De tombe van deze Egyptische koningin bleef meer dan vierduizend jaar onaangeroerd

Niet lang na de ontdekking van de tombe van farao Toetanchamon werd nog een andere, intacte grafkelder gevonden, ditmaal vlak bij de Grote Piramide van Gizeh. De gouden voorwerpen die erin lagen behoorden toe aan Hetepheres.

Door Irene Cordon
Gepubliceerd 4 apr. 2022 15:06 CEST
Khufu

De Grote Piramide van Cheops torent uit boven drie kleinere piramiden. De tombe van Hetepheres (G7000X) werd ontdekt in de buurt van G1a, de kleine, deels ingestorte piramide.

Foto door Alamy, ACI

Door de sensationele vondst van de met schatten gevulde tombe van farao Toetanchamon in 1922 door Howard Carter, ontstond in Europa en de Verenigde Staten een fascinatie voor alles dat met het oude Egypte te maken had.

Er werd vurig gehoopt op meer opwindende vondsten, niet in het minst door de archeologen die op vindplaatsen in heel Egypte aan het werk waren. Tussen deze groepen van vooral Westerse wetenschappers bestond een hevige wedijver; ze waren allemaal op zoek naar de meest veelbelovende locaties en keken afgunstig naar de voortgang van hun concurrenten.

Vanaf het begin van de twintigste eeuw werd het plateau van Gizeh, waar de drie iconische piramiden van Egypte staan, systematisch afgegraven door een internationale groep van wetenschappers. Een deel van dit uitgestrekte terrein stond onder de hoede van de Amerikaanse archeoloog George Reisner. Op 2 februari 1925 was Mohammedani Ibrahim, de fotograaf die Reisner in dienst had, aan het werk in de buurt van de Grote Piramide, die farao Cheops halverwege het derde millennium v.Chr. liet bouwen. Ibrahim keek naar beneden en zag dat zijn statief op een witte gipslaag stond, die mogelijk de bovenkant vormde van een lagergelegen bouwwerk.

In 1926 maakte een van de archeologen een tekening van de voorwerpen in de graftombe van Hetepheres.

Foto door Alamy, ACI

De baas moest worden ingeseind, maar er was een probleem: Reisner was op dat moment niet in Egypte, maar in Boston, waar hij een aanstelling had als hoogleraar Egyptologie aan de Harvard University. Zijn teamleden begonnen zonder hem met graven. Ze vonden een onregelmatige, nauwe gang die zo'n 25 meter naar beneden liep en die vol lag met puin. Dit was een sterke aanwijzing dat ze een tombe hadden ontdekt. Maar omdat de graven in Gizeh in de loop van duizenden jaren vaak waren geplunderd, was de kans dat ze een intacte grafkelder zouden vinden heel klein.

Lees ook: Zeer zeldzame leeuwenmummies in Egypte ontdekt

Toen Reisner op zaterdag 7 maart zijn college voor de maandag daarop zat voor te bereiden, legde zijn team duizenden kilometers verderop uiteindelijk de volledige gang bloot. Ze waren verbluft door wat ze aantroffen. T. R. D. Greenlees beschreef dit moment in zijn dagboek:

Om 15:30 was te zien dat het gesteente aan de zuidkant ... onder een hoek naar beneden viel, en direct daarna werd de bovenkant van een deur naar een kamer zichtbaar.

Er werd een blok kalksteen losgewrikt en verwijderd om naar binnen te kunnen kijken. Er is een grote ruimte zichtbaar die ten oosten en ten westen van de deur enigszins doorloopt. Op de voorgrond is iets waar te nemen dat op een sarcofaag lijkt, waar verschillende staven of stangen met een vergulde bovenkant op liggen. Er is veel verguldsel zichtbaar op andere voorwerpen op de grond. Het lijdt geen twijfel dat de grafkelder intact is.

Voor degenen die aan het graven waren, was dit hun moment van triomf, maar Reisner stuurde later die week een telegram uit Boston waarin hij opdracht gaf om het werk in Egypte stil te leggen. De tombe werd weer gesloten.

Lees ook: Mummiehandel: van spektakel tot wetenschap

De tombe van Hetepheres in Gizeh in de buurt van Caïro lag vol grafgiften toen deze in januari 1926 voor het eerst door George Reisner werd bekeken. Veel van de voorwerpen waren door water aangetast, maar verschillende items werden later minutieus hersteld.

Foto door Mustapha Abu el-Hamd/Museum of Fine Arts, Boston

Reisner beschreef de grafkelder en de inhoud daarvan als volgt: ‘Zo'n twintig vergulde stijlen en latten van een grote baldakijn lagen deels op de sarcofaag, een ander deel was daarachter gevallen. Aan de westkant van de sarcofaag stonden verschillende gouden platen ingelegd met faience en op de vloer lag een rommelige berg van verguld meubilair.’

