Mummiehandel: van spektakel tot wetenschap

Lange tijd werden Egyptische mummies als medicijn gebruikt. In de 18de en 19de eeuw werden ze het onderwerp van morbide nieuwsgierigheid. Daarna kwam wetenschappelijk onderzoek op gang.

Thursday, June 18, 2020,
Door José Miguel Parra
Daniel Fouquet, een Franse arts, onderzoekt in gezelschap van Gaston Maspero en leden van de Frans-Egyptische ...

Daniel Fouquet, een Franse arts, onderzoekt in gezelschap van Gaston Maspero en leden van de Frans-Egyptische gemeenschap de van windsels ontdane mummie van Ta-Oedja-Ra. Deze Amon-priesteres werd gevonden in de geheime bergplaats van Deir el-Bahri (graf TT320). De markies van Reversaux en enkele dames kijken belangstellend toe.

 

Foto van OLIEVERFSCHILDERIJ VAN PAUL DOMINIQUE PHILIPPOTEAUX, 1891.

Dit artikel verscheen in National Geographic Historia editie 3, 2020.

Een team archeologen heeft in de schaduw van 's werelds oudste piramide een waanzinnige ontdekking gedaan: een grafcomplex dat nog helemaal intact is. Kijk mee naar deze bijzondere ontdekking in Kingdom of the Mummies, vanaf maandag 22 juni om 21:00 op National Geographic.

De mummies van Egypte hebben ons altijd gefascineerd. Denk bijvoorbeeld aan de mummie van Toetanchamon, wiens grote tanden zichtbaar werden toen hij van zijn beschermende waardigheid van windsels, sarcofagen en kisten was ontdaan, of het duizelingwekkende aantal (miljoenen) gebalsemde dieren dat in de Grieks­-Romeinse tijd werd begraven in catacomben. We ervaren een eigenaardig morbide genoegen als we oog in oog te staan met iemand die meer dan drieduizend jaar geleden is gestorven en die zijn stempel op de geschiedenis heeft gedrukt, of wanneer we een zorgvuldig ingezwachtelde kattenmummie aanschouwen. Hoeveel muizen zou hij hebben gevangen voor hij werd geofferd aan de godin Bastet, waarvan dit dier de belichaming was?

Doordat er zo véél van waren, en door hun paradoxale aantrekkingskracht, werden de mummies een populair souvenir dat 19de­-eeuwse reizigers en toeristen graag mee naar huis brachten uit Egypte. Pas later ontdekten onderzoekers wat voor schat aan informatie te verkrijgen valt uit wetenschappelijk onderzoek naar mummies. Maar voordat mummies als souvenir in trek kwamen bij verzamelaars, waren ze eeuwenlang onmisbaar als medicijn in elke zichzelf respec­terende apotheek binnen Europa. Deze in onze ogen op zijn minst opmerkelijke praktijk was begonnen toen de Griekse artsen Pedanius Dioscorides en Claudius Galenus in hun trakta­ten een soort wondermiddel aanbevalen dat een eindeloze reeks kwalen van verschillende aard kon genezen. Van abcessen tot uitslag, botbreu­ken, epilepsie en duizelingen, tegen dat alles hielp mumya, zoals de Perzen pek of teer noem­den.

Mummies als topstukken in musea

Elk respectabel archeologisch museum in Europa moest in de 19de eeuw een collectie mummies hebben. In 1826 kocht het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden deze mummie van Anchhor, een Thebaanse priester die leefde van ca. 650 tot 625 v.C. In 2015 werd de mummie in het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam onderzocht met een 3D-scanner. Museumbezoekers kunnen Anchhor nu op een touchscreen zelf digitaal uitpakken en ontleden zonder dat de mummie beschadigd raakt.

Foto van RIJKSMUSEUM VAN OUDHEDEN, LEIDEN.

Door de grote vraag raakten de natuurlijke bronnen van mumya in de loop der eeuwen uitgeput, en omdat de nijvere oosterse kooplieden de zo winstgevende handel (er werden aanzien­lijke prijzen voor betaald) niet graag lieten lopen, gingen ze naarstig op zoek naar andere manieren om aan deze grondstof te komen. En die vonden ze in de gebalsemde lichamen die drieduizend jaar lang aan de oevers van de Nijl werden begraven. Bij het uitdrogen hadden de harsen, oliën en aromatische producten waar­mee de lijken tijdens de mummificatie werden ingesmeerd, of waarin ze zelfs werden onder­gedompeld, niet alleen dezelfde consisten­tie en kleur gekregen als de originele mumya, maar daarbij ook een veel aangenamere geur. En zo gebeurde het dat de gebal­semde lichamen die door de oude Egyptenaren sah wer­den genoemd, ten slotte de naam kregen van een exo­tisch medicijn uit Perzië. 

