Zolang niet iedereen toegang heeft tot vaccins, zullen er meer ‘Omikrons’ volgen

Het opduiken van de Omikron-variant onderstreept de gevolgen van de ongelijke verdeling van vaccins. Volgens experts is er meer dan donaties nodig om het probleem op te lossen.

Gepubliceerd 5 jan. 2022 13:09 CET
De Mexicaanse overheid heeft 150.000 doses van het AstraZeneca-vaccin aan Guatemala geschonken. Op 24 juni 2021 ...

De Mexicaanse overheid heeft 150.000 doses van het AstraZeneca-vaccin aan Guatemala geschonken. Op 24 juni 2021 arriveerden de vaccins op een luchtmachtbasis bij Guatemala-Stad.

Foto van Johan Ordonez, AFP via Getty Images

Angelique Coetzee stond voor een raadsel. De Zuid-Afrikaanse arts was gewend om COVID-19-patiënten te zien die overwegend last hadden van keelpijn en koorts. Maar op 18 november onderzocht Coetzee een 29-jarige man die klaagde over extreme vermoeidheid en zware hoofdpijn – symptomen die meer deden denken aan een zonnesteek dan aan COVID-19. Tegen het einde van de dag had Coetzee zeven à acht soortgelijke gevallen behandeld.

“Ik vond dat heel raar,” zegt Coetzee, voorzitter van de South African Medical Association.

Binnen een week hadden onderzoekers vastgesteld dat deze patiënten waren besmet met een nieuwe stam van het SARS-CoV-2-virus, die inmiddels bekendstaat als de Omikron-variant. De nieuwe stam telt een groot aantal mutaties en verspreidt zich veel sneller dan voorgaande varianten. Omikron is nu de dominante variant in Zuid-Afrika en talloze andere landen, waaronder de VS.

De opkomst van de Omikron-variant heeft het debat over maatregelen om de hele wereld toegang tot vaccins te bieden, weer doen oplaaien. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft zich ten doel gesteld om halverwege 2022 zeventig procent van de wereldbevolking te hebben ingeënt. Maar terwijl in rijke landen als de VS al meer dan zestig procent van de bevolking is gevaccineerd, blijft de vaccinatiegraad in minder rijke landen achter. In Zuid-Afrika is slechts 27 procent van de bevolking volledig ingeënt, terwijl dat aandeel in landen als Nigeria, Papoea-Nieuw-Guinea en Soedan minder dan drie procent bedraagt.

Het probleem gaat verder dan de aanvoer van vaccins. Volgens experts kampen arme landen met enorme infrastructurele uitdagingen als het erop aankomt de vaccindoses op een efficiënte en veilige manier te distribueren. Zij menen dat de welvarende landen niet alleen de morele verplichting hebben om iets aan de ongelijke verdeling van vaccins in de wereld te doen, maar dat ze dat ook uit eigenbelang zouden moeten doen. Zolang het coronavirus zich immers over grote delen van de wereld ongehinderd kan verspreiden, zal het nieuwe mutaties kunnen blijven ontwikkelen.

De ontwikkeling van mutaties is voor een virus heel normaal, aangezien het enige doel van de ziekteverwekker bestaat uit het binnendringen van cellen om zich daar te vermeerderen. In één enkel individu kan het SARS-CoV-2-virus zijn eigen genoom duizenden malen kopiëren. Coronavirussen hebben de beschikking over zogenaamde ‘corrector-enzymen’, die ze helpen om fouten bij het kopiëren van hun genetische code te vermijden, maar niettemin glippen er altijd een paar ‘typefoutjes’ door het correctiesysteem en ontstaan er dus mutaties.

