Tijdens een winterse bergtocht door de afgelegen Oeral vond in februari 1959 een van de raadselachtigste rampen uit de moderne geschiedenis plaats. Negen jonge Russen kwamen om op de Djatlovpas, ver van de bewoonde wereld. Hun lichamen werden op grote afstand van hun tent gevonden, die van binnenuit was opengesneden. Alles wees erop dat de groep in paniek was gevlucht. Decennialang leidde dat tot wilde theorieën – van geheime Sovjetexperimenten tot mythische wezens. Met de kennis van nu komt één verklaring echter steeds sterker naar voren.
De opengesneden tent
Aan de expeditie namen tien ervaren bergwandelaars deel, verbonden aan het Polytechnisch Instituut van de Oeral in Jekaterinenburg. Het ging om negen studenten, van wie zeven mannen en twee vrouwen, en een sportinstructeur die in de Tweede Wereldoorlog had gevochten. Eén student die last kreeg van zijn gewrichten, keerde al snel om. De overige negen trokken verder onder leiding van de 23-jarige student Igor Djatlov, naar wie de pas later werd vernoemd.
Uit later gevonden fotorolletjes en dagboekaantekeningen bleek dat de groep op 1 februari 1959 een kamp had opgezet op de besneeuwde helling van de berg Cholatsjachl. Wat er daarna gebeurde, kan niemand navertellen – ze keerden namelijk nooit meer terug.
Leestip: Het verhaal van ijsmummie Ötzi, het oudste moordmysterie ooit
Toen een zoekteam de locatie des onheils enkele weken na hun vermissing bereikte, trof het daar de tent van de bergwandelaars aan. Deze stak amper boven de sneeuw uit en bleek opengesneden te zijn. Van de avonturiers zelf was echter geen spoor te bekennen.
Gruwelijke vondsten in de sneeuw
De volgende dag werd het eerste lichaam gevonden onder een boom even verderop. De maanden erna deden zoekteams door de smeltende sneeuwlaag steeds meer gruwelijke vondsten.
Uiteindelijk werden alle groepsleden verspreid over de berghelling aangetroffen. Enkele slachtoffers bleken deels ontkleed. Bij sommigen waren de schedel en borstkas opengespleten, bij anderen ontbraken de ogen en één werd gevonden zonder tong.
Een zaak die geheim moest blijven
In een gerechtelijk onderzoek uit die tijd werd hun dood toegeschreven aan een onbekende natuurkracht, waarna het voorval door de staat geheim werd gehouden. Dat kon niet voorkomen dat deze mysterieuze gebeurtenis in het gesloten land later toch wereldwijd interesse wekte. Het leidde tot tientallen theorieën, waaronder verschillende moordcomplotten.
Het voorval was zo merkwaardig dat een sluitende verklaring onmogelijk leek. Toch werd die in 2021 naar alle waarschijnlijk wel gevonden. In het vakblad Communications Earth & Environment wezen wetenschappers Johan Gaume en Alexander M. Poezrin op de mogelijkheid dat een uitzonderlijk kleine en vertraagde lawine verantwoordelijk was geweest voor de ramp.
Een nieuwe verklaring: een uitzonderlijke lawine
Eerder werd die theorie verworpen, omdat de berghelling te vlak werd geacht voor een verschuiving. Bovendien leken de meeste verwondingen door stompe voorwerpen veroorzaakt. Dat is niet gebruikelijk bij lawineslachtoffers, die vaak door verstikking om het leven komen.
Leestip: De Toengoeska-explosie in 1908, het grootste natuurmysterie van de moderne tijd
Uit het onderzoek van 2021 bleek echter dat de helling minder vlak was dan tot dan toe werd aangenomen. Door de grillige topografie van de berg en de dikke laag sneeuw leek deze vrij vlak, maar in werkelijkheid kwam de hellingsgraad in de buurt van de dertig procent. Dit is de grenswaarde die meestal wordt gehanteerd voor het ontstaan van lawines.