Foto door Alamy, ACI

Oud en modern

Onder Egyptologen genoot de in 1867 in Indianapolis geboren George Reisner veel respect. Hij had belangrijk archeologisch onderzoek gedaan in de regio Nubië (tegenwoordig in het zuiden van Egypte en Soedan). De Franse Egyptoloog Gaston Maspero had het plateau van Gizeh in 1902 verdeeld onder de beste archeologen van die tijd, in de hoop zo plunderingen en vernielingen te kunnen voorkomen. Het centrale deel van het enorme gebied werd aan Reisner toebedeeld.

Reisner maakte gebruik van de nieuwste technologie in de 20e eeuw, doordat hij berichten aan zijn team via telegrammen verstuurde. Maar daarnaast was hij ook op een andere manier een voorloper: na de indrukwekkende vondst van de tombe van Toetanchamon door Carter realiseerde hij zich wat de kracht van public relations was. Hij had verschillende redenen voor zijn beslissing om de intacte tombe (die officieel de naam G7000X kreeg) weer te laten sluiten. Een daarvan was dat hij vond dat hij de enige was die competent genoeg was om de volledige opgraving uit te voeren.

Deze gouden valk, die in de tombe van Hetepheres werd aangetroffen, bevindt zich nu in het Egyptische Museum in Caïro.

Foto door Scala, Florence

Maar door de opgraving uit te stellen tot hij weer in Egypte was, kon hij ook controle houden over de beeldvorming. Contacten met de media waren cruciaal voor dat proces. Maar doordat de teamleden van Reisner (die zich lieten betrappen door een Amerikaanse fotograaf) het nieuws lekten, werd in de Londense pers bekendgemaakt dat er een belangrijke vondst was gedaan. Er werd gespeculeerd dat de tombe van de farao Snofroe uit de vierde dynastie was. Reisner liet vanuit Boston echter weten dat hij dacht dat de graftombe van een vrouwelijk lid van het koningshuis was.

Lees ook: Eeuwenoude Egyptische ‘uitvaartcentra’ waren one-stop shops voor het hiernamaals

Door zijn verplichtingen in de VS duurde het tot januari 1926 voordat tombe G7000X opnieuw werd geopend. Toen hij uiteindelijk de kamer met de sarcofaag binnenging, ontdekte Reisner dat de vergulde meubels in de ruimte door water waren aangetast en in zo’n slechte staat verkeerden dat hij vreesde dat ze zouden vergaan. Er werd minutieus gewerkt aan het herstel van de stukjes hout en het inlegwerk.

Naast een baldakijn en een bed werden een leunstoel en een zorgvuldig bewerkte draagstoel aangetroffen. In de draagstoel stond de inscriptie van de persoon in de tombe. Hieruit bleek dat Reisner gelijk had in zijn vermoeden dat het om een vrouw ging: het was Hetepheres, de moeder van Cheops, de tweede farao uit de vierde dynastie die de Grote Piramide liet bouwen. Haar tombe had meer dan vier millennia verborgen in de schaduw gelegen van dat monument

Op de draagstoel van Hetepheres, gemaakt van verguld hout met ingelegde faience, zijn onder meer afbeeldingen van valken zichtbaar die op een zuil van papyrus zitten.

Foto door Alamy, ACI

Verdwenen lichaam

De albasten sarcofaag van Heteperes werd in maart 1927 geopend, maar bleek geen stoffelijke resten te bevatten. Historici zijn er nog steeds niet over uit wat daarmee gebeurd kan zijn. Reisner opperde dat Hetepheres oorspronkelijk in Dahshur was begraven, in de buurt van haar echtgenoot Snofroe. Cheops zou vervolgens de nieuwe begraafplaats in Gizeh hebben opgericht, maar de restanten van zijn moeder zouden hier nooit heen zijn gebracht. Volgens anderen is zij mogelijk begraven in de kleine piramide G1a, aan de voet van de Grote Piramide.

Na de opgraving werd de leunstoel gerestaureerd; deze is nu te bewonderen in het Egyptisch Museum in Caïro. Na het overlijden van Reisner in 1942 ontstond opnieuw belangstelling voor de gevonden fragmenten uit tombe G7000X. Dit leidde tot de enorme klus om de bewerkte draagstoel in al zijn gouden glorie te herstellen. Deze bevindt zich tegenwoordig in het Harvard Museum of the Ancient Near East in Cambridge in de Amerikaanse staat Massachusetts.

Archeologen waren verbluft door het vergulde grafmeubilair dat ze aantroffen bij het openen van de tombe van Hetepheres in januari 1926. De vergulde stoelen, het bed en het demontabele baldakijn waren ernstig beschadigd door het water dat de tombe in was gesijpeld, maar ze waren nog te herstellen. Door een minutieuze restauratie hebben veel van de voorwerpen hun koninklijke uitstraling teruggekregen.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Geschiedenis en Cultuur
Geleerden debatteren nog altijd over Jezus’ laatste dagen
Geschiedenis en Cultuur
Deze oeroude reuzen waken over Sardijnse begraafplaatsen
Geschiedenis en Cultuur
Mummiehandel: van spektakel tot wetenschap
Geschiedenis en Cultuur
Vrouwen in het oude Egypte
Geschiedenis en Cultuur
De knikpiramide is weer open

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2021 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.