Achter de veiling van dit beetje maanstof steekt een bizar verhaal

De veiling van vorige week is het laatste hoofdstuk in een vreemd drama rond Apollo-astronauten, meerdere rechtszaken en wetenschappers die dit zeldzame materiaal maar al te graag willen bestuderen.

Gepubliceerd 19 apr. 2022 12:51 CEST
Tijdens de Apollo 11-missie in 1969 maakt NASA-astronaut Edwin ‘Buzz’ Aldrin zich op om twee onderdelen ...

Tijdens de Apollo 11-missie in 1969 maakt NASA-astronaut Edwin ‘Buzz’ Aldrin zich op om twee onderdelen van het ‘Early Apollo Scientific Experiments Package’ op het maanoppervlak te installeren. Vorige week veroorzaakte de veiling van een fractie van het allereerste stofmonster dat door de Apollo 11-bemanning werd genomen de nodige ophef onder astronomen en juristen.

Foto door NASA

Nog voordat hij als eerste mens voet op de maan zou zetten, stond Neil Armstrong op de ladder van zijn maanlander en viel hem de merkwaardige textuur van de maanbodem op. ‘Het lijkt wel poeder,’ meldde hij aan het missiecontrolecentrum in Houston, Texas.

Tien minuten later schepte hij een beetje van dat maanpoeder op – het allereerste bodemmonster van een buitenaardse wereld dat ooit werd genomen. Ruim vijftig jaar later heeft een mespuntje van het stof een nieuwe eigenaar gekregen: een anonieme bieder betaalde vorige week een half miljoen dollar voor een stukje geschiedenis.

Lange tijd heeft de NASA vastgehouden aan het standpunt dat al het materiaal dat tijdens de Apollo-missies is verzameld – maanstenen en maanstof – eigendom van de Amerikaanse overheid is en niet in privéhanden mag vallen. Het ruimtevaartagentschap heeft grote moeite gedaan om zoekgeraakt materiaal van de maan op te sporen en in beslag te nemen. Zo werd tijdens een undercoveroperatie in 2011 nog een 74-jarige vrouw in een vestiging van de restaurantketen Denny’s gearresteerd omdat ze in het bezit was van een presse-papier waarin een stukje maansteen ter grootte van een rijstkorrel was verwerkt.

Lees ook: Botsing tussen raketonderdeel en maan

Vijf stukjes tape van koolstofvezel met daarop stof van het allereerste bodemmonster dat ooit op de maan werd genomen, zijn vorige week geveild; de stukjes tape met het stof erop waren voor nader onderzoek gemonteerd op vijf voetjes van aluminium.

Foto door Bonhams

Het beetje maanstof dat vorige week is geveild, is een zeldzame uitzondering op die NASA-regel. De veiling van het stof is te danken aan een samenloop van omstandigheden waarin fraude, een vergissing en een hele reeks rechtszaken een rol hebben gespeeld. ‘Het gaat om een unieke situatie,’ zegt Adam Stackhouse, expert bij het veilinghuis Bonhams.

Wetenschappers weten niet goed wat ze van de veiling moeten denken. De NASA heeft dit specifieke stofmonster geanalyseerd en ook andere onderzoekers hebben een deel van dit materiaal kunnen bestuderen. Maar dat wil niet zeggen dat het beetje poeder ons in de toekomst niet iets nieuws zou kunnen vertellen. ‘Maanmonsters zijn ongelooflijk waardevol,’ zegt Sara Mazrouei, planetologe en studiebegeleidster aan de Ryerson University in Toronto, Canada.

Lees ook: Geologen geschokt: is de maan tektonisch actief?

Maar onder experts in ruimterecht heerst opwinding over wat deze veiling kan betekenen voor de toekomstige handel in buitenaards materiaal, zoals mineralen die op asteroïden worden gewonnen. ‘Het is weer een stapje in de richting van de commercialisering van natuurlijke hulpbronnen in de ruimte,’ zegt Mark Sundahl, expert in internationaal ruimterecht aan het Cleveland-Marshall College of Law in Cleveland, Ohio.