Waarom een lawine wél mogelijk was
Onderzoekers uit de tijd van het voorval beschreven een onderste sneeuwlaag die niet goed leek te hechten aan de ondergrond, waardoor de bovenste laag er mogelijk gemakkelijk over kon wegglijden. Dat de groep een kuil dwars door de lagen heen uitgroef om de tent neer te zetten, moet het sneeuwpak volgens Gaume en Poezrin verder hebben gedestabiliseerd.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
Uit de gevonden aantekeningen bleek bovendien dat het die nacht zeer hard waaide. Daarbij ging het vermoedelijk om katabatische valwinden: koude, zware luchtstromen die door zwaartekracht van bergen of gletsjers de helling af rollen en onderweg veel sneeuw meenemen. Daardoor werd het gewicht op de toch al instabiele helling nog verder vergroot.
En zo kon er dus wél een lawine ontstaan. Uit computersimulaties van de onderzoekers bleek dat de lawine waarschijnlijk niet erg groot is geweest. Mogelijk ging het om een blok sneeuw van amper vijf meter lengte en de omvang van een SUV.
Kleine lawine, verwoestende impact
Maar hoe kon zo’n ‘kleine’ lawine tot zulke gruwelijke verwondingen hebben geleid? Ook daar hadden de onderzoekers een verklaring voor. De groepsleden hadden hun beddengoed over hun ski’s en skistokken gespannen. Toen de lawine de wandelaars in hun slaap overviel, stuitte de sneeuwmassa op een ongebruikelijk stijve structuur.
Leestip: De Mary Celeste dobberde in 1872 stuurloos op zee – wat gebeurde er met de bemanning?
Uit het computermodel van Gaume en Poezrin bleek dat een blok compacte sneeuw van het eerdergenoemde formaat onder deze unieke omstandigheden gemakkelijk de borstkas en schedel van mensen kon openbreken. De verwondingen zouden zeer ernstig maar niet dodelijk zijn geweest – althans niet meteen.
Vlucht, kou en onderkoeling
Wat er na de lawine precies gebeurde, weet niemand. Vrij zeker is dat de groep zichzelf uit de bedolven tent bevrijdde door het doek open te snijden. Omdat iedereen buiten werd gevonden, is het aannemelijk dat de overlevenden met de lichtste verwondingen de zwaargewonden uit de bedolven tent hebben getrokken. Poezrin noemt het daarom een ‘verhaal van moed en vriendschap’.
In paniek moeten de meesten beschutting hebben gezocht tegen de kou in de boomlijn, anderhalve kilometer verder naar beneden. Het merendeel van de slachtoffers is uiteindelijk overleden aan onderkoeling, terwijl anderen mogelijk aan hun verwondingen bezweken.
Paradoxale ontkleding en ontbrekende lichaamsdelen
De reden dat sommige groepsleden zich deels hadden ontkleed blijft een raadsel, hoewel paradoxale ontkleding een verklaring kan zijn. Dit is een fenomeen in het eindstadium van ernstige onderkoeling waarbij het slachtoffer kort voor het bewusteloos raken de kleding uittrekt. Dat bij sommige slachtoffers de ogen en de tong ontbraken, is waarschijnlijk het gevolg van aasdieren die zich met de lichamen hebben gevoed.
De lawine die zich op 1 februari 1959 op de Cholatsjachl lijkt te hebben voorgedaan, was volgens de onderzoekers een ongelooflijk zeldzaam verschijnsel. Toch vreest Gaume dat hun verklaring voor veel mensen te eenvoudig is om te accepteren. ‘Mensen willen niet dat het een lawine was,’ zei hij daarover. ‘Dat is veel te gewoontjes.’ Die hardnekkige scepsis zal menig samenzweringstheorie ook in de toekomst levend houden.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!