Wendy Barclay, viroloog aan Imperial College London, wijst erop dat de meeste mutaties van weinig belang of soms zelfs destructief zijn voor het virus zelf. Volgens haar is de kans dat een mutatie voordelig voor een virus uitpakt, bijvoorbeeld door het beter overdraagbaar te maken of het in staat te stellen de immuunafweer als gevolg van vaccinatie beter te omzeilen, zeer klein: 1 op de 100.000. Maar de kans op gevaarlijke mutaties wordt natuurlijk groter naarmate het virus zich vaker kan vermeerderen.

De beste manier om te voorkomen dat er telkens weer nieuwe varianten opduiken, is dus om het coronavirus te beroven van de kans om zich ongehinderd te repliceren en verspreiden. Dat gebeurt onder andere door social distancing, het dragen van een mondkapje en testen, maar het beste wapen in nog altijd een hoge vaccinatiegraad.

Lees ook: WHO dichtbij toelating COVID-19-vaccin voor armere landen

“Zolang de bevolking van Afrika niet is ingeënt, zullen we niet rustig kunnen slapen,” zegt Coetzee.

Vaccins versus varianten

Vaccins hebben twee belangrijke voordelen: ze redden levens door te voorkomen dat mensen na een besmetting met het coronavirus ernstig ziek worden, en ze dragen bij aan het onderdrukken van de vermeerdering en verspreiding van het virus in het algemeen. Zogenaamde ‘doorbraakinfecties’ – waarbij mensen die al zijn ingeënt alsnog besmet raken – leiden doorgaans tot milde klachten, wat betekent dat een besmette persoon gedurende een kortere tijd een kleiner aantal virusdeeltjes uitstoot dan als hij of zij niet zou zijn gevaccineerd. Ook heeft het virus minder tijd om zich in het lichaam te vermeerderen en krijgt daardoor minder kansen om zich onder de rest van de bevolking te verspreiden.

Wat dat betreft is de gelijkwaardige distributie van vaccins een belangrijk aspect. Het feit dat een gemakkelijk overdraagbaar virus als SARS-CoV-2 de kans krijgt om zich in grote delen van de wereld ongehinderd te verspreiden omdat de meeste mensen daar niet zijn ingeënt, is een serieus probleem, aldus Ingrid Katz, vicedecaan van het Global Health Institute van de Harvard-universiteit. “De enige manier om deze wedloop te winnen, is om alles in ons arsenaal in te zetten, en daar hoort het vaccineren van de wereldbevolking bij,” zegt zij.

Hoewel het vrijwel onmogelijk is om de exacte herkomst van een bepaalde virusvariant te achterhalen, weten we dat de lage vaccinatiegraad in India een rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van de rampzalige Delta-variant, eerder dit jaar.

Begin 2021 was men in het land begonnen met een grootschalige vaccinatiecampagne, maar alleen ten behoeve van risicogroepen: bejaarde mensen, mensen met onderliggende ziektebeelden en diegenen die veel met het virus in aanraking kwamen. De rest van de volwassen bevolking zou pas in september 2021 aan de beurt komen om te worden ingeënt.

“Dat alles berustte op de aanname dat India niet langer gevaar liep,” zegt K. Srinath Reddy, voorzitter van de Public Health Foundation of India. Half januari lag het aantal besmettingen en sterfgevallen op een laag niveau en voorspelden experts dat India genoeg groepsimmuniteit had opgebouwd om een nieuwe golf van besmettingen te voorkomen. Maar volgens Reddy deed zich daarna een aan andere ‘golf’ voor: van reizigers, verkiezingsbijeenkomsten en religieuze festivals.

“Het was alsof India zich niets meer van het virus aantrok, terwijl het virus daar anders over dacht,” zegt hij.

De Delta-variant werd voor het eerst in maart vastgesteld, toen minder dan één procent van de bijna 1,4 miljard Indiërs volledig was ingeënt. Het duurde dan ook niet lang voordat het aantal besmettingen en opnamen weer omhoog schoot, gevolgd door een schokkend aantal nieuwe sterfgevallen. (Hoe de tweede golf in India tot de zwaarste COVID-19-ramp in de wereld uitgroeide.)

