Dieren

Deze beren kunnen elkaars gezichtsuitdrukking na-apen

De kleinste beren ter wereld hebben een sociale vaardigheid die tot nu toe alleen bij apen en honden was aangetroffen – en misschien zijn er nog meer soorten die deze vaardigheid bezitten. maandag, 25 maart 2019

Door Jake Buehler

In de sociale omgang kan ons gelaat als een spiegel functioneren, waarmee we met behulp van subtiele gezichtsuitdrukkingen reageren op onze gesprekpartner. Of het nu om bevestiging of sympathie of enig ander oogmerk gaat, gezichtsuitdrukkingen vormen een zeer belangrijk onderdeel van de zo complexe menselijke sociale omgangsvormen. Wij zijn niet de enige dieren die ons gelaat bij het communiceren gebruiken, maar de finesse en precisie die we daarbij aan de dag leggen, is tot nu toe alleen aangetroffen bij gorilla’s, nauwe verwanten van de mens. Maar nu hebben onderzoekers deze sociale toverkracht ook bij een diersoort gevonden die heel anders is dan deze hypersociale grote apen: de honingbeer.

De honingbeer (Helarctos malayanus) is ’s werelds kleinste berensoort. Deze dieren worden niet veel groter dan een flinke hond en leven in de regenwouden van Zuidoost-Azië. Anders dan primaten, waarvan er vele gebruik maken van geavanceerde gezichtsuitdrukkingen, leven honingberen niet in grote, hiërarchische groepen waarin het aannemelijk is dat complexe gezichtsuitdrukkingen een belangrijk rol in de onderlinge communicatie spelen. Het zijn weliswaar geen asociale dieren, maar honingberen gaan het liefst hun eigen weg, zegt Marina Davila-Ross, expert in de vergelijkende psychologie aan de University of Portsmouth en hoofdauteur van de nieuwe studie, die deze week verscheen in het tijdschrift Scientific Reports.

“Als wilde dieren leven ze min of meer op zichzelf,” zegt Davila-Ross. “De mannetjes zijn tamelijk territoriaal en de vrouwtjes zijn met hun welpen onderweg, dus je zou het bijna een solitaire soort kunnen noemen.”

Die solitaire aard maakt de ontdekking van het vermogen tot gezichtsuitdrukkingen bij honingberen zo verrassend. Uit de resultaten van de studie blijkt nu dat geavanceerde sociale vaardigheden, zoals het kunnen nabootsen van gezichtsuitdrukkingen, niet beperkt zijn tot soorten die in sociale groepen leven. Als zelfs dieren die zich in de loop van hun evolutie hebben ontwikkeld tot overwegend solitaire wezens, toch deze sociale vaardigheid vertonen, dan is het vermogen tot het ‘trekken van gezichten’ misschien helemaal geen sociaal kenmerk. En misschien komen complexe sociale relaties veel vaker bij zoogdieren voor dan we dachten.

Na-apers in het bos

Davila-Ross was bezig met het bestuderen van orang-oetans in een opvangcentrum voor wilde dieren in Sabah, op het Maleisische deel van het eiland Borneo, toen ze gefascineerd raakte door de beren in het naburige Bornean Sun Bear Conservation Centre, eveneens een opvang- en rehabilitatiecentrum. Toen ze de honingberen met elkaar zag stoeien, merkte ze iets vreemds aan hun sociale gedrag: ze leken elkaars gezichtsuitdrukkingen na te apen. Wetend dat er nog maar weinig bekend was over het gedrag van de honingbeer, besloten Davila-Ross en haar collega’s nader onderzoek te doen.

Zij en haar team observeerden 22 honingberen in hun beboste verblijven, waarbij ze ruim 370 speelmomenten op video vastlegden. Vervolgens begonnen ze het beeldmateriaal te analyseren, waarbij ze verschillen in de gelaatsuitdrukkingen van de beren en de momenten waarop ze die gebruikten, zorgvuldig bijhielden.