Een betwist medicijn 

Het was niet altijd eenvoudig om aan een mum­mie te komen, en daarom begonnen de gewiektste handelaren in het Midden-­Oosten hun eigen ‘mummies’ te fabriceren. De lagere kwaliteit die hiervan het gevolg was, werd opge­merkt door de apothekers in het Westen, die onderscheid gingen maken tussen ‘mumia pri­ maria’, ‘mumia vera’ of ‘secondaria’ en ‘mumia falsa’. Het probleem was, zoals de Franse hofarts Guy de la Fontaine in 1564 aankaartte na zijn reis naar Alexandrië om het product te bemach­tigen, dat de mummies vaak niets anders waren dan recente lijken die behandeld waren om voor mummies uit de Oudheid door te gaan.

De piramiden van Giza

De grafmonumenten die op het Gizaplateau werden opgericht voor Choefoe, Chafra
en Menkaoera, farao’s van de 4de Dynastie, zijn hét symbool voor Egypte geworden. De mummies van de betreffende vorsten werden er echter nooit gevonden.

Foto van SYLVAIN GRANDADAM/AGE FOTOSTOCK

Er zijn diverse getuigenverslagen die zijn stel­ling bevestigen. De Spaanse dominicaan Luis Urreta geeft een uitgebreide beschrijving van het vervalsingsproces in zijn Historia de los reinos de la Ethiopia (1610). Dat bestond erin een gevan­gen ‘moor’ ettelijke malen te laten laxeren, om hem vervolgens in zijn slaap te onthoofden. Daarna werd hij aan zijn voeten opgehangen om hem te laten leegbloeden terwijl hij met een mes werd bewerkt. Wanneer het lijk was leeggebloed, werden de wonden en lichaamsopeningen gevuld met een mengsel van specerijen, waarna het lichaam in hooi verpakt werd begraven. Na vijftien dagen werd het opgegraven en een dag in de zon gelegd. Zo veranderde het vlees in een betere balsem dan die van de oude mummies, zo schrijft de geestelijke, want het was schoner en had een betere werking. 

De Franse chirurgijn Ambroise Paré ontdekte eerder al dat hetzelfde ook in Frankrijk gebeurde. In 1582 schreef hij dat de schaarste aan mum­mies ‘enkele van onze Franse apothekers ertoe heeft bewogen om ’s nachts de lijken van gevan­genen te stelen en ze te balsemen met zout en geneesmiddelen. Dan worden ze in een oven gedroogd en zo worden ze verkocht’.

De gouden mummies van Bahariya 

In deze oase op vierhonderd kilometer van Caïro werd in 1996 een begraafplaats ontdekt met de grootste verzameling intacte mummies uit het oude Egypte, vrijwel allemaal daterend uit de Grieks-Romeinse periode. De plek werd aangeduid als de Vallei van de Gouden Mummies, omdat de meeste mummies weelderig waren versierd met vergulde kartonnages en maskers. Op deze foto is een van de 43 mummies afgebeeld die werden gevonden in graf 54, waar de belangwekkendste exemplaren waren begraven.

 

Foto van KENNETH GARRETT/GETTY IMAGE

Toch was niet iedereen overtuigd van de heil­zaamheid van de mummie als medicijn. Paré schrijft in zijn Discours de la momie dat ‘het effect van dit kwalijk medicijn niet alleen de genezing van de patiënt die het inneemt geens­zins bevordert, zoals ik reeds talloze malen zelf heb geconstateerd, maar ook hevige buikpijn, een stinkende adem en braken veroorzaakt, waardoor het bloed verandert en zelfs uit de ade­ren stroomt waar het zich in bevindt.’ De kritische stemmen die opgingen tegen het zoge­naamde medicijn voegden zich uiteindelijk bij de beginnende nieuwsgierigheid naar de mum­ mie als curieus object. 

Mummies brengen ongeluk 

Het is moeilijk te achterhalen wanneer mum­ mies populair werden als souvenir. Er is vast weleens een enkele Griek of Romein geweest die een mummie van een valk of een ander dier mee naar huis nam. Maar tot de 19de eeuw was de belangstelling voor mummies als souvenir gering, waarschijnlijk vanwege het ongeluk dat ze zouden brengen. 

Om controle te houden over de handel, namen de Ottomaanse autoriteiten wetten aan die de export van de mummies verboden, maar er was altijd wel een slimmerik die toch een poging waagde. In de 16de eeuw vertelt de Franse filo­soof Jean Bodin over een zekere Octavio Fagnola, een tot de islam bekeerde christen die een groot aantal Egyptische tomben leegroofde. 