Valse start bij vaccindistributie

Helaas begon de ongelijke verdeling van vaccins al ver voordat deze vaccins waren goedgekeurd. Op voorhand sloten de rijke landen contracten met de farmaceutische industrie af, waarbij honderden miljarden doses van de nog in ontwikkeling zijnde producten werden besteld. Daardoor waren de minder rijke en armere landen al vanaf het begin verstoken van een goedkope toegang tot deze vaccins.

“Je ziet dat het systeem vanaf het allereerste begin de ongelijkheid in de hand heeft gewerkt,” zegt Katz.

De WHO zocht samenwerking met internationale ngo’s om het probleem aan te pakken via het COVAX-initiatief, dat is bedoeld om vaccindoses voor armere landen veilig te stellen. Toch ging het overgrote deel van de vaccins naar de rijke landen, want door de noodzaak van boosterprikken bleef de vraag naar vaccins ook in deze landen hoog.

Sommige landen hebben de donatie van vaccins aan arme landen vanuit een rechtvaardigheidsgedachte opgeschroefd, maar Reddy wijst erop dat deze donaties niet altijd goed zijn doordacht. In het afgelopen jaar hebben zich meerdere geruchtmakende gevallen voorgedaan waarbij rijke landen lang hebben gewacht voordat ze hun voorraden aan vaccins aan andere landen doneerden, zodat de vaccins niet langer houdbaar waren en honderdduizenden doses verloren gingen. Zo moesten in april in Zuid-Soedan bijna 60.000 doses worden vernietigd, en belandden in november in Nigeria zelfs één miljoen doses op de vuilnisbelt.

“Dat is geen liefdadigheid, dat is gewoon dumping,” zegt Reddy.

Lees ook: Er zijn tientallen COVID-19-vaccins in ontwikkeling. Dit zijn de belangrijkste om te volgen.

Toch meent Amavi dat COVAX vergeleken met voorgaande vaccinatiecampagnes enorm veel heeft bijgedragen aan een betere wereldwijde verdeling van COVID-19-vaccins. Het vaccin tegen het humaan papillomavirus kwam bijvoorbeeld al in 2006 beschikbaar, maar veel Afrikaanse landen hebben pas in de laatste paar jaar toegang tot dat vaccin gekregen.

“Dankzij COVAX zagen we dat binnen een jaar alle COVID-19-vaccins overal ter wereld beschikbaar waren,” zegt Amavi. “Ik zie het als een enorme prestatie dat de kloof tussen de producerende landen en Afrikaanse landen die het vaccin aanvankelijk niet kregen, is gedicht.”

Exclusieve video: Fauci ontkracht coronafabels, pleit voor verandering
In een exclusief interview met National Geographic bespreekt Anthony Fauci van het Amerikaanse National Institute of Allergy and Infectious Diseases (NIAID) de fabels omtrent de oorsprong van Covid-19 en komt met een voorstel tot verandering om te voorkomen dat er in de toekomst een nieuwe crisis plaats zal vinden.

Moeizame wereldwijde distributie

Maar ook als een land eenmaal genoeg doses heeft kunnen verwerven, moeten al die doses op de juiste manier worden gedistribueerd. En hoewel minder rijke en arme landen hun vaccins misschien tegen korting hebben ontvangen, vallen de distributiekosten in deze landen veel hoger uit dan in rijke landen.

“In Afrika is dat een enorme uitdaging,” zegt Coetzee. “Het maakt niet uit hoeveel vaccins er worden gedoneerd.”