Vaak openden de beren hun bek tegenover hun spelpartner, en wel op twee verschillende manieren: hetzij met ontblote tanden, hetzij met niet-ontblote tanden. De onderzoekers merkten dat de beren hoofdzakelijk een van beide gezichtsuitdrukkingen gebruikten als ze zagen dat hun speelkameraadje naar hen keek. Dat dieren van gelaatsuitdrukking veranderen als ze door een ander dier worden aangekeken, was tot nu toe alleen geobserveerd bij primaten en honden. Zoals bekend zijn honden gedomesticeerd door de mens en delen ze hun leven met ons.

Wanneer ze het signaal van een open bek ontvingen, de meeste beren de expressie meteen na, vaak binnen een seconde. Ook deze ‘snelle gezichtsnabootsing’ was tot nu toe alleen bij primaten en honden waargenomen.

Interessant is vooral dat de na-apers de gezichtsuitdrukking van hun speelpartner exact nabootsten en niet zomaar een ‘gebaar-met-open-bek’ maakten. Aangenomen werd dat dit soort precieze nabootsing alleen bij mensen en gorilla’s voorkwam. Dat beren dit ook kunnen, was volstrekt nieuw.

Vergeleken met honingberen zijn apen en honden supersociale dieren, dus werd niet verwacht dat beren de communicatieve vaardigheid van het maken van gezichtsuitdrukkingen bezaten. In termen van evolutie zijn beren niet nauw verwant aan honden, en nog minder aan apen, dus is er geen sprake van restgedrag uit een verre verwantschap. De vondst roept de mogelijkheid op dat honingberen – en andere solitaire soorten – op complexere manieren met elkaar omgaan dan tot nu toe werd gedacht.

Het belang van omgeving

Davila-Ross denkt niet dat zij en haar collega’s toevallig op één uitzonderlijke niet-primaat zijn gestuit die ‘gezichten kan trekken’. Zij meent dat de resultaten van het nieuwe onderzoek aantonen dat we opnieuw moeten nadenken over wat zoogdieren eigenlijk kunnen.

“Het lijkt waarschijnlijk dat andere soorten deze vaardigheden ook bezitten,” zegt Davila-Ross, ook de meer solitaire soorten.

Voor Elisabetta Palagi, een ethologe van de Università di Pisa in Italië die niet bij het nieuwe onderzoek was betrokken, is de studie een goede illustratie van het sociale potentieel onder alle leden van de zoogdierenstamboom.

“Ik vind het een goede studie,” zegt Palagi, maar volgens haar is het wel belangrijk om mee te wegen dat de omgeving van de beren in het opvangcentrum niet overeenkomt met hun solitaire situatie in het wild.

“Dit zijn gerehabiliteerde dieren, dus worden ze gedwongen om samen te leven,” zegt Palagi. De gelegenheid om met andere beren vertrouwd te raken kan deze dieren hebben aangezet tot nieuw sociaal gedrag. Zo zijn orang-oetans volgens haar niet erg sociaal in het wild, terwijl ze in gevangenschap in het gedwongen groepsverband wél contacten en relaties aangaan.

Palagi vraagt zich af of er onder de beren verschillen bestaan in de mate van gezichtsnabootsing, al naar gelang de vertrouwdheid die ze met hun speelpartner hebben. Ook denkt ze dat het nabootsgedrag geen invloed heeft op de lengte van de speelsessies, zoals bij honden het geval is. Honden geven elkaar signalen van ‘synchrone’ speelstemmingen door, zodat het stoeien langer door kan gaan. Maar wat is überhaupt het doel van de gezichtsnabootsing bij de honingberen?

Dat moet volgens Davila-Ross nog nader worden onderzocht. Volgens haar weten we nog erg weinig over communicatie aan de hand van gezichtsuitdrukkingen bij verschillende diersoorten. In de toekomst hoopt Davila-Ross te kunnen onderzoeken welke invloed de individuele verschillen tussen de beren op het succes van vrijlating in het wild kunnen hebben.

Ook hoopt ze dat andere onderzoeksteams zich zullen verdiepen in gezichtsuitdrukkingen bij andere, niet-sociale zoogdieren, om uit te zoeken hoe wijdverbreid deze nabootsing precies is. In het brein van onze verre, viervoetige verwanten gaat misschien meer om dan we tot nu toe beseften.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer