Het boren van gaatjes door een tandarts lijkt misschien een moderne medische ingreep, maar onderzoek dat vandaag werd gepubliceerd in PLOS One laat zien dat neanderthalers dit al zo’n 60.000 jaar geleden deden. Wetenschappers onderzochten een beschadigde neanderthaler-kies uit een grot in Siberië en ontdekten iets opvallends: iemand had bewust in de tand geboord om de geïnfecteerde kern te verwijderen. Dat gebeurde verrassend zorgvuldig, op een manier die doet denken aan moderne tandheelkunde.
‘Ontdekkingen zoals deze maken definitief een einde aan het oude karikaturale beeld van neanderthalers,’ zegt paleoarcheoloog Andrey Krivoshapkin van het Archeologisch en Etnografisch Instituut van de Russische Academie van Wetenschappen, en medeauteur van de studie. ‘Dit gaat verder dan mondhygiëne. Het lijkt op een echte medische behandeling.’
Tanden geven veel prijs over het dagelijks leven van neanderthalers
De onderzochte kies werd gevonden in de Tsjagyrkagrot, in het Altajgebergte in het zuidwesten van Siberië. Sinds 2007 zijn daar meer dan zeventig fossielen van mensachtigen opgegraven, waaronder kaakdelen, skeletfragmenten en tientallen tanden – sommige met duidelijke gaatjes en ontstekingen.
Tanden blijken een goudmijn aan informatie over het leven van neanderthalers. Zo wijzen resten van zetmeel in tandsteen erop dat planten deel uitmaakten van hun dieet. En een eerdere studie uit 2013 liet al zien dat neanderthalers mogelijk primitieve tandenstokers gebruikten om voedselresten te verwijderen en pijn aan het tandvlees te verlichten.
Een doorbraak onder de microscoop
Volgens Krivoshapkin ontstaat het echte ‘eurekamoment’ vaak pas in het laboratorium. Dat gebeurde ook bij de zogenoemde Chagyrskaya 64-kies.
Aanvankelijk dachten onderzoekers dat het diepe gat in de tand simpelweg door slijtage was ontstaan. Maar toen antropologe Alisa Zubova, hoofdauteur van de studie, de kies onder een microscoop onderzocht, viel iets op: het abces bestond uit drie deels overlappende putjes.
Met behulp van een micro-CT-scanner ontdekten de onderzoekers vervolgens minuscule krasjes langs de wanden van die putjes. De groeven liepen allemaal in dezelfde richting – precies wat je zou verwachten van een draaiende of borende beweging met een scherp stenen werktuig. ‘Dat patroon zie je niet bij natuurlijke slijtage,’ zegt Krivoshapkin.
Neanderthaler-tand vergeleken met moderne verstandskies
Om hun hypothese te toetsen, maakten de onderzoekers kleine boorachtige gereedschappen van jaspissteen, afkomstig uit de omgeving van de grot. Vervolgens testten ze deze op moderne menselijke tanden, waaronder een pas getrokken verstandskies van een van de onderzoekers.
De tanden werden eerst natgemaakt om de vochtige omstandigheden van een mond na te bootsen. Daarna draaiden de wetenschappers de stenen werktuigen met de hand rond in het tandweefsel.
Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!
Omdat jaspis harder is dan tandglazuur, ontstonden binnen enkele minuten gaten. De vorm en structuur daarvan kwamen opvallend sterk overeen met de beschadigingen in de neanderthaler-kies. Ook de kraspatronen bleken vrijwel identiek.
Succesvolle medische ingrepen bij de neanderthalers
Volgens de onderzoekers wijst alles erop dat de ingreep succesvol was. Als de neanderthaler kort na het boren was overleden, zouden de wanden van de gaatjes nog ruw zijn geweest.
Leestip: Bestonden er tandartsen in de Middeleeuwen? ‘Een kies trekken was een gewelddadige bedoening’
In plaats daarvan waren ze grotendeels gladgesleten, waarschijnlijk doordat voedsel en plantenvezels tijdens het kauwen langs de binnenkant van de tand schuurden. Dat betekent dat de persoon na de behandeling nog enige tijd moet hebben geleefd.
Pijnlijk, maar doelgericht
De bevinding laat zien dat neanderthalers meer deden dan alleen acute pijn bestrijden. Ze lijken bewust een korte periode van extra pijn te hebben geaccepteerd in ruil voor langdurige verlichting.
Leestip: Mannelijke neanderthalers kregen vaker kinderen met vrouwelijke mensen, blijkt uit nieuwe DNA-studie
Archeoloog Penny Spikins van de University of York (VK), die niet bij het onderzoek betrokken was, noemt dat bijzonder. ‘De behandeling zal de pijn aanvankelijk juist hebben verergerd, voordat er verbetering optrad. Dat wijst op inzicht in hoe pijn op lange termijn verminderd kan worden.’
Dat is extra opmerkelijk omdat genetisch onderzoek in Nature eerder aantoonde dat neanderthalers mogelijk gevoeliger waren voor pijn dan moderne mensen. Volgens Krivoshapkin zegt dat veel over hun mentale vermogen. ‘Er is moed voor nodig om iemand anders in een ontstoken tand te laten boren,’ zegt hij. ‘Dat is geen instinct. Dat is wilskracht.’
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!














