Slangen hebben ook vrienden

Opnieuw een onderzoek waaruit blijkt dat dieren hechte banden vormen met elkaar – zouden ze dan toch meer op ons lijken dan we dachten?

vrijdag, 15 mei 2020,
Door Virginia Morell
De oosterse kousenbandslang, Thamnophis sirtalis sirtalis, komt voor in het oosten van Noord-Amerika.

De oosterse kousenbandslang, Thamnophis sirtalis sirtalis, komt voor in het oosten van Noord-Amerika.

Foto van Michelle Gilders, Alamy

Veel mensen vinden slangen koude en eenzame beesten, die zich niks aantrekken van ons of van anderen van hun soort.

Maar volgens een nieuw onderzoek klopt die indruk niet, vooral als we kijken naar kousenbandslangen.

Deze niet-giftige slangen, die wonen in het gebied tussen de koele vlaktes van Canada en de oerwouden van Costa Rica, houden zich duidelijk liever met bepaalde soorten slangen op dan met andere– oftewel, ze hebben ‘vrienden’.

“Alle dieren – zelfs slangen – hebben interactie nodig,” zegt onderzoeksleider Morgan Skinner, promovendus in gedragsecologie aan de Wilfrid Laurier University in Canada. Om deze theorie te onderzoeken, bedacht Skinner een nieuw experiment om de persoonlijkheden en sociale interactie van oosterse kousenbandslangen (Thamnophis sirtalis sirtalis) te bestuderen.

De resultaten toonden aan dat “ze net als wij op zoek gaan naar sociale contacten, en ze kieskeurig zijn in hun vriendenkeuze,” zegt Skinner, wiens onderzoek kort geleden werd gepubliceerd in het vakblad Behavioral Ecology and Sociobiology.

Je zou misschien niet verwachten dat slangen goede vrienden hebben, maar dit soort vriendschappen worden steeds meer ontdekt, in het hele dierenrijk: van flamingo’stot vleermuizen en olifanten. Zo bleek uit een recentelijk onderzoek naar vampiervleermuizendat vleermuizen net als mensen vriendschappen onder voorwaarden sluiten.

De wetenschappers van vandaag hebben waarschijnlijk meer kans om dierenvriendschappen te ontdekken dan hun collega’s zo’n dertig jaar geleden. Dat heeft deels te maken met het feit dat een dergelijk concept tegenwoordig eerder geaccepteerd zal worden en deels komt het omdat de wetenschappers van nu veel betere instrumenten hebben om data te verzamelen en analyseren.

De analyse van sociale netwerken onder wilde dieren, zoals slangen, “is in de laatste decennia met sprongen vooruit gegaan,” zegt mede-auteur van het onderzoek Noam Miller, vergelijkend psycholoog en adviseur van Skinner.

Dit blijkt ook uit het feit dat, naarmate er meer onderzoek wordt gedaan op dit gebied, het steeds normaler is om het woord ‘vriend’ te gebruiken wanneer er wordt verwezen naar deze relaties tussen niet-menselijke dieren.

Maar nog niet zo heel lang geleden was dit nog niet het geval, zegt Melissa Amarello, herpetologe en voorzitster van een organisatie die zich inzet voor de bescherming van slangen, Advocates for Snake Preservation. In 2012 werd haar nog afgeraden om het woord ‘vriend’ te gebruiken in haar afstudeerscriptie over nauw samenlevende zwarte ratelslangen in Arizona.

“Het is echt tof om te zien dat dit onderzoek is gedaan,” zegt ze.

Slangenschuilplaats

Miller en Skinner observeerden voor dit onderzoek veertig jonge kousenbandslangen. Dertig hiervan waren afkomstig van moeders die in het wild waren gevangen en tien kwamen uit een nest dat van een fokker was gekocht.

Om de reptielen uit elkaar te kunnen houden, schilderde Skinner bij elke slang met niet-giftige verf een stippenpatroon op het hoofd. In zijn laboratorium zette hij tien slangen - een mix van mannetjes en vrouwtjes - samen in een ommuurd verblijf op tafelhoogte. In het verblijf waren vier plastic schuilplaatsen met kleine ingangen geplaatst, en omdat er slechts vier waren, moesten de tien slangen wel groepen gaan vormen.

Gedurende acht dagen, van ’s morgens 7 uur tot ’s avonds 7 uur, werden de bewegingen van de slangen in het testgebied iedere vijf seconden met een camera vastgelegd. Daarnaast maakte Skinner twee keer per dag een foto van de slangen en de manier waarop ze gegroepeerd waren. Vervolgens haalde hij de slangen uit het verblijf, maakte het schoon om eventuele geuren te verwijderen, en plaatste de slangen daarna weer terug – maar nu op een andere plek dan daarvoor.

