Kun je angst ruiken? Een maki wel!

Als een ringstaartmaki gewond raakt, neemt zijn sterke persoonlijke geur plotseling af – een teken voor andere maki’s om sekspartners of territorium van het gewonde dier af te pakken.

Gepubliceerd 20 jul. 2018 15:00 CEST, Geüpdatet 5 nov. 2020 07:04 CET
Als een mannelijke ringstaartmaki, zoals op de foto, een verwonding oploopt, loopt hij gevaar zijn sociale ...
Als een mannelijke ringstaartmaki, zoals op de foto, een verwonding oploopt, loopt hij gevaar zijn sociale status kwijt te raken.
Foto van Cyril Ruoso, Minden Pictures/ National Geographic Creative

Een maki kun je niet gemakkelijk om de tuin leiden.

Mensen kunnen hun ‘game face’ opzetten om zich stoerder voor te doen dan ze zijn, maar ringstaartmaki’s gebruiken geur om tegenstrevers de maat te nemen. Dat betekent dat deze primaten uit Madagaskar elkaar niet voor de gek kunnen houden door zich sterker voor te doen – ze moeten ook sterk ruiken.

Hoe slagen ze erin om de zwakte van potentiële rivalen letterlijk te ruiken?

De geur van zwakte

Zowel de mannetjes als vrouwtjes van de ringstaartmaki – een dier ter grootte van een kleine kat – hebben geurklieren rond hun geslachtsdelen, terwijl ze bij mannetjes ook op de polsen en schouders aanwezig zijn. Al deze klieren produceren verschillende geuren en dat persoonlijke parfum zegt veel over de gezondheid van een maki.

Na een onderzoek van tien jaar in het Lemur Center van de Duke University is gebleken dat ringstaartmaki’s die gewond raken tijdelijk een veel minder sterke lichaamsgeur afscheiden, aangezien het produceren ervan zoveel energie kost. Het verlies aan geur kan door andere maki’s worden opgepikt en uitgebuit, zo bleek uit het onderzoek dat vorige maand in het tijdschrift Scientific Reportsverscheen.

Maki’s leven in sociale groepen (‘troepen’) die onder leiding staan van een dominant vrouwtje, maar “zowel mannetjes als vrouwtjes gebruiken agressie en geur om hun sociale status kenbaar te maken en in stand te houden,” zegt Rachel Harris, de hoofdauteur van de studie. Als gedragsecologe en chemisch ecologe deed Harris ten tijde van het onderzoek haar postdoctoraal onderzoek in het Lemur Center van de Duke University.

Maki’s zijn stoere beestjes. “De vrouwtjes zijn dominant en agressief,” zegt Christine Drea, evolutionair antropologe aan de Duke University. Mannetjes vechten onder elkaar, vrouwtjes strijden onderling om de controle over de troep en vrouwtjes vechten met mannetjes “omdat ze dat kunnen. Het zijn geen prettige dames,” zegt Drea.

Zowel in het wild als in gevangenschap lopen deze vechtersbazen geregeld verwondingen op bij confrontaties en door ongelukken.

Bij het recente onderzoek in het centrum werd gekeken naar de genitale afscheidingen van 23 maki’s die gewond waren geraakt, vooral bij gevechten. Vervolgens vergeleken de onderzoekers de geuren vóór, tijdens en na een verwonding.

Wanneer maki’s eenmaal gewond raken, “wordt hun hele geursignaal onderdrukt of verdwijnt het zelfs,” zegt Drea.

Gewonde maki’s verloren tot wel tien procent van hun geurkracht, waarbij de geur als geheel werd onderdrukt. Daarnaast stopten gewonde maki’s ook met het produceren van enkele van de in totaal honderden bestanddelen waaruit hun geur was samengesteld.

In de wereld van de maki’s is lichaamsgeur, of beter het gebrek eraan, een grote handicap in het sociale leven.

Prijzig parfum

De sociale status onder de maki’s wordt door de kwaliteit en kwantiteit van de geur bepaald, legt Drea uit. Om de concurrentie vóór te blijven markeert een maki bomen en takken met zijn eigen geur en probeert hij daarbij ook geuren die door andere maki’s zijn achtergelaten door zijn eigen geur ‘over te schrijven’.

Mannetjes die op een bepaalde plek een zwak geursignaal van een gewonde maki opvingen, gingen er vaker toe over om die plek van hun eigen geursignaal te voorzien dan wanneer de geur afkomstig was van een gezond mannetje. Dat duidt erop dat mannetjes met een minder sterke geur worden beschouwd als zwakkere concurrenten. De gewonde maki heeft waarschijnlijk ook minder energie om erop uit te gaan en zijn geursignaal opnieuw te bevestigen.

Zowel in het wild als in gevangenschap kan een minder sterke geur bij mannetjes “ernstige consequenties hebben voor de sociale status van het dier binnen de troep,” zegt Harris. “Gewonde dieren kunnen hun hoge positie in de pikorde verliezen of de toegang tot potentiële sekspartners kwijtraken.”

Uit de resultaten komt naar voren dat hetzelfde gebeurt bij de vrouwtjes, hoewel de onderzoekers nog niet genoeg gegevens hebben verzameld om daar zeker van te zijn. Maar de vrouwtjes investeren zeker niet minder in het onderhouden van hun geursignaal dan de mannetjes.

“Het geursignaal van een vrouwtje kan wel driehonderd verschillende bestanddelen bevatten, vergeleken met zo’n tweehonderd bestanddelen in dat van een mannetje,” zegt Harris. Vrouwtjes onderzoeken geursignalen zeer nauwkeurig, zegt hij. Waarschijnlijk om rivalen – “vooral andere vrouwtjes” – in te kunnen schatten.

Uit het onderzoek bleek ook dat deze unieke geuren veel energie kosten om aan te maken. Gewonde dieren moeten hun geursignaal tijdens het genezingsproces dan ook meteen afzwakken.

“Alleen een sterk en robuust dier kan die prijs betalen,” zegt Drea.

Heb jij een vraag over de vreemde en woeste dierenwereld? Stuur mij een tweetof bezoek me op Facebook.

Lees meer