Volgens de organisatie Global Dashboard for Vaccine Equity zouden de armere landen van de wereld hun zorguitgaven met gemiddeld bijna 57 procent moeten verhogen om zeventig procent van hun bevolking in te kunnen enten. Dat komt doordat veel arme landen niet beschikken over de juiste infrastructuur – van een goed werkend stroomnet tot geschoolde zorgmedewerkers – voor de efficiënte distributie van vaccins en de inenting van miljoenen mensen. Vooral de distributie van mRNA-vaccins is lastig, aangezien daarvoor speciale koeltrucks nodig zijn en de vaccins in ultradiepvriezers bewaard moeten worden in gezondheidscentra die in normale tijden al te weinig mensen en middelen tot hun beschikking hebben.

Daarentegen hoeven rijke landen hun uitgaven maar met minder dan één procentpunt te verhogen om hun hele bevolking te kunnen vaccineren.

In India was de opkomst van de Delta-variant aanleiding om de vaccinatiecampagne drastisch uit te breiden. Volgens Reddy is daarbij ook gebruik gemaakt van drones om doses naar afgelegen gebieden te vervoeren en zijn medewerkers van deur tot deur gegaan. Het Indiase ministerie van Gezondheid meldt dat 85 procent van de stemgerechtigde bevolking nu een eerste vaccindosis heeft ontvangen en dat ruim de helft van de bevolking volledig is gevaccineerd. In veel arme landen ontbreekt het echter simpelweg aan de capaciteit om duizenden zorgmedewerkers te mobiliseren en de vaccins van deur tot deur te distribueren – als ze überhaupt al beschikken over een flink aantal goed opgeleide zorgprofessionals.

Een andere uitdaging is het overtuigen van de bevolking om zich te laten inenten. Volgens Amavi kunnen de aarzelingen omtrent vaccinatie in de wereld deels worden geweten aan de ‘pandemie van desinformatie’ over COVID-19 die door antivaxers op gang is gebracht.

Lees ook: Waarom paniek om ‘Omikron-variant’ (voorlopig) niet nodig is

Maar volgens Katz is het begrijpelijk dat mensen in armere landen sceptisch tegenover vaccins staan. Ze wijst op berichten waarin aanvankelijk werd gemeld dat de vaccins van Pfizer en Moderna veiliger en werkzamer zouden zijn dan de vaccins die in armere landen beschikbaar kwamen, zoals die van AstraZeneca en Johnson & Johnson.

Hoewel deze verschillen waren terug te voeren op problemen met de koudeketen, denkt Katz dat sommige mensen zich daardoor hebben laten afschrikken en het idee hebben gekregen dat de arme landen werden opgescheept met tweederangs-vaccins. Om dat soort denkbeelden tegen te gaan zouden zorgexperts meer moeten doen om de bevolking ervan te verzekeren dat de vaccins die worden gebruikt veilig en werkzaam zijn.

Aanpak van ongelijkheid

Maatregelen om de ongelijke verdeling van vaccins tegen te gaan zouden al per land genomen kunnen worden. Volgens Katz zouden rijke landen een groter deel van hun vaccinvoorraden kunnen delen met andere landen of zelfs hun plekje in de wachtrij voor komende leveringen kunnen opgeven. De internationale gemeenschap zou arme landen ook financieel kunnen steunen bij het uitbouwen van hun zorginfrastructuur – iets wat ook tijdens een onvermijdelijke volgende pandemie van belang zou zijn.

Experts in de volksgezondheid hebben Moderna en Pfizer ook opgeroepen om arme te landen te helpen bij het produceren van hun eigen mRNA-vaccins, wat de kosten voor de levering, het transport en de distributie van deze vaccins drastisch zou verlagen. Om dat te bereiken zouden deze farmaceutische bedrijven volgens Katz niet alleen hun intellectuele eigendomsrechten moeten opgeven maar ook hun technologie en grondstoffen moeten delen.

Katz vervolgt met op te merken dat hoewel de producten van Pfizer en Moderna – met een bewezen werkzaamheid van ruim negentig procent in het voorkomen van een ernstig ziekteverloop – aanvankelijk als de beste vaccins werden aangemerkt, er inmiddels veelbelovende bewijzen zijn vergaard voor de werkzaamheid van andere vaccins.

