dat alle eieren ongeveer dezelfde temperatuur hebben.

Dat systeem werkt alleen als aan drie voorwaarden wordt voldaan: het volwassen dier moet alle eieren kunnen aanraken, de belangrijkste warmtebron zijn en de temperatuur binnen een smalle bandbreedte houden. Oviraptors voldeden waarschijnlijk niet aan deze voorwaarden. Door het ringvormige nest konden ze simpelweg niet alle eieren tegelijk bedekken.

Leestip: Dit fossiel is 444 miljoen jaar oud – en onthult een bijzondere inhoud

Volgens de onderzoekers broedden oviraptors daarom waarschijnlijk met een combinatie van lichaamswarmte en omgevingswarmte, bijvoorbeeld van de zon. Dat is minder efficiënt dan de broedstrategie van moderne vogels, maar niet per se slechter. ‘Moderne vogels zijn niet per definitie beter in het uitbroeden van eieren,’ zegt Yang. ‘Ze gebruiken gewoon een andere strategie, aangepast aan hun omgeving.’

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!