Dieren

Pterosauriërs: Reuzen van de lucht

Pterosauriërs staan bekend als de grootste en gevaarlijkste vliegende dieren uit de prehistorie. Op grond van nieuwe vondsten moet dit beeld worden bijgesteld. maandag 30 oktober 2017

Door Richard Conniff
Foto's Van Robert Clark
Quetzalcoatlus, een van de grootste vliegende dieren die ooit op aarde hebben geleefd, was bijna even lang als een giraf en had de vleugelspanwijdte van een straaljager. Dit model gaat naar een cultureel centrum in Koeweit.
Quetzalcoatlus, een van de grootste vliegende dieren die ooit op aarde hebben geleefd, was bijna even lang als een giraf en had de vleugelspanwijdte van een straaljager. Dit model gaat naar een cultureel centrum in Koeweit.

Bij de meeste mensen doet het woord ‘pterosauriër’ niet meteen een belletje rinkelen. Dat verandert pas als je er pterodactylus bij zegt, de naam die in de achttiende eeuw werd gegeven aan de eerste pterosauriër die is ontdekt. Hoewel er sindsdien ruim tweehonderd soorten pterosauriërs bij gekomen zijn, is bij velen het beeld blijven hangen van gevleugelde draken die in het Mesozoïcum 162 miljoen jaar lang heer en meester waren in de lucht. We denken aan een vraatzuchtig, wat onhandig vliegend reptiel met een puntige kop en leerachtige vleugels. Dankzij de vondst van een groot aantal fossielen weten we nu dat pterosauriërs in uiterlijk en gedrag sterk van elkaar verschilden.

Sommige paleontologen menen dat er honderden soorten naast elkaar hebben geleefd die elk hun eigen habitat hadden, net als de vogels nu. Er waren monsters bij, zoals Quetzalcoatlus northropi, een van de grootste vliegende dieren ooit. Hij had een vleugelspanwijdte van ruim tien meter, was bijna even groot als een giraf en voedde zich vermoedelijk met jonge dinosauriërs. Er leefden ook wendbare, insectenetende pterosauriërs ten grootte van een mus. Daarnaast waren er enorme soorten die als een albatros dagenlang boven zee zweefden en weer andere die, meer als een flamingo, staand in ondiepe poelen voedsel uit het water filterden.
 

De botten van Caiuajara dobruskii worden in een museum in Brazilië aan onderzoek onderworpen. Het aantal fossiele vondsten is sterk gestegen, wat lang bestaande opvattingen op hun kop heeft gezet.
De botten van Caiuajara dobruskii worden in een museum in Brazilië aan onderzoek onderworpen. Het aantal fossiele vondsten is sterk gestegen, wat lang bestaande opvattingen op hun kop heeft gezet.

Wetenschappelijk gezien lopen de opvattingen over pterosauriërs sterk uiteen. Zelfs over basale zaken als uiterlijk en gedrag bestaat nauwelijks overeenstemming, mede omdat onderzoekers hypothesen moeten opstellen op basis van slechts een handjevol, vaak incomplete exemplaren. Ook de anatomie van de pterosauriër helpt niet echt; die is ronduit vreemd, de dieren lijken ogenschijnlijk niet goed toegerust voor lopen of vliegen.

Sommige wetenschappers dachten dat pterosauriërs met hun buik over de grond sleepten, andere beeldden ze af als zombies: staand op hun achterpoten met hun langgerekte voorledematen recht vooruit en met de vleugels gevouwen op de rug. En als de pterosauriërs dan op vier poten liepen, met de vleugels ingeklapt langs de flanken, dan strompelden ze onhandig voort als iemand die voor het eerst in zijn leven met krukken loop. Sommige onderzoekers dachten dat pterosauriërs aan een rotswand waren gaan hangen en zich vanuit die positie in een vrije val stortten.

Wetenschappers denken dat pterosauriërs de vorm van hun vleugels op subtiele wijze aan de omstandigheden konden aanpassen, bijvoorbeeld door de vleugelspieren aan te spannen of door de enkels naar binnen of naar buiten te draaien. Vermoedelijk bereikten ze bij lagere snelheden een groter stijgend vermogen doordat ze in staat waren om de hoek van het polsgewricht aan te passen, een techniek die enigszins doet denken aan de kleppen op de vleugels van een vliegtuig.

Deze tekst bevat enkele fragmenten uit de oorspronkelijke reportage. Het volledige verhaal kunt u lezen in het novembernummer.

Lees meer