Temperaturen van vijftig graden Celsius, een brandende zon en nauwelijks schaduw: de Grote Zoutwoestijn van Iran lijkt een plek waar verkoeling onmogelijk is. Toch vonden bewoners hier duizenden jaren geleden een manier om hun huizen koel te houden. Lang voordat airconditioning werd uitgevonden, maakten bewoners gebruik van een ingenieuze oplossing: windvangers.
De onduidelijke oorsprong van de windvanger
De precieze oorsprong van de windvanger blijft onderwerp van discussie. Zowel Egypte, Iran als de Verenigde Arabische Emiraten beweren de geboorteplaats te zijn van deze invloedrijke uitvinding. Wat wel vaststaat, is dat de geschiedenis van deze toren duizenden jaren teruggaat.
Al in Egyptische schilderingen van 1300 v.C. zijn bouwwerken zichtbaar die doen denken aan windvangers. Sommige archeologen beweren zelfs dat ze in de ruïnes van een 6000 jaar oude Perzische tempel restanten van windtorens herkennen.
Al die tijd zorgden deze stenen torens ervoor dat het binnenshuis dragelijk bleef tijdens extreme hitte. De werking ligt in het slimme ontwerp, dat op natuurlijke wijze zorgt voor ventilatie en verkoeling.
De slimme werking achter windvangers
Windvangers bestaan in allerlei vormen en maten, maar beschikken allemaal over één of meerdere openingen. Wanneer de wind in een regio voornamelijk uit een bepaalde richting komt, is één opening op die windrichting gericht. Is de wind minder voorspelbaar? Dan zijn meerdere openingen gebruikelijk, zodat de toren vanuit verschillende richtingen lucht kan opvangen.
Deze ontwerpen verschillen in effectiviteit, maar het principe blijft hetzelfde: de toren vangt de wind op en bevordert zo de ventilatie en verkoeling van het gebouw.
Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!
Bijzonder is dat de toren gebruikmaakt van drukverschillen die door de wind worden veroorzaakt. Aan de windkant van de toren, de loefzijde, ontstaat een gebied met hogere luchtdruk. Hierdoor stroomt buitenlucht de toren en het gebouw binnen.
Aan de tegenoverliggende zijde, de lijzijde, ontstaat juist een gebied met lagere luchtdruk. Daardoor wordt warme binnenlucht naar buiten afgevoerd. De combinatie van overdruk aan de loefzijde en onderdruk aan de lijzijde zorgt voor een voortdurende luchtstroom door het gebouw. Op warme dagen ontstaat zo een voortdurende toevoer van relatief koele buitenlucht.
Kanalen helpen met extra verkoeling
Sommige windtorens werken in combinatie met een qanat: een waterkanaal dat ondergronds loopt. In dit geval ligt de opening in de toren juist niet aan de kant van de windrichting, maar aan de tegenovergestelde kant. Hierdoor ontstaat in de toren een onderdruk.
Door deze onderdruk wordt lucht vanuit een andere opening in het gebouw naar binnen gezogen, en langs het kanaal geleid. De lucht koelt af terwijl deze langs het waterkanaal stroomt en wordt vervolgens het gebouw ingezogen. Het water uit het qanat zorgt er bovendien voor dat minder stof mee naar binnen komt.
Moderne toepassingen
Vandaag de dag kun je nog altijd veel windvangers vinden in grote delen van Iran. Vooral in Yazd, een van de oudste steden van het land, vormen ze een groot deel van de skyline. Ook in delen van Afrika en Azië worden windvangers nog gebruikt.
Lange tijd werden deze torens gezien als een verouderd hulpmiddel, maar sinds de 21ste eeuw wordt er steeds meer onderzoek gedaan naar toepassingen in warme gebieden. Daar kunnen windtorens een duurzaam alternatief voor airconditioning vormen.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!
Jim is editor voor National Geographic. Hij studeerde sociale geografie, en specialiseerde zich in duurzaamheid en groene steden. Schrijven is zijn passie; hij ziet in elk verhaal – hoe klein ook – een kans om de wereld beter te begrijpen. In zijn vrije tijd bezoekt hij graag concerten en filmhuizen, of gaat hij hardlopen.