Als eerste uitgepakt

Benoît de Maillet was van 1692 tot 1708 Frans consul-generaal in Egypte. In september 1698 pakte hij in Caïro als eerste een mummie uit, in aanwezigheid van een groep Franse reizigers. Hij maakte geen aantekeningen van zijn bevindingen, maar beschreef wel enkele van de amuletten die tussen de zwachtels werden gevonden. Deze tekening van de mummie is te zien in het boek Descriptión de l’Égypte, dat in 1735 door Le Mascrier werd uitgegeven.

Foto van BNF

Hij vond een lijk zonder ingewanden, gewik­keld in een ossenhuid en met een hartscarabee – een amulet die het hart van de overledene moest beschermen. Zonder al te veel problemen bracht hij de mummie aan boord van een schip naar Italië, maar halverwege de zeereis zag de kapitein zich door stormwind genoodzaakt een deel van de lading overboord te zetten. Doods­ bang om schipbreuk te lijden, maakte Fagnola gebruik van de nachtelijke duisternis om zich van het corpus delicti te ontdoen. Want, zoals de Italiaan stelde, iedereen weet dat ‘de lijken van Egyptenaren stormen teweegbrengen’. 

Was dit wellicht een gerucht dat in de wereld was geroepen door de Egyptenaren zelf om de smokkel van mummies te ontmoedigen? Het zou kunnen, maar het is waarschijnlijker dat het bijgeloof dat mummies ongeluk brachten zijn oorsprong vindt in een historische gebeurtenis die een aantal jaren vóór het avontuur van Fagnola plaatsvond. 

Aan het einde van de 16de eeuw betwistten christenen en het Ottomaanse Rijk de heerschappij over de Middellandse Zee. De spanning steeg tot de Heilige Liga en de Turkse vloot elkaar in 1571 troffen in de Slag bij Lepanto. De christenen behaalden een legendarische overwinning. In de levendige havens van de Middellandse Zee deed algauw het verhaal de ronde dat de Turken een mummie aan boord van een van hun schepen hadden gehad. Die had hen geluk moeten brengen, maar het tegendeel gebeurde. Het is niet zo vreemd dat christenen vanaf dat moment geloofden dat een mummie zorgde voor tegenslag. Vanaf dit voorval doken overal verhalen op die dat bevestigden. 

Het eerste mummie-onderzoek 

De eerst bekende ‘analyse’ van een mummie vond plaats in 1698 toen Benoît de Maillet, de Franse consul in Caïro, er een uitpakte en notities maakte van enkele objecten die hij daarbij aantrof. Maar de eerste echt serieuze studie werd uitgevoerd door een Duitse apotheker, Christian Hertzog, die in 1718 een mummie afwikkelde en zijn nauwkeurige notities publiceerde. Zijn voorbeeld werd in 1792 gevolgd door zijn landgenoot Johann Friedrich Blumenbach. 

Een archeoloog fotografeert een mummie in een museum. Ingekleurde gravure, 19de eeuw.

Foto van PRISMA/ALBUM

Pas in de loop van de 19de eeuw werd de belangstelling voor mummies algemener. In 1825 publiceerde de arts Augustus Bozzi Granville de resultaten van zijn mummieonderzoek, en in 1828 analyseerde ook historicus William Osburn een mummie. Beiden waren geïnspireerd door de avontuurlijke opgraver Giovanni Battista Belzoni. Die had in 1821 in het bijzijn van een groep artsen een mummie uitgepakt, als toegift bij zijn tentoonstelling van de reliëfs van het graf van Seti I, dat hij in 1817 had ontdekt. Hij werd daarbij geassisteerd door zijn vriend, de chirurgijn Thomas Pettigrew, die niet veel later het uitpakken van mummies tot een publiekstrekker zou maken. 

Pettigrew, die algauw de bijnaam ‘Mummie’ Pettigrew had, oefende eerst in beslotenheid op een mummie die hij op een veiling had gekocht. Toen hij er meer van wist dan wie dan ook – waarbij ongetwijfeld zijn kennis van de anatomie een rol zal hebben gespeeld – besloot hij een serie lezingen over het onderwerp te geven. Het klapstuk daarvan werd gevormd door het uit­ pakken van een mummie, die op dat moment niet moeilijk te krijgen waren. In totaal gaf hij twaalf lezingen aan de verbijsterde Londenaren die vol afgrijzen én verrukking vanuit de zaal het ingedroogde gezicht van een duizend jaar oude Egyptenaar tevoor­schijn zagen komen. Gelukkig maakte Pettigrew, weten­schapper die hij per slot van rekening was, gedetailleerde aantekeningen van de uitpaksessies.

Mummies in het museum

De grote Europese musea begonnen in de 18de en 19de eeuw belangrijke verzamelingen Egyptische kunst aan te leggen. Het oudste, gespecialiseerde egyptologisch museum is het Museo Egizio in Turijn; het werd geopend in 1824. Op dit olieverfschilderij is een van de zalen te zien zoals die er in 1881 uitzag, met in de vitrines verscheidene mummies.

