De Noordzee is met 57.000 km2 het grootste natuurgebied van Nederland. Voor sommige dieren een vertrouwde habitat, maar voor de meeste een strijd om te overleven. In 2016 werden op verschillende stranden aan de zuidelijke Noordzee dertig potvissen (Physeter macrocephalus) gevonden. Deze walvissensoort strandde in vijf landen, in een periode van zes weken, waarvan er zes op Texel stierven.

Internationale teams van wetenschappers en experts uit Europa, waaronder de faculteit Diergeneeskunde (Universiteit Utrecht), het Institut für Terrestrische und Aquatische Wildtierforschung (de universiteit van Hannover, Diergeneeskunde) en het Cetacean Strandings Investigation Programme (wetenschappelijk genootschap 'Zoological Society of London'), sloegen de handen ineen om deze bijzondere samenloop van omstandigheden te onderzoeken. Mariene bioloog Lonneke IJsseldijk, van de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht, is de hoofdauteur van het wetenschappelijk artikel dat op dinsdag 7 augustus 2018 gepubliceerd werd in PLOS ONE (Public Library of Science one).

Het aantal aangespoelde exemplaren tussen 8 januari en 25 februari 2016 wordt gezien als de grootste massastranding ooit van potvissen in de Noordzee: Duitsland (16), Engeland (6), Nederland (6), Denemarken (1) en Frankrijk (1). “Er spoelen vaker walvissen aan in de regio Noordzee maar niet eerder was de omvang zo groot. Een individuele stranding kun je nog afdoen als toeval, maar bij zoveel dieren, verspreid over meerdere plekken, wil je toch een wetenschappelijke verklaring vinden”, aldus IJsseldijk.

Een gestrande potvis in de stad Hunstanton Engeland
Een gestrande potvis in de stad Hunstanton, Engeland
CSIP-ZSL

IJsseldijk heeft regelmatig kleine walvissen op de snijtafel in Utrecht om de dood van deze zoogdieren te onderzoeken. Sommige dieren worden bij de stranding verzwakt aangetroffen en andere zijn al overleden. IJsseldijk zegt: “De massastranding van de potvissen in 2016 leende zich uitstekend voor een breed opgezet onderzoek om te achterhalen hoe deze dieren in de Noordzee terecht zijn gekomen en onder welke omstandigheden zij aan hun einde kwamen.”

Voor het internationale onderzoek werden er zevenentwintig van de dertig potvissen onderzocht. IJsseldijk zegt: “We hebben gekeken naar de gezondheids- en de voedingstoestand van elk dier. Er werden verschillende infecties gevonden, waaronder parasieten en een nieuw herpesvirus, maar al met al was niks ernstig genoeg om deze massastranding te verklaren. Het kunnen uitsluiten van ziekten als de primaire oorzaak maakt andere oorzaken waarschijnlijker. Dus, we moesten verder denken.”