Het begon met een klein berichtje in het Nieuwsblad van het Noorden, op 4 augustus 1959: ‘Aardgas gevonden in Slochteren.’ Een correspondent had bij Hoogezand-Sappemeer een ongewoon hoge vlam uit een boortoren zien slaan. De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) bevestigde de vondst. Wat toen nog nauwelijks werd beseft: deze ontdekking zou Nederland in minder dan tien jaar tijd volledig van energiebron doen veranderen. Hoe kreeg men dat voor elkaar?
Van kolen en stadsgas naar aardgas
Nog geen decennium na de vondst verwarmde en kookte vrijwel het hele land op aardgas. Die omschakeling ging niet alleen razendsnel, maar was ook een ongekend staaltje ingenieurskunst. Duizenden kilometers aan pijpleidingen verdwenen onder de grond.
Kolen, stadsgas en aardolie, dat waren tot eind jaren zestig de belangrijkste energiebronnen om de Nederlandse huizen mee te verwarmen. Stadsgas werd verkregen uit steenkool en via ondergrondse leidingen naar de huizen getransporteerd. Helemaal nieuw waren gasleidingen dus niet, maar de aansluitingen moesten wel worden omgebouwd om het Slochterse aardgas aan te kunnen.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
Daarnaast moest er zesduizend kilometer aan nieuwe ondergrondse gasleidingen worden aangelegd. Dat was een flinke uitdaging in de drassige Nederlandse grond. Het Algemeen Handelsblad vatte het probleem in november 1963 als volgt samen: te zware leidingen zouden wegzinken, maar ze mochten ook niet gaan drijven als het grondwaterpeil verandert.
Gasleiding door de Veluwe
In 1964 werd begonnen met het eerste grote project: een tracé van duizend kilometer, van Slochteren naar het zuiden van het land, met aftakkingen in verschillende richtingen. Deze zou eerst dwars door de Veluwe komen te lopen, maar de Nederlandse Gasunie besloot toch de route om te leggen.
Voor het project was specialistische kennis nodig, en die ontbrak in Nederland. Daarom werd het Amerikaanse bedrijf Bechtel International Company uit San Francisco ingeschakeld. Er werden in april 1966 ook 120 Turkse arbeiders naar Nederland gehaald, maar zij gingen een maand later al in staking, omdat zij vijftig gulden per week minder kregen dan van tevoren was toegezegd, aldus Trouw.
Een pijpleiding over de bodem van het IJsselmeer
Twee jaar later stond er nog een groot project op de planning: de aanleg van een pijpleiding op de bodem van het IJsselmeer. Per dag kon er vijfhonderd meter van deze zogeheten zinker worden aangelegd. Ieder pijpdeel was twaalf meter lang, woog vijftien ton en had een doorsnede van negentig centimeter. De 2405 pijpstukken die nodig waren voor de zinker, kwamen allemaal uit de Verenigde Staten.
Datzelfde jaar, zeven jaar na de ontdekking van het aardgas, lag het percentage huizen dat erop was aangesloten al op 78 procent. In rap tempo werden de aansluitingen omgebouwd. Ook fornuizen en kachels moesten worden aangepast. Lukte dat niet, dan zat er voor een huishouden niets anders op dan een nieuwe aan te schaffen.
Aardgas als energiebron nummer één
In rap tempo werd aardgas energiebron nummer één in Nederland. In 1964 maakte aardgas nog slechts twee procent uit van het totale energieverbruik van Nederland, inclusief de industrie, maar in 1974 was dat al de helft.
Leestip: Diepzeemijnbouw: de sleutel tot groene energie of vernietiging van een onmisbaar ecosysteem?
Deze snelle transitie was een heel bewuste keuze van de naamloze vennootschap die over de distributie en verkoop ging. Deze bestond uit de Staatsmijnen (veertig procent), de Rijksoverheid (tien procent) Shell en Esso (beide 25 procent).
Aandeelhouders waren in de veronderstelling dat het niet lang zou duren totdat kernenergie en andere energiebronnen de norm zouden worden. Wilden ze nog wat verdienen aan de bijna 2500 miljard kubieke meter gas, moesten ze het snel verkopen.
De prijs van snelle gaswinning
Maar die enorm snelle gaswinning had een keerzijde: aardbevingen. Het noorden van Nederland werd steeds vaker opgeschrikt door trillingen. Dat heeft een eenvoudige verklaring. Het gas van Slochteren is geen gasbel, maar een reservoir dat zich op drie kilometer diepte in een poreuze gesteentelaag bevindt. Daarboven ligt een steenlaag waar gas niet doorheen kan dringen. Het zit dus opgesloten.
Leestip: Helikopterfoto’s tonen de littekens van mijnbouw in Duitsland
Wordt het gas uit de poreuze steenlaag weggehaald, dan wordt deze zwakker, en kan het de bovenliggende drie kilometer aan steen niet langer dragen. De laag zakt in en de bodem daalt. Soms langzaam, soms abrupt, zoals tijdens een aardbeving gebeurt.
De NAM wist van de verzakkingen, maar hield zich stil over de risico’s. Dat gebeurde ondanks dat er vanaf het begin deskundigen waren die hun zorgen uitten over de gevolgen van de gaswinning. In 2014 begon de NAM de gaswinning af te bouwen en sinds 1 oktober 2023 is deze volledig gestopt.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!