Foto van DEA/SCALA, FLORENCE

Uit deze rijke bron putte hij voor de eerste wetenschappelijke ver­handeling over het onderwerp, die een jaar na zijn lezingen verscheen: A History of Egyptian Mummies and an account of the worship and enbalming of the sacred animals by the Egyptians; with remarks on the funeral ceremonies of different nations, and observations on the mummies of the Canary Islands, of the ancient Peruvians, Burman priests, etc. Pettigrew wilde de basis leggen voor een wetenschappelijke dis­cipline die zich met mummies bezighield. En zijn voorbeeld vond navolging: nog datzelfde jaar pakte John Davidson twee mummies uit bij de Royal Institution, waarna hij een uitgebreid artikel publiceerde, iets wat inmiddels vanzelf­ sprekend was geworden. 

De lange weg naar de wetenschap 

Het hek was van de dam, en in navolging van Pettigrews succes werd het uitpakken van mum­mies het hoogtepunt van talloze feestjes binnen de Londense society. Er werden zelfs uitnodigin­gen gedrukt voor deze voorstellingen, zoals op 10 juni 1850 op Piccadilly 144 om halfdrie, in het huis van Lord Londesborough. ‘Artiest’ was Samuel Birch, de conservator van het British Museum. Birch trad in de voetsporen van Pettigrew en bestudeerde in de daaropvolgende jaren talloze mummies, waaronder de exempla­ren die de Prins van Wales in 1868 meebracht van een reis naar Egypte. In zijn publicaties besteedde Birch meer aandacht aan de sarco­fagen en inscripties dan aan de lichamen. 

In 1880 werd in Deir el­Bahri een eerste geheime bergplaats met koninklijke mummies uit het Nieuwe Rijk gevonden (voorheen DB320, nu TT320), in 1898 gevolgd door het graf van Amenhotep II (DK35) in de Vallei der Konin­gen, waarin ook meerdere koninklijke mummies waren verborgen. Volgens de maatstaven van die tijd was de manier waarop met de mummies van farao’s als Thoetmosis III of Ramses II werd omgegaan, vast en zeker respectvol te noemen, maar eigenlijk deden de egyptologen niet veel meer dan ze uitpakken, op zoek naar objecten tussen de windels. 

Een mummie wordt in aanwezigheid van een kleine groep mensen uitgepakt in het Bulaq Museum (voorloper van het Egyptisch Museum) in Caïro. Gravure, 1886.

Foto van BRIDGEMAN/ACI

Gelukkig werden de koninklijke mummies begin 20de eeuw bestudeerd en gefotografeerd door Grafton Elliot Smith, die anatoom was bij de Cairo School of Medicine. Jaren later publiceerde hij een boek dat nog altijd als belangrijk naslagwerk geldt: Catalogue of the Royal Mummies in the Museum of Cairo (1912). Na het uitvoeren van botonderzoek realiseerde hij zich dat het zeer waarschijnlijk was dat de etiketten en de namen die op de windselen waren geschreven bij verschillende mummies, niet klopten. Kennelijk hadden de priesters van de 21ste Dynastie die de koninklijke mummies hadden verborgen, niet zo goed opgelet. 

Het wetenschappelijk onderzoek naar mum­ mies nam een grote vlucht. Merkte Mark Twain in 1903 nog grappend op dat mummies perfect geschikt waren om de ketels van de Egyptische treinlocomotieven mee op te stoken, in 1908 organiseerde Margaret Murray in Manchester een multidisciplinair wetenschappelijk onder­zoek naar twee groepen mummies. 

Eindelijk begon door te dringen dat mummies een belangrijke informatiebron waren voor de geschiedenis. Maar dat besef kwam langzaam: nog in 1900 eindigde een gemummificeerde arm uit het graf van farao Djer na het fotograferen bij het vuilnis. 

Lees verder

1:08

Begraafplaats van eeuwenoude beschaving uit de Indusvallei opgegraven in India

Archeologen hebben skeletten en aardewerk opgegraven uit een eeuwenoude begraafplaats in de buurt van haryana in India. De begraafplaats werd vermoedelijk gebruikt door mensen van de Indusbeschaving, die uit de bronstijd stamt en ooit een gebied bestreek dat groter is dan het oude Egypte.

Vrouwen in het oude Egypte

In de loop van de geschiedenis van het oude Egypte heeft de status van de vrouw aanzienlijke veranderingen doorgemaakt, maar bijna altijd had ze vrijheden en rechten waarvan Griekse en Romeinse vrouwen alleen maar konden dromen. 

Zeer zeldzame leeuwenmummies in Egypte ontdekt

Tot dusver hadden egyptologen nog maar één leeuwenmummie aangetroffen. Waren dit soort mummies sowieso erg zeldzaam of hebben we ze gewoon nog niet gevonden?
Lees meer