Oosterse kousenbandslangen kruipen dicht tegen elkaar aan, een strategie om warm te blijven en zich te verdedigen tegen roofdieren.

Foto van Tom Gantert

Maar de slangen dachten hier het hunne van. Ze bleven niet op de plek waar Skinner ze had neergelegd, maar vormden weer groepjes van drie tot acht slangen binnen in de schuilplaatsen. Sterker nog, ze gingen weer op zoek naar precies dezelfde slangen als waar ze eerst mee hadden ‘rondgehangen’.

“Ze zijn sociaal-cognitief zeer sterk ontwikkeld,” merkt Miller op. “Ze kunnen de ene slang van de andere onderscheiden.”

Onverschrokken reptielen

De wetenschappers deden ook tests om te kijken wat voor soort persoonlijkheid de slangen hadden: of ze ‘verlegen’ waren of ‘brutaal’, de twee belangrijkste karaktertrekken aan de hand waarvan wilde dieren worden beoordeeld. Om te zien of een kousenbandslang brutaal was, zetten ze het dier in zijn eentje in een schuilplaats.

Verlegen slangen bleven meestal in de schuilplaats, en waagden zich maar zelden daarbuiten. Brutalere slangen gedroegen zich meer als ontdekkingsreizigers en glibberden vaak direct de schuilplaats uit om hun nieuwe leefgebied te gaan verkennen.

Maar zodra de dieren zich in een groep bevonden, verdwenen deze verschillen in persoonlijkheid en volgden de slangen meestal de rest van het nest – wellicht een veiligheidsstrategie voor in het wild.

Natuurlijk heeft het experiment zijn beperkingen omdat het is uitgevoerd terwijl de slangen gevangen zaten. “Dieren gedragen zich anders in gevangenschap, dus ik vraag me af wat ze in dergelijke situaties in het wild zouden doen,” geeft Amarello aan.

Wilde kousenbandslangen vormen in het wild echter groepen die vergelijkbaar zijn met de samenscholingen die in het lab werden waargenomen en daarom vermoeden Miller en Skinner dat dergelijke relaties ook in de natuur voorkomen, en dat deze gangbaar zijn bij veel verschillende soorten reptielen.

Raadselachtige einzelgängers? Echt niet!

Hoewel dierenvriendjes momenteel het nieuwtje van de dag zijn, waarschuwt Miller dat vriendschappen tussen dieren “mogelijk niks te maken hebben met de reden waarom mensen vrienden hebben.”

Wetenschappers hebben in feite geen idee wat kousenbandslangen ertoe aanzet vriendschappen te sluiten, maar ze weten wel dat het niets heeft te maken met reproductie of paargedrag: de slangen in het onderzoek hadden bij hun vriendenkeuze geen voorkeur voor het andere geslacht.

Maar de bondjes moeten toch een voordeel bieden, anders zouden de dieren er geen energie in steken. Zo nestelen slangenvrienden zich vaak dicht bij elkaar, om op die manier lichaamswarmte te behouden en zichzelf te beschermen tegen roofdieren.

Wat de reden ook is, zegt Gordon Burghardt, evolutionair bioloog aan de Amerikaanse University of Tennessee, door het onderzoek “zullen we mensen er mogelijk van kunnen overtuigen dat slangen niet allemaal raadselachtige einzelgängers zijn, maar dat ze meer sociale intelligentie hebben, met een uitgebreider scala aan sociale vaardigheden, dan wij allemaal beseffen.”

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

lees verder

Hoe vampiervleermuizen verrassend hechte vriendschappen opbouwen

De bloedzuigende zoogdiertjes sluiten vriendschappen die zich geleidelijk aan ontwikkelen en kunnen uitgroeien tot diepe banden die van levensbelang zijn, zo blijkt uit nieuw onderzoek.

'Vriendschap' tussen coyote en das verrast wetenschappers

Een video die viral ging laat zien hoe twee roofdieren speels en intiem met elkaar omgaan onder een snelweg in Californië - gedrag dat tot nu toe zelden is waargenomen.

Mantaroggen blijken verrassend hechte vriendschappen te sluiten

Door een netwerk van goede ‘kennissen’ te onderhouden tonen deze kolossale roggen zich als een van de meest sociale dieren van de oceaan.
Lees meer