Plakkerig poeder

Het maanstof in kwestie is op aarde beland omdat het een merkwaardige eigenschap heeft: het is erg plakkerig. Op de maan is er geen atmosfeer en wordt het oppervlak voortdurend gebombardeerd door zonnestraling, waardoor het zeer fijne stof – ook wel regoliet genoemd – een elektrostatische lading krijgt. Door deze statische elektriciteit plakt het maanpoeder aan alles vast, onder meer aan de schoenen, handschoenen, pakken, koorden, instrumenten en andere spullen van de Apollo-astronauten.

Lees ook: Zeldzaam: een rode volle maan in beeld

In deze close-ups zijn twee korreltjes maanstof met behulp van een rasterelektronenmicroscoop duizendmaal vergroot. Veel van de bodemmonster die op de maan zijn genomen, bevatten minuscule glasbolletjes (links) die zijn ontstaan door de snelle afkoeling van hete dampen die ontstonden toen het maanoppervlak werd gebombardeerd door brokken puin uit de ruimte.

Foto door Bonhams

Na de historische maanlanding van Neil Armstrong en ‘Buzz’ Aldrin vertrokken de beide astronauten in de opstijgtrap van de maanlander (boven). Deze foto met op de achtergrond de aarde wordt vaak gezien als de enige die alle bewoners van de aarde omvat – minus één, namelijk Michael Collins, de man die de foto nam en in een omloopbaan rond maan in de commandomodule was achtergebleven.

Foto door Bonhams

‘De astronauten merkten meteen hoe plakkerig het regoliet was,’ zegt Nicolle Zellner, planetologe aan het Albion College. Maanstof is daarnaast ook scherp en schurend, wat tijdens de Apollo-missies al snel tot problemen leidde. Het regoliet verstopte niet alleen de instrumenten maar maakte ook de pakken stuk en de maanlanders erg vies. Na hun uitstapjes op het maanoppervlak klopten de astronauten hun schoenen af tegen de ladder die onder de ingang van de maanlander stond om zo veel mogelijk van het stof kwijt te raken.

Toen Armstrong zijn eerste bodemmonster in een teflon-zakje stopte, zorgde de plakkerigheid van het regoliet ervoor dat ook de buitenkant van het zakje met fijne korreltjes bedekt raakte. Voor de terugreis naar de aarde werd het zakje zelf in een afsluitbare bewaartas gestopt, met daarop in blokletters de aanduiding ‘Meegenomen maanmonsters’. Het stof dat onlangs is geveild, is afkomstig uit het textiel waarmee de binnenkant van deze tas was bekleed. Het bekijken van het maanstof ‘geeft je het gevoel dat je heel dicht bij dat moment bent,’ zegt Stackhouse. ‘Het is een soort tijdmachine.’

Plakkerige vingers

De lange weg naar het veilinghuis was grillig. Tientallen jaren geleden gaf de NASA de buitenste bewaartas samen met andere maanspullen in bruikleen aan het ruimtemuseum Cosmosphere in Hutchinson, Kansas. Op zeker moment is de tas daar verdwenen.

Nadat de directeur van het museum, Max Ary, in 2002 vertrok, begonnen medewerkers een onderzoek naar meerdere museumstukken die waren zoekgeraakt. Ze ontdekten dat Ary naast stukken uit zijn eigen privécollectie ook spullen uit het museum had verkocht en de opbrengsten ervan in eigen zak had gestoken. Hij werd veroordeeld wegens fraude, diefstal en witwassen en kreeg drie jaar cel en een boete van 132.000 dollar.

Bij een huiszoeking in de woning van Ary door US Marshals werden nog meer museumstukken ontdekt. Tot de vele kostbaarheden behoorde ook de bewaartas voor het bewuste stofmonster van de maan, maar door een vergissing in de catalogusnummers beseften de beambten destijds niet hoe belangwekkend de tas was. De US Marshal Service verkocht de in beslag genomen ruimtevaartcollectie van Ary op een online-veiling om een deel van de boete van Ary te kunnen innen.

Het was Nancy Lee Carlson uit Inverness, Illinois, die de witte bewaartas kocht – en daarmee ook het maanstof dat nog aan de vezels aan de binnenkant kleefde. Ze betaalde er slechts 995 dollar voor. Om zekerheid te hebben over de authenticiteit van de tas, stuurde ze hem naar het Johnson Space Center van de NASA, die schokkend nieuws voor haar had: de tas was niet alleen authentiek, maar het stof in de binnenbekleding had dezelfde eigenschappen en samenstelling als het eerste bodemmonster dat door de bemanning van de Apollo 11 was genomen.

Waaruit bestaat de maan en hoe is dit hemellichaam ontstaan? Ontdek meer over de gewelddadige oorsprong van de maan, over zijn schijngestalten en de eerste kalenders die daarop zijn gebaseerd en over het eerste veldonderzoek op de maan, een halve eeuw geleden.

Foto door NASA

Door deze onverwachtse wending weigerde de NASA de tas aan Carlson terug te geven, met het argument dat het om een nationale schat ging. ‘Dit voorwerp had nooit in handen van een privépersoon mogen vallen,’ zei NASA-woordvoerder William Jeffs in 2017 in een verklaring. Niet alleen was het materiaal volgens hem van wetenschappelijk belang, het vertegenwoordigde ook ‘het hoogtepunt van een enorme nationale inspanning waarbij een hele generatie van Amerikanen was betrokken.’

Maar tot ergernis van het agentschap won Carlson de rechtszaak die ze tegen de NASA had aangespannen. In 2017 liet ze de tas veilen, die 1,8 miljoen dollar opbracht. De NASA heeft niet gereageerd op meerdere verzoeken om commentaar op de veiling van vorige week.

Twee jaar later klaagde Carlson de NASA opnieuw aan, ditmaal omdat het agentschap de tas tijdens een nadere inspectie had beschadigd en een beetje stof uit de binnenbekleding van de tas had achtergehouden. NASA-wetenschappers hadden met behulp van een stukje tape van koolstofvezel een beetje maanstof van de binnenzijde van de tas afgenomen, en die monsters waren voor nader onderzoek op voetjes van aluminium bevestigd. Volgens Carlson had het onderzoek ervoor gezorgd dat ze de bewaartas niet in onberispelijke staat had kunnen veilen en was ze daardoor veel geld misgelopen.

De NASA trof uiteindelijk een schikking met Carlson en gaf vijf van de zes aluminium voetjes met daarop het maanstof weer terug. Het zijn die vijf monsters die onlangs bij Bonhams werden geveild.

De maankluis

Afgezien van het juridische steekspel zijn maanexperts het onderling niet eens over het wetenschappelijke belang van de veiling. ‘Het gebruikelijke antwoord luidt dat alle bodemmonsters van de maan belangrijk zijn en je iets nieuws kunnen vertellen,’ zegt Peter James, planetair geofysicus aan de Baylor University in Waco, Texas. Maar de nu geveilde monsters vormen slechts een fractie van de in totaal 374 kilo aan maanmateriaal dat in de loop van zes Apollo-missies tussen 1969 en 1972 naar de aarde is meegebracht. Omdat deze bodemmonsters al eerder door de NASA zijn geanalyseerd en ook identiek zijn aan een de veel grotere hoeveelheid materiaal die nog wél beschikbaar is voor onderzoek, denkt James niet dat de veiling een groot verlies is voor de wetenschap.

Daar staat tegenover dat het inmiddels vijftig jaar geleden is dat er materiaal van de maan naar de aarde is gebracht en dat de analyse van maanstenen en -stof telkens weer nieuwe inzichten in de geschiedenis en geologie van de maan oplevert. Zo wisten natuurwetenschappers dankzij analyses van maanstenen de oorsprong van de maan te achterhalen: in de vroege geschiedenis van het zonnestelsel botste een object ter grootte van Mars op onze planeet, waarbij een enorme hoeveelheid puin in een omloopbaan rond de aarde werd geslingerd. Dat puin koelde uiteindelijk af en klonterde samen tot onze enige natuurlijke satelliet.

Onderzoek naar de Apollo-bodemmonsters heeft ook onthuld dat het gesteente van de maan verrassend veel water bevat. Bij onderzoek in de jaren zestig en vroege jaren zeventig werden de minieme sporen van water in het maangesteente aanvankelijk over het hoofd gezien. Later detecteerden ruimtevaartuigen die in een omloopbaan rond de maan waren gebracht, sporen van water op de maan, een bevinding die werd bevestigd toen de maanstenen van de Apollo-missies opnieuw werden onderzocht, ditmaal met ultragevoelige instrumenten. Het watergehalte in de maanbodem is van groot belang voor astronauten die naar de maan en andere hemellichamen worden gestuurd, want door de aanwezigheid van dat water zouden toekomstige ruimtevaarders minder gewicht vanaf de aarde hoeven mee te nemen.

Wetenschappers doen ook vandaag de dag nog onderzoek naar de maanstenen van de Apollo-missies. Enkele van deze bodemmonsters zijn voor langere tijd opgeslagen, ‘zodat ze bestudeerd kunnen worden met instrumenten die nog niet zijn ontwikkeld, door wetenschappers die nog niet zijn geboren, en antwoord kunnen geven op vragen die nog niet zijn gesteld,’ zei Jamie Elsila Cook , biochemica bij de NASA, in 2019 in gesprek met National Geographic. Eén stel bodemmonsters dat in 1972 van de maan naar de aarde werd gebracht, is pas in maart van dit jaar geopend om inzicht te bieden in de mogelijkheden van de Artemis-missies, het komende NASA-programma voor hervatting van bemande vluchten naar de maan.

Mazrouei benadrukt dat wetenschappers veel moeite moeten doen en uitgebreide onderzoeksvoorstellen moeten indienen om een klein beetje maanstof te mogen analyseren. ‘Als je dan ziet dat er iets van dat spul zomaar wordt geveild (...), is dat wat ontmoedigend,’ zegt zij.

Maar ze ziet wel een sprankje hoop gloren, want de veiling zou kunnen betekenen dat de toegang tot bodemmonsters van de maan in de toekomst breder zal worden. ‘Misschien zullen toekomstige bodemmonsters niet alleen maar aan een kleine elite van wetenschappers ter beschikking worden gesteld,’ zegt zij.

Delfstoffen in de ruimte

Ruimtejuristen bekijken de veiling van het maanstof door een iets andere bril. Nu veel landen zich opmaken voor toekomstige missies naar de maan en andere hemellichamen, is de winning en het gebruik van grondstoffen in de ruimte een mogelijkheid die misschien spoedig werkelijkheid wordt. Dat soort mijnbouwactiviteiten zouden gereguleerd moeten worden door het Ruimteverdrag van 1967, de internationale overeenkomst die aan de basis ligt van het moderne ruimterecht.

Hoewel dit verdrag enige richtlijnen voor toekomstige activiteiten in de ruimte biedt, zoals een verbod op militaire manoeuvres en op het claimen en in bezit nemen van grondgebied op andere hemellichamen, zijn er veel zaken niet in geregeld. De opstellers van het akkoord ‘voorzagen niet dat grondstoffen in de ruimte gebruikt zouden worden,’ zegt Christopher Johnson, adviseur ruimterecht van de Secure World Foundation en adjunct-professor aan de Georgetown University in Washington DC.

In de loop der jaren hebben enkele landen, waaronder de VS en de Verenigde Arabische Emiraten, wetten aangenomen die toestaan dat burgers het recht verwerven op ertsen die op andere hemellichamen dan de aarde zijn gedolven. Volgens hem bevestigt de veiling van vorige week het recht op het gebruiken en verkopen van materiaal uit de ruimte.

Volgens Sundahl van het Cleveland-Marshall College is elke zaak die een breder debat over het delven en verkopen van grondstoffen uit de ruimte aanzwengelt, een positieve ontwikkeling. Als we het over mijnbouw in de ruimte hebben, wachten ons volgens Sundahl de komende jaren nog veel discussies over het vinden van het juiste evenwicht tussen het publieke belang en het privébelang. ‘We staan nog maar aan het begin van dat debat,’ zegt hij.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op nationalgeographic.com

Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Ruimte
Botsing tussen raketonderdeel en maan
Ruimte
De toekomst van de ruimtevaart – van vakantie in de ruimte tot mensen op Mars
Wetenschap
‘Maanbomen’ van Apollo 14 groeien nu overal in VS
Ruimte
Ontdek 60 jaar aan ruimteraketten
Ruimte
De evolutie van het ruimtepak

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2021 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.