Het oorspronkelijke vaccin van Johnson & Johnson – dat in één dosis werd toegediend – bleek in de eerste klinische tests slechts voor 66,3 procent werkzaam, maar in de herfst van het afgelopen jaar meldde het bedrijf dat een tweede dosis voor 94 procent werkzaam was in het voorkomen van gematigde tot ernstige COVID-19-klachten als gevolg van het oorspronkelijke virus. Hoewel het middel van J&J misschien minder werkzaam is tegen nieuwere varianten, meent Katz dat de recente gegevens aantonen dat twee doses van het vaccin ongeveer net zo werkzaam zijn als de mRNA-vaccins.

Barclay wijst op nieuwe gegevens uit Groot-Brittannië waaruit blijkt dat de immuunafweer met een cocktail van vaccins kan worden versterkt. In een studie die onlangs in het tijdschrift The Lancet is verschenen, is aangetoond dat mensen die aanvankelijk twee doses van het AstraZeneca-vaccin en daarna een booster van een van de zes andere beschikbare vaccins hadden ontvangen, een sterkere immuniteit hadden opgebouwd.

“Er zijn dus nog volop mogelijkheden,” zegt Barclay. Als landen vooruitgang kunnen boeken met de eerste ronde van prikken, kunnen ze naderhand de mRNA-vaccins gebruiken voor booster-injecties.

Lees ook: Ontwikkeling van nieuwe medicijnen tegen COVID-19 duurt lang

Coetzee pleit voor de ontwikkeling van vaccintabletten, die in armere landen gemakkelijker kunnen worden gedistribueerd en uitgereikt. Zelfs als de mRNA-vaccins ook in de arme landen alom beschikbaar zouden komen, zouden ze nog altijd in speciale koeltrucks getransporteerd moeten worden en zouden deze vaccins door geschoold personeel gemixt, verdund en dan in aparte doses verdeeld en geïnjecteerd moeten worden.

“Al deze stappen kunnen gepaard gaan met potentiële fouten,” zegt zij. “Maar als je een tablet uitreikt, kan er eigenlijk weinig misgaan. Je hoeft er alleen maar voor te zorgen dat de patiënt de tablet doorslikt.”

Uiteindelijk zijn de meeste experts het erover eens dat beleidsmakers en kiezers moeten inzien dat het voor hun eigen veiligheid van belang is dat ook de rest van de wereld wordt ingeënt. Katz roept mensen op om donaties te doen en binnen hun eigen gemeenschap en bij regeringen te pleiten voor een gelijke verdeling van vaccins.

“Wanneer zullen we begrijpen dat we internationaal moeten samenwerken?” zegt zij. “We kunnen zo niet doorgaan.”

Coetzee is het daarmee eens. Zij stelt voor dat er in de rijke landen programma’s worden opgezet die burgers in staat stelt de donatie van vaccins aan mensen in arme landen te sponsoren. Afgezien daarvan denkt zij dat iedereen die toegang heeft tot vaccins, zijn of haar steentje kan bijdragen door zich simpelweg te laten inenten en te boosten, een mondkapje te dragen, afstand te bewaren en geregeld de handen te wassen.

“Wat doe jij als verantwoordelijk burger?” zegt zij. “Ook jij moet een rol spelen.”

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in het Engels op nationalgeographic.com

Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Wetenschap
Is Omikron echt minder ernstig dan Delta? Dit zegt de wetenschap
Wetenschap
Ontwikkeling van nieuwe medicijnen tegen COVID-19 duurt lang
Wetenschap
Waarom paniek om ‘Omikron-variant’ (voorlopig) niet nodig is
Wetenschap
Kans op myocarditis door COVID-19 groter dan door vaccin
Wetenschap
Hoe COVID-19 alle vijf zintuigen kan aantasten

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2